Ik ben Xamantha, 40 jaar, en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 4 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


donderdag 24 mei 2018

Dag Isis


Lieve Isis,
Vandaag hoorden we dat je bent gegaan. Na 16 of 17 jaar op aarde liet je mijn moeder weten dat het genoeg was geweest. Er is zo goed voor je gezorgd, er werd veel van je gehouden. Omringd door die liefde mocht je rustig het leven verlaten.

In de lente van 2002 regende het pijpenstelen. Er klonk geluid bij de achterdeur en daar zat je: mager en doorweekt, met een piepklein poesje dicht tegen je aan. Jullie bibberden en bliezen naar me, maar lieten het toe dat ik jullie naar binnen haalde.

We hebben jullie toen een eigen kamertje gegeven, afgesloten voor de rest van de katten. We zorgden voor eten, water en een kattenbak, en verder hebben we jullie de eerste dagen met rust gelaten.
Gelukkig knapten jullie allebei op en werd de angst minder. Na een tijdje verkenden jullie samen het huis. Je had een klik met Munchkin, jullie speelden samen tikkertje. En ook jouw kleintje daagde die vriendelijke zwarte kater uit. Je keek toe, alert. Munchkin was zo lief voor dat hummeltje.


We denken dat je hooguit een jaar was toen je bij ons kwam, en je kitten was een week of 3 a 4.
We genoten van jullie. De tuindeur stond altijd open en jullie genoten van onze tuin. We weten het niet zeker, maar we denken dat onze Sacharov (toen nog een zwerver) de vader van je kleintje was. Hij was in elk geval heel graag bij jullie, wij zagen daar wel een gezinnetje in. Ik weet eigenlijk niet hoe lang die periode geduurd heeft; op de foto's zie ik dat je dochter al veel groter was dan toen ik jullie naar binnen haalde. Toen zat ze namelijk vaak óp het kleine schoteltje aan de brokjes te ruiken.

We wilden jullie eigenlijk heel graag bij ons houden, maar het was verstandiger om een nieuwe plek voor jullie te zoeken. Om die reden hebben we jullie geen namen gegeven. Voor het kleintje was al snel een nieuw thuis gevonden en jij mocht met mijn ouders mee. Je verhuisde naar de plaats waar Munchkin vandaan kwam. Je kreeg een naam: Isis. Een prachtige naam voor zo'n knappe poes.
Je kreeg ook nog twee dochters: Koetje en Kip. Die bleven bij je. Wat een fantastisch trio waren jullie, en wat waren jullie in goede handen. Het was zo fijn om je steeds weer even te zien als ik op bezoek was, en wat ben ik mijn ouders dankbaar dat ze jou met zoveel liefde opnamen in het gezin.



Lieve mam, dankjewel voor de goede zorg en voor het dappere besluit dat je hebt genomen. Isis had zich geen beter thuis kunnen wensen. Heel veel sterkte van ons allebei, we zijn geraakt.

Dag Isis.




zaterdag 19 mei 2018

Ik sta stil




Als je van 'anything' 'nothing' maakt, dan klopt het plaatje helemaal.

Marijke was gisteren bij de GGZ-arts. Ze voelde zich niet vrolijk.
De dokter vroeg of ze daarover wilde vertellen.
Marijke vertelde over de afgelopen weken.
Dat is niet fijn, zei de dokter, hoe begon de somberheid?
Marijke vertelde. En daarna vroeg ze: heb ik een depressie?
Ja, zei de dokter, jij hebt een depressie.

Ondanks de ellendige inhoud was het een goed en zelfs mooi gesprek. Voor mijn doen praatte ik veel en lang. Samen zijn we terug gaan kijken of er een aanleiding was. Ik dacht eigenlijk van niet, maar we vonden hem wel degelijk:

Ik had mijn plezier in het haken teruggevonden en er kwamen weer leuke dingen uit mijn handen. Nieuwe variaties op het oude thema, andere nieuwe dingen. Patronen opzoeken en me nieuwe technieken eigen maken. Heerlijk. Flow!
Het begon te stromen, de ideeën waren niet bij te houden met mijn haaknaald. Ik schreef ze op.
Intussen verkocht ik ook een paar creaties. Ik was vergeten hoe goed dat voelt, dat mensen iets wat jij hebt gemaakt leuk genoeg vinden om ervoor te betalen. Fijn en lastig tegelijk.

Er kwam een leuke workshop voorbij. Ik moest 'm voorbij laten gaan, er was niet genoeg geld. Maar het zette wel iets in gang: als ik nou eens een voorraad knuffeltjes en speeltjes aanleg en weer ga verkopen? Op heel kleine schaal? Er is een winkeltje in Wageningen waar je een kraam of plankje kunt huren. De winkel doet de verkoop. En Etsy, ik heb nog altijd een account daar.
Hoe fijn zou het zijn om af en toe gewoon ja te kunnen zeggen tegen een workshop of cursus, zonder dat het uit de huishoudpot moet komen.

De ideeën werden groter en groter. Mijn energie nam toe, het plezier ook. Ik ging dingen kopen die ik nodig zou hebben. Wat garen, maar vooral plastic oogjes (die nog een heel drama opleverden), sleutelhangers, vulling, et cetera. Willen we meer of minder materialen? Meer, meer, meer!
Ik haak traag en dat begon me enorm te frustreren. Steeds bozer op mezelf, steeds fanatieker aan het werk, steeds meer hyperen. Op een gegeven moment ging ik 's nachts uit bed omdat er een idee was dat niet kon wachten. En slapen lukte toch al niet meer met dat hoofd vol plannen.

Ergens kwam er een omslag. Ik werd moe, zo moe. In slaap vallen ging steeds gemakkelijker en dat was natuurlijk hartstikke fijn. Minder fijn was dat opstaan steeds slechter lukte. Ik deed dutjes overdag die steeds langer werden. Na het ontbijt weer terug naar bed en slapen tot het avondeten. De avonden zien door te komen. Zaten best redelijke avonden tussen hoor, maar bij het samen kijken naar series en films kon ik de verhaallijnen niet meer volgen. Ik schaamde me, maar vertelde het na een tijdje wel aan Albert en vroeg of hij af en toe uitleg wilde geven. Zo gênant, ik voel me dan zo dom.

En daar was ook de drang om eindeloos te eten weer. Alles wat los en vast zat.
Ik kwam tot steeds minder. Zo boos op mezelf werd ik ervan. Het is maar goed dat ik geen tattoo gun in huis heb, anders had ik het woord LOSER op mijn voorhoofd gezet. Waarschijnlijk ook nog eens in spiegelbeeld en dan daar weer boos om worden.
De drang om mezelf te beschadigen (fysiek, want mentaal doe ik dat al behoorlijk) nam toe, het hopen op niet meer wakker worden. Gedachten over suïcide, maar nog geen plannen.
Dit (het afglijden) heeft een paar weken geduurd en ik deed keihard mijn best om het te laten stoppen, én om het te verbergen. Het woordje depressie kwam af en toe op en ik wilde er gewoon niet aan. Niet weer, alsjeblieft niet weer, niet nu.
Ik sprak er alleen met Albert over. Die maakte zich zorgen en deelde mijn vermoeden.

Terug naar het gesprek. Het luchtte me op om eerlijk te zijn over hoe ik me voelde. Het luchtte ook op dat het woord depressie op tafel kwam. De oordelen smolten weg. Ik ben niet lui, ik ben niet te zwak, ik hang niet aan zelfgekozen slachtofferschap. Depressie is een ziekte.
Aan mij nu de taak om weer op te gaan krabbelen.
Niet met extra medicatie maar met zelfzorg. De hardheid loslaten en accepteren dat het momenteel ronduit kut gaat.

Dit is niet de eerste en waarschijnlijk ook niet de laatste depressie in mijn leven. Ik weet de weg, ik weet wat mij helpt. Voor sommigen werkt confrontatie en stevige schoppen onder de kont, maar die weg heb ik meerdere keren gevolgd, oa in de Apeldoornse kliniek waar ik bijna een jaar opgenomen was. Ik zag het daar ook om me heen: de een bloeide op, de ander verwelkte. Dit is een van de redenen waarom ik zorg op maat zo belangrijk vind.

Mijn weg gaat door de pijn heen, maar wel in kleine stappen, voorzichtig. Mezelf niet groter of kleiner maken, al zal dit voor een ander wellicht als klein maken klinken. Zolang ik op het pad van herstel blijf is het goed wat ik doe, is het tempo of het formaat van mijn passen altijd goed genoeg.

Ik weet dat ik een gruwelijk lang epistel aan het schrijven ben, maar dat doet er niet toe. Schrijven is een van mijn belangrijkste tools. Dat het in een blog is...ach, de een zal deze tekst helemaal lezen en de ander haakt af. Dat doet er niet toe.

En weer terug naar het gesprek. Zo open ben ik lang niet geweest en dat kwam aan bij mijn arts. Spiegelde mij weer om me verder te openen en inzicht te krijgen. Het doet iets met je als je ziet dat het de ander raakt, ik kon mijn 'ach, het gaat wel, ik red het wel' -masker laten zakken en echt naar binnen kijken. Damn, wat is het donker daar, wat vind ik het leven op dit moment moeilijk. Maar ook: ik ben er qua depressie op tijd bij, al ben ik onbewust grenzen gepasseerd en had ik dit kunnen voorkomen.

Wat ik meekreeg als advies was om het 'moeten' tijdelijk los te laten. Even geen verplichtingen. Voelen wat er is. Ademen. Even niet knokken en vertrouwen op haar vertrouwen in mijn kracht.
Volgende week praten we verder.
Ik weet dat ik iets moet met het niet voelen van grenzen, maar dat is van later zorg.

En zo zit ik nu best ontspannen aan de koffie. Epica op de speakers. Peukje erbij. Ik geniet er niet van, maar ik voel wel hoe rustig ik word in deze kleine bubbel.
Depressies gaan over. De vermoeidheid en het (de?) binge eating zullen minder worden. Ik zal weer behoefte gaan voelen om creatief te zijn, in welke vorm dan ook. Ik zal ook weer stappen gaan zetten.
Hoe donker ook: dit gaat over.
Ik sta alleen maar even stil.

woensdag 9 mei 2018

Op reis


De deur uitgaan, het veilige huis verlaten: dat gaat een stuk beter dan eerst. Als ik samen met Albert ga, gaat het eigenlijk vanzelf, tenzij het reisdoel me te veel is. De biologische markt in Wageningen bijvoorbeeld, of een afspraak waar ik tegenop zie. Dan is het grenzen bewaken en nog eens overwegen of we überhaupt wel moeten gaan.
Maar! Met z'n tweeën leggen we inmiddels grotere afstanden af. Ik raak snel het overzicht kwijt als er overstappen zijn, maar Albert is een fantastische planner. Vooraf weet hij al op welk perron we moeten zijn, of de aansluiting ruim of krap is, welke route de minste stress oplevert. Ik ga letterlijk aan het handje mee. Als ik op een druk station eigenlijk geen stap meer durf te zetten houd ik die grote hand vast. Ik zou zelfs m'n ogen dicht kunnen doen, als die hand er maar is.

De busreis naar Wageningen (therapie) maak ik inmiddels in m'n eentje. Daar heb ik Albert eigenlijk wel een beetje bij nodig omdat mijn besef van tijd vaak gewoon kaduuk is. Meer dan (een paar keer) antwoord geven op de vraag hoeveel tijd ik nog heb hoeft hij niet te doen.

Vanmorgen was Albert al de deur uit toen ik op pad moest. En dat gaf paniek. Paar keer op het punt gestaan om af te zeggen, maar ik wilde zo graag naar deze afspraak. Hooguit 3 uurtjes geslapen en ontzettend warrig ontwaakt. Chaos volgde. De drempel van de voordeur leek 3 meter hoog, maar na wat hartgrondig gevloek kwam ik er met mijn korte beentjes toch overheen.

Het was fijn bij de fysio, fijn en een beetje eng. Ze stelde namelijk voor om mijn rug én mijn benen te masseren. Oei. Daar moeten veel kleren voor uit. Hoefde niet hoor, het kan ook door kleding heen en de regie ligt in mijn handen. Maar haar adviezen neem ik graag aan. Dus hop, in m'n ondergoed op de tafel. Nou ja, eigenlijk niet 'hop', het is schuifelen met mijn armen voor mijn lichaam. We lachen er allebei een beetje om. Die ongemakkelijkheid mag er gewoon zijn en de luchtigheid ook. Niet alles hoeft drama te zijn. Ik voel me veilig en vertrouwd bij haar.
Ik verbaas me telkens over de subtiele aanrakingen en hoe fijn ik die vind. Geen gekneed en haast geen druk. Alsof ze mandala's tekent op mijn huid en af en toe wat dikkere lijnen zet door iets meer te duwen. Inmiddels laat ik de gedachten over gewicht en littekens vrij snel los.
Deze keer wilde ik bij het narusten geen kruik of warme bijenwas, het is al warm genoeg.
En zo ben ik in die mooie lichte ruimte ook op reis. Naar verbinding met mijn lijf, naar ontspanning, naar het verbreken van de gedachte dat mijn lijf vies is.


En nu ben ik weer thuis. Ik heb de sporen van de chaos in de ochtend opgeruimd en voel me moe en tevreden. Het is weer gelukt, ik durf meer dan ik denk.

woensdag 21 maart 2018

Schijn?

Ik ben zo bang, benzobang misschien wel.
Wat als onder de medicijnverslaving mijn oude, zieke ik verborgen ligt, compleet met oude denkpatronen, oud gedrag? Wat als ik weer een crisisdienstdraaideurcliënt word, of het eigenlijk al die tijd gebleven ben? Wat als ik weer word wie ik niet meer wil zijn, wat als de vooruitgang een rookgordijn van valse hoop blijkt te zijn?

dinsdag 20 maart 2018

En jij dacht dat je van me af was?

De wekker gaat; nog anderhalf uur voordat ik de deur uit moet. Liever vroeg op dan moeten haasten, want haast brengt vaak paniek met zich mee. En paniek is niet leuk.

Ik douche, kleed me aan, neem mijn pillen en eet een kommetje prut met zemelen. Smoothies zijn goed in te vriezen, maar ze komen wel als papjes uit de vriezer. Best prima eigenlijk, nu ga ik ervoor zitten in plaats van het achterover te slaan in de keuken. Ik probeer te proeven wat er in dit oranje papje zit. Ik proef pompoen, gember, sinaasappel en speculaaskruiden. Er zit vast ook wortel in.

Check, check, dubbelcheck: zit alles in mijn tas? M'n flesje water, pakje shag, portemonnee, kauwgom, telefoon. Eén tabletje xanax voor als de nood echt hoog wordt.

Jas aan, tas mee, fiets van het slot. Even de schuur in om Buitenpoes Bram te voeren. Handschoenen? Ja, doe maar.
Ik ga op pad richting bushalte. Hopelijk staat er niemand die een praatje wil maken.

Even later ben ik weer thuis en sta ik bij de achterdeur te kloten met m'n sleutels. Mijn adem giert, mijn handen trillen. Eigenlijk trilt alles. Ik vloek.
Binnen. En nu?
Wat moet ik, wat wil ik? Ik sta bevroren in de gang. Ik hoor mezelf roepen en weet eigenlijk niet of het geluid wel uit mijn mond komt. Soms klinkt roepen als fluisteren, of is het alleen maar binnenshoofds.

Albert is er. Met een hand op mijn rug leidt hij me de woonkamer in, naar mijn stoel.
Wat er gebeurd is, vraagt hij. Ik heb werkelijk geen flauw idee. Ik weet dat ik op pad ging en ik weet dat ik nu weer thuis ben. De rest is weg.
Xanax. Jas uit. Roken. Pijn in m'n spieren, vooral borst en middenrif. Al rokend krijg ik grip op mijn ademhaling. Hijgend roken gaat nou eenmaal niet.

We proberen te achterhalen wat er gebeurd kan zijn. Verder dan 'er moet een trigger zijn geweest' komen we niet. De tijd is weg en er zit een gat in mijn geheugen.
Al snel geven we het op, dit is zinloos. De zwarte gaten in mijn hoofd geven zelden hun inhoud vrij. Blijkbaar was er iets dat mijn hoofd als zo ernstig classificeerde dat het weggemaakt moest worden. Er zal niets traumatisch gebeurd zijn daar; ik heb waarschijnlijk een geur geroken, een bepaald soort geluid gehoord of iemand gezien die me herinnerde aan iets heel erg naars.

Moe, overweldigend moe.
Ga maar naar bed, zegt Albert, dan zeg ik je afspraak af.

Het ontwaken doet pijn. Letterlijk, in al m'n spieren. Mijn lijf is compleet verkrampt geweest. Figuurlijk, omdat ik de gebeurtenissen van deze ochtend voorbij zie komen. Ik voel me boos en teleurgesteld.
Ik heb nog wel paniekaanvallen, maar dissociëren doe ik tegenwoordig netjes thuis, waar het veilig is, waar het kan. Buitenshuis ben ik enorm alert op signalen en zie ik het aankomen, kan ik er meestal ook naar handelen. Als Albert erbij is ziet hij het nog wat eerder, maar zelf kom ik nu ook al een heel eind.
Zo heftig als dit komt het eigenlijk nauwelijks meer voor. En ik heb het blijkbaar niet aan zien komen. Daar zit die teleurstelling.

Albert is nu op z'n werk en ik doe mijn eigen werk: ik schrijf om alles op een rijtje te krijgen en om mijn emoties wat te temmen, te relativeren. De wereld is niet vergaan, ik ben alleen maar in paniek geweest. En in die toestand heb ik de weg naar huis weten te vinden; ook dat is wel eens anders geweest.

Ik ga wat te eten maken en afleiding zoeken.
Ik probeer de holle lach in mijn achterhoofd te negeren: "en jij dacht dat je van me af was? Ha!".

Morgen weer een dag en weer een afspraak. Dan gaat het beter, dan gaat het echt beter.

dinsdag 6 maart 2018

Keerzijde

Voor het eerst loop ik nu tegen de keerzijde van geleidelijk en traag afbouwen aan: er is alle ruimte voor gevoel en gedachten over dat proces.
Er is paniek ontstaan, paniek die telkens weer opduikt. Paniek die zegt dat ik gek ben om hiermee door te gaan, paniek die gilt dat ik straks op eigen kracht verder moet en dat ik die kracht niet heb. Paniek die zelfs suïcidale gedachten met zich meebrengt. Paniek die foetert dat ik hier nooit aan had moeten beginnen.

De start van het afbouwen was akelig, maar nu ik in heel kleine stapjes af kan bouwen merk ik vaak weinig van een verlaging. Op de opnieuw getriggerde eetverslaving na gaat het fysiek prima, dit afbouwen.

Misschien hoort het erbij, is het onderdeel van het proces, maar het maakt me zo verschrikkelijk bang. Geen faalangst, maar angst omdat ik vind dat ik faal. Ik zou dankbaar moeten zijn (dat ben ik wel, maar ik zou er niet over moeten klagen), ik zou me niet zo aan moeten stellen. Er zijn me gruwelijk veel mensen voorgegaan, de meeste in grote harde stappen. Cold turkey zelfs. En dan zit ik te miepen over dat kleine beetje dat er telkens af gaat.

Mijn pillendoos is op sommige momenten voller dan hij ooit was, puur door de constructie met halve milligrammen. Maar waar mijn ogen zich soms nog wel lieten foppen door aantallen (bij afbouwpoging 1 vroeg ik om tabletten in lagere dosering ipv pillen te moeten halveren. Dan lijkt het meer): deze keer werkt het niet.

Ik vind echt en oprecht dat ik me aan zit te stellen. Dat een blogpost als deze belachelijk is. En hoewel mijn ratio tegensputtert, denk ik dat iedereen het met me eens zal zijn. Aansteller, klager, slachtofferrol, aandachttrekker, loser!

Ik weet even niet meer hoe ik verder moet.
Vanmiddag overleg met de GGZ-arts. Ik hoop dat ik onder woorden kan brengen wat ik voel. En dat we samen een gat in de paniek kunnen slaan en naar mogelijkheden kijken.
Want hoe klote ik me ook voel, hoe graag ik mijn oude pillen+verslaving weer terug wil: ik hou vol. Echt. Op dit moment niet voor mezelf, maar voor de mensen die me helpen.

Iemand nog trek in een pilletje? ;)





woensdag 31 januari 2018

Lijfwacht

Ik ben op weg naar de 2.0 versie van mezelf en die upgrade heeft flink wat voeten in de aarde. De ene keer zakken mijn voeten weg in de modder en wordt alles traag en moeizaam, de andere keer zweef ik een stukje boven die aarde en voel ik me onveilig en labiel.
Ik zoek naar balans. Mijn lijf ook.

Dinsdag was ik weer bij de fysiotherapeute en kreeg ik een heel fijne rugmassage. Ik merkte dat ik niet meer zo'n gevecht hoefde te leveren om mijn gedachtenstroom los te laten. Om echt aanwezig te blijven en te voelen met mijn huid, in plaats van zinnetjes in mijn hoofd te produceren als 'dit is fijn' en het eeuwige 'laat los, laat gaan, ontspan'. Dat dat laatste zinnetje precies het tegenovergestelde effect heeft hoef ik niet uit te leggen denk ik.
Ik kon haar handen voelen en eigenlijk voor het eerst de dialoog die mijn lijf met die handen voerde. Adem die heel even stokt, een rilling, de warmte door heel mijn lijf voelen stromen.
En nog iets, voor mij heel groot: in de vorige reeks behandelingen ging zij de kamer uit als ik een kledingstuk uit ging trekken. Dan ging ik alvast op de tafel liggen met mijn grote badlaken over me heen.
De laatste keer durfde ik mijn broek uit te doen waar ze bij was. En deze keer mijn bovenkleding. Eventjes de gedachte aan het beeld dat ik heb van mijn bovenlijf (geen prettig beeld), maar het lukte. Ik ging liggen, zij bedekte me en ik liet het los.
Ik ben zo blij met deze behandelingen, en blij met haar. Als ze me ophaalt uit de wachtruimte is er oogcontact en voel ik hoe oprecht ze zegt dat het fijn is dat ik er ben.

Ik ben aangekomen sinds ik met het afbouwen van m'n pillen ben begonnen. Gestopt met de hometrainer, de rem op emotie-eten losgelaten. Dat mocht ik van mezelf, een poosje. Ik had het fysiek en mentaal zwaar genoeg. Maar het poosje duurt al even en het afbouwen zou zomaar nog een half jaar kunnen duren.
Op dit moment heb ik een heel zwak smoesje om de hometrainer te vermijden: de kerstboom staat op de hometrainerplek. Jep, de boom staat er nog. Eens kijken of we dit jaar een record kunnen halen.
Ik moet een knop om gaan zetten en weer beter voor m'n lijf (ik typte 'lijk', zou het freudiaans zijn?) zorgen.
Met een deel ben ik al begonnen: ik ontbijt met zelfgemaakte smoothies. Eerst van de diepvriespakketjes die AH verkoopt. Hartstikke lekker, maar een bom van calorieën/koolhydraten. Niet zo best voor een diabeet.
Dus ik heb me erin vastgebeten en ben op onderzoek gegaan. Ik leerde dat groene smoothies niet altijd groen van kleur zijn, maar dat het aangeeft dat er veel groente in zit. Wat er nu in mijn ontbijtglas zit is groente met een klein beetje fruit, genoeg om het lekker te maken. En dan havermout of lijnzaad erdoor om zonder trek de lunch te bereiken. De lekkerste maakte ik gisteren, van paarse peen, gember, zwarte bessen, wat hazelnoten, gemalen kruidnagel en kaneel.
Het is veel werk en dat is op dit moment een pluspunt. Afleiding, bezig zijn, creatief zijn met smaakcombinaties. Ik vries het in kleine porties in. Hoef ik 's avonds alleen maar zo'n portie in een glas te doen en haal ik 's ochtends m'n ontbijtje zo uit de koelkast.

Het afbouwen vreet trouwens energie. Er gaat om de dag 0.5mg diazepam af. Dat is heel weinig, maar mijn lijf heeft het soms moeilijk om aan dat kleine verschilletje te wennen. En dat maakt moe, heel moe. Zelfs nu mijn nachten weer wat meer gevuld zijn met slaap, doe ik overdag een dutje om niet direct na het avondeten naar bed te hoeven.

Om af te sluiten: mijn slaap is veranderd. Ik ben een dromer, dag en nacht. Maar normale dromen had ik eigenlijk al jaren niet meer, haast alleen maar nachtmerries.
Ik denk dat er 2 eigenschappen van mijn voormalige slaappil bij betrokken waren: de slaap was vrij kunstmatig en het middel dat ik gebruikte doet iets met je geheugen. Noem het gerust geheugenverlies. Ik vermoed dat er echt wel dromen waren (minder frequent misschien), maar dat ik ze simpelweg niet onthield.
Ik word nu 's ochtends of tussendoor weer wakker met de vreemdste taferelen op mijn netvlies, die ik gedurende de dag steeds beter kan duiden. En dat is fijn!