Ik ben Xamantha, 41 jaar, en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 4 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


donderdag 13 september 2018

'Plekje geven'

Terwijl mijn hoofd nog volop ideeën, overpeinzingen en dromen genereert, lijkt de rest van mijn systeem tot stilstand te komen. Knarsend zand tussen de raderen, elke stap voelt zwaarder dan de vorige. Het frustreert me, maakt me ook boos, want ik _wil_. Ik wil zo ontzettend veel.
Ik heb me de laatste dagen zorgen gemaakt zonder ze te delen, want ik heb echt geen zin om onder ogen te zien wat ik vermoed: dat dit aardig lijkt op het gevoel van afglijden richting depressie.

Maar toen ik vandaag met twee van de mooie verjaardagskado's in mijn handen stond (een prachtige grote amethist en een subtiel en lief zoutlampje), rondkijkend, realiseerde ik me dat het precies dát is: zaken een plekje geven. Letterlijk en figuurlijk kom ik tot stilstand om tijd te nemen, uit te rusten, voordat ik die dingen echt kan plaatsen.

Ik heb voor mijn doen een heel drukke en intensieve tijd achter de rug, waarin elke gebeurtenis fijn en bijzonder was, maar me ook bakken energie kostte. Er zijn ook wat inzichten bij gekomen, die zoeken nog naar vrij geheugen op de harde schijf.
"Defragmenteren en opruimen!" riep mijn vader vaak als er iets mis was met de pc. Griezelig raak in deze vergelijking: een deel van de nieuwe inzichten zijn inderdaad voortgekomen uit een gefragmenteerde kern waarin gaten zijn gevallen omdat er patronen aangepast zijn.
Ik heb al een poosje geen therapie meer gehad (wel heel prettige, ondersteunende en inzichtgevende gesprekken met de medicijnvrouw), maar op compleet andere manieren ging de groei en de heling gewoon door. En dat is een geweldig mooi inzicht, het maakt me minder afhankelijk van hulp. Ik kan het steeds vaker zelf.

Ik neig nu naar opsommen wat er de laatste tijd allemaal gebeurd is, maar het vliegt me meteen naar de strot dat ik dan misschien iets of iemand over sla. Laat ik het houden op 'veel gebeurd, veel gedaan, over grenzen gegaan en daar heel blij mee'.
En ook: volgens mij zit ik niet tegen een depressie aan. Ik ben gewoon moe.

Ik probeerde afgelopen zondag mijn ouders uit te leggen wat naaldvilten is. Pakte er een filmpje bij, en wat je ziet is eigenlijk alleen maar prikken, prikken, prikken.
"Je zou er simpel van worden", zei mijn vader. En ja, dat klopt. Althans op de manier die ik nu inzet. Van wol en catnip maak ik speeltjes. Bij nummer 1 was het zoeken naar een methode, maar vanaf daar ging het vanzelf. Komt er dan ook nog een kat op schoot liggen (echt heel zeldzaam), dan blijf ik op mijn plek en prik ik, prik ik, prik ik mezelf tot rust.

'Beertjes zagen', 'gehaktschoteltherapie', noem het hoe je wilt, maar het is voor mij al heel mijn leven een effectieve manier om complexe processen in het hoofd een plaats te laten zoeken. Ik was gewoon al mindful toen die term nog helemaal niet bestond ;)

En nu? Ik prik nog een poosje door en stem afspraken of activiteiten af op hoeveel ruimte ik heb. Vraag gerust om mijn aandacht, benader me, vul het niet voor me in. Want hoewel het nog onwennig en onhandig gaat, ben ik wel degelijk aan het leren om mijn eigen grenzen in het vizier te houden.

Maar nu moet ik gaan, er wacht nog een krat vol wol die verwerkt moet worden...

(dankjewel voor het lezen)

dinsdag 21 augustus 2018

Nachtvilten

Water, zeep, wol
Deppen, wrijven, kneden
Ingezeepte handen die ritme vinden op natte noppenfolie
Tijd, teveel tijd tot aan de ochtend
maar wrijvend komt mijn hoofd tot rust
Daar is het kleine meisje
Ze spettert, heeft plezier
en samen worden we stil
Kleine handjes onder de mijne, we verdwijnen in elkaar
en ze deelt
heel voorzichtig
'Ik zie jou, zie jij mij ook?
zie je mij, durf jij naar mij te kijken als ik enge ogen heb, ogen zonder wimpers?' Ik zie haar en huil Zout lost op in zeep Hoe vaster de wol onder mijn handen hoe losser en vrijer de beelden nu Het meisje dat haar nagels scheurde, dat wondjes niet liet helen dat met ontstoken tenen in de hete soda moest Dat haar wimpers spaarde in een potje. Meisje met je mooie haar ogen geloken, je verstoppend zijn je ogen blauw of bruin, hoor je bij papa of bij mama? 'Bij allebei een beetje, maar ik hoor vooral bij mij en bij alle knuffels in mijn bed' Waken ze over jou? 'Nee. Ik waak. De wereld is eng in het donker, maar nog enger in het licht. Ik snap het niet, hoe mensen doen, hoe kinderen doen Het schoolplein maakt me bang het klaslokaal soms ook en daarom droom ik Tuur ik naar het blauwe steentje in mijn ring, draai ik balletjes van de gum en laat ze rollen De juf kijkt streng als ze zegt dat ik niet oplet maar straks is ze weer lief, als ik nog even blijven mag en zij me aan het lachen maakt Dan durf ik het schoolplein over' Ik leg mijn handen weer over haar handjes 'Kijk eens, we hebben weer nagels wel kort hoor, maar geen bloed De wimpers zijn terug, helemaal vanzelf en in mijn haren zit nu grijs' We wrijven, onze handen dansen en ik luister naar haar verhaal. Eerst verdriet en onbegrip: 'waarom schoppen ze zo hard tegen die bal? waarom lachen ze om mijn tanden? en waarom wordt mijn vriendinnetje geplaagd? ze heeft zulke mooie krullen! En waarom snap ik al die grapjes niet nog minder dan mijn rekenschrift Ik snap het niet, ik weet het niet, ik durf het niet. Niets. Alles. En dat ik groot moet worden. Dat wil ik niet.' Ze duwt haar knokkels in de folie zoekt houvast en knijpt Mijn handen weer over de hare het wrijven vertragend En we kijken naar het schuim dat zij heeft gemaakt Schuim is zacht en fijn en lief zij is zacht en lief en mooi Tussen het aanrechtblad en mijn buik wordt de ruimte gevuld door een lief klein lijfje Ze kijkt naar me op, haar hoofd achterover Ik kijk omlaag en ik zie haar ik vind haar lief, ik vind haar mooi Zij kijkt naar mij, nu word ík gezien en fijner nog: ik word vertrouwd Schuim en zeep en wrijven Ze lost zich in me op Schuim en zeep en zuchten schuim en zeep en helen Schuim, zeep jij, ik Zomaar in een slapeloze nacht maakten we iets samen heel Zij, ik De vezels verstrengeld om elkaar nooit meer los te hoeven laten. En de tere bloem van vilt die ik zou maken die zit verstopt in de harde klomp van natte wol Niemand ziet hem, behalve ik want mijn ogen zijn blauw en bruin tegelijk Ik hoor bij mijn moeder, ik hoor bij mijn vader Ik hoor bij mijn man en de poezen en de knuffel in ons bed Maar ik hoor vooral heel erg bij mij.





woensdag 18 juli 2018

Negen vrouwen


Begin juni nam ik deel aan een workshop bij Atelier Serafijn, 'Vilt je eigen Godin'. Naaldvilten met schapenwol, het was een eerste kennismaking voor mij. Ik had de aankondiging van de workshop al eerder gezien op Facebook. Het trok me aan, maar ik had het geld niet. En stiekem vond ik het ook wel een beetje eng. Op sociaal vlak natuurlijk; zomaar een middag met mensen doorbrengen die ik niet kende. Maar ook het woordje Godin riep weerstand op. 'Mag' ik dat wel maken?
Een vriendin ging wél naar die eerste workshop en deed er enthousiast verslag van. Precies het juiste zetje, want ook zij heeft last van sociale angst - en toch had ze ervan genoten. Ik hoefde ook niet lang te wachten, Annelies laste een tweede workshop in.

Naaldvilten is het bewerken van ruwe wol met een speciale naald waar weerhaakjes aan zitten. Elke keer dat je in de wol prikt gaan de vezels steviger aan elkaar zitten. Zo kun je er vorm aan geven.
Het was een heerlijke ontspannen middag in gezelschap van hartstikke leuke mensen. Hierboven zie je de figuur die uit mijn handen kwam. De 'traditionele' Godinnen en Moeder Aarde-figuren leggen nadruk op de vrouwelijke vormen en zetten die ook stevig aan. Tot mijn verrassing was het erg leuk om een forse buik en dikke billen te maken.
Mijn viltfiguur ging in mijn tas en onderweg naar huis bekeek ik haar nog eens. Godin, Moeder Aarde? Nee, het is een krachtfiguur geworden. Ontspannen, geaard en helemaal okay met zichzelf.

En dan gaat het verder. Ik maakte thuis een klein grijs Godinnetje en had de smaak te pakken.
Gedurende de afgelopen anderhalve maand heb ik 9 viltvrouwtjes gemaakt. Je bent er best even zoet mee, en in de tijd dat ik rustig zat te vilten merkte ik dat het stukjes van mij waren, zich manifesterend in wol. Geen enorme trance-reizen of een stroom van pure spiritualiteit, maar wel een mooie flow en een gevoel van 'dit klopt'. Het ene figuurtje kwam wat gemakkelijker tot stand dan het andere, en eentje vind ik nog steeds lastig om te zien - hoewel juist dat vrouwtje de grootste kracht in zich draagt.

Ik wilde eigenlijk een uitgebreid stuk schrijven over het proces dat zich in mij afspeelde tijdens het maken, maar eigenlijk zegt een korte beschrijving van elk figuurtje al genoeg. In het algemeen kan ik wel zeggen dat het me onder andere mildheid heeft gebracht in contact met mijn eigen lijf. Het vormen van al die rondingen voelde zo natuurlijk, en hoewel ik steeds met ongeveer dezelfde basis begon ontstonden allerlei varianten. Elk lijf is anders. Het waarderen daarvan is niet afhankelijk van heersende idealen, maar van je eigen blik. Ik kan steeds beter accepteren dat ik dikker ben dan ik zou willen zijn. Dat me dat niet lelijk maakt. Dat dit lijf verzorging verdient.
Deze ervaring sluit zo mooi aan bij wat ik tijdens mijn retraite en bij de fysiotherapie kon ervaren: ik mag mild zijn naar mezelf, ik mag mezelf bevrijden van het verhullen. Tijdens de retraite was er een magisch moment: ik durfde naakt te zwemmen, zelfs met iemand anders erbij. En ik heb geleerd hoe de zachte aanrakingen van de fysio mijn lijf tot rust konden brengen, en hoe ik mezelf ook op die manier kon aanraken (na ervaren te hebben hoe ruw ik dat automatisch doe). Ik heb zalf meegekregen die ik over mijn hartstreek kan aanbrengen als ik me verdrietig of gekwetst voel.
De bijenwas, de wol: die materialen geven me meer verbinding met de natuur, met dieren. Ergens in mij zit een strenge vegan die allerlei bezwaren heeft, maar mijn hart vertelt me dat ik goed aan kan voelen of het materiaal okay is. De vegan krijgt op andere vlakken haar zin.


De vilten natuurgodinnen:
Ik heb elk van hen een intentie meegegeven, en ben ervan overtuigd dat ze los zijn van mijn persoonlijke gevoelens zodra ik ze de wereld in ga sturen. 

Ik wil deze negen aan je voorstellen. Daarna mogen ze op reis, via Facebook.

Kerewin. Zij staat voor wijsheid en rust. Vaak keert zij terug naar de Bron om stil en alleen te zijn. In deze gedaante komt ze graag bij je wonen om je te herinneren aan jouw eigen Bron.






Willow. Diep verbonden met de natuur zit zij ontspannen geknield te rusten. Morgen gaat ze weer op pad, dwars door de jungle of misschien op blote voeten over zacht mos. Willow reist zonder doel en laat haar voeten de weg vinden.



Nova. Toen ze klein en haast onzichtbaar was drukte iemand haar met de punt van een laars de grond in. Jaren bleef ze daar liggen, tot er een vuur in haar ontstak. Nova groeide en groeide, en zocht haar eigen pad. Zij draagt het triskelsymbool op haar lijf, dat staat voor vuur en vrijheid. Nova is unfuckwithable!
(bijzonder: ik schreef deze teksten gisteren en vannacht droomde ik over Nova. Er zit nog pijn van mij in haar. Ik ga kijken wat er gebeurt als ik het symbool op buik en borsten wat verder uitwerk)

Tamarinde. Is zij de boom of de vrucht? Ze is het allebei. Ze is de rijpe vrucht die zich vol vertrouwen laat vallen, omdat ze weet dat ze zal ontkiemen en uit zal groeien tot een krachtige boom, die wederom vrucht zal dragen. Ze is één met dit proces.



Kamille. Opgetogen en vol verwachting begroet zij elke dag die aanbreekt. Ze is mild en haar buik is gevuld met compassie. Graag laat zij zich oppakken en over haar zachte haar aaien. Ze is onvoorwaardelijk lief.

Selene. Vrouw van de maan, vrouw van de nacht. Zij leeft met de maancyclus en is 's nachts vaak wakker om te baden in het maanlicht. Haar huid is teer en ze beschermt zichzelf door zich af te sluiten voor het lawaai van de wereld. Selene wil waken naast je bed, om je te laten weten dat je niet alleen bent.

Jasmijn. Zij houdt zich vaak verborgen, deze kleine schoonheid. Ze komt ook zelden onder de mensen, uit angst voor pijn en oordelen. Jasmijn zoekt een thuis bij iemand die ziet hoe mooi ze is, ze wil gekoesterd worden. Als jij haar schoonheid ziet, spiegelt ze jouw eigen mooie zelf, precies zoals je bent.



Lavendel. Zij groet je stilletjes, in een gebaar van respect. Ze ziet je en ze wordt ook graag door jou gezien. Sta even stil bij de mensen die je ontmoet op je pad. Durf te groeten, durf te kijken en wissel uit wat het leven jou en de ander geleerd heeft.



Gypsy. Zij is klein en wild, instinctief en onbevangen. De wereld gaat langs haar heen, zij heeft haar eigen wereld. Mensen zeggen soms dat Gypsy altijd de verkeerde dingen zegt en dat ze zich moet voegen naar de normen van de wereld, maar had ik al gezegd dat zij haar eigen wereld heeft? In die wereld is ze helemaal perfect.

Nawoord (alsof de tekst nog niet lang genoeg was ^^): gisteren heb ik acht van de negen dames voorgesteld op Facebook, en heb ik daar mijn vriendenkring gevraagd ze in huis te nemen, in ruil voor een kleine vergoeding. Dat was geloof ik het engste dat ik de laatste maanden gedaan heb, maar het was een goede stap. Ik overweeg al tijden om in een winkel die dat aanbiedt een plankje te huren waarop ik zelfgemaakte spulletjes kan verkopen, maar deze godinnetjes zijn me net iets te persoonlijk, ik wil graag weten bij wie ze terechtkomen. Ik heb, al peentjes zwetend, durven vragen om een bijdrage zonder een vast bedrag te noemen. Lastig voor mij ('als ze maar niet denken dat ik er op deze manier een slaatje uit te slaan' en 'ik kan ze toch ook gewoon cadeau geven?'), lastig ook voor de mensen die interesse hebben. Ik kom het af en toe tegen in het alternatieve circuit en dat vind ik spannend. Liefst kijk ik dan wat anderen geven, zoek ik een richtlijn. Maar hey, ik geef de mensen nu ook de kans om voor een euro iets moois te ontvangen. Het gaat er écht niet om hoeveel ik ervoor krijg, alleen maar *dat* ik er iets voor vraag. Ik heb er hard aan gewerkt en verdien waardering (zeg ik dat echt?).
Nou, ik weet inmiddels dat er genoeg mensen zijn die dit aandurven! Ik kreeg ontzettend veel reacties, mensen waren enthousiast en complimenteus en acht van de negen godinnen gaan op weg naar een nieuwe bestemming.

Ik heb Nova niet aangeboden. Het feit dat ik nog altijd niet tevreden ben over haar uiterlijk, plus het dubbele gevoel dat ik bij haar heb zegt me dat zij en ik nog niet klaar zijn met elkaar. Dat zij nog een  te persoonlijke pijnlijke lading heeft. Ik ga nog aan de slag met haar.

Het was echt heel bijzonder gisteren en ik ben bijna heel de tijd online gebleven om vlot te kunnen reageren, aanwezig te zijn. Ik heb gewacht tot Albert 's avonds thuis was van zijn werk en ben daarna in bed gekropen. Goed en lang geslapen, met energie om vandaag iedereen te benaderen voor het uitwisselen van gegevens.


Dankbaar!!!

donderdag 24 mei 2018

Dag Isis


Lieve Isis,
Vandaag hoorden we dat je bent gegaan. Na 16 of 17 jaar op aarde liet je mijn moeder weten dat het genoeg was geweest. Er is zo goed voor je gezorgd, er werd veel van je gehouden. Omringd door die liefde mocht je rustig het leven verlaten.

In de lente van 2002 regende het pijpenstelen. Er klonk geluid bij de achterdeur en daar zat je: mager en doorweekt, met een piepklein poesje dicht tegen je aan. Jullie bibberden en bliezen naar me, maar lieten het toe dat ik jullie naar binnen haalde.

We hebben jullie toen een eigen kamertje gegeven, afgesloten voor de rest van de katten. We zorgden voor eten, water en een kattenbak, en verder hebben we jullie de eerste dagen met rust gelaten.
Gelukkig knapten jullie allebei op en werd de angst minder. Na een tijdje verkenden jullie samen het huis. Je had een klik met Munchkin, jullie speelden samen tikkertje. En ook jouw kleintje daagde die vriendelijke zwarte kater uit. Je keek toe, alert. Munchkin was zo lief voor dat hummeltje.


We denken dat je hooguit een jaar was toen je bij ons kwam, en je kitten was een week of 3 a 4.
We genoten van jullie. De tuindeur stond altijd open en jullie genoten van onze tuin. We weten het niet zeker, maar we denken dat onze Sacharov (toen nog een zwerver) de vader van je kleintje was. Hij was in elk geval heel graag bij jullie, wij zagen daar wel een gezinnetje in. Ik weet eigenlijk niet hoe lang die periode geduurd heeft; op de foto's zie ik dat je dochter al veel groter was dan toen ik jullie naar binnen haalde. Toen zat ze namelijk vaak óp het kleine schoteltje aan de brokjes te ruiken.

We wilden jullie eigenlijk heel graag bij ons houden, maar het was verstandiger om een nieuwe plek voor jullie te zoeken. Om die reden hebben we jullie geen namen gegeven. Voor het kleintje was al snel een nieuw thuis gevonden en jij mocht met mijn ouders mee. Je verhuisde naar de plaats waar Munchkin vandaan kwam. Je kreeg een naam: Isis. Een prachtige naam voor zo'n knappe poes.
Je kreeg ook nog twee dochters: Koetje en Kip. Die bleven bij je. Wat een fantastisch trio waren jullie, en wat waren jullie in goede handen. Het was zo fijn om je steeds weer even te zien als ik op bezoek was, en wat ben ik mijn ouders dankbaar dat ze jou met zoveel liefde opnamen in het gezin.



Lieve mam, dankjewel voor de goede zorg en voor het dappere besluit dat je hebt genomen. Isis had zich geen beter thuis kunnen wensen. Heel veel sterkte van ons allebei, we zijn geraakt.

Dag Isis.




zaterdag 19 mei 2018

Ik sta stil




Als je van 'anything' 'nothing' maakt, dan klopt het plaatje helemaal.

Marijke was gisteren bij de GGZ-arts. Ze voelde zich niet vrolijk.
De dokter vroeg of ze daarover wilde vertellen.
Marijke vertelde over de afgelopen weken.
Dat is niet fijn, zei de dokter, hoe begon de somberheid?
Marijke vertelde. En daarna vroeg ze: heb ik een depressie?
Ja, zei de dokter, jij hebt een depressie.

Ondanks de ellendige inhoud was het een goed en zelfs mooi gesprek. Voor mijn doen praatte ik veel en lang. Samen zijn we terug gaan kijken of er een aanleiding was. Ik dacht eigenlijk van niet, maar we vonden hem wel degelijk:

Ik had mijn plezier in het haken teruggevonden en er kwamen weer leuke dingen uit mijn handen. Nieuwe variaties op het oude thema, andere nieuwe dingen. Patronen opzoeken en me nieuwe technieken eigen maken. Heerlijk. Flow!
Het begon te stromen, de ideeën waren niet bij te houden met mijn haaknaald. Ik schreef ze op.
Intussen verkocht ik ook een paar creaties. Ik was vergeten hoe goed dat voelt, dat mensen iets wat jij hebt gemaakt leuk genoeg vinden om ervoor te betalen. Fijn en lastig tegelijk.

Er kwam een leuke workshop voorbij. Ik moest 'm voorbij laten gaan, er was niet genoeg geld. Maar het zette wel iets in gang: als ik nou eens een voorraad knuffeltjes en speeltjes aanleg en weer ga verkopen? Op heel kleine schaal? Er is een winkeltje in Wageningen waar je een kraam of plankje kunt huren. De winkel doet de verkoop. En Etsy, ik heb nog altijd een account daar.
Hoe fijn zou het zijn om af en toe gewoon ja te kunnen zeggen tegen een workshop of cursus, zonder dat het uit de huishoudpot moet komen.

De ideeën werden groter en groter. Mijn energie nam toe, het plezier ook. Ik ging dingen kopen die ik nodig zou hebben. Wat garen, maar vooral plastic oogjes (die nog een heel drama opleverden), sleutelhangers, vulling, et cetera. Willen we meer of minder materialen? Meer, meer, meer!
Ik haak traag en dat begon me enorm te frustreren. Steeds bozer op mezelf, steeds fanatieker aan het werk, steeds meer hyperen. Op een gegeven moment ging ik 's nachts uit bed omdat er een idee was dat niet kon wachten. En slapen lukte toch al niet meer met dat hoofd vol plannen.

Ergens kwam er een omslag. Ik werd moe, zo moe. In slaap vallen ging steeds gemakkelijker en dat was natuurlijk hartstikke fijn. Minder fijn was dat opstaan steeds slechter lukte. Ik deed dutjes overdag die steeds langer werden. Na het ontbijt weer terug naar bed en slapen tot het avondeten. De avonden zien door te komen. Zaten best redelijke avonden tussen hoor, maar bij het samen kijken naar series en films kon ik de verhaallijnen niet meer volgen. Ik schaamde me, maar vertelde het na een tijdje wel aan Albert en vroeg of hij af en toe uitleg wilde geven. Zo gênant, ik voel me dan zo dom.

En daar was ook de drang om eindeloos te eten weer. Alles wat los en vast zat.
Ik kwam tot steeds minder. Zo boos op mezelf werd ik ervan. Het is maar goed dat ik geen tattoo gun in huis heb, anders had ik het woord LOSER op mijn voorhoofd gezet. Waarschijnlijk ook nog eens in spiegelbeeld en dan daar weer boos om worden.
De drang om mezelf te beschadigen (fysiek, want mentaal doe ik dat al behoorlijk) nam toe, het hopen op niet meer wakker worden. Gedachten over suïcide, maar nog geen plannen.
Dit (het afglijden) heeft een paar weken geduurd en ik deed keihard mijn best om het te laten stoppen, én om het te verbergen. Het woordje depressie kwam af en toe op en ik wilde er gewoon niet aan. Niet weer, alsjeblieft niet weer, niet nu.
Ik sprak er alleen met Albert over. Die maakte zich zorgen en deelde mijn vermoeden.

Terug naar het gesprek. Het luchtte me op om eerlijk te zijn over hoe ik me voelde. Het luchtte ook op dat het woord depressie op tafel kwam. De oordelen smolten weg. Ik ben niet lui, ik ben niet te zwak, ik hang niet aan zelfgekozen slachtofferschap. Depressie is een ziekte.
Aan mij nu de taak om weer op te gaan krabbelen.
Niet met extra medicatie maar met zelfzorg. De hardheid loslaten en accepteren dat het momenteel ronduit kut gaat.

Dit is niet de eerste en waarschijnlijk ook niet de laatste depressie in mijn leven. Ik weet de weg, ik weet wat mij helpt. Voor sommigen werkt confrontatie en stevige schoppen onder de kont, maar die weg heb ik meerdere keren gevolgd, oa in de Apeldoornse kliniek waar ik bijna een jaar opgenomen was. Ik zag het daar ook om me heen: de een bloeide op, de ander verwelkte. Dit is een van de redenen waarom ik zorg op maat zo belangrijk vind.

Mijn weg gaat door de pijn heen, maar wel in kleine stappen, voorzichtig. Mezelf niet groter of kleiner maken, al zal dit voor een ander wellicht als klein maken klinken. Zolang ik op het pad van herstel blijf is het goed wat ik doe, is het tempo of het formaat van mijn passen altijd goed genoeg.

Ik weet dat ik een gruwelijk lang epistel aan het schrijven ben, maar dat doet er niet toe. Schrijven is een van mijn belangrijkste tools. Dat het in een blog is...ach, de een zal deze tekst helemaal lezen en de ander haakt af. Dat doet er niet toe.

En weer terug naar het gesprek. Zo open ben ik lang niet geweest en dat kwam aan bij mijn arts. Spiegelde mij weer om me verder te openen en inzicht te krijgen. Het doet iets met je als je ziet dat het de ander raakt, ik kon mijn 'ach, het gaat wel, ik red het wel' -masker laten zakken en echt naar binnen kijken. Damn, wat is het donker daar, wat vind ik het leven op dit moment moeilijk. Maar ook: ik ben er qua depressie op tijd bij, al ben ik onbewust grenzen gepasseerd en had ik dit kunnen voorkomen.

Wat ik meekreeg als advies was om het 'moeten' tijdelijk los te laten. Even geen verplichtingen. Voelen wat er is. Ademen. Even niet knokken en vertrouwen op haar vertrouwen in mijn kracht.
Volgende week praten we verder.
Ik weet dat ik iets moet met het niet voelen van grenzen, maar dat is van later zorg.

En zo zit ik nu best ontspannen aan de koffie. Epica op de speakers. Peukje erbij. Ik geniet er niet van, maar ik voel wel hoe rustig ik word in deze kleine bubbel.
Depressies gaan over. De vermoeidheid en het (de?) binge eating zullen minder worden. Ik zal weer behoefte gaan voelen om creatief te zijn, in welke vorm dan ook. Ik zal ook weer stappen gaan zetten.
Hoe donker ook: dit gaat over.
Ik sta alleen maar even stil.

woensdag 9 mei 2018

Op reis


De deur uitgaan, het veilige huis verlaten: dat gaat een stuk beter dan eerst. Als ik samen met Albert ga, gaat het eigenlijk vanzelf, tenzij het reisdoel me te veel is. De biologische markt in Wageningen bijvoorbeeld, of een afspraak waar ik tegenop zie. Dan is het grenzen bewaken en nog eens overwegen of we überhaupt wel moeten gaan.
Maar! Met z'n tweeën leggen we inmiddels grotere afstanden af. Ik raak snel het overzicht kwijt als er overstappen zijn, maar Albert is een fantastische planner. Vooraf weet hij al op welk perron we moeten zijn, of de aansluiting ruim of krap is, welke route de minste stress oplevert. Ik ga letterlijk aan het handje mee. Als ik op een druk station eigenlijk geen stap meer durf te zetten houd ik die grote hand vast. Ik zou zelfs m'n ogen dicht kunnen doen, als die hand er maar is.

De busreis naar Wageningen (therapie) maak ik inmiddels in m'n eentje. Daar heb ik Albert eigenlijk wel een beetje bij nodig omdat mijn besef van tijd vaak gewoon kaduuk is. Meer dan (een paar keer) antwoord geven op de vraag hoeveel tijd ik nog heb hoeft hij niet te doen.

Vanmorgen was Albert al de deur uit toen ik op pad moest. En dat gaf paniek. Paar keer op het punt gestaan om af te zeggen, maar ik wilde zo graag naar deze afspraak. Hooguit 3 uurtjes geslapen en ontzettend warrig ontwaakt. Chaos volgde. De drempel van de voordeur leek 3 meter hoog, maar na wat hartgrondig gevloek kwam ik er met mijn korte beentjes toch overheen.

Het was fijn bij de fysio, fijn en een beetje eng. Ze stelde namelijk voor om mijn rug én mijn benen te masseren. Oei. Daar moeten veel kleren voor uit. Hoefde niet hoor, het kan ook door kleding heen en de regie ligt in mijn handen. Maar haar adviezen neem ik graag aan. Dus hop, in m'n ondergoed op de tafel. Nou ja, eigenlijk niet 'hop', het is schuifelen met mijn armen voor mijn lichaam. We lachen er allebei een beetje om. Die ongemakkelijkheid mag er gewoon zijn en de luchtigheid ook. Niet alles hoeft drama te zijn. Ik voel me veilig en vertrouwd bij haar.
Ik verbaas me telkens over de subtiele aanrakingen en hoe fijn ik die vind. Geen gekneed en haast geen druk. Alsof ze mandala's tekent op mijn huid en af en toe wat dikkere lijnen zet door iets meer te duwen. Inmiddels laat ik de gedachten over gewicht en littekens vrij snel los.
Deze keer wilde ik bij het narusten geen kruik of warme bijenwas, het is al warm genoeg.
En zo ben ik in die mooie lichte ruimte ook op reis. Naar verbinding met mijn lijf, naar ontspanning, naar het verbreken van de gedachte dat mijn lijf vies is.


En nu ben ik weer thuis. Ik heb de sporen van de chaos in de ochtend opgeruimd en voel me moe en tevreden. Het is weer gelukt, ik durf meer dan ik denk.

woensdag 21 maart 2018

Schijn?

Ik ben zo bang, benzobang misschien wel.
Wat als onder de medicijnverslaving mijn oude, zieke ik verborgen ligt, compleet met oude denkpatronen, oud gedrag? Wat als ik weer een crisisdienstdraaideurcliënt word, of het eigenlijk al die tijd gebleven ben? Wat als ik weer word wie ik niet meer wil zijn, wat als de vooruitgang een rookgordijn van valse hoop blijkt te zijn?