Ik ben Xamantha, 40 jaar, en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 4 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


woensdag 31 januari 2018

Lijfwacht

Ik ben op weg naar de 2.0 versie van mezelf en die upgrade heeft flink wat voeten in de aarde. De ene keer zakken mijn voeten weg in de modder en wordt alles traag en moeizaam, de andere keer zweef ik een stukje boven die aarde en voel ik me onveilig en labiel.
Ik zoek naar balans. Mijn lijf ook.

Dinsdag was ik weer bij de fysiotherapeute en kreeg ik een heel fijne rugmassage. Ik merkte dat ik niet meer zo'n gevecht hoefde te leveren om mijn gedachtenstroom los te laten. Om echt aanwezig te blijven en te voelen met mijn huid, in plaats van zinnetjes in mijn hoofd te produceren als 'dit is fijn' en het eeuwige 'laat los, laat gaan, ontspan'. Dat dat laatste zinnetje precies het tegenovergestelde effect heeft hoef ik niet uit te leggen denk ik.
Ik kon haar handen voelen en eigenlijk voor het eerst de dialoog die mijn lijf met die handen voerde. Adem die heel even stokt, een rilling, de warmte door heel mijn lijf voelen stromen.
En nog iets, voor mij heel groot: in de vorige reeks behandelingen ging zij de kamer uit als ik een kledingstuk uit ging trekken. Dan ging ik alvast op de tafel liggen met mijn grote badlaken over me heen.
De laatste keer durfde ik mijn broek uit te doen waar ze bij was. En deze keer mijn bovenkleding. Eventjes de gedachte aan het beeld dat ik heb van mijn bovenlijf (geen prettig beeld), maar het lukte. Ik ging liggen, zij bedekte me en ik liet het los.
Ik ben zo blij met deze behandelingen, en blij met haar. Als ze me ophaalt uit de wachtruimte is er oogcontact en voel ik hoe oprecht ze zegt dat het fijn is dat ik er ben.

Ik ben aangekomen sinds ik met het afbouwen van m'n pillen ben begonnen. Gestopt met de hometrainer, de rem op emotie-eten losgelaten. Dat mocht ik van mezelf, een poosje. Ik had het fysiek en mentaal zwaar genoeg. Maar het poosje duurt al even en het afbouwen zou zomaar nog een half jaar kunnen duren.
Op dit moment heb ik een heel zwak smoesje om de hometrainer te vermijden: de kerstboom staat op de hometrainerplek. Jep, de boom staat er nog. Eens kijken of we dit jaar een record kunnen halen.
Ik moet een knop om gaan zetten en weer beter voor m'n lijf (ik typte 'lijk', zou het freudiaans zijn?) zorgen.
Met een deel ben ik al begonnen: ik ontbijt met zelfgemaakte smoothies. Eerst van de diepvriespakketjes die AH verkoopt. Hartstikke lekker, maar een bom van calorieën/koolhydraten. Niet zo best voor een diabeet.
Dus ik heb me erin vastgebeten en ben op onderzoek gegaan. Ik leerde dat groene smoothies niet altijd groen van kleur zijn, maar dat het aangeeft dat er veel groente in zit. Wat er nu in mijn ontbijtglas zit is groente met een klein beetje fruit, genoeg om het lekker te maken. En dan havermout of lijnzaad erdoor om zonder trek de lunch te bereiken. De lekkerste maakte ik gisteren, van paarse peen, gember, zwarte bessen, wat hazelnoten, gemalen kruidnagel en kaneel.
Het is veel werk en dat is op dit moment een pluspunt. Afleiding, bezig zijn, creatief zijn met smaakcombinaties. Ik vries het in kleine porties in. Hoef ik 's avonds alleen maar zo'n portie in een glas te doen en haal ik 's ochtends m'n ontbijtje zo uit de koelkast.

Het afbouwen vreet trouwens energie. Er gaat om de dag 0.5mg diazepam af. Dat is heel weinig, maar mijn lijf heeft het soms moeilijk om aan dat kleine verschilletje te wennen. En dat maakt moe, heel moe. Zelfs nu mijn nachten weer wat meer gevuld zijn met slaap, doe ik overdag een dutje om niet direct na het avondeten naar bed te hoeven.

Om af te sluiten: mijn slaap is veranderd. Ik ben een dromer, dag en nacht. Maar normale dromen had ik eigenlijk al jaren niet meer, haast alleen maar nachtmerries.
Ik denk dat er 2 eigenschappen van mijn voormalige slaappil bij betrokken waren: de slaap was vrij kunstmatig en het middel dat ik gebruikte doet iets met je geheugen. Noem het gerust geheugenverlies. Ik vermoed dat er echt wel dromen waren (minder frequent misschien), maar dat ik ze simpelweg niet onthield.
Ik word nu 's ochtends of tussendoor weer wakker met de vreemdste taferelen op mijn netvlies, die ik gedurende de dag steeds beter kan duiden. En dat is fijn!

zondag 21 januari 2018

Vandaag is niet zo'n dag

Het afbouwen gaat beter. Kalmer, met minder vrees en meer vertrouwen. Minder klachten ook, er zijn zelfs dagen dat ik er niets van merk. Dat vertelde ik mijn arts ook toen ik haar aan de telefoon had, afgelopen vrijdag. We gaven elkaar een telefonische high five.
Het is fijn om te voelen dat het ook gewoon goed kan gaan.

Vandaag is niet zo'n dag. Ik voel me ellendig. Moe, ondanks een goede nacht. Somber, zomaar, over alles. Pijn in m'n lijf, in m'n hart, levenspijn.
Ging het te goed, is dit een straf van binnen uit? Is het omdat we er gisteren op uit zijn geweest, het fijn hebben gehad, maar ik daar gewoon nog moe van ben? Is het het vorige afbouwstapje dat van zich laat horen?
Het is het allemaal denk ik.

Ik wil naar bed, me met een kruik en een kat oprollen tot een bolletje en het rotgevoel wegslapen.
Vandaag kies ik ervoor om het te verdragen. 


Ik besloot te doen wat soms helpt: een maaltijd voorbereiden die een hoop voorwerk vraagt. Er stond een lekkere curry met pompoen op het programma. Ik had de pompoen al flink geschrobd en pakte het mes om 'm te slachten toen ik me realiseerde dat ik geen yoghurt en banaan in huis heb. Niet essentieel, wel heel jammer. En dan weet ik dat ik de hele maaltijd ga zitten mopperen in plaats van genieten.

De pompoen wordt nog even gespaard, er ligt een zelfgemaakte lasagne in de vriezer.


Soms vind ik het lastig dat mijn arts het traject zo draaglijk mogelijk wil maken, dat ze zo voorzichtig is. Blijkbaar vind ik zelf dat ik wat meer zou moeten lijden of zo. En dat het door die kleine stapjes zo'n lang proces zal zijn. Nog heel wat maanden voor de boeg.
Maar ik snap het en waardeer het: ze wil me helpen volhouden.

Ik ga het ook volhouden. En ik accepteer, al is het onder enig mentaal protest, dat er dagen als deze zijn. Dagen om uit te zitten.

donderdag 11 januari 2018

Koesterkatten

MIAAAUWWW!
Ik zat achter m'n bureau toen het harde, hoge geluid mijn oren bereikte. Een dier in nood. Er bestaan weinig andere geluiden die zo onder je vel kruipen.

In dit geval zou het goed nieuws kunnen zijn.
Dat was het: de kleine zwerfkat zat in de vangkooi die we hadden laten plaatsen. Ze was er slechter uit gaan zien en we wilden haar helpen een thuis te vinden.
We belden de dierenambulance. Ze waren bezig met een spoedgeval, maar zouden direct daarna kooi plus kat op komen halen.
De kat was compleet in paniek en haar pootjes waren bebloed van het proberen te ontsnappen. Leg maar een doek over de kooi, zei de medewerker die we spraken, dan wordt ze hopelijk wat rustiger.
Ik ging naast de kooi op de grond zitten, sprak zachtjes wat geruststellende woorden en bleef toen in mijn hoofd een mantra herhalen: je bent veilig, alles komt goed.
Bram als zwerver
Ik maakte mijn hoofd leeg en zette mijn hart open.

Na een medische check, een sterilisatie, een chip en een paar dagen asiel werd ze teruggebracht. In het asiel hadden ze niet de tijd en mankracht om haar te socialiseren. Ze waren er ook niet zeker over of ze plaatsbaar zou kunnen worden.
Mijn hart brak toen ze los werd gelaten in onze tuin en direct een dikke struik in vluchtte. We beloofden haar te voeren en een oogje in het zeil te houden.

Vanaf dat moment zetten we schoteltjes voer neer bij de struik waar ze zich had gevestigd, elke keer rustig tegen haar pratend zodat ze aan onze stemmen kon wennen.
Ze wende. Vanaf een afstand zagen we haar uit de struik kruipen, het voer naar binnen schrokken en direct de veiligheid van de struik weer opzoeken.
Na een tijd ben ik op een meter afstand van de struik op de grond gaan zitten als ik eten neer had gezet. Eerst stil, later zachtjes mijn mantra herhalend. Je bent veilig, het komt goed.

Het vertrouwen groeide. Ze kwam soms naar me toe en gaf me kopjes, cirkelde zelfs om me
Met Bram in de schuur
heen als ik daar op mijn hurken zat. Voorzichtig liet ze soms toe dat ik haar aanraakte. Dat kwam me vaak op een mep te staan, waarna ze ineen kroop alsof ik haar zou gaan slaan. Ik kan het prima hebben om gekrabd of gebeten te worden, zeker als dat uit angst voortkomt.
Ik legde een kussen onder het afdakje bij de struik om zelf wat comfortabeler in kleermakerszit te zitten. Ik kreeg nog steeds kopjes en op een gegeven moment mocht ik haar aaien.
En toen was er een moment waarop ze zomaar op mijn been klom en zich tussen mijn benen nestelde. Heel even, maar elke dag een stukje langer tot ze spinnend in slaap viel. Ze had het begrepen: ze was veilig.

Toen het kouder werd hebben we een leunstoel in ons schuurtje gezet, vlak naast het afdakje. En ook daar kwam ze, na een paar dagen aarzelen, op schoot zitten. Een binnenkat zal ze niet worden, maar ze heeft bij ons wel haar thuis gevonden.
Inmiddels ligt er een dikke wollen deken op de stoel, hebben we een kacheltje aangeschaft en een speciale kruik die meer dan tien uur warm blijft.
Het gaat goed met haar. Ze ziet er gezond uit en reageert blij miauwend als ze ons ziet. Het is een ritueel geworden dat ik 's avonds nog een hapje kom brengen en we drie kwartier knuffelen op de stoel.

Niet alleen Bram is gebaat bij onze band, mij doet het ook enorm goed om te mogen zorgen voor zo'n kwetsbaar wezentje. Ik kan mijn zorgbehoefte en moederlijke gevoelens bij haar kwijt; het is troostend en helend om haar warmte te voelen tegen mijn buik en mijn hart.

Bram is niet de eerste kat die me geholpen heeft in een moeilijke periode.
Vier jaar geleden werd mijn oogappeltje Munchkin recht voor ons huis doodgereden. Die gebeurtenis ontwrichtte me en ik zakte weg in een depressie. Heel even heb ik me toen laten opnemen, maar al na een dag realiseerde ik me dat ik thuis wilde zijn met mijn verdriet. Dat Albert en ik elkaar daarin nodig hadden.

Rachie in het asiel
Een paar maanden later, het verdriet was nog hevig aanwezig, zag ik een oproepje op Facebook. Een doodsbang koppie keek me met grote ogen vanaf een foto aan. Het was een vriendelijk beestje, schreef het asiel erbij, maar heel moeilijk plaatsbaar omdat hij zo bang was. Wat hij nodig had was een plek waar hij zichzelf mocht zijn, bij iemand die veel geduld en liefde kon geven.
Rationeel was het voor mij veel te vroeg om al een nieuwe kat in ons poezenhuishouden op te nemen, maar mijn hart nam het voortouw en samen met een vriend haalde ik het beestje op. In de auto gaf hij een indrukwekkend concert van diep gebrom, jammerende geluidjes en geblaas. Dit is een van de redenen waarom hij nu Rachmaninov heet, Rachie voor intimi.



Hij was inderdaad doodsbang. Toen ik de mand opende in de kamer die voorlopig zijn terrein zou zijn schoot hij onder het bed, achter een stapel dozen. We zorgden voor harde brokjes, water en zachtvoer, zetten een kattenbak in de kamer. Ik praatte nog even tegen hem: je bent veilig, het komt goed. Daarna hebben we hem met rust gelaten.
De volgende dag was het voer onaangeroerd, maar lag een kleed dat over een stoel hing op de grond. Zou hij in paniek zijn geweest?
Ik ben in 'zijn' kamer gaan zitten en las hem voor. Niet te hard, niet te lang, maar genoeg om hem een beetje aan mijn stem te laten wennen. Ik heb er ook rustig een tijdje zitten schrijven.

Toen we 's avonds in bed lagen hoorden we trippelende pootjes vanuit de aangrenzende kamer. Het klonk zelfs als rennen.
De volgende ochtend lag het kleed weer op de grond en was er een speeltje verplaatst. Hij speelde!
We maakten wat meer ruimte voor hem vrij en ik probeerde hem te lokken met een speeltje aan een hengel. Heel zachtjes en voorzichtig, ik wilde hem niet bang maken. Totdat ik per ongeluk een wat snellere beweging maakte en er een pootje onder het bed uit kwam. Hij schrok er zelf van en verstopte zich weer, maar vanaf dat moment kon ik contact met hem maken door te spelen. Het speeltje aan de hengel liet ik steeds iets dichter bij mijn benen komen. Uiteindelijk liet ik het speeltje over mijn benen gaan en durfde hij over mijn benen te lopen om het te pakken. Mijn benen zaten in die periode onder de rode plekjes van zijn nageltjes. Ik weet nog dat ik bij de diabetesverpleegkundige mijn broek moest laten zakken en zij verschrikt naar mijn benen keek. Het viel gelukkig goed uit te leggen.

Rachie was in die tijd een van de weinige factoren waar ik mijn bed voor uitkwam. Hij gaf me structuur en gaf mijn dagen kleur. Natuurlijk ging mijn depressie hier niet van over, maar mijn
Rachie nu
stemming verbeterde aanzienlijk. Misschien hadden we hem toch Prozac moeten noemen...

Jullie hebben elkaar gered, zegt Albert soms. Redden is een groot woord, maar dat we elkaar geholpen hebben staat vast.

Er is iets heel bijzonders in mijn band met dieren (en dat zal voor de meeste dierenliefhebbers gelden). Het is vriendschap zonder oordeel, het vraagt om een heel andere houding dan de omgang met mensen.
De spreuk 'hoe meer ik de mens leer kennen, hoe meer ik van dieren houd' onderschrijf ik niet. Ten eerste is het niet te vergelijken en ten tweede heb ik een aantal heel lieve mensen om me heen. Maar contact met dieren gaat me wel veel beter af.

Mijn punt is wel gemaakt denk ik, maar ik wil nog wel graag benoemen dat er meer van dit soort koesterkatten in mijn leven zijn geweest waar ik net zo'n bijzondere band mee had als met Bram en Rachie.

dinsdag 9 januari 2018

Afbouwavontuur, een overzicht

Het stuk dat ik aan het schrijven was over afbouwen is inmiddels ingehaald door nieuwe ontwikkelingen. Zal ik eens proberen of ik een kort overzicht kan schrijven?

De opbouw richting afbouw was zwaar..
Ik startte met een hoge dosis diazepam, die mijn andere pammetjes vervangt. Van de ene verslaving in de andere, maar met een reden: diazepam breekt trager af in je lijf, zodat afbouwen minder schoksgewijs gaat. Zou moeten gaan.
De dosis werd verhoogd toen er toch heftige onttrekkingsverschijnselen optraden.
Na een tijd stabiliseerde ik.

Half pilletje eraf. Bam, daar lag ik weer. Doorbijten, vond ik. Een andere methode zoeken, vond mijn arts. Met op maat gemaakte pillen, waarbij in elk pilletje ietsje minder diazepam zit. Nog minder schoksgewijs dus.
Moeten we daar niet even mee wachten, vroeg ik. Nee, zei zij. Haar ervaring leerde dat er een reële kans was dat ik het bij elke mindering zo zwaar zou krijgen. Het afbouwen is een langdurig proces en dat moet wel vol te houden zijn.
Mijn verzekeraar zei nee. Geen vergoeding.

Een vriendin tipte me: praat eens met je eigen apotheker. Geen probleem, zei de apotheker, ik kan capsules voor je maken met een heel lage dosering erin. Aan de hand van een schema kun je dan zelf je dosering samenstellen. Een hele puzzel, maar ik heb een partner die goed is in puzzelen, rekenen en in medicijnen uitzetten.

De tijd die vooraf ging aan het starten met deze methode was ronduit kut. Een (te) hoge dosering van een middel is wel tijdelijk te verdragen, maar eist zijn tol als het te lang duurt. Ik liep rond als een zombie, had veel geheugenklachten, botste overal tegenaan en, de ergste factor in dit geheel: ik verkeerde in een constante toestand van agitatie. Ik was mezelf compleet kwijt.

Afijn, vandaag is het 14 dagen geleden dat ik startte met deze methode. Kalmpjes aan heb ik genoeg afgebouwd om op een stabiel niveau te belanden, merkte ik een dag of 5 geleden. Ik werd weer kalm, kon weer lezen en was weer meer mezelf. Een toestand om bewust van te genieten, want ook dit zou weer voorbij gaan.
Genoten heb ik! Op zaterdag lukte het om een middag met vrienden door te brengen en ontspannen te blijven. Daarnaast ook de paddenstoelenkraam op de markt geplunderd en daar op zondag een verrukkelijke soep van gemaakt (van de paddenstoelen, niet van de kraam).

Gisteren merkte ik voor het eerst dat het afbouwen nu echt is begonnen. Trillen, last van allerlei spieren, misselijk en huilerig. Braken. En ik had het koud, zo koud. Rond 20.30u lag ik in bed en sliep vrijwel meteen. Rond 23u kwam Albert thuis en wekte me even voor nachtmedicatie en insuline. Nog wat gelezen en voor mijn doen weer vrij snel in slaap gevallen.

Vroeg wakker vandaag. Meteen maar opgestaan. Ik voel me niet veel beter dan gisteren, wel een klein beetje. Tegen heug en meug een groene smoothie met flink wat havermout erin naar binnengewerkt en hoera, ondanks de misselijkheid lust ik weer koffie (de kop thee waar ik mee startte was lekker, maar ik had toch wel behoefte aan koffie).

Straks een belafspraak met de arts. Mocht ik me dan wat slechter voelen dan nu vraag ik om een dagje respijt, en anders houd ik het schema aan en gaat er morgen weer een halve milligram af.

De reis is nu echt begonnen. Angst en vertrouwen wisselen elkaar af.
Ik hoop dat het mee zal vallen, de komende maanden. Fingers crossed.

donderdag 23 november 2017

Eelco

Vandaag is het een jaar geleden dat jij het leven door de voordeur mocht verlaten. En precies op dit moment, een jaar geleden, wist ik niet of je nog leefde.
Ik wist dat de arts er al was, maar ik had geen flauw idee hoe lang alles zou duren. Je moeder zou me bellen als je overleden was, maar ik kon me voorstellen dat je naasten wat tijd nodig zouden hebben voordat ze anderen zouden inlichten.
Er kwam een zinnetje in me op dat jij waarschijnlijk gewaardeerd zou hebben: je was op dat moment voor mij Schrödingers kat. Dat verwijst naar een akelig gedachte-experiment dat ik niet ga uitleggen (Google staat tot uw dienst, waarde lezer). Er zit een kat in een doos en niemand kan weten of die kat nog leeft.
Wat een bizar moment was dat. En eigenlijk was het ook wel passend bij wie jij was. Ik was allang blij dat je geen zelfmoordkonijntje was en ondanks m'n gedachten die alle kanten op gingen voelde ik me kalm. Je had het volgehouden, je wens kwam uit.


We 'ontmoetten' elkaar op BroedplaatsZ, het platform waar Elmira mij voor uitgenodigd had. We lazen elkaars blogs, reageerden op elkaars tweets. Ik weet niet wanneer het moment kwam dat we elkaar DM's (privéberichten) begonnen te sturen. Dat moet in elk geval 's nachts zijn geweest, we hadden beiden slaapproblemen. En de berichtjes werden appjes. Speciaal voor jou installeerde ik Whatsapp, die app die ik eigenlijk helemaal niet wilde gebruiken, op m'n telefoon. Ik ben blij dat ik het gedaan heb, het werd de basis van ons contact. Ik weet nog dat ik verbijsterd was over de snelheid waarmee je typte, tot je me vertelde dat appen ook via de computer kon.

Op 12 juni 2013 plaatste je een wat cryptische tweet. Je was ontzettend gespannen, schreef je, en je zat de tijd uit op een terras. Gelukkig was je niet alleen.
Later appte je me dat Elmira die dag was overleden. Wat vond ik dat vreselijk voor jou, jullie waren zo'n eenheid. En wat vond ik het jammer voor mezelf dat ik Elmira nooit in levenden lijve had ontmoet. Maar ik voelde opluchting voor Elmira zelf. Ze had eindelijk haar rust gevonden.
Op haar uitvaart ontmoette ik jou voor het eerst 'live'. M'n hart brak toen ik je grote verdriet zag. Zonder er echt over na te denken ben ik naar je toe gegaan en heb ik je gevraagd of ik je een knuffel mocht geven. Dat mocht, en op dat moment sloot ik je niet alleen in mijn armen, maar ook in mijn hart. En daar zit je nog steeds.


Mijn hemel, wat heb ik me zorgen om je gemaakt na Elmira's dood. Geen onterechte zorgen, het was me ontzettend duidelijk dat jij al met één been in het graf stond, als ik dat zo ongenuanceerd mag formuleren.


We appten vaker. Soms kort, soms halve boekwerken. En juist omdat er schermpjes tussen ons in zaten kon het contact heel persoonlijk en kwetsbaar worden. We deelden dingen die we face to face nooit besproken zouden hebben. Ik wist eigenlijk niet eens of we elkaar live wel zouden liggen. Dat maakte ook niet uit, via onze schermpjes klikte het goed.

Het ging vaak over intimiteit en ja, ook over seksualiteit*. Een onderdeel van het leven dat voor ons beiden niet vanzelfsprekend was. Je vroeg me telkens m'n grenzen aan te geven, zei vaak ook vooraf waar een tekst die je me toe wilde sturen over ging. Uiteindelijk hebben we elkaar in alle openheid gevraagd naar elkaars triggers. Ik wist inmiddels dat ik veel van jou kon hebben. Ik gaf aan dat de grens lag bij praten over misbruikgerelateerde seks. En jij vertelde dat jouw grootste trigger was om als aansteller gezien te worden en dat twijfels over je integriteit ondraaglijk voor je waren.
Ik vond het bijzonder om te merken dat je een streng (vaak veel te streng) kompas had ontwikkeld voor de dingen die jij met je autisme niet vanzelfsprekend aanvoelde.


Ach jongen, dacht ik vaak, wat maak je het jezelf moeilijk. Maar wat ging je ongelooflijk integer om met wie je lief was. Je bleef mijlenver vandaan bij de grenzen waarvan je zo bang was ze te overschrijden. Je vertrouwde jezelf niet, zei je vaak. Had je jezelf maar eens door de ogen van dierbaren kunnen bekijken. Mensen vertrouwden jou en dat was helemaal terecht.


Naast die ethische gesprekken waren we er ook voor elkaar als er crisis was. Het deed er niet zo toe dat onze problematiek verschilde, crisis is crisis. Op het laatst zette ik mijn telefoon 's nachts niet meer op stil. Ik wilde er voor je zijn als dat kon. Het was vaak heel kort, je had soms een duwtje nodig om hulp te vragen bij je moeder. Die haar telefoon ook altijd aan had staan om er voor je te kunnen zijn.

En soms was een van ons tweeën boos en moest uitrazen. Dat ging perfect, want het hielp, en snel ook. Zodra er ruimte ontstond voor een grapje, zwarter dan zwart, was de lucht geklaard.

Je vertelde me al in een vroeg stadium dat je om euthanasie zou gaan vragen. Je hield me op de hoogte en liet me af een toe een blog lezen voordat je het online zette: “kan ik dit wel plaatsen?”. Je was zo bang dat je je eigen glazen in zou gooien door te bloggen over dat proces. En om die reden gaf je ook aan dat je wel zou blijven schrijven en dat je die blogs na je dood alsnog gepubliceerd wilde hebben.
Ik heb voorzichtig aangegeven dat ik dat graag voor je wilde doen. Je wilde zeker weten of dat geen opwelling van me was, denk ik, want het ging er meerdere keren over. Soms moest je iets kwijt over dat ellendige euthanasietraject (ellendig vanwege alle hobbels en miscommunicatie) en stuurde je me het stuk dat je erover geschreven had, simpelweg omdat je de energie niet had om het nogmaals te vertellen.


Kort voor deze datum (23 november 2016) stuurde je me het volledige pakket teksten. Al lezende realiseerde ik me dat ik letterlijk elke tekst al gelezen had.
Wat heb ik gejankt trouwens, toen die mail kwam. “Ik laat ze in jouw vertrouwde handen,” schreef je erbij. Dit vertrouwen van jou krijgen betekende zo ongelooflijk veel voor me!


Al schrijvend realiseer ik me dat deze tekst niet het mooie eerbetoon is dat ik voor je had willen schrijven, maar het is even niet anders.

We hebben elkaar nog drie keer gezien. De eerste keer zei je dat je geen bucketlist had, maar dat je me toch wel heel graag een keer live wilde zien nu het nog kon. Je bent een middag hier geweest. Beiden nerveus (het hielp wel dat we elkaar dat appten), niet wetend wat te verwachten. En zoals in elk contactmoment gaf je aan dat ik eerlijk mocht zijn als het me teveel werd, ook als dat al na vijf minuten zou zijn.
Het was een fijne middag. Het klikte ook live, al bleven we meer aan de oppervlakte dan in onze appjes. En dat was prima.
Onze poezen lieten zich niet zien die middag, had ik ook niet verwacht. De krabpalen springen nogal in het oog in onze huiskamer. Briljant vond ik je vraag of ik wel zeker wist dat ik echt katten had, of dat ik ze al jaren hallucineerde.


Samen met Albert heb ik jou nog twee keer opgezocht. Man, wat zette je straffe bakken koffie, heerlijk! Het was geen emotioneel bezoek, het was vooral gezellig. Wel heel bizar was de afscheidsknuffel. Weten dat je elkaar nooit meer zult zien.

En toch zagen we elkaar nog een keer. Albert ging naar een concert in 013 en ik voelde hevig dat ik Tilburg niet wilde verlaten zonder je nog één keer te zien. Een bonusontmoeting en een tweede, of eigenlijk derde afscheid.
Het ging niet goed met je op dat moment. Je had de kracht niet meer om een masker op te zetten. Wat was je moe, wat was je op. Wat gunde ik je je rust, wetende dat het moment naderde.


Ik heb mijn belofte gehouden. Ik heb dat grote tekstbestand in stukjes verdeeld en het hier en daar geredigeerd. Vond het een heel fijne taak. Wat wel lastig was: redigeren zonder de eigenheid van jouw taalgebruik te schenden. Dat leerproces heb je me het afgelopen jaar alsnog gegeven.
Je hebt me zo veel gegeven Eelco, ik ben zo blij dat je me toe hebt gelaten in je leven én in je dood.

Alle blogs zijn geplaatst en er is een documentaire over jou in de maak.

Als ik zie hoe negatief sommige mensen reageren op jouw verhaal (in de media) word ik eerst boos, om me daarna te troosten met de gedachte dat jij stof op wilde doen waaien. En dat doe je, nog altijd!
De positieve reacties zijn veruit in de meerderheid. Ik hoorde van iemand dat die blogs hem/haar ná jouw dood nog steunend zijn geweest. Hoe mooi is dat? Je hebt een indrukwekkende erfenis nagelaten.



Ik hoop dat je naasten na de lancering van de docu de ruimte krijgen om op hun eigen manier te rouwen. Ze hebben waanzinnig veel van je gehouden en dat doen ze nog steeds. Ik ook, en dat heb ik je in een van de laatste appjes ook gezegd. Wetende dat je het niet terug zou zeggen. Dat hoefde ook niet, ik wilde het jou meegeven.

Dag lieve Eelco, dankjewel voor alles.

*hoewel ik niet denk dat mensen dit verkeerd op zullen vatten, wil ik toch even benadrukken dat het geen erotische gesprekken tussen ons waren.

dinsdag 21 november 2017

Bewust ongewenst kinderloos

Ik heb altijd verlangd naar zwangerschap, het krijgen van een kindje, moeder worden. Een wens die steeds groter werd en z'n hoogtepunt bereikte toen ik Albert ontmoette. Dit was hem, de toekomstige vader van mijn kind. Dit was de vader die ik mijn kind gunde: zacht en liefdevol, maar ook beschermend en behept met een draagkracht die zo veel groter was dan hij zelf besefte.

We hebben er vaak over gepraat, samen gefantaseerd over hoe het zou zijn. Wat voor ouders zouden wij zijn? Ik vermoedde dat ik een strengere opvoeder zou zijn dan hij, maar ook een moeder die haar kind aanmoedigde zichzelf te zijn, met compassie voor ieder die haar pad zou kruisen. Ik zou eindeloos voorlezen en muziek met haar luisteren, precies zoals mijn moeder dat met mij deed.
Albert was wat huiverig over zijn rol als vader, hij was bang zich veel zorgen te maken. Ja, misschien zou hij dat doen. In mijn ogen was dat een eigenschap die een kind veiligheid zou kunnen bieden. De belangen van ons kindje zouden vooropstaan en hij zou oneindig zorgzaam zijn. De allerliefste vader van de wereld, die nooit genoeg zou krijgen van grapjes en gekke spelletjes.

We hadden ook een beeld van hoe ons kindje zou zijn: rood haar, sproeten en een heel lichte huid. Een verlegen kindje, introvert. En omdat wij beiden introvert zijn zouden we weten hoe we ons kindje konden helpen zich te ontplooien en de wereld te onderzoeken.
Boven alles zouden we haar een veilige hechting proberen te geven.

En in dat laatste zit de angel. We dragen beiden hechtingsproblematiek met ons mee en weten hoeveel impact dat kan hebben op de rest van je leven.
Hoe kon ik ooit die veilige hechting bieden als ik zo labiel was dat ik telkens weer in crisis raakte, als ik keer op keer opgenomen zou worden, als Albert naast zijn baan mijn mantelzorger bleef?

We hebben met een therapeut gepraat over onze wens. Hoe meer die over mogelijkheden tot hulp vertelde, hoe groter de steen in mijn maag werd.
Het werd ons duidelijk dat er een team van hulpverleners en naasten om ons heen zou moeten staan om alles in goede banen te leiden. Een complexe constructie bij zoiets organisch als het krijgen van een kindje. Het voelde zo onnatuurlijk, zo geforceerd.
Ja, wij wilden heel graag een kindje, maar niet op deze manier.

Op het moment van dat gesprek had ik nog heel wat vruchtbare jaren voor me liggen. Wie weet hoe ik er over vijf of tien jaar aan toe zou zijn?
We besloten onze wens uit te stellen. Onze wens werd met een zacht dekentje toegedekt, wachtend op betere tijden.

In de jaren die volgden heb ik ontzettend hard gewerkt om stabieler te worden. De crises hielden aan. Ik leerde ze wat beter te doorstaan en won wat aan stabiliteit.
Maar elke keer dat ik mezelf de vraag stelde of de tijd rijp was, was het antwoord nee. Nee, ik kon nog niet de moeder zijn die ik een nieuw leventje gunde. Nee, wij konden de stevige basis nog niet bieden.
De jaren verstreken, mijn biologische klok tikte steeds harder. Het verdriet groeide, ik zag mijn kansen afnemen.

Inmiddels was me ook duidelijk geworden wat ik nodig had om vaste grond onder mijn voeten te krijgen: het verwerken van mijn trauma's. De voorgaande therapieën hadden me geholpen om de klachten die daaruit voortvloeiden onder het tapijt te vegen. Een zeer bobbelig tapijt werd het. Wat fier overeind bleef was het cluster PTSS-klachten. Dagelijks had ik herbelevingen en dissocieerde ik. Nachtmerries bevolkten mijn kleine beetje slaap, triggers doken overal op. Vaak kon ik niet eens voor mezelf zorgen en had ik mijn handen vol aan overleven.

Ik had jong moeder willen worden, rond m'n 20e. Geen man overboord als dat wat later in mijn jaren als twintiger zou zijn, maar 30 was toch echt wel de grens. Een grens die ik oprekte naar 35. Ik was er niet aan toe om mijn wens los te laten.

Ik ben zo boos geweest op de dader die mij stukken toekomst af heeft genomen. Niet alleen had ik moeder willen worden, maar ik had ook willen studeren, een baan vinden, een plaats in de maatschappij vinden. Ik had het prima gevonden om eens wat therapie te krijgen, maar de afgelopen twintig jaar in de chronische psychiatrie hoorde niet tot mijn wensen.

Mijn boosheid is langzaam veranderd in verdriet.
Er werd vaak gezegd dat ik een veelbelovend kind was. Dat was eng, want kon ik wel aan die verwachtingen voldoen? Maar het was vooral fijn dat mijn potentie gezien werd.
Er blijkt een grens te zitten aan veelbelovendheid. Ik droeg de verwachtingen met me mee en ze wogen steeds zwaarder.

Ergens tussen 35 en 40 kwam er een rationeel besluit: we blijven kinderloos. Een besluit uit liefde voor een toekomstig kindje, hoe krom dat ook moge klinken. Zoveel liefde te geven, zoveel steun kunnen krijgen, zoveel tekenen van groei bij ons beiden. En dan toch dat besluit.

Joh, probeer het gewoon, die obstakels overwinnen jullie wel,” hoorden we vanuit verschillende hoeken. Nou nee. Met een mensenleventje gok je niet.

Wat ik ook moeilijk vind is dat mensen op ons verhaal reageren door oplossingen en constructies aan te dragen. Lief bedoeld, maar daarmee gaan ze wel voorbij aan de bewuste keuze die wij hebben gemaakt. Luister naar me, erken mijn verdriet en zeg gerust dat wij echt wel goede ouders zouden kunnen zijn, maar respecteer ons besluit alsjeblieft. Je hoeft het niet te begrijpen om het toch te respecteren.

En nog iets: deze keuze is persoonlijk. Ik zeg er niet mee dat anderen in ongeveer dezelfde situatie verkeren niet aan kinderen zouden moeten beginnen.

Ik ben inmiddels 40.
De dagen voor die verjaardag bracht ik door in een stilteretraite. Ik kwam er met de intentie om mijn traumaverwerking onder de loep te nemen: hoe ver ben ik nu, wat wil ik er nog mee bereiken, welk pad sla ik in?
Maar wat zich aandiende was een allesoverheersend verdriet om mijn verloren droom.
Ik heb mijn ogen uit m'n kop gehuild en in een ritueel rondom een vuur heb ik de naam genoemd die ik al heel lang gereserveerd had voor dit kindje. Ik heb een stuk zwaarte achter me mogen laten en ben in een nieuw stuk rouw beland, een stuk dat me niet meer zo zal ontwrichten als eerdere stukken.

Ik ben 40 en ik ben een kinderloze moeder.

zondag 12 november 2017

Hyperdepiep hoera

4 uur 's nachts: Net op Twitter:

Vanmorgen stond ik fris en fruitig op. Of nou ja, te onrustig om in bed te blijven liggen. Prima: koffie maken en pc aan. Schrijven. Het is tenslotte mijn bijna jaarlijkse schrijfmaand. Een beetje afwijkend van mijn normale routine was wel dat ik met meerdere stukken tegelijk bezig was. Hier een zinnetje erbij, daar een woordje eraf, tussendoor even checken hoeveel woorden het al zijn. Maar hey, het werkte. Ik typte flink door en was geïnspireerd, de teksten waren niet slecht.

's Middags kwam er Heel Leuke Post. Een project waar ik hard aan had gewerkt had ik nu in mijn handen en ik was ontzettend blij en trots. Zeg ik verder niets over, het is een kadootje.

Even enthousiasme delen via appjes. Leuk leuk, maar ik zag zelf wel dat ik ratelde en de ander overspoelde. Goed, kan gebeuren.

Lyrisch was ik ook over het avondeten. Steeds benoemen hoe lekker het was.
We keken tv en ik kon het nauwelijks volgen, of het boeide me niet. Ik praatte overal dwars doorheen en wierp allerlei balletjes op. Over Zeer Belangrijke Zaken, zoals hoe ik vond dat onze nieuwjaarskaarten eruit moesten gaan zien.

Lief merkte op dat ik in een paar uur tijd meer had gepraat dan in de afgelopen dagen bij elkaar. Gaf ik hem gelijk in, merkte het zelf ook.

Rond 22u ging ik naar ons zwervertje in de schuur. En daar werd ik kalm, of in elk geval iets minder hyper. Een warm lijfje op mijn schoot dat baat heeft bij een rustige energie, dat maakt mij mindful. Lijfje aaien, handen telkens op een ander deel van dat lijfje leggen totdat dat deel warm was geworden. Ze spinde, vond het fijn. Ik ook.

Daarna niet de rust in m'n kont om rustig op de bank te haken of tv te kijken.
Schrijven, ik ga schrijven! Niet dus, er kwam geen letter op papier.
En toen, eindelijk, een computerspel gaan spelen met fijne muziek op de koptelefoon. De tijd vloog.

Maar eenmaal in bed nam de onrust weer toe. Lezen in bed is mijn grootste hobby, maar het lukte niet. Afleiding op social media zoeken (I know, fout!). Bovenstaande tweets vlogen de digitale snelweg op. De drang die ik in de eerste benoemde was geen overdrijving. Ik wilde verdoving, rust. En dat is wat zelfbeschadiging me altijd geeft.
Maar ik ben al heel lang 'clean'. Niet bijgehouden hoe lang, dat werkt averechts bij mij, maar laten we zeggen dat alle littekens 'rustig' zijn. Wit geworden. En dat wil ik zo houden.

M'n lief gewekt, verteld wat er scheelde. Ik kon zelf de remedie aandragen: gewoon dat spelletje weer gaan doen, hardcore afleiding zoeken.
Maar eerst die tweets weghalen. De wereld mag best weten hoe ik me voel, maar dit was too much.

En nu zit ik toch even te schrijven, ik denk omdat ik even wil ontladen en om wat grip te krijgen.

In mijn vorige twee blogs ging het over m'n benzo-afbouwtraject. En wat er nu gebeurt kan ik plaatsen: ontremming. Zou bijvoorbeeld liefst direct heel veel spullen willen gaan kopen en allerlei projecten opstarten. Gelukkig kan dat eerste niet, geld is op. En dat tweede: ik heb een paar trefwoorden opgeschreven en dwing mezelf er op dit moment toe om het te laten voor wat het is.

Nog wel een twijfel: hypomane en ontremde episodes ken ik wel uit periodes eerder in mijn leven. Hoop zó dat deze bijna-ontsporing met de pillen te maken heeft en niet met de extreme impulsiviteit die ik 'vroeger' had. Laat dit alsjeblieft wegtrekken.

Genoeg geschreven, de planten en zombies wachten op me. Ik zit het uit, deze nacht. Als ik me morgen nog zo voel ga ik hulp vragen. En dan zie ik vanzelf wel of ik spijt krijg van dit blog. Denk ik niet.