Ik ben Xamantha, 40 jaar, en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


donderdag 23 november 2017

Eelco

Vandaag is het een jaar geleden dat jij het leven door de voordeur mocht verlaten. En precies op dit moment, een jaar geleden, wist ik niet of je nog leefde.
Ik wist dat de arts er al was, maar ik had geen flauw idee hoe lang alles zou duren. Je moeder zou me bellen als je overleden was, maar ik kon me voorstellen dat je naasten wat tijd nodig zouden hebben voordat ze anderen zouden inlichten.
Er kwam een zinnetje in me op dat jij waarschijnlijk gewaardeerd zou hebben: je was op dat moment voor mij Schrödingers kat. Dat verwijst naar een akelig gedachte-experiment dat ik niet ga uitleggen (Google staat tot uw dienst, waarde lezer). Er zit een kat in een doos en niemand kan weten of die kat nog leeft.
Wat een bizar moment was dat. En eigenlijk was het ook wel passend bij wie jij was. Ik was allang blij dat je geen zelfmoordkonijntje was en ondanks m'n gedachten die alle kanten op gingen voelde ik me kalm. Je had het volgehouden, je wens kwam uit.


We 'ontmoetten' elkaar op BroedplaatsZ, het platform waar Elmira mij voor uitgenodigd had. We lazen elkaars blogs, reageerden op elkaars tweets. Ik weet niet wanneer het moment kwam dat we elkaar DM's (privéberichten) begonnen te sturen. Dat moet in elk geval 's nachts zijn geweest, we hadden beiden slaapproblemen. En de berichtjes werden appjes. Speciaal voor jou installeerde ik Whatsapp, die app die ik eigenlijk helemaal niet wilde gebruiken, op m'n telefoon. Ik ben blij dat ik het gedaan heb, het werd de basis van ons contact. Ik weet nog dat ik verbijsterd was over de snelheid waarmee je typte, tot je me vertelde dat appen ook via de computer kon.

Op 12 juni 2013 plaatste je een wat cryptische tweet. Je was ontzettend gespannen, schreef je, en je zat de tijd uit op een terras. Gelukkig was je niet alleen.
Later appte je me dat Elmira die dag was overleden. Wat vond ik dat vreselijk voor jou, jullie waren zo'n eenheid. En wat vond ik het jammer voor mezelf dat ik Elmira nooit in levenden lijve had ontmoet. Maar ik voelde opluchting voor Elmira zelf. Ze had eindelijk haar rust gevonden.
Op haar uitvaart ontmoette ik jou voor het eerst 'live'. M'n hart brak toen ik je grote verdriet zag. Zonder er echt over na te denken ben ik naar je toe gegaan en heb ik je gevraagd of ik je een knuffel mocht geven. Dat mocht, en op dat moment sloot ik je niet alleen in mijn armen, maar ook in mijn hart. En daar zit je nog steeds.


Mijn hemel, wat heb ik me zorgen om je gemaakt na Elmira's dood. Geen onterechte zorgen, het was me ontzettend duidelijk dat jij al met één been in het graf stond, als ik dat zo ongenuanceerd mag formuleren.


We appten vaker. Soms kort, soms halve boekwerken. En juist omdat er schermpjes tussen ons in zaten kon het contact heel persoonlijk en kwetsbaar worden. We deelden dingen die we face to face nooit besproken zouden hebben. Ik wist eigenlijk niet eens of we elkaar live wel zouden liggen. Dat maakte ook niet uit, via onze schermpjes klikte het goed.

Het ging vaak over intimiteit en ja, ook over seksualiteit*. Een onderdeel van het leven dat voor ons beiden niet vanzelfsprekend was. Je vroeg me telkens m'n grenzen aan te geven, zei vaak ook vooraf waar een tekst die je me toe wilde sturen over ging. Uiteindelijk hebben we elkaar in alle openheid gevraagd naar elkaars triggers. Ik wist inmiddels dat ik veel van jou kon hebben. Ik gaf aan dat de grens lag bij praten over misbruikgerelateerde seks. En jij vertelde dat jouw grootste trigger was om als aansteller gezien te worden en dat twijfels over je integriteit ondraaglijk voor je waren.
Ik vond het bijzonder om te merken dat je een streng (vaak veel te streng) kompas had ontwikkeld voor de dingen die jij met je autisme niet vanzelfsprekend aanvoelde.


Ach jongen, dacht ik vaak, wat maak je het jezelf moeilijk. Maar wat ging je ongelooflijk integer om met wie je lief was. Je bleef mijlenver vandaan bij de grenzen waarvan je zo bang was ze te overschrijden. Je vertrouwde jezelf niet, zei je vaak. Had je jezelf maar eens door de ogen van dierbaren kunnen bekijken. Mensen vertrouwden jou en dat was helemaal terecht.


Naast die ethische gesprekken waren we er ook voor elkaar als er crisis was. Het deed er niet zo toe dat onze problematiek verschilde, crisis is crisis. Op het laatst zette ik mijn telefoon 's nachts niet meer op stil. Ik wilde er voor je zijn als dat kon. Het was vaak heel kort, je had soms een duwtje nodig om hulp te vragen bij je moeder. Die haar telefoon ook altijd aan had staan om er voor je te kunnen zijn.

En soms was een van ons tweeën boos en moest uitrazen. Dat ging perfect, want het hielp, en snel ook. Zodra er ruimte ontstond voor een grapje, zwarter dan zwart, was de lucht geklaard.

Je vertelde me al in een vroeg stadium dat je om euthanasie zou gaan vragen. Je hield me op de hoogte en liet me af een toe een blog lezen voordat je het online zette: “kan ik dit wel plaatsen?”. Je was zo bang dat je je eigen glazen in zou gooien door te bloggen over dat proces. En om die reden gaf je ook aan dat je wel zou blijven schrijven en dat je die blogs na je dood alsnog gepubliceerd wilde hebben.
Ik heb voorzichtig aangegeven dat ik dat graag voor je wilde doen. Je wilde zeker weten of dat geen opwelling van me was, denk ik, want het ging er meerdere keren over. Soms moest je iets kwijt over dat ellendige euthanasietraject (ellendig vanwege alle hobbels en miscommunicatie) en stuurde je me het stuk dat je erover geschreven had, simpelweg omdat je de energie niet had om het nogmaals te vertellen.


Kort voor deze datum (23 november 2016) stuurde je me het volledige pakket teksten. Al lezende realiseerde ik me dat ik letterlijk elke tekst al gelezen had.
Wat heb ik gejankt trouwens, toen die mail kwam. “Ik laat ze in jouw vertrouwde handen,” schreef je erbij. Dit vertrouwen van jou krijgen betekende zo ongelooflijk veel voor me!


Al schrijvend realiseer ik me dat deze tekst niet het mooie eerbetoon is dat ik voor je had willen schrijven, maar het is even niet anders.

We hebben elkaar nog drie keer gezien. De eerste keer zei je dat je geen bucketlist had, maar dat je me toch wel heel graag een keer live wilde zien nu het nog kon. Je bent een middag hier geweest. Beiden nerveus (het hielp wel dat we elkaar dat appten), niet wetend wat te verwachten. En zoals in elk contactmoment gaf je aan dat ik eerlijk mocht zijn als het me teveel werd, ook als dat al na vijf minuten zou zijn.
Het was een fijne middag. Het klikte ook live, al bleven we meer aan de oppervlakte dan in onze appjes. En dat was prima.
Onze poezen lieten zich niet zien die middag, had ik ook niet verwacht. De krabpalen springen nogal in het oog in onze huiskamer. Briljant vond ik je vraag of ik wel zeker wist dat ik echt katten had, of dat ik ze al jaren hallucineerde.


Samen met Albert heb ik jou nog twee keer opgezocht. Man, wat zette je straffe bakken koffie, heerlijk! Het was geen emotioneel bezoek, het was vooral gezellig. Wel heel bizar was de afscheidsknuffel. Weten dat je elkaar nooit meer zult zien.

En toch zagen we elkaar nog een keer. Albert ging naar een concert in 013 en ik voelde hevig dat ik Tilburg niet wilde verlaten zonder je nog één keer te zien. Een bonusontmoeting en een tweede, of eigenlijk derde afscheid.
Het ging niet goed met je op dat moment. Je had de kracht niet meer om een masker op te zetten. Wat was je moe, wat was je op. Wat gunde ik je je rust, wetende dat het moment naderde.


Ik heb mijn belofte gehouden. Ik heb dat grote tekstbestand in stukjes verdeeld en het hier en daar geredigeerd. Vond het een heel fijne taak. Wat wel lastig was: redigeren zonder de eigenheid van jouw taalgebruik te schenden. Dat leerproces heb je me het afgelopen jaar alsnog gegeven.
Je hebt me zo veel gegeven Eelco, ik ben zo blij dat je me toe hebt gelaten in je leven én in je dood.

Alle blogs zijn geplaatst en er is een documentaire over jou in de maak.

Als ik zie hoe negatief sommige mensen reageren op jouw verhaal (in de media) word ik eerst boos, om me daarna te troosten met de gedachte dat jij stof op wilde doen waaien. En dat doe je, nog altijd!
De positieve reacties zijn veruit in de meerderheid. Ik hoorde van iemand dat die blogs hem/haar ná jouw dood nog steunend zijn geweest. Hoe mooi is dat? Je hebt een indrukwekkende erfenis nagelaten.



Ik hoop dat je naasten na de lancering van de docu de ruimte krijgen om op hun eigen manier te rouwen. Ze hebben waanzinnig veel van je gehouden en dat doen ze nog steeds. Ik ook, en dat heb ik je in een van de laatste appjes ook gezegd. Wetende dat je het niet terug zou zeggen. Dat hoefde ook niet, ik wilde het jou meegeven.

Dag lieve Eelco, dankjewel voor alles.

*hoewel ik niet denk dat mensen dit verkeerd op zullen vatten, wil ik toch even benadrukken dat het geen erotische gesprekken tussen ons waren.

dinsdag 21 november 2017

Bewust ongewenst kinderloos

Ik heb altijd verlangd naar zwangerschap, het krijgen van een kindje, moeder worden. Een wens die steeds groter werd en z'n hoogtepunt bereikte toen ik Albert ontmoette. Dit was hem, de toekomstige vader van mijn kind. Dit was de vader die ik mijn kind gunde: zacht en liefdevol, maar ook beschermend en behept met een draagkracht die zo veel groter was dan hij zelf besefte.

We hebben er vaak over gepraat, samen gefantaseerd over hoe het zou zijn. Wat voor ouders zouden wij zijn? Ik vermoedde dat ik een strengere opvoeder zou zijn dan hij, maar ook een moeder die haar kind aanmoedigde zichzelf te zijn, met compassie voor ieder die haar pad zou kruisen. Ik zou eindeloos voorlezen en muziek met haar luisteren, precies zoals mijn moeder dat met mij deed.
Albert was wat huiverig over zijn rol als vader, hij was bang zich veel zorgen te maken. Ja, misschien zou hij dat doen. In mijn ogen was dat een eigenschap die een kind veiligheid zou kunnen bieden. De belangen van ons kindje zouden vooropstaan en hij zou oneindig zorgzaam zijn. De allerliefste vader van de wereld, die nooit genoeg zou krijgen van grapjes en gekke spelletjes.

We hadden ook een beeld van hoe ons kindje zou zijn: rood haar, sproeten en een heel lichte huid. Een verlegen kindje, introvert. En omdat wij beiden introvert zijn zouden we weten hoe we ons kindje konden helpen zich te ontplooien en de wereld te onderzoeken.
Boven alles zouden we haar een veilige hechting proberen te geven.

En in dat laatste zit de angel. We dragen beiden hechtingsproblematiek met ons mee en weten hoeveel impact dat kan hebben op de rest van je leven.
Hoe kon ik ooit die veilige hechting bieden als ik zo labiel was dat ik telkens weer in crisis raakte, als ik keer op keer opgenomen zou worden, als Albert naast zijn baan mijn mantelzorger bleef?

We hebben met een therapeut gepraat over onze wens. Hoe meer die over mogelijkheden tot hulp vertelde, hoe groter de steen in mijn maag werd.
Het werd ons duidelijk dat er een team van hulpverleners en naasten om ons heen zou moeten staan om alles in goede banen te leiden. Een complexe constructie bij zoiets organisch als het krijgen van een kindje. Het voelde zo onnatuurlijk, zo geforceerd.
Ja, wij wilden heel graag een kindje, maar niet op deze manier.

Op het moment van dat gesprek had ik nog heel wat vruchtbare jaren voor me liggen. Wie weet hoe ik er over vijf of tien jaar aan toe zou zijn?
We besloten onze wens uit te stellen. Onze wens werd met een zacht dekentje toegedekt, wachtend op betere tijden.

In de jaren die volgden heb ik ontzettend hard gewerkt om stabieler te worden. De crises hielden aan. Ik leerde ze wat beter te doorstaan en won wat aan stabiliteit.
Maar elke keer dat ik mezelf de vraag stelde of de tijd rijp was, was het antwoord nee. Nee, ik kon nog niet de moeder zijn die ik een nieuw leventje gunde. Nee, wij konden de stevige basis nog niet bieden.
De jaren verstreken, mijn biologische klok tikte steeds harder. Het verdriet groeide, ik zag mijn kansen afnemen.

Inmiddels was me ook duidelijk geworden wat ik nodig had om vaste grond onder mijn voeten te krijgen: het verwerken van mijn trauma's. De voorgaande therapieën hadden me geholpen om de klachten die daaruit voortvloeiden onder het tapijt te vegen. Een zeer bobbelig tapijt werd het. Wat fier overeind bleef was het cluster PTSS-klachten. Dagelijks had ik herbelevingen en dissocieerde ik. Nachtmerries bevolkten mijn kleine beetje slaap, triggers doken overal op. Vaak kon ik niet eens voor mezelf zorgen en had ik mijn handen vol aan overleven.

Ik had jong moeder willen worden, rond m'n 20e. Geen man overboord als dat wat later in mijn jaren als twintiger zou zijn, maar 30 was toch echt wel de grens. Een grens die ik oprekte naar 35. Ik was er niet aan toe om mijn wens los te laten.

Ik ben zo boos geweest op de dader die mij stukken toekomst af heeft genomen. Niet alleen had ik moeder willen worden, maar ik had ook willen studeren, een baan vinden, een plaats in de maatschappij vinden. Ik had het prima gevonden om eens wat therapie te krijgen, maar de afgelopen twintig jaar in de chronische psychiatrie hoorde niet tot mijn wensen.

Mijn boosheid is langzaam veranderd in verdriet.
Er werd vaak gezegd dat ik een veelbelovend kind was. Dat was eng, want kon ik wel aan die verwachtingen voldoen? Maar het was vooral fijn dat mijn potentie gezien werd.
Er blijkt een grens te zitten aan veelbelovendheid. Ik droeg de verwachtingen met me mee en ze wogen steeds zwaarder.

Ergens tussen 35 en 40 kwam er een rationeel besluit: we blijven kinderloos. Een besluit uit liefde voor een toekomstig kindje, hoe krom dat ook moge klinken. Zoveel liefde te geven, zoveel steun kunnen krijgen, zoveel tekenen van groei bij ons beiden. En dan toch dat besluit.

Joh, probeer het gewoon, die obstakels overwinnen jullie wel,” hoorden we vanuit verschillende hoeken. Nou nee. Met een mensenleventje gok je niet.

Wat ik ook moeilijk vind is dat mensen op ons verhaal reageren door oplossingen en constructies aan te dragen. Lief bedoeld, maar daarmee gaan ze wel voorbij aan de bewuste keuze die wij hebben gemaakt. Luister naar me, erken mijn verdriet en zeg gerust dat wij echt wel goede ouders zouden kunnen zijn, maar respecteer ons besluit alsjeblieft. Je hoeft het niet te begrijpen om het toch te respecteren.

En nog iets: deze keuze is persoonlijk. Ik zeg er niet mee dat anderen in ongeveer dezelfde situatie verkeren niet aan kinderen zouden moeten beginnen.

Ik ben inmiddels 40.
De dagen voor die verjaardag bracht ik door in een stilteretraite. Ik kwam er met de intentie om mijn traumaverwerking onder de loep te nemen: hoe ver ben ik nu, wat wil ik er nog mee bereiken, welk pad sla ik in?
Maar wat zich aandiende was een allesoverheersend verdriet om mijn verloren droom.
Ik heb mijn ogen uit m'n kop gehuild en in een ritueel rondom een vuur heb ik de naam genoemd die ik al heel lang gereserveerd had voor dit kindje. Ik heb een stuk zwaarte achter me mogen laten en ben in een nieuw stuk rouw beland, een stuk dat me niet meer zo zal ontwrichten als eerdere stukken.

Ik ben 40 en ik ben een kinderloze moeder.

zondag 12 november 2017

Hyperdepiep hoera

4 uur 's nachts: Net op Twitter:

Vanmorgen stond ik fris en fruitig op. Of nou ja, te onrustig om in bed te blijven liggen. Prima: koffie maken en pc aan. Schrijven. Het is tenslotte mijn bijna jaarlijkse schrijfmaand. Een beetje afwijkend van mijn normale routine was wel dat ik met meerdere stukken tegelijk bezig was. Hier een zinnetje erbij, daar een woordje eraf, tussendoor even checken hoeveel woorden het al zijn. Maar hey, het werkte. Ik typte flink door en was geïnspireerd, de teksten waren niet slecht.

's Middags kwam er Heel Leuke Post. Een project waar ik hard aan had gewerkt had ik nu in mijn handen en ik was ontzettend blij en trots. Zeg ik verder niets over, het is een kadootje.

Even enthousiasme delen via appjes. Leuk leuk, maar ik zag zelf wel dat ik ratelde en de ander overspoelde. Goed, kan gebeuren.

Lyrisch was ik ook over het avondeten. Steeds benoemen hoe lekker het was.
We keken tv en ik kon het nauwelijks volgen, of het boeide me niet. Ik praatte overal dwars doorheen en wierp allerlei balletjes op. Over Zeer Belangrijke Zaken, zoals hoe ik vond dat onze nieuwjaarskaarten eruit moesten gaan zien.

Lief merkte op dat ik in een paar uur tijd meer had gepraat dan in de afgelopen dagen bij elkaar. Gaf ik hem gelijk in, merkte het zelf ook.

Rond 22u ging ik naar ons zwervertje in de schuur. En daar werd ik kalm, of in elk geval iets minder hyper. Een warm lijfje op mijn schoot dat baat heeft bij een rustige energie, dat maakt mij mindful. Lijfje aaien, handen telkens op een ander deel van dat lijfje leggen totdat dat deel warm was geworden. Ze spinde, vond het fijn. Ik ook.

Daarna niet de rust in m'n kont om rustig op de bank te haken of tv te kijken.
Schrijven, ik ga schrijven! Niet dus, er kwam geen letter op papier.
En toen, eindelijk, een computerspel gaan spelen met fijne muziek op de koptelefoon. De tijd vloog.

Maar eenmaal in bed nam de onrust weer toe. Lezen in bed is mijn grootste hobby, maar het lukte niet. Afleiding op social media zoeken (I know, fout!). Bovenstaande tweets vlogen de digitale snelweg op. De drang die ik in de eerste benoemde was geen overdrijving. Ik wilde verdoving, rust. En dat is wat zelfbeschadiging me altijd geeft.
Maar ik ben al heel lang 'clean'. Niet bijgehouden hoe lang, dat werkt averechts bij mij, maar laten we zeggen dat alle littekens 'rustig' zijn. Wit geworden. En dat wil ik zo houden.

M'n lief gewekt, verteld wat er scheelde. Ik kon zelf de remedie aandragen: gewoon dat spelletje weer gaan doen, hardcore afleiding zoeken.
Maar eerst die tweets weghalen. De wereld mag best weten hoe ik me voel, maar dit was too much.

En nu zit ik toch even te schrijven, ik denk omdat ik even wil ontladen en om wat grip te krijgen.

In mijn vorige twee blogs ging het over m'n benzo-afbouwtraject. En wat er nu gebeurt kan ik plaatsen: ontremming. Zou bijvoorbeeld liefst direct heel veel spullen willen gaan kopen en allerlei projecten opstarten. Gelukkig kan dat eerste niet, geld is op. En dat tweede: ik heb een paar trefwoorden opgeschreven en dwing mezelf er op dit moment toe om het te laten voor wat het is.

Nog wel een twijfel: hypomane en ontremde episodes ken ik wel uit periodes eerder in mijn leven. Hoop zó dat deze bijna-ontsporing met de pillen te maken heeft en niet met de extreme impulsiviteit die ik 'vroeger' had. Laat dit alsjeblieft wegtrekken.

Genoeg geschreven, de planten en zombies wachten op me. Ik zit het uit, deze nacht. Als ik me morgen nog zo voel ga ik hulp vragen. En dan zie ik vanzelf wel of ik spijt krijg van dit blog. Denk ik niet.

dinsdag 7 november 2017

Afbouwupdate

Inmiddels een kleine week verder met het pillenafbouwproces.
Wat me echt verbaasd heeft is de schaamte die ik voel bij dit traject. Ik blog al jaren over heel persoonlijke en kwetsbare onderwerpen en vaak merk ik dat ik de schaamte echt voorbij ben. Of spaar ik mezelf daarin, zet ik mijzelf sterker neer dan ik ben? Zwijg ik over de dingen die me niet lukken? Ik weet het echt niet.

Wat ik in mijn vorige bericht niet benoemd heb is dat de hulp die ik krijg niet alleen uit gesprekken bestaat. Mijn proces wordt ondersteund door medicijnen. En dat zit me dwars, ik wil eigenlijk stoer genoeg zijn om het cold turkey te doen, ook al weet ik dat dat voor mij een ongezonde keuze zou zijn. Ik ben redelijk stabiel, maar wel op een laag niveau. Het evenwicht is best nog wankel.

De manier van afbouw die ik gekozen heb is het dringende advies van mijn arts: mijn dagelijkse xanax en dormicum (beide in hoge dosering) is vervangen door een vergelijkbare dosering diazepam. Een middel dat nog net wat verslavender is, maar als voordeel heeft dat het langzaam af wordt gebroken door je lijf. Als je dat gaat afbouwen zit er nog wat in je systeem en verloopt het minder schoksgewijs dan bij een kortwerkend middel.

De overgang van mijn oude pillen naar diazepam verloopt veel moeizamer dan ik verwacht had. Ik heb wel degelijk onttrekkingsverschijnselen van mijn vertrouwde pillen. Ik begin de dag bibberend, loop rond met een zwaar gevoel op mijn borst en middenrif, ben misselijk (daardoor verminderde eetlust en soms overgeven na het eten), heb knallende hoofdpijn, ik zweet, slaap slecht, droom heftig, ben onrustig en heb het de hele tijd ontzettend koud. Gisterenavond een soort fysieke paniekaanval gehad, ik weet niet hoe ik het anders moet omschrijven. Ik voelde geen angst maar mijn lijf gedroeg zich alsof ik middenin zo'n aanval zat.
Ik moet er niet aan denken hoe zwaar dit zou zijn geweest zonder de demping van diazepam.
Hier moet ik doorheen, het duurt even tot de spiegel van diazepam goed genoeg is. We beginnen pas met het afbouwen daarvan als mijn lijf tot rust is gekomen.
Het afbouwen zou over 8 dagen beginnen. Ik heb net m'n arts aan de lijn gehad. Advies: nog 2 weken op een iets verhoogde dosering blijven, dan pas verder kijken.

Ik wil zo graag een bikkel zijn. Doorpakken, snel afbouwen en zo snel mogelijk die troep uit m'n systeem werken. Vind mezelf best wel een beetje een loser, ik was toch zo sterk?

Er zit nu even niets anders op dan accepteren dat ik me rot voel en veel, heel veel afleiding zoeken. Ik sta veel in de keuken om gerechten te maken waar ik veel groente voor moet snijden. Ik redigeer een flinke bundel teksten van iemand anders en ik ben zowaar ook driftig aan het schrijven voor NaNoWriMo
En niet te vergeten: ik zit elke avond (onder een dikke wollen deken) in de tuin met ons zwerfpoesje op schoot. Voor haar een moment van aandacht, warmte en korte dutjes, voor mij een zenmoment. Ze is nog schrikkerig en bijt soms, maar het helpt als ik me zoveel mogelijk ontspan en haar laat merken dat het niet erg is als ze dat vanuit schrik doet, dat ik haar dan nog steeds lief vind.

Nog een laatste aanvulling: ik ben zo dankbaar dat Albert naast me staat en me steunt. Hij vond en vindt het plan om af te bouwen heel erg spannend. Best begrijpelijk als je mij mee hebt gemaakt in tijden dat ik te snel door mijn pillen heen was en ik koortsachtig het huis overhoop haalde, op zoek naar verdwaalde pillen. Hoe onredelijk ik kon schreeuwen op die momenten, hoe het leidde tot zelfbeschadiging en weglopen. Het vertrouwen dat ik het red zonder sedatieve houvast moet nog groeien, nee, dat groeit eigenlijk al. Weer een periode waarin hij een resterend stuk mantelzorg los mag laten. We doen dit samen. Niet als cliënt en zorgverlener maar als partners.
(ik weet dat je dit leest schat, ik hou zo ontieglijk veel van jou!)

woensdag 1 november 2017

Stoppen op recept


“Heeft u vandaag al ontlasting gehad?”
Een vraag die je doorgaans niet zo gauw in een kennismakingsgesprekje stelt, maar twintig jaar geleden had deze psychiater er geen enkele moeite mee.
Ik was opgenomen omdat ik in een crisis zat en niet meer voor mezelf durfde in te staan. Dit was mijn eerste kennismaking met de PAAZ en met het fenomeen dokter Hoes. Witte jas, vlinderstrik, receptenblok in de borstzak.
Toen ik zijn vraag ontkennend beantwoordde vroeg hij naar m'n stoelgang in de afgelopen week. Ik had werkelijk geen flauw idee, was vooral met overleven bezig geweest.
“Ik schrijf u iets voor”; hij krabbelde al iets op het blokje.
Ongeduldig luisterde hij naar mijn aarzelende antwoorden toen hij had gevraagd hoe het verder met me ging. Of ik gespannen was?
Dat was ik. Nog een krabbel erbij.
Toen ik na een paar weken de PAAZ verliet slikte ik een aardige batterij aan kalmerende, antidepressieve, antipsychotische en natuurlijk ook ontlastende middelen.

In de twintig volgende jaren zijn benzodiazepinen (de kalmerende middelen) een vaste factor in mijn dagelijks leven geweest. Sommige artsen hamerden op afbouwen, andere waren vlotte voorschrijvers. En ik? Ik durfde niet meer zonder en leerde strategieën om telkens toch dat receptje te krijgen. Tuurlijk wist ik dat ik er afhankelijk van was geworden, en realiseerde ik me dat geen enkele van deze pillen bedoeld was voor langdurig gebruik. Maar ze boden houvast, waren mijn dempers als het leven me overspoelde.

Toen ik bij mijn huidige behandelaars aanklopte noemde ik 'medicijnen afbouwen' als een van mijn doelen. Heel eerlijk: ik zei het vooral om over te brengen dat ik gemotiveerd genoeg was.
Uiteindelijk werd het toch een onderwerp waar ik met mijn huidige GGZ-arts over praatte. Stilaan merkte ik ook dat het toch wel een wens was. Om praktische redenen, bijvoorbeeld omdat ik graag ooit een rijbewijs wil halen. En om de grote frustratie dat ik ook met grote hoeveelheden paardenmiddelen slapeloos bleef. Mijn systeem reageert nauwelijks meer op middelen die eindigen op -pam.
Dat ik afhankelijk (een eufemisme voor gewoon hartstikke verslaafd) ben geworden staat als een paal boven water. Al bij het ontbijt slik ik een dosis om te voorkomen dat ik ga trillen of andere onttrekkingsverschijnselen krijg. En mijn lijf geeft steeds vroeger aan dat het tijd is voor de volgende pil. Dingen waar je me zelden over hoort, simpelweg omdat ik me er heel erg voor schaam. Het mag dan het initiatief van een psychiater zijn geweest om te beginnen, ik heb het toch echt zelf mede in stand gehouden.

De afgelopen tijd heb ik geprobeerd mijn slaapmedicatie af te bouwen. Ben me kapot geschrokken van de heftige fysieke reacties op piepkleine minderingen. Ik ben het veel minder de baas dan ik dacht. En dat past niet meer in het herstelproces waar ik zo hard aan werk.
Uiteindelijk ben ik met m'n arts om de tafel gaan zitten. In overleg met verslavingszorg ontstond er een plan om onder begeleiding niet alleen te minderen, maar om de hele verslaving (geleidelijk) de deur uit te werken. Ik heb er een tijd over nagedacht en gisteren heb ik ja gezegd. Op dit punt in mijn leven én met de goede vertrouwensrelatie met de arts is dit de stap die ik wil zetten.
Het wordt een flink traject en het houdt ook in dat ik voorlopig stop met de traumaverwerking. Eén proces in uitvoering is meer dan genoeg.

Ik heb hoop en vertrouwen, maar ik ben ook ontzettend bang.
Op de vraag of ik al ontlasting heb gehad kan ik nu ja zeggen. Zeven kleuren stront.


woensdag 23 augustus 2017

Helpende handen

De kamer is licht en wit, de sfeer vriendelijk en veilig. Ik lig op een massagetafel en ik ben helemaal ingepakt in lakens en een dekbed. Een kruik leunt tegen mijn voeten en een plak warme bijenwas bedekt mijn onderrug. Ik voel de warmte en ruik kruidige massageolie. Ik ben compleet ontspannen en doezel wat weg. Ik voel verdriet, op een kalme manier.

Vlak naast me gaat een wekkertje af. Ik reik ernaar en zet het uit. Langzaam kom ik overeind en pel mezelf uit alle lagen los. Telkens komt het beeld van een vlinder in me op, een vlinder die uit haar cocon tevoorschijn komt.
Ik gaap, trek mijn shirt weer aan en vouw de lakens op. Dag kamer, denk ik, misschien zien we elkaar later weer.

Eenmaal buiten kost het me moeite om bij het gebouw weg te lopen. Het is zo'n fijne plek, er is zoveel moois gebeurd hier.

Eind vorig jaar was ik hier voor het eerst. Mijn hulpvraag: meer contact met mijn lichaam, aarden en ondersteuning van mijn proces in traumaland.
Dat was een enorme stap voor mij, want aangeraakt worden door een onbekende vind ik op z'n minst lastig.

In de eerste sessie deden we wat oefeningen. Ik schrok toen ik over een lijn moest lopen en bijna omviel. Duidelijker had mijn lijf het niet aan kunnen geven, ik was mijn evenwicht letterlijk en figuurlijk kwijt.

Later begonnen we voorzichtig met aanraken. Ik op mijn buik op de massagetafel, zij ernaast. Ze vroeg me waar ik haar aanraking kon toelaten. Mijn kuiten, dat was okay.
Ze vertelde bij elke beweging waar ze stond en wat ze ging doen. Ze vroeg of ik haar hand kon voelen en wat ik voelde. Voel je warmte, voelt het anders als ik mijn hand wat opschuif?
Ze rondde het af met het vasthouden van mijn voeten. Daarna pakte ze me in. Mijn eigen handdoek over me heen, een plak bijenwas op mijn rug en een kruik bij mijn voeten. En daaroverheen een wat zwaarder dekbed. Wederom heel zorgvuldig vragend of het goed voelde en heel precies beschrijvend waar ze stond en wat ze deed. Dat voelde veilig.
We spraken af elkaar de volgende week weer te zien, waarna ze een wekkertje naast me zette en de kamer uit ging. Ik mocht na-rusten.

Tijdens dat rusten voelde ik wat ik in elke komende sessie zou voelen. Een diepe ontspanning, emoties als verdriet en dankbaarheid. En heel veel troost. Het was zo bijzonder om even niet door te bikkelen, nu juist even verzorgd te mogen worden. Dwars door alle lagen 'ik' heen kwam het terecht bij het gebroken kind in mij.

In volgende sessies was er steeds meer aanraking. Ik was verbaasd hoe gemakkelijk dat ging. Voelde me zo veilig bij haar dat ik op een gegeven moment aan durfde te geven dat ik behoefte had aan huidcontact, dus niet door mijn kleding heen.

Van voelen en ervaren gingen we steeds meer richting massages. Ingepakt met alleen het stuk huid bloot waar ze mee bezig ging. Misschien klinkt het raar, maar toen ik het fijn begon te vinden blokkeerde ik even, dat was een grens met een oordeel eraan vast. Binnen deze veiligheid heb ik ook die grens over kunnen gaan. Het contact voelde ook zonder veel woorden heel goed. Ze voelde me zo goed aan en deze behandeling sloot naadloos aan bij wie ik ben en wat ik voel.

Het was helend deze behandeling, zoveel meer dan ik had verwacht. Een grote factor in het (ver-)dragen van het traumaproces, en met het verwerken van alles wat loskwam. Bakken verdriet dienden zich aan tijdens het na-rusten, ik heb op die tafel dingen dieper kunnen voelen en ook dieper kunnen verwerken.

Er is iets ontstaan in die maanden, ik ben zachter geworden voor mijn lichaam en respecteer het ook meer dan voorheen. Mijn levenslange boosheid op dat lijf laat ik stukje bij beetje varen. Ook dankzij de andere therapie, waarin ik inzicht in die boosheid heb gekregen. Ik was boos omdat mijn lijf zo goed meewerkte tijdens het misbruik. Verstandelijk wist ik al dat dat heel normaal is, maar nu kan ik het ook voelen en accepteren.

De behandeling bij deze therapeute (antroposofische fysiotherapie) heb ik inmiddels afgerond, dat voelde logisch. Ik heb die stap van afscheid zelf gemaakt, echt vanuit m'n gevoel. En merkte dat er daardoor ook geen verlatingsangst opkwam.
Het is ook fijn om te weten dat ik terug mag komen als ik daar behoefte aan heb.

En op dit moment heb ik een pauze in de andere therapie. Tijd om te bezinnen en te voelen waar ik naartoe wil, wat er nodig is. Valt perfect samen met de retraite die ik binnenkort mag doen.
Eerst uitrusten nu, dat heb ik verdiend (zo, wat is dat eng om te zeggen!).

dinsdag 23 mei 2017

Mini (up-)date

Het leven gaat in stapjes momenteel, en daar krijg ik steeds meer vrede mee.
Ik kook weer wat uitgebreider, maar kies gerechten die ik in de loop van de dag voor kan bereiden. Piepers laten zich ’s morgens vroeg ook prima schillen, heb ik gemerkt. Heus!
Op dagen dat ik ontspannen ben probeer ik graag iets nieuws. Liefst als ik alleen thuis ben.

En vandaag voor het eerst in tijden zelfstandig naar therapie gereisd. Vooraf grondig gepland: lijstje gemaakt van de te zetten stappen van kwartier tot kwartier (normaal schakel ik daar Albert live voor in, maar die was de deur al uit).
Afspraak met mezelf om na therapie de winkelstraat te vermijden (‘o, leuke kaarten, even kijken kan best. En hee, mooi boek, even bladeren. Kan best nog even de Hema in’ etc etc totdat ik overprikkeld en dissociërend in de bus beland).
Het reizen ging goed, het gesprek was fijn. Een week pauze om recente ontwikkelingen te laten landen, daarna weer dagelijks aan de slag met het grote enge avontuur dat traumaverwerking heet.

En eenmaal thuis mocht alle planning overboord. Heel wild gedineerd met ontbijtgranen en in no time een spoor van koffiekopjes, losse sokken en kruimels gecreëerd.
Structuur zal nooit mijn vriendje worden. Af en toe een date is meer dan genoeg. Vindt m’n man ook.