Ik ben Xamantha, 40 jaar, en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 4 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


woensdag 21 maart 2018

Schijn?

Ik ben zo bang, benzobang misschien wel.
Wat als onder de medicijnverslaving mijn oude, zieke ik verborgen ligt, compleet met oude denkpatronen, oud gedrag? Wat als ik weer een crisisdienstdraaideurcliënt word, of het eigenlijk al die tijd gebleven ben? Wat als ik weer word wie ik niet meer wil zijn, wat als de vooruitgang een rookgordijn van valse hoop blijkt te zijn?

dinsdag 20 maart 2018

En jij dacht dat je van me af was?

De wekker gaat; nog anderhalf uur voordat ik de deur uit moet. Liever vroeg op dan moeten haasten, want haast brengt vaak paniek met zich mee. En paniek is niet leuk.

Ik douche, kleed me aan, neem mijn pillen en eet een kommetje prut met zemelen. Smoothies zijn goed in te vriezen, maar ze komen wel als papjes uit de vriezer. Best prima eigenlijk, nu ga ik ervoor zitten in plaats van het achterover te slaan in de keuken. Ik probeer te proeven wat er in dit oranje papje zit. Ik proef pompoen, gember, sinaasappel en speculaaskruiden. Er zit vast ook wortel in.

Check, check, dubbelcheck: zit alles in mijn tas? M'n flesje water, pakje shag, portemonnee, kauwgom, telefoon. Eén tabletje xanax voor als de nood echt hoog wordt.

Jas aan, tas mee, fiets van het slot. Even de schuur in om Buitenpoes Bram te voeren. Handschoenen? Ja, doe maar.
Ik ga op pad richting bushalte. Hopelijk staat er niemand die een praatje wil maken.

Even later ben ik weer thuis en sta ik bij de achterdeur te kloten met m'n sleutels. Mijn adem giert, mijn handen trillen. Eigenlijk trilt alles. Ik vloek.
Binnen. En nu?
Wat moet ik, wat wil ik? Ik sta bevroren in de gang. Ik hoor mezelf roepen en weet eigenlijk niet of het geluid wel uit mijn mond komt. Soms klinkt roepen als fluisteren, of is het alleen maar binnenshoofds.

Albert is er. Met een hand op mijn rug leidt hij me de woonkamer in, naar mijn stoel.
Wat er gebeurd is, vraagt hij. Ik heb werkelijk geen flauw idee. Ik weet dat ik op pad ging en ik weet dat ik nu weer thuis ben. De rest is weg.
Xanax. Jas uit. Roken. Pijn in m'n spieren, vooral borst en middenrif. Al rokend krijg ik grip op mijn ademhaling. Hijgend roken gaat nou eenmaal niet.

We proberen te achterhalen wat er gebeurd kan zijn. Verder dan 'er moet een trigger zijn geweest' komen we niet. De tijd is weg en er zit een gat in mijn geheugen.
Al snel geven we het op, dit is zinloos. De zwarte gaten in mijn hoofd geven zelden hun inhoud vrij. Blijkbaar was er iets dat mijn hoofd als zo ernstig classificeerde dat het weggemaakt moest worden. Er zal niets traumatisch gebeurd zijn daar; ik heb waarschijnlijk een geur geroken, een bepaald soort geluid gehoord of iemand gezien die me herinnerde aan iets heel erg naars.

Moe, overweldigend moe.
Ga maar naar bed, zegt Albert, dan zeg ik je afspraak af.

Het ontwaken doet pijn. Letterlijk, in al m'n spieren. Mijn lijf is compleet verkrampt geweest. Figuurlijk, omdat ik de gebeurtenissen van deze ochtend voorbij zie komen. Ik voel me boos en teleurgesteld.
Ik heb nog wel paniekaanvallen, maar dissociëren doe ik tegenwoordig netjes thuis, waar het veilig is, waar het kan. Buitenshuis ben ik enorm alert op signalen en zie ik het aankomen, kan ik er meestal ook naar handelen. Als Albert erbij is ziet hij het nog wat eerder, maar zelf kom ik nu ook al een heel eind.
Zo heftig als dit komt het eigenlijk nauwelijks meer voor. En ik heb het blijkbaar niet aan zien komen. Daar zit die teleurstelling.

Albert is nu op z'n werk en ik doe mijn eigen werk: ik schrijf om alles op een rijtje te krijgen en om mijn emoties wat te temmen, te relativeren. De wereld is niet vergaan, ik ben alleen maar in paniek geweest. En in die toestand heb ik de weg naar huis weten te vinden; ook dat is wel eens anders geweest.

Ik ga wat te eten maken en afleiding zoeken.
Ik probeer de holle lach in mijn achterhoofd te negeren: "en jij dacht dat je van me af was? Ha!".

Morgen weer een dag en weer een afspraak. Dan gaat het beter, dan gaat het echt beter.

dinsdag 6 maart 2018

Keerzijde

Voor het eerst loop ik nu tegen de keerzijde van geleidelijk en traag afbouwen aan: er is alle ruimte voor gevoel en gedachten over dat proces.
Er is paniek ontstaan, paniek die telkens weer opduikt. Paniek die zegt dat ik gek ben om hiermee door te gaan, paniek die gilt dat ik straks op eigen kracht verder moet en dat ik die kracht niet heb. Paniek die zelfs suïcidale gedachten met zich meebrengt. Paniek die foetert dat ik hier nooit aan had moeten beginnen.

De start van het afbouwen was akelig, maar nu ik in heel kleine stapjes af kan bouwen merk ik vaak weinig van een verlaging. Op de opnieuw getriggerde eetverslaving na gaat het fysiek prima, dit afbouwen.

Misschien hoort het erbij, is het onderdeel van het proces, maar het maakt me zo verschrikkelijk bang. Geen faalangst, maar angst omdat ik vind dat ik faal. Ik zou dankbaar moeten zijn (dat ben ik wel, maar ik zou er niet over moeten klagen), ik zou me niet zo aan moeten stellen. Er zijn me gruwelijk veel mensen voorgegaan, de meeste in grote harde stappen. Cold turkey zelfs. En dan zit ik te miepen over dat kleine beetje dat er telkens af gaat.

Mijn pillendoos is op sommige momenten voller dan hij ooit was, puur door de constructie met halve milligrammen. Maar waar mijn ogen zich soms nog wel lieten foppen door aantallen (bij afbouwpoging 1 vroeg ik om tabletten in lagere dosering ipv pillen te moeten halveren. Dan lijkt het meer): deze keer werkt het niet.

Ik vind echt en oprecht dat ik me aan zit te stellen. Dat een blogpost als deze belachelijk is. En hoewel mijn ratio tegensputtert, denk ik dat iedereen het met me eens zal zijn. Aansteller, klager, slachtofferrol, aandachttrekker, loser!

Ik weet even niet meer hoe ik verder moet.
Vanmiddag overleg met de GGZ-arts. Ik hoop dat ik onder woorden kan brengen wat ik voel. En dat we samen een gat in de paniek kunnen slaan en naar mogelijkheden kijken.
Want hoe klote ik me ook voel, hoe graag ik mijn oude pillen+verslaving weer terug wil: ik hou vol. Echt. Op dit moment niet voor mezelf, maar voor de mensen die me helpen.

Iemand nog trek in een pilletje? ;)





woensdag 31 januari 2018

Lijfwacht

Ik ben op weg naar de 2.0 versie van mezelf en die upgrade heeft flink wat voeten in de aarde. De ene keer zakken mijn voeten weg in de modder en wordt alles traag en moeizaam, de andere keer zweef ik een stukje boven die aarde en voel ik me onveilig en labiel.
Ik zoek naar balans. Mijn lijf ook.

Dinsdag was ik weer bij de fysiotherapeute en kreeg ik een heel fijne rugmassage. Ik merkte dat ik niet meer zo'n gevecht hoefde te leveren om mijn gedachtenstroom los te laten. Om echt aanwezig te blijven en te voelen met mijn huid, in plaats van zinnetjes in mijn hoofd te produceren als 'dit is fijn' en het eeuwige 'laat los, laat gaan, ontspan'. Dat dat laatste zinnetje precies het tegenovergestelde effect heeft hoef ik niet uit te leggen denk ik.
Ik kon haar handen voelen en eigenlijk voor het eerst de dialoog die mijn lijf met die handen voerde. Adem die heel even stokt, een rilling, de warmte door heel mijn lijf voelen stromen.
En nog iets, voor mij heel groot: in de vorige reeks behandelingen ging zij de kamer uit als ik een kledingstuk uit ging trekken. Dan ging ik alvast op de tafel liggen met mijn grote badlaken over me heen.
De laatste keer durfde ik mijn broek uit te doen waar ze bij was. En deze keer mijn bovenkleding. Eventjes de gedachte aan het beeld dat ik heb van mijn bovenlijf (geen prettig beeld), maar het lukte. Ik ging liggen, zij bedekte me en ik liet het los.
Ik ben zo blij met deze behandelingen, en blij met haar. Als ze me ophaalt uit de wachtruimte is er oogcontact en voel ik hoe oprecht ze zegt dat het fijn is dat ik er ben.

Ik ben aangekomen sinds ik met het afbouwen van m'n pillen ben begonnen. Gestopt met de hometrainer, de rem op emotie-eten losgelaten. Dat mocht ik van mezelf, een poosje. Ik had het fysiek en mentaal zwaar genoeg. Maar het poosje duurt al even en het afbouwen zou zomaar nog een half jaar kunnen duren.
Op dit moment heb ik een heel zwak smoesje om de hometrainer te vermijden: de kerstboom staat op de hometrainerplek. Jep, de boom staat er nog. Eens kijken of we dit jaar een record kunnen halen.
Ik moet een knop om gaan zetten en weer beter voor m'n lijf (ik typte 'lijk', zou het freudiaans zijn?) zorgen.
Met een deel ben ik al begonnen: ik ontbijt met zelfgemaakte smoothies. Eerst van de diepvriespakketjes die AH verkoopt. Hartstikke lekker, maar een bom van calorieën/koolhydraten. Niet zo best voor een diabeet.
Dus ik heb me erin vastgebeten en ben op onderzoek gegaan. Ik leerde dat groene smoothies niet altijd groen van kleur zijn, maar dat het aangeeft dat er veel groente in zit. Wat er nu in mijn ontbijtglas zit is groente met een klein beetje fruit, genoeg om het lekker te maken. En dan havermout of lijnzaad erdoor om zonder trek de lunch te bereiken. De lekkerste maakte ik gisteren, van paarse peen, gember, zwarte bessen, wat hazelnoten, gemalen kruidnagel en kaneel.
Het is veel werk en dat is op dit moment een pluspunt. Afleiding, bezig zijn, creatief zijn met smaakcombinaties. Ik vries het in kleine porties in. Hoef ik 's avonds alleen maar zo'n portie in een glas te doen en haal ik 's ochtends m'n ontbijtje zo uit de koelkast.

Het afbouwen vreet trouwens energie. Er gaat om de dag 0.5mg diazepam af. Dat is heel weinig, maar mijn lijf heeft het soms moeilijk om aan dat kleine verschilletje te wennen. En dat maakt moe, heel moe. Zelfs nu mijn nachten weer wat meer gevuld zijn met slaap, doe ik overdag een dutje om niet direct na het avondeten naar bed te hoeven.

Om af te sluiten: mijn slaap is veranderd. Ik ben een dromer, dag en nacht. Maar normale dromen had ik eigenlijk al jaren niet meer, haast alleen maar nachtmerries.
Ik denk dat er 2 eigenschappen van mijn voormalige slaappil bij betrokken waren: de slaap was vrij kunstmatig en het middel dat ik gebruikte doet iets met je geheugen. Noem het gerust geheugenverlies. Ik vermoed dat er echt wel dromen waren (minder frequent misschien), maar dat ik ze simpelweg niet onthield.
Ik word nu 's ochtends of tussendoor weer wakker met de vreemdste taferelen op mijn netvlies, die ik gedurende de dag steeds beter kan duiden. En dat is fijn!

zondag 21 januari 2018

Vandaag is niet zo'n dag

Het afbouwen gaat beter. Kalmer, met minder vrees en meer vertrouwen. Minder klachten ook, er zijn zelfs dagen dat ik er niets van merk. Dat vertelde ik mijn arts ook toen ik haar aan de telefoon had, afgelopen vrijdag. We gaven elkaar (in mijn beleving) een telefonische high five.
Het is fijn om te voelen dat het ook gewoon goed kan gaan.

Vandaag is niet zo'n dag. Ik voel me ellendig. Moe, ondanks een goede nacht. Somber, zomaar, over alles. Pijn in m'n lijf, in m'n hart, levenspijn.
Ging het te goed, is dit een straf van binnen uit? Is het omdat we er gisteren op uit zijn geweest, het fijn hebben gehad, maar ik daar gewoon nog moe van ben? Is het het vorige afbouwstapje dat van zich laat horen?
Het is het allemaal denk ik.

Ik wil naar bed, me met een kruik en een kat oprollen tot een bolletje en het rotgevoel wegslapen.
Vandaag kies ik ervoor om het te verdragen. 


Ik besloot te doen wat soms helpt: een maaltijd voorbereiden die een hoop voorwerk vraagt. Er stond een lekkere curry met pompoen op het programma. Ik had de pompoen al flink geschrobd en pakte het mes om 'm te slachten toen ik me realiseerde dat ik geen yoghurt en banaan in huis heb. Niet essentieel, wel heel jammer. En dan weet ik dat ik de hele maaltijd ga zitten mopperen in plaats van genieten.

De pompoen wordt nog even gespaard, er ligt een zelfgemaakte lasagne in de vriezer.


Soms vind ik het lastig dat mijn arts het traject zo draaglijk mogelijk wil maken, dat ze zo voorzichtig is. Blijkbaar vind ik zelf dat ik wat meer zou moeten lijden of zo. En dat het door die kleine stapjes zo'n lang proces zal zijn. Nog heel wat maanden voor de boeg.
Maar ik snap het en waardeer het: ze wil me helpen volhouden.

Ik ga het ook volhouden. En ik accepteer, al is het onder enig mentaal protest, dat er dagen als deze zijn. Dagen om uit te zitten.

donderdag 11 januari 2018

Koesterkatten

MIAAAUWWW!
Ik zat achter m'n bureau toen het harde, hoge geluid mijn oren bereikte. Een dier in nood. Er bestaan weinig andere geluiden die zo onder je vel kruipen.

In dit geval zou het goed nieuws kunnen zijn.
Dat was het: de kleine zwerfkat zat in de vangkooi die we hadden laten plaatsen. Ze was er slechter uit gaan zien en we wilden haar helpen een thuis te vinden.
We belden de dierenambulance. Ze waren bezig met een spoedgeval, maar zouden direct daarna kooi plus kat op komen halen.
De kat was compleet in paniek en haar pootjes waren bebloed van het proberen te ontsnappen. Leg maar een doek over de kooi, zei de medewerker die we spraken, dan wordt ze hopelijk wat rustiger.
Ik ging naast de kooi op de grond zitten, sprak zachtjes wat geruststellende woorden en bleef toen in mijn hoofd een mantra herhalen: je bent veilig, alles komt goed.
Bram als zwerver
Ik maakte mijn hoofd leeg en zette mijn hart open.

Na een medische check, een sterilisatie, een chip en een paar dagen asiel werd ze teruggebracht. In het asiel hadden ze niet de tijd en mankracht om haar te socialiseren. Ze waren er ook niet zeker over of ze plaatsbaar zou kunnen worden.
Mijn hart brak toen ze los werd gelaten in onze tuin en direct een dikke struik in vluchtte. We beloofden haar te voeren en een oogje in het zeil te houden.

Vanaf dat moment zetten we schoteltjes voer neer bij de struik waar ze zich had gevestigd, elke keer rustig tegen haar pratend zodat ze aan onze stemmen kon wennen.
Ze wende. Vanaf een afstand zagen we haar uit de struik kruipen, het voer naar binnen schrokken en direct de veiligheid van de struik weer opzoeken.
Na een tijd ben ik op een meter afstand van de struik op de grond gaan zitten als ik eten neer had gezet. Eerst stil, later zachtjes mijn mantra herhalend. Je bent veilig, het komt goed.

Het vertrouwen groeide. Ze kwam soms naar me toe en gaf me kopjes, cirkelde zelfs om me
Met Bram in de schuur
heen als ik daar op mijn hurken zat. Voorzichtig liet ze soms toe dat ik haar aanraakte. Dat kwam me vaak op een mep te staan, waarna ze ineen kroop alsof ik haar zou gaan slaan. Ik kan het prima hebben om gekrabd of gebeten te worden, zeker als dat uit angst voortkomt.
Ik legde een kussen onder het afdakje bij de struik om zelf wat comfortabeler in kleermakerszit te zitten. Ik kreeg nog steeds kopjes en op een gegeven moment mocht ik haar aaien.
En toen was er een moment waarop ze zomaar op mijn been klom en zich tussen mijn benen nestelde. Heel even, maar elke dag een stukje langer tot ze spinnend in slaap viel. Ze had het begrepen: ze was veilig.

Toen het kouder werd hebben we een leunstoel in ons schuurtje gezet, vlak naast het afdakje. En ook daar kwam ze, na een paar dagen aarzelen, op schoot zitten. Een binnenkat zal ze niet worden, maar ze heeft bij ons wel haar thuis gevonden.
Inmiddels ligt er een dikke wollen deken op de stoel, hebben we een kacheltje aangeschaft en een speciale kruik die meer dan tien uur warm blijft.
Het gaat goed met haar. Ze ziet er gezond uit en reageert blij miauwend als ze ons ziet. Het is een ritueel geworden dat ik 's avonds nog een hapje kom brengen en we drie kwartier knuffelen op de stoel.

Niet alleen Bram is gebaat bij onze band, mij doet het ook enorm goed om te mogen zorgen voor zo'n kwetsbaar wezentje. Ik kan mijn zorgbehoefte en moederlijke gevoelens bij haar kwijt; het is troostend en helend om haar warmte te voelen tegen mijn buik en mijn hart.

Bram is niet de eerste kat die me geholpen heeft in een moeilijke periode.
Vier jaar geleden werd mijn oogappeltje Munchkin recht voor ons huis doodgereden. Die gebeurtenis ontwrichtte me en ik zakte weg in een depressie. Heel even heb ik me toen laten opnemen, maar al na een dag realiseerde ik me dat ik thuis wilde zijn met mijn verdriet. Dat Albert en ik elkaar daarin nodig hadden.

Rachie in het asiel
Een paar maanden later, het verdriet was nog hevig aanwezig, zag ik een oproepje op Facebook. Een doodsbang koppie keek me met grote ogen vanaf een foto aan. Het was een vriendelijk beestje, schreef het asiel erbij, maar heel moeilijk plaatsbaar omdat hij zo bang was. Wat hij nodig had was een plek waar hij zichzelf mocht zijn, bij iemand die veel geduld en liefde kon geven.
Rationeel was het voor mij veel te vroeg om al een nieuwe kat in ons poezenhuishouden op te nemen, maar mijn hart nam het voortouw en samen met een vriend haalde ik het beestje op. In de auto gaf hij een indrukwekkend concert van diep gebrom, jammerende geluidjes en geblaas. Dit is een van de redenen waarom hij nu Rachmaninov heet, Rachie voor intimi.



Hij was inderdaad doodsbang. Toen ik de mand opende in de kamer die voorlopig zijn terrein zou zijn schoot hij onder het bed, achter een stapel dozen. We zorgden voor harde brokjes, water en zachtvoer, zetten een kattenbak in de kamer. Ik praatte nog even tegen hem: je bent veilig, het komt goed. Daarna hebben we hem met rust gelaten.
De volgende dag was het voer onaangeroerd, maar lag een kleed dat over een stoel hing op de grond. Zou hij in paniek zijn geweest?
Ik ben in 'zijn' kamer gaan zitten en las hem voor. Niet te hard, niet te lang, maar genoeg om hem een beetje aan mijn stem te laten wennen. Ik heb er ook rustig een tijdje zitten schrijven.

Toen we 's avonds in bed lagen hoorden we trippelende pootjes vanuit de aangrenzende kamer. Het klonk zelfs als rennen.
De volgende ochtend lag het kleed weer op de grond en was er een speeltje verplaatst. Hij speelde!
We maakten wat meer ruimte voor hem vrij en ik probeerde hem te lokken met een speeltje aan een hengel. Heel zachtjes en voorzichtig, ik wilde hem niet bang maken. Totdat ik per ongeluk een wat snellere beweging maakte en er een pootje onder het bed uit kwam. Hij schrok er zelf van en verstopte zich weer, maar vanaf dat moment kon ik contact met hem maken door te spelen. Het speeltje aan de hengel liet ik steeds iets dichter bij mijn benen komen. Uiteindelijk liet ik het speeltje over mijn benen gaan en durfde hij over mijn benen te lopen om het te pakken. Mijn benen zaten in die periode onder de rode plekjes van zijn nageltjes. Ik weet nog dat ik bij de diabetesverpleegkundige mijn broek moest laten zakken en zij verschrikt naar mijn benen keek. Het viel gelukkig goed uit te leggen.

Rachie was in die tijd een van de weinige factoren waar ik mijn bed voor uitkwam. Hij gaf me structuur en gaf mijn dagen kleur. Natuurlijk ging mijn depressie hier niet van over, maar mijn
Rachie nu
stemming verbeterde aanzienlijk. Misschien hadden we hem toch Prozac moeten noemen...

Jullie hebben elkaar gered, zegt Albert soms. Redden is een groot woord, maar dat we elkaar geholpen hebben staat vast.

Er is iets heel bijzonders in mijn band met dieren (en dat zal voor de meeste dierenliefhebbers gelden). Het is vriendschap zonder oordeel, het vraagt om een heel andere houding dan de omgang met mensen.
De spreuk 'hoe meer ik de mens leer kennen, hoe meer ik van dieren houd' onderschrijf ik niet. Ten eerste is het niet te vergelijken en ten tweede heb ik een aantal heel lieve mensen om me heen. Maar contact met dieren gaat me wel veel beter af.

Mijn punt is wel gemaakt denk ik, maar ik wil nog wel graag benoemen dat er meer van dit soort koesterkatten in mijn leven zijn geweest waar ik net zo'n bijzondere band mee had als met Bram en Rachie.

dinsdag 9 januari 2018

Afbouwavontuur, een overzicht

Het stuk dat ik aan het schrijven was over afbouwen is inmiddels ingehaald door nieuwe ontwikkelingen. Zal ik eens proberen of ik een kort overzicht kan schrijven?

De opbouw richting afbouw was zwaar..
Ik startte met een hoge dosis diazepam, die mijn andere pammetjes vervangt. Van de ene verslaving in de andere, maar met een reden: diazepam breekt trager af in je lijf, zodat afbouwen minder schoksgewijs gaat. Zou moeten gaan.
De dosis werd verhoogd toen er toch heftige onttrekkingsverschijnselen optraden.
Na een tijd stabiliseerde ik.

Half pilletje eraf. Bam, daar lag ik weer. Doorbijten, vond ik. Een andere methode zoeken, vond mijn arts. Met op maat gemaakte pillen, waarbij in elk pilletje ietsje minder diazepam zit. Nog minder schoksgewijs dus.
Moeten we daar niet even mee wachten, vroeg ik. Nee, zei zij. Haar ervaring leerde dat er een reële kans was dat ik het bij elke mindering zo zwaar zou krijgen. Het afbouwen is een langdurig proces en dat moet wel vol te houden zijn.
Nee, zei mijn verzekeraar. Geen vergoeding.

Een vriendin tipte me: praat eens met je eigen apotheker. Geen probleem, zei de apotheker, ik kan capsules voor je maken met een heel lage dosering erin. Aan de hand van een schema kun je dan zelf je dosering samenstellen. Een hele puzzel, maar ik heb een partner die goed is in puzzelen, rekenen en in medicijnen uitzetten.

De tijd die vooraf ging aan het starten met deze methode was ronduit kut. Een (te) hoge dosering van een middel is wel tijdelijk te verdragen, maar eist zijn tol als het te lang duurt. Ik liep rond als een zombie, had veel geheugenklachten, botste overal tegenaan en, de ergste factor in dit geheel: ik verkeerde in een constante toestand van agitatie. Ik was mezelf compleet kwijt.

Afijn, vandaag is het 14 dagen geleden dat ik startte met deze methode. Kalmpjes aan heb ik genoeg afgebouwd om op een stabiel niveau te belanden, merkte ik een dag of 5 geleden. Ik werd weer kalm, kon weer lezen en was weer meer mezelf. Een toestand om bewust van te genieten, want ook dit zou weer voorbij gaan.
Genoten heb ik! Op zaterdag lukte het om een middag met vrienden door te brengen en ontspannen te blijven. Daarnaast ook de paddenstoelenkraam op de markt geplunderd en daar op zondag een verrukkelijke soep van gemaakt (van de paddenstoelen, niet van de kraam).

Gisteren merkte ik voor het eerst dat het afbouwen nu echt is begonnen. Trillen, last van allerlei spieren, misselijk en huilerig. Braken. En ik had het koud, zo koud. Rond 20.30u lag ik in bed en sliep vrijwel meteen. Rond 23u kwam Albert thuis en wekte me even voor nachtmedicatie en insuline. Nog wat gelezen en voor mijn doen weer vrij snel in slaap gevallen.

Vroeg wakker vandaag. Meteen maar opgestaan. Ik voel me niet veel beter dan gisteren, wel een klein beetje. Tegen heug en meug een groene smoothie met flink wat havermout erin naar binnengewerkt en hoera, ondanks de misselijkheid lust ik weer koffie (de kop thee waar ik mee startte was lekker, maar ik had toch wel behoefte aan koffie).

Straks een belafspraak met de arts. Mocht ik me dan wat slechter voelen dan nu vraag ik om een dagje respijt, en anders houd ik het schema aan en gaat er morgen weer een halve milligram af.

De reis is nu echt begonnen. Angst en vertrouwen wisselen elkaar af.
Ik hoop dat het mee zal vallen, de komende maanden. Fingers crossed.