Ik ben Xamantha, 40 jaar, en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


vrijdag 25 december 2009

Wankelen


Laat ik het maar toegeven: ik wankel behoorlijk op dit moment en ik heb een zwaar vermoeden dat het met de hectiek van de afgelopen dagen/weken te maken heeft. Zoals ik al schreef: het was het meer dan waard, ik heb er geen spijt van, maar ik kan wel merken dat ik flink over m'n eigen grenzen ben gegaan.


Vanmiddag bereikte ik dan eindelijk het crash-moment. Was hyper in de weer met allerlei plannen en dingen die ik nog wilde doen, voelde het borrelen van binnen en uiteindelijk was daar apathie, gevolgd door nog maar weer eens een huilbui en wat acting out gedrag.
Jammer dat ik er niet op tijd bij was en ik was er eventjes heel erg pissig en gefrustreerd door: het gaat toch beter, dan moet ik het toch aankunnen?

Toch al snel dat gevoel achter me gelaten; ik help mezelf er niet mee en schiet ook gewoon niets op met al die frustraties. Beter om de dingen te nemen zoals ze zijn: het gaat even niet, dus ik moet een tandje terugschakelen. Daarmee gaat er niets verloren; de boel staat alleen tijdelijk op pauze.

De kerstdagen hoeven niet fenomenaal gevierd te worden, thuis onder de in de haast toch nog opgezette kerstboom is het aangenaam vertoeven met overdag de poezenbeesten om me heen en 's avonds m'n lief (die moet beide dagen werken). Pasgeleden een stapel slappe horrorfilms op de kop getikt (5 voor 5,-), die kijken heerlijk weg en aan boeken geen gebrek. Er is glühwein en het kerstdiner bestaat dit jaar lekker simpel uit boerenkool of zuurkool (weet ff niet meer welke van de 2 we nou ook alweer gehaald hebben) en het buitenshuis kerst vieren is afgezegd. Er hoeft helemaal niets nu en da's precies mijn doel voor de komende dagen: nietsdoen en daar een beetje van proberen te genieten.

Ik ben benieuwd wat 2010 me gaat brengen.
2009 was een vol en heftig jaar. Zou het niet graag overdoen, maar het heeft heel welkome veranderingen met zich meegebracht, m'n POV (point of view, om maar in schrijftermen te blijven^^) is zo anders dan voorgaande jaren. Ik ga met vertrouwen het nieuwe jaar in, vermoed (hoop!!) dat dit nieuwe vertrouwen aan blijft houden.

Langzaamaan begin ik ook zaken los te laten die me dwars hebben gezeten de afgelopen jaren. Er zijn mensen verdwenen uit m'n leven en daar is nu eindelijk wat berusting over. Eén persoon mis ik nog, maar ook dat zal wel slijten, dat moet ik de tijd geven. Er zijn ook nieuwe, mooie mensen bijgekomen, maar wat ik nog het meest koester, zijn de banden die alles keer op keer overleven. Dankbaar dat die mensen er zijn en dat ik niet bang hoef te zijn dat ze zullen verdwijnen.

Zo, ik ben weer even uitgepiekerd, tijd om het echtelijk bed weer op te zoeken. Lang niet zo groot als het Hiltonbed, maar tig keer fijner omdat het “thuis” is :)

donderdag 24 december 2009

Fijne, rare trouwdag

Zo, hierbij wat foto's & verslagje van 21 december. Wat een intensieve, rare, maar fijne dag was het!
Ondanks negatief reisadvies hebben we het er toch op gewaagd ons naar Rotterdam te begeven. Kaartjes enzo waren ten slotte al betaald en we zijn toch Hollanders ;) (nou ja, eigenlijk zijn we meer mensen die zich zo'n tripje maar heel zelden kunnen veroorloven).
De reis...verschrikkelijk! Een puinzooi op de stations, iedereen rende door elkaar heen (en gleed uit) om toch maar ergens een trein te vinden. Uiteindelijk uitgevogeld dat we er via Gouda wel zouden komen en we waren niet de enigen...sardientjes in een supervolle trein...
Gelukkig een boel pammetjes bij me, had ze echt nodig. Overwogen om te keren, maar gelukkig doorgezet, want we hebben een heerlijke avond gehad!

Op ons provinciaaltjes maakte het verblijf in het Hilton nog het meeste indruk (dankzij de theaterkaartjes kregen we dikke korting, voel me toch een beetje geroepen dat er steeds bij te zeggen^^) en zo zullen we ook wel overgekomen zijn op het personeel. Hihi, zagen er zelf de lol wel van in.

Lekker gegeten bij een kleine pizzeria, nog even de smoking lounge onveilig gemaakt en daarna hoefden we alleen maar de straat over te steken naar het theater.
Het concert...super! Veel oude nummers in nieuwe (mooie!) jasjes en een geweldige nieuwe toetsenist die we vaker hopen te zien. BN'ers gespot en eindelijk Fré's geliefde een keer in het echt gezien. Wat een stoere chick is dat, ze durfde het aan om een nummer mee te zingen en klonk helemaal niet verkeerd.
Na afloop nu eens niet gewacht tot iedereen weg was om een praatje met Fré te maken, het was echt heel druk, dus genoegen genomen met gesigneerde poster en Fré nog gauw een gedichtenbundeltje in handen gedrukt.

Lekkere badderspulletjes meegebracht, maar het bad in het hotel was toch niet helemaal berekend op 2 XL personen, dus met de slappe lach en een kleddernatte vloer hebben we dat maar voor gezien gehouden ;)

Zelf wat consumpties meegebracht, maar toch ff de minibar uitgeplozen, nieuwsgierig wat er allemaal in zat. Tja, en dan zie je pas achteraf de waarschuwing dat alles wat je optilt aan je rekening wordt toegevoegd. Oeps, schrik! Balie gebeld en inderdaad, bijna de hele inhoud van het koelkastje stond keurig op onze rekening...ach, we waren vast niet de eerste groentjes die dat overkwam, want het was geen probleem de minibarrekening weer tot normale proporties terug te brengen (lees: elk 1 frisje plus 1 Bacardi voor ondergetekende).

Zalig groot bed, maar ik was een piepklein beetje (*grin*) overprikkeld, dus Morpheus hield zich schuil voor mij. Gelukkig sliep Albert door al mijn nachtelijke activiteiten heen, hij is het wel gewend ;)

Op de terugweg was het treinverkeer nog steeds enorm ontregeld, maar doordat we vroeg waren vertrokken is Albert nog op tijd op z'n werk gekomen en kon ik onze poezenbeesten weer in de armen sluiten.

En nu: moe, moe, moe. Eventjes heel erg wankel met een boel paniek en hier & daar een huilbui. Is niet erg, gewoon even heeeeel kalm aan doen. Het was het waard!!!

(klik op slideshow om 'm groter te bekijken)


Fijne Feestdagen iedereen!

maandag 21 december 2009

Mijn jeugd hield op in Rotterdam (en hoe het verder ging)



De titel van een van de boeken die ik vandaag los ga laten in Rotterdam, maar het had ook de titel van m'n autobio kunnen zijn. Wat een gezellig dagje in de stad had moeten zijn, was het begin van een nachtmerrie. En daar heb ik Rotterdam om gehaat.

Vandaag gaan Albert en ik (als het OV & het weer ons gunstig gezind zijn) naar Rotterdam om de liefde te vieren. Mijn heldin, Frédérique Spigt, staat vanavond op het podium van het Oude Luxor, precies op de dag dat mijn lief en ik 12 jaar samen zijn & 3 jaar getrouwd. Lekker uit eten, een voorstelling waar we ons beiden op verheugen (jawel, ook mijn lief kan Spigt inmiddels waarderen, met name live) en daarna overnachten in een hotel. Helemaal goed.

Wat is het fijn om op deze manier het bestand 'Rotterdam' te kunnen overschrijven in mijn geheugen door er een mooie nieuwe herinnering aan toe te voegen.
Wat ben ik blij met de man aan mijn zijde, wat ben ik dankbaar voor de afgelopen 12 jaren en wat heb ik veel zin in alles wat nog komen gaat!


Twee Maal Zoveel Power (3.00)



Impulsief als een kind
Dat vertrouwt
Zomaar blind
Van je houdt


Draai je door
In je kop
Je hart is verscheurd
En kapot


De zon verdwijnt
Je zoekt je richting op de tast
Met gebalde vuist
Klamp je je aan de laatste strohalm vast


Met twee maal zoveel power
Kan je er doorheen
Met twee maal zoveel power
Hou ik je op de been


Instinctief als een dier
Op de vlucht
Voor gevaar
In de lucht


Hand in hand
Tot het gaat
Tot je voelt
Dat je staat
Waar je staat


De zon verdwijnt
Je zoekt je richting op de tast
Met gebalde vuist
Klamp je je aan de laatste strohalm vast


Met twee maal zoveel power
Kruip je overeind
Met twee maal zoveel power
Tot de pijn voorgoed verdwijnt


Met twee maal zoveel power
Hou ik je op de been
Je bent niet alleen
Je bent niet alleen




Muziek/tekst: Jan van der Meij/Frédérique Spigt.


Van het album Engel


(P) 1999 phoNOgram


(C) 1999 Mercury Records bv. The Netherlands

dinsdag 15 december 2009

Klef stukje ;)

Ken je dat, van die momenten dat je naar je partner kijkt en je je weer eens realiseert hoe dankbaar je bent dat diegene in je leven is gekomen?
Vanmorgen had ik weer zo'n moment. Ik moest iets stressigs gaan doen in de stad en ondanks zijn doorgehaalde nacht stelde hij voor om samen te gaan, dan kon ik de stress in elk geval delen. Pfff, 't was inderdaad maar goed dat hij bij me was :)
Samen in de bus, ik terug naar huis, hij reisde door naar z'n werk. En nu mis ik hem. Ik kan echt prima alleen zijn en er is genoeg wat me bezighoudt vandaag (jeej, ben weer aan m'n novel aan 't werken!), maar soms wil je de ander gewoon het liefst dichtbij je hebben. 't Is een prettig soort missen, het soort dat je ertoe aanzet nog eens wat oude foto's door te kijken en nog eens te luisteren naar het nummer dat klonk in het gemeentehuis, bijna 3 jaar geleden.
Ja, ik weet dat het klef is wat ik nu schrijf, kan me niet schelen. Soms moet je even van de daken schreeuwen hoe blij je met iemand bent.
A., you're the world to me!

zaterdag 12 december 2009

Graag Dwaas!



Wauw, erg mooie & toepasselijke dagkaart getrokken vandaag: de Dwaas. Dat klinkt misschien niet positief, maar is het zeker wel! Lees de beschrijving maar eens:
Van moment tot moment en bij iedere stap laat de Dwaas het verleden achter zich. Hij heeft niet meer bij zich dan zijn zuiverheid, zijn onschuld en vertrouwen, wat gesymboliseerd wordt door de witte roos in zijn hand. Het dessin van zijn vest bevat de kleuren van de vier elementen van de tarot, hetgeen erop wijst dat hij in harmonie verkeert met alles wat hem omringt. Zijn intuïtie functioneert optimaal. Op dit moment krijgt de Dwaas de steun van het universum om deze sprong in het onbekende te doen. Er wachten hem avonturen in de stroom van het leven. • De kaart wijst erop dat je geen misstap kunt doen zolang je vertrouwt op je intuïtie van dit moment, op je gevoel dat alles 'goed is'. Je gedrag lijkt anderen misschien 'dwaas', of jezelf ook, als je probeert het met je rationele verstand te analyseren. Maar de Dwaas staat bij 'nul', het nummerloze nummer, waar vertrouwen en onschuld de weg wijzen, niet skepsis en vroegere ervaringen.


Een dwaas is iemand die altijd vertrouwt; een dwaas is iemand die ondanks al zijn ervaringen vertrouwen blijft hebben. Je bedriegt hem en hij vertrouwt je, en je bedriegt hem nog eens, en hij vertrouwt je, en je bedriegt hem weer en hij vertrouwt je nog steeds. Dan zul jij zeggen dat hij een dwaas is, dat hij niets leert. Zijn vertrouwen is enorm; zijn vertrouwen is zo zuiver dat niemand het kan aantasten.

Wees een dwaas in de taoïstische zin, in de zin van zen. Probeer geen muur van kennis om je heen op te trekken. Welke ervaring je ook overkomt, laat het gebeuren en laat het steeds weer los. Zuiver je geest voortdurend; sterf steeds opnieuw aan het verleden om in het heden te kunnen blijven, hier-nu, als een pasgeborene, als een baby. In het begin is dat heel lastig. De wereld gaat misbruik van je maken... laat ze. Het zijn arme stumpers. Ook al word je misleid en bedrogen en beroofd, laat het gebeuren, want wat werkelijk van jou is kan je niet ontstolen worden, wat werkelijk van jou is kan niemand van je roven. En elke keer dat je je niet laat aantasten door de situatie, zorgt die gelegenheid voor een innerlijke integratie. Je ziel zal zich meer uitkristalliseren.

Hier kun je zelf een dagkaart trekken!

Na een heftige maar bevrijdende nacht (zie vorig stuk, heb ik vannacht geschreven om de onrust 'n beetje kwijt te raken) werd ik vandaag met een prettig gevoel wakker. Zin om een tarotkaart te trekken. Wat past ie goed bij het proces waar ik in zit!
Naast alle geestelijke rijkdom bracht ook de post een heel fijne verrassing mee: de maandprijs van 'n enquetepanel gewonnen. Whieeeehoeeee, ik kan eindelijk een nieuwe camera kopen!!

vrijdag 11 december 2009

Dromen



"Waar droom je van, wat zou je écht nog heel graag willen als het zou kunnen?"
Die vraag stelde een psychiater me anderhalf jaar geleden, als een soort test in hoeverre ik suïcidaal was. Er was op dat moment geen zinnig gesprek met me te voeren en op de meeste vragen die ze me stelde kon ik geen antwoord geven omdat ik de vragen simpelweg niet begreep. Maar deze vraag raakte iets aan en het antwoord kwam er zonder aarzelen uit. Er was nog maar één ding dat het tij nog kon keren, nog maar één verlangen dat me hoop kon geven.
Die droom ben ik na gaan jagen, heb alles op alles gezet om 'm waar te kunnen maken. En ik kwam er dichtbij, heel dichtbij. Tot die droom in scherven uiteen spatte. Okee, dacht ik toen, nu is mijn leven officieel mislukt. Nu mag ik eruit stappen. Ik heb nog een tijd vastgehouden aan valse hoop, misschien wel meer voor de buitenwereld dan voor mezelf. Het werd me steeds duidelijker dat het tijd was om afscheid te gaan nemen van het leven waar ik steeds nét niet bij kon. En, ik had het al zo vaak in mezelf gezegd (en een enkele keer zelfs hardop), als ik niet kon krijgen wat ik wilde, hoefde het voor mij niet meer.

Daarna werd het heel stil in mijn hoofd. De leegte van binnen was groter dan ooit. Ik wachtte op de paniek die me het laatste zetje zou geven. De paniek bleef uit.
Ik werd kalm, heel kalm. Niets meer te verliezen, dus waarom haast maken? Het moment zou vanzelf wel komen en tot die tijd kon ik net zo goed een paar zijpaden nemen en nog eens goed om me heen kijken.
Ik ging weer mediteren. Die kleine momentjes voor mezelf, waar ik nu alle tijd en rust voor had.
Ik ben gaan praten met de grijze wijze man die op mijn pad kwam. Ik vertelde over de pijn en de leegte die ik voelde en praatte over het opgeven van dromen. Het was voor het eerst dat ik er zo vrijuit over kon praten. Natuurlijk was mijn lief op de hoogte en spraken we erover, maar ik zag de angst in zijn ogen als ik praatte over opgeven, zag de woorden die ik in het verleden uitgesproken had nagalmen in zijn hoofd. Op zulke momenten zochten hij en ik liever troost bij elkaar, dat is iets wat we altijd goed hebben gekund samen. De grijze man was betrokken bij mijn welzijn, maar zijn beroep en zijn houding maakten dat ik me niet in hoefde te houden. Op zijn beurt praatte hij op mij in, gaf mij telkens andere invalshoeken en ondersteunende tips over hoe ik alsnog achter die droom aan kon gaan. Ik noem hem wijs omdat hij daarmee precies de juiste snaar raakte: hij geloofde in mij op een moment dat ik niet meer in mijzelf geloofde en daardoor hoefde ik eventjes niet meer te strijden om hoop vast te houden, om te zoeken, om te overleven tot de dood zich aandiende. Hij hoopte vóór mij, nam het van me over. Daardoor had ik mijn handen, hoofd en hart vrij.

Ik genoot van die vrijheid. Het was guur weer, maar ik ging er graag in mijn eentje op uit met mijn camera, de boslucht opsnuivend en alles vastleggend wat mooi was. Ik herinner me een heel heftig moment: opeens zag ik tussen de bomen door een paarsroze vlakte opdoemen. Ik had er tot op dat moment niet bij stilgestaan dat ik vlak bij de heide was. Ik vond een toegangspoortje en voordat ik het wist was alles om me heen heide, serene bedauwde heide. Het was nog vroeg in de ochtend en het zonnetje kwam pril door de wolken kijken. Ik voelde geen kou, had geen last van de motregen. Ik voelde me warm en dankbaar.
Ik weet niet hoe lang ik daar heb staan huilen, maar het was zó intens.
Het was op die plek dat ik het voelde: een vonkje, een piepklein vonkje. Was het hoop? Geloof? Liefde? Ik weet het nog steeds niet en het maakt me ook niet zoveel uit.

Een groot deel van die weken daar bij de heide heb ik huilend doorgebracht. Nooit of zelden waar anderen bij waren, mijn tranen voelden veel te intiem om te delen. Ik trok me veel terug in de natuur, op het kerkhof middenin het bos en op mijn kamer en zodra ik ze toeliet, kwamen de tranen. Huilen in de regen en onder de douche waren troostende ervaringen, alsof ik opging in een vloed van tranen, alsof alles met me meehuilde.
Ik nam afscheid. Ik wist niet precies waarvan, maar had wel in de gaten dat het niet persé een afscheid van het leven hoefde te zijn. Hoewel dat nog steeds een optie was, dat maakte dat ik zo kalm kon blijven.

Uiteindelijk, een tijd later, heb ik een besluit genomen waarvan ik nooit had gedacht dat ik het aan zou kunnen: ik dekte mijn droom af met een zacht dekentje (dankjewel HR voor dat symbool) en wiegde hem in slaap. Misschien voor even, wellicht voor altijd. De droom, de wens, is niet weg. Dat zou onnatuurlijk zijn, ik zou een heel groot stuk van mijn zijn daarmee ontkennen. Het ligt onder een dekentje te slapen en voorlopig laat ik het met rust.

De ruimte die daardoor ontstond maakte me duizelig en ik zou liegen als ik zei dat dat gevoel weg is. Ik ben nog steeds duizelig en sta onvast op mijn benen. Onvast, maar ik sta wel. En nu het felle licht van dat ene Grote Verlangen gedempt is, zie ik ook de kleinere, minder felle lichtjes weer. Nieuwsgierig volg ik het spoor, voorzichtig schuifelend om niet te struikelen. Soms doven de lichtjes nog voordat ik ze bereik, soms blijven ze ook buiten bereik. En soms, heel soms, worden de lichtjes groter naarmate ik dichterbij kom.

Een van die lichtjes herkende ik. Het was een lichtje dat ik altijd vlakbij me had geweten, maar waarvan ik afstand had genomen omdat ik zo bang was dat het een illusie was. Dat lichtje voed ik nu, mijn woorden zijn twijgjes die ik in de vlammen leg. Het vuurtje groeit en een oud, weggestopt verlangen vlamt op. Of het ooit een vreugdevuur zal worden weet ik niet en eigenlijk wil ik het ook niet weten. Ik geniet van het moment en warm mijn hart aan de vlammen. Het voelt fijn. Ik leef weer.






zaterdag 5 december 2009

Pannenkoekentrigger

Pannenkoeken bakken. Een vreemde manier om van een shitstemming af te komen, maar soms werkt íe. Bij mij dan ;) Ik vermoed dat het een associatie met mijn kindertijd is: eens in de zoveel tijd bakte mijn vader (die een schurfthekel aan pannenkoeken heeft wegens een jeugdtrauma) pannenkoeken en wij Visserskindjes zwermden dan om hem heen tot het volgende baksel klaar was. Feestelijke momenten waren dat en ik denk dat het daarom zo'n positieve trigger is voor mij.

Er hing al dagen een donderwolk om me heen, voornamelijk hormonaal met een licht sausje van borderline. Erg charmant!
Vanmiddag besloot ik dat het maar eens over moest zijn en na wat zinloze pogingen tot schrijven en spelletjes doen heb ik grof geschut ingezet: een pak pannenkoekenmix, 2 koekenpannen en een mp3-speler vol gouwe ouwe (eigenlijk gewoon een moderne versie van de mixtape) met het volume hoog.
En ja hoor, na een mislukte pannenkoek waarbij zeer luidruchtig gevloekt moest worden, begonnen de geuren en de muziek me in een betere stemming te trekken en gleed de ene na de andere goudbruine pannenkoek in de warmhoudschaal. Bij Bohemian Rhapsody zag ik een scene uit Wayne's World voor me (ik weet het, ik zou Freddy moeten zien, maar ik kom nou eenmaal uit de generatie die puberde rondom deze film^^). Dus toen de pannenkoeken klaar waren, ging die film de dvd-speler in en hebben we voor de tigste keer samen zitten genieten terwijl de "weet je nog"-jes door de kamer vlogen. Manlief en ik mogen dan wel wat jaartjes schelen, dit stukje jeugdsentiment overlapt en da's fijn :)

Het heeft gewerkt, de donderwolk is weg. Moet zeggen dat de leuke sinterklaaskadootjes van een mede-BookCrosser (die zichzelf per ongeluk bekendmaakte^^) daar ook wel aan hebben bijgedragen. Nu weer aan de slag voor de familie-sint-avond, die door ziekten en andere ongemakken een paar weekjes opschuift. Jammer, had er heel veel zin in (Sint beats Santa!), maar prima om dat nog in het vooruitzicht te hebben. Ook meteen wat meer tijd om aan surprises te werken ;)

Tot nu toe ben ik blijven schrijven, zoals ik me voorgenomen had. Via schrijfoefeningen nu bezig aan een kort verhaal, gewoon ff tussendoor en zonder al te veel pretentie.
Nou ja, als het weer eens vastloopt, weet ik wat ik moet doen: pannenkoeken bakken. Perfect tegen elke kwaal!



donderdag 26 november 2009

Fijne post!



Hoera, de kaartjes zijn binnen! Op 21 december zijn we 3 jr getrouwd en 12 jr samen, dat gaan we vieren in Rotterdam bij de Grande Finale van Frédériques tournee 'Best Of'. Zin in!
En Omroep Gelderland verraste me met een gewonnen boek, de eerste Dwarsligger die ik in handen heb. Ook zin in!

maandag 23 november 2009

Ik ben er!!!



*vreugdedansje*
Het is me gelukt! Ik heb iets afgemaakt!

99,9%


Nog 54 woorden, dan is mijn doel van 50.000 bereikt! Even genieten van dit moment, zo vlak voor de finish :)
Mijn verhaal heeft inmiddels een romp, handen en voeten gekregen, maar af is het zeker nog niet. Er komen op z'n minst nog wat hoofdstukken bij en daarna valt er nog heeeeel veel te schrappen, schaven en opnieuw te schrijven. Ik probeer me nog steeds niet te richten op 'het moet een boek worden', maar op het plezier van het schrijven en het zien groeien van m'n verhaal. Lukte tot nu toe aardig, maar nu beginnen me toch behoorlijk wat gedachten als 'zou het dan toch?', 'is dit leesbaar genoeg?' en 'stel je voor...' te bekruipen. Wie weet, wie weet. Wat ik zeker weet, is dat ik nu de laatste scene voor vandaag uit ga werken en die zal beslist meer dan 54 woorden bevatten...op naar de finish!


zaterdag 21 november 2009

Pffff

De woorden moeten vandaag van ver komen, zit al vanaf vanmorgen te schrijven en de teller staat op 383 woorden...plus een Sinterklaasgedichtje (ben HulpDichtPiet voor 't goede doel -Conventie-), maar dat krijg ik niet in m'n verhaal gepropt ;)

Gisteren trouwens superfijne post: de man van m'n beste vriendin stuurde me een pakje (heerlijke meditatie-cd's) om te zeggen dat ze zich gesteund voelen, terwijl ik me weer eens af zat te vragen of ik er wel genoeg ben voor hun in deze heftige tijden. Heel erg fijn om op zo'n manier de piekergedachten te kunnen ontkrachten! Behoorlijk onzeker de laatste tijd over mijn betrokkenheid bij anderen nu ik zelf in zo'n groeiproces zit, steeds 't gevoel alleen maar met mezelf bezig te zijn. Het helpt om het uit te spreken, dan kunnen anderen er zo nodig op ingaan en soms blijken de dingen die in mijn hoofd al olifanten geworden zijn slechts kleine muggetjes te zijn.
Goed, waar is de vliegenmepper?

vrijdag 20 november 2009

Vrolijke noot

Zomaar efkens een liedje waar ik heel blij van word :)

woensdag 18 november 2009

Ontdekkingsreis

Wat is schrijven een bijzonder en bizar fenomeen en wat voelt het als thuiskomen om er zo intensief mee bezig te zijn deze maand. Ik kan mijn omgeving niet garanderen dat ik stop met de dagelijkse schrijfsessies als november voorbij is...;)

Ik begon mijn verhaal als fictie, had een plot in m'n hoofd voor een thriller die zich af ging spelen in de psychiatrie, met als hoofdlijnen de zoektocht naar een verdwenen therapeut en de beklemmende groepsdynamiek die kan ontstaan binnen een besloten groep.

Mijn plan was te beginnen met een scene uit mijn eigen leven, die ongeveer anderhalf jaar geleden plaatsvond: wakker worden in een ziekenhuis en denken dat je je man en kinderen hebt omgebracht. De wanen en hallucinaties die toen over me heen denderden zijn me zo enorm bijgebleven dat ik nog altijd het idee heb er iets mee te moeten. Of willen eigenlijk.

Nu doe ik er iets mee, ben er al ruim een halve maand iets mee aan het doen: mijn november novelle.
Eenmaal begonnen aan het verhaal, begon het verhaal te leven en liet zich moeilijk sturen. Het sturen heb ik dan ook opgegeven, als een soort experiment: laat maar komen die woorden, ik zie wel waar ik uitkom, wat eruit komt.
Er komt heel veel uit!
Er heeft zich een heel nieuwe verhaallijn uitgesponnen die me verbaasde, een plot over verspilde jaren in een leeg huwelijk en de gevolgen daarvan. Die grote lijn is fictie, dat mag duidelijk zijn, maar de fictie ligt inmiddels diep ingebed in autobiografische scènes. De voorraad dramatische fragmenten in mijn geheugen lijkt vooralsnog onuitputtelijk, ik kan voor elke scene wel een fragment vinden dat bijdraagt aan het verhaal.

Het is fijn om iets met al die oude shit te kunnen doen; kan er eindelijk iets positiefs mee. En door te schrijven over dingen die soms al vele malen verteld zijn, maar vaker nog haast onbesproken zijn gebleven, merk ik dat er een stuk verwerking op gang is gekomen. Dat is heftig, dat doet pijn, maar het is te behappen omdat het in porties gaat en ik aan het eind van de dag die verhalen kan laten waar ze zijn: in een mapje op de computer waar ik na vijven niet meer kom. Dat kan helemaal op eigen tempo, want er zijn ook scenes nodig voor het verhaal die veel minder met mijzelf te maken hebben. Zo kan ik zelf bepalen of ik aan de gang ga met oud zeer of dat ik meer trek heb in een stukje sappige fictie. Dat blijft een genot, die vreemde dialogen, messcherpe randjes en subtiele overgangen bedenken.

Tijdens wat Google-research over de toestand waar ik destijds in beland ben (het is toch handiger om te weten welke symptomen nou bij die toestand hoorden en welke terug te voeren waren op persoonlijkheid en omstandigheden) ben ik tot een opmerkelijke ontdekking gekomen: er is een naam voor wat ik had, het was niet zomaar een losse verzameling klachten. Destijds zijn me drie verschillende (nieuwe) diagnoses opgeplakt: psychose, delier en dissociatieve stoornis. Psychose en dissociatieve stoornis waren niet helemaal nieuw; beide staan onder de noemer “trekken van ...” in mijn dossier. Van wat ik later opgezocht heb, bleek delier het meest van toepassing te zijn.
Dus daar nog eens over gaan lezen en toen stuitte ik op het serotoninesyndroom. Wow, wat kunnen puzzelstukjes toch plots op hun plaats vallen! Zelfs de epileptische insulten en de rode kleur van mijn huid destijds worden benoemd...
Enfin, op zich doet het er niet zo toe welke naam je het beestje geeft, maar voor het beschrijven van die gebeurtenissen is het fijn een kader te hebben.

Ik ga niet verder in op de verhaallijn, die houd ik voorlopig lekker voor mezelf, maar er was nog een ontdekking die wellicht voor buitenstaanders (als ze mee hadden mogen lezen) niet onverwacht zou zijn, maar mij even deed duizelen: heel het verhaal staat symbool voor mijn inmiddels lange 'huwelijk' met de psychiatrie en het losmaakproces waar ik in beland ben.

Die vergelijking kwam in me op toen ik een cd van Dream Theater op had staan. Het nummer “Hollow Years” heeft een vriend mij ooit gestuurd en het raakte me op dat moment, al ging de vergelijking ietsje mank: mijn leven is niet leeg ondanks de leegte binnenin, eerder tot aan de rand gevuld met emotionele achtbanen.

Ik hoorde het nummer weer en bedacht me hoe goed het paste bij de situatie van mijn hoofdpersoon: lege jaren die met veel geraas neerkletteren en vooral de bewustwording daarvan. Heb een stuk van het liedje verwerkt en ben daarna verder gegaan met een ander hoofdstuk. Tot dat nummer weer voorbijkwam (cd's staan meestal op repeat bij mij) en ik me realiseerde dat de tekst wel degelijk op mij van toepassing was. Niet zozeer op mijn gevoelsleven, maar op het jarenlang rond blijven dwalen tussen therapieën, opnames en hulpverleners. Zeker geen lege jaren qua inhoud, maar wel qua uitzicht: het leek zo doelloos, er was geen toekomst om voor te gaan.

Nu is er toekomst. Onzeker, onwennig en er zijn nog heel veel hobbels te nemen, maar het begin is er.

Als ik voor het eind van de maand de grens van 50.000 geschreven woorden weet te bereiken, dan mag ik mijn NaNoWriMo-battle officieel als “gewonnen” aanduiden. Spannend, die grens, bijzonder om te merken dat ik tot nu toe behoorlijk gedisciplineerd heb kunnen werken, gaaf om straks een heus boek geschreven te hebben, maar gewonnen heb ik allang. :)


maandag 16 november 2009

Hoezo pauzes?

Vandaag weinig puf, maar wel een stuk in mijn hoofd voor m'n novel dat geschreven wilde worden. Dus: koffie, energydrink erachteraan, peuken bij de hand en Write or Die opstarten. Hoewel ik een paar keer ben gestopt om een peukje op te steken, nieuwe koffie te halen en katten binnen/buiten te laten, is het geschrijf er in één lange sprint uitgekomen. Zeker niet mijn favoriete manier van schrijven, het is me te haastig, maar nu moest het blijkbaar even. Het stuk is vanuit mijn hoofd overgeheveld naar de computer en ik ben klaar voor vandaag. Honger!

vrijdag 13 november 2009

Nachtelijke Glimlach

De laatste tijd gaat het slapen zeldzaam goed, maar vannacht is weer zo'n nacht. Woelen, draaien, piekeren, teveel onrust om te blijven liggen. Even eruit, wat afleiding, peukje roken.
En dan vind je zo'n pareltje in je mailbox. Ik was vergeten dat ik deze muziek zo mooi vond, zit er met kippenvel en een grote glimlach naar te luisteren.
Het slapen gaat wel lukken nu. :)

donderdag 12 november 2009

Ah, dat verklaart!

Ik zat me al af te vragen waarom mijn schrijfwerk vandaag zo'n medisch tintje heeft en het plot richting Robin Cook begint te neigen (wat het is, weet ik niet, maar ik verslind die medische thrillers tegenwoordig bij bosjes). Tot ik net een spiegel voorbij liep en zag welk shirt ik vanmorgen blijkbaar uit de kast heb getrokken: medische termen all over en de naam staat er nog bij ook! xD

Hmm, morgen dan maar een sluier ergens opduikelen als mijn hoofdpersoon terugblikt op haar trouwdag?


Ondanks een onwillig lijf toch redelijk okay geschreven vandaag, ben de 30.000-grens voorbij. Het begint er zowaar op te lijken dat ik eindelijk een boek aan het schrijven ben! Of nou ja, een begin aan het maken ben, want er zal heel wat geschrapt en geschaafd moeten worden voordat ik het uberhaupt aan iemand zal laten lezen ;)

dinsdag 10 november 2009

Herstellen doe je zelf

Soms maakt de vooruitgang me bang, is het wel echt? Het gaat dan inmiddels al wel een tijdje beter met me, maar hoe zo'n incident mij dan weer helemaal uit evenwicht brengt draagt niet bij aan hoop & vertrouwen.


Gaat het echt beter, is het niet een luchtkasteel waar heel mijn omgeving hoopvol aan meebouwt? Zie ik de dingen zoals ik ze wil zien? Een vlaag van hoop kan zoveel verwachtingen scheppen en dat maakt me bang.

Bang dat ik alles weer als zand door mijn vingers zie glippen, bang dat de teleurstelling straks zo groot zal zijn dat ik het niet kan bevatten en door ga draaien.

Misschien is het wel eenvoudiger om niet te dromen, geen hoop te koesteren en me te verschansen in mijn fort terwijl het leven voorbij gaat, gewoon te wachten tot het over is. Dan weet je tenminste waar je aan toe bent.



Anderzijds ben ik het ook spuugzat om elke keer weer die dreigende dalende lijn in m'n rug te voelen prikken, me te moeten verdedigen tegen terugvallen.



Tussen hoop en vrees leef ik nu en ik vind er geen zak aan. Het lijkt alsof ik moet kiezen tussen die twee. Vrees is een oude vriend. Eigenlijk mag ik die vriend niet eens heel graag, maar met hem weet ik waar ik aan toe ben, hij is voorspelbaar en toegewijd. Zelfs in periodes dat de hoop zegeviert, voel ik de vrees trouw aan mijn zijde lopen. Ik hoef me alleen maar om te draaien en zijn hand te pakken en dan wordt alles weer zoals het was: leeg en kil, maar wel vertrouwd. Ik heb zo lang in leegte geleefd dat elk nieuw stukje leven en invulling bedreigend voelt. Het past nog niet, de puzzelstukjes willen niet in elkaar klikken. Het is anders, het is eng.



In het begin van de hoop voelde het als spelen. Net doen alsof je leeft. Best leuk om daar even van te proeven, maar toen het menens werd ging het hard opeens en werd ik meegesleurd in een golf van vernieuwing, een wind of change. Ik ben hard aan het leren zwemmen, maar ga ik mijn hoofd boven water houden? Zal ik ooit zelfverzekerd op de golven van het leven drijven zonder in paniek te raken?



Ik ben alert nu. Moet echt goed op mezelf letten en niet uitglijden. Rustig blijven lopen, blijven ademen en toch maar proberen te vertrouwen op een goede afloop.



Nog zo'n dal overleef ik niet. Denk ik.

Maar ja, dat heb ik al eerder gedacht, ik heb ook mijn best gedaan het niet te overleven, maar ik ben er nog. Op elke wond is een korstje gegroeid, weer een ervaring rijker.



En ook: het is verrekte moeilijk om toe te geven dat je op het randje balanceert. Aan jezelf, maar ook aan anderen, die inmiddels zo met je mee hopen, die verwachtingen zijn gaan koesteren. Ik wil niemand teleurstellen, ik wil ze gelukkig zien.



Stomme klote-realiteit. Ik besef maar al te goed dat ik aan de bel moet gaan trekken, maar het is nog een hele kunst m'n arm uit te steken naar die bel. Mijn trots zit in de weg, mijn verse nieuwe trots.



Ik heb een tijdlang gedacht dat ik aan het genezen was. Een rotwoord, genezen, het dekt ook niet helemaal de lading. Herstellen is het meer, herstellen van zo lang uitgeschakeld zijn.

Herstellen doe je zelf.

Leuk hoor.

maandag 9 november 2009

NaNoWriMo, waarom in hemelsnaam?



  Waarom doen Wrimo's (deelnemers NaNoWriMo) zichzelf dit toch aan? Wat is het nut? Ik begrijp dat het vragen oproept, precies dezelfde vragen die bij mij opkwamen toen ik voor het eerst van het project hoorde. Ik kan hier wel naar de FAQ op de officiële site verwijzen, maar die is vrij lang. Hier zijn enkele fragmenten die in mijn ogen de essentie van Nano weergeven. Bron: http://www.nanowrimo.org/nl/faq

Waarom doen jullie dit? Wat halen jullie hieruit?

NaNoWriMo gaat allemaal om de magische kracht van deadlines. Geef iemand een doel en een doelgerichte gemeenschap en wonderen moeten wel gebeuren. Taarten worden in recordtijd weggewerkt. Alfalfa zal als nooit tevoren geoogst worden. En romans zullen in maand geschreven worden.

We organiseren NaNoWriMo deels om gewoon een boek geschreven te krijgen. We houden van de extraatjes die romanschrijvers worden toebedeeld. Voor één maand per jaar mogen we broeien en tekeergaan, en een grote troep van onze appartementen maken en veel koffie drinken op rare tijden. And we mogen dit allemaal luidkeels doen, in de aanwezigheid van andere mensen. Hoe bevredigend het ook is om diep in jezelf te reiken en er een onverwacht redelijk kunstproduct uit te voorschijn te halen, het is net zo bevredigend (of misschien wel bevredigender) om dit proces te mogen dramatiseren in gezelschap.

Maar de periode van kunstzinnig toneelspel is erbarmelijk kort. De andere reden waarom we NaNoWriMo doen is omdat de gloed van het maken van grootse, knoeierige kunst, en anderen grootse, knoeierige kunst zien maken, een lange, lange tijd blijft. De daad van het aanhoudend creëren doet bizarre, magnifieke dingen met je. Het verandert de manier waarop je leest. En het verandert, een heel klein beetje, je zelfbewustzijn. Dat vinden we leuk.

Waarom zou ik nu 50.000 woorden rotzooi schrijven? Waarom kan ik niet later een echt boek schrijven als ik meer tijd heb?

Hier zijn drie redenen voor.
1) Als je het nu niet doet, doe je het waarschijnlijk nooit meer. Een roman schrijven is meestal een “eens” gebeuren. Als in “Eens wil ik een roman schrijven.” De naakte waarheid: 99% van ons, als we op onszelf terug moeten vallen, zullen nooit tijd vrijmaken om een roman te schrijven. Het staat zo ver van ons normale leven af dat het voortdurend naar het einde van onze to-do lijstjes afzakt. De structuur van NaNoWriMo dwingt je om al je zelfvernietigende zorgen weg te stoppen en te BEGINNEN. Wanneer je de eerste vijf hoofdstukken achter de rug hebt, komt de rest vanzelf. Of met moeite. Maar het komt. En je zult vrienden hebben die je helpen om vol te houden tot de 50.000.
2) Laag inzetten is de beste manier om tot een succes te komen. Bij beginnerniveau romanschrijven is het inzetten op een meesterwerk de beste manier om niet vooruit te komen. Met hoge verwachtingen zal alles wat je schrijft cliché en knullig lijken. Wanneer je je werk bekijkt met het oog op woordentelling, haal je heel wat druk van jezelf af. En je zult jezelf verbazen met een geweldige dialoog hier en een ingenieuze plottwist daar. Personages zullen dingen doen die je nooit had verwacht waardoor je verhaal naar plaatsen zal gaan die je niet had kunnen voorstellen. Er zal een heleboel onverteerbaar proza zijn, ja. Maar tussen de pulp zal er schoonheid zijn. Een heleboel.

3) Kunst om de kunst doet geweldige dingen met je. Het maakt je aan het lachen. Het maakt je aan het huilen. Het maakt je slaperig en laat je naar buiten gaan in rare broeken. Iets doen, gewoon om het te doen is een geweldig medicijn tegen alle taken en “moeten-doens” van het dagelijks leven. Het schrijven van een roman in één maand is zowel enerverend als stom, en we zouden ons allemaal beter voelen als we eens wat vaker spontane stommiteiten toelieten in ons leven.

donderdag 5 november 2009

Mama, mag ik schrijver worden?

Ik moet opeens denken aan mijn allereerste open sollicitatie. Ik weet niet of ik al op de middelbare school zat, volgens mij nog niet. Ik schreef gedichten en verhalen die ik met veel moeite uittypte op de zware schrijfmachine van mijn vader. Herinner me nog hoeveel kracht ik met die kleine vingers moest zetten voor een mooie aanslag. Het moest in een keer goed, anders kreeg je zo'n dubbele letter en zag iedereen dat je die over had gedaan.


Een van de verhalen ging over een zelfmoordterrorist. Toen al! Een oud mannetje, dat door artsen seniel verklaard was bouwde dag na dag aan een bom. In mijn kinderfantasie had hij daar allerlei mechanische onderdelen voor nodig. Mensen uit de buurt brachten hem die, in de veronderstelling dat hij oude wekkers en klokken repareerde. Dat was natuurlijk een prima dekmantel, maar één van de buurtkinderen, een klein meisje dat verdacht veel op mij leek, had het door. Ze wist dat het oude mannetje gepest werd en ze wist ook precies hoe hij zich voelde, want ze werd zelf ook gepest. Als ze bij het oude mannetje thee kwam drinken, waren haar kleren vaak gescheurd. Het mannetje knikte dan meewarig en gaf haar nog een koekje.

Uiteindelijk had het mannetje een gevaarlijk onderdeel nodig voor zijn bom, met dat onderdeel zou het snoezige klokje dat hij bouwde veranderen in een moordwapen. De vader van het kleine meisje werkte bij een groot bedrijf waar ze bommen maakten en hij nam nogal eens wat mee naar huis. Haha, werkte mijn vader soms over in die tijd, bracht hij werk mee naar huis?

Het meisje kon op die manier aan het onderdeel komen en bracht het, verstopt in een mandje koekjes, naar het mannetje. Ik heb geen idee hoe het onderdeel eruit zag, ik weet alleen nog dat het zwaar was en dat het meisje veel moeite moest doen het mandje te dragen alsof het licht was.

De volgende dag deed het mannetje opeens gemeen tegen haar en stuurde haar weg. Ze rende overstuur weg en verstopte zich op een bouwput, waar een ondergrondse bunker was. Ze bleef daar tot haar tranen en koekjes op waren en toen drong tot haar door waarom het mannetje haar had weggejaagd: de tijd was gekomen om de bom af te laten gaan.

Het meisje had een babyzusje (okay, nu weet ik dat ik een jaar of 10 geweest moet zijn tijdens het schrijven, ik was zwaar onder de indruk van mijn pasgeboren zusje en wilde haar beschermen tegen vanalles) en dat zusje mocht natuurlijk niet doodgaan. Er volgde een scene waarin het meisje eerst haar zusje in veiligheid bracht en zich realiseerde dat ze ook niet wilde dat de rest van haar gezin dood zou gaan. Er zat niets anders op dan naar het oude mannetje gaan en hem te vragen de bom onklaar te maken. Het was immers een bom die de hele wereld weg zou vagen, het had geen zin om iedereen in veiligheid proberen te brengen.

Het mannetje zat hardop af te tellen toen het meisje binnenkwam, er was niets meer aan te doen, de bom kon elk moment afgaan. Het meisje moet van asbest zijn geweest, want toen zij zich op het laatste moment op de bom wierp, waren zij en het mannetje de enige personen die stierven.

Vanuit de hemel keken ze tevreden naar de wereld beneden, waarin haar ouders wel verdrietig waren, maar gelukkig hadden ze elkaar en het zusje nog. Het meisje liet het soms sneeuwen en als haar ouders dan naar de sneeuwvlokken keken, wisten ze dat het meisje ze had gered.



Voer voor psychologen, dat verhaaltje, maar die kwamen pas later in mijn leven.

Ik heb het verhaaltje samen met een paar gedichtjes opgestuurd naar een uitgeverij. Ik schreef ze in de begeleidende brief dat ik elke dag zo'n verhaal voor ze zou kunnen schrijven plus een gedicht. En als de verhalen niet zo goed hoefden te zijn, dan kon ik er wel twee per dag schrijven, plus twee gedichtjes!

Ik hoopte dat als ze mijn verhaal lazen, ze achterover sloegen van verbazing en me als een goudmijntje zouden zien. Ik zou niet meer naar school hoeven en kreeg mijn eigen typemachine. Het was slechts een kwestie van tijd voordat de kasten van de bibliotheek gevuld zouden zijn met mijn boeken. En als ik tijd overhield, zou ik zelfs tekeningen maken, zodat alle boeken plaatjes zouden hebben. Dan klopten de illustraties tenminste met mijn fantasie.



Een meneer van Querido schreef me terug, dat ik vooral door moest gaan met schrijven en dat hij het leuk vond dat ik zo enthousiast was. En dat als ik een boek geschreven had, hij het graag wilde lezen.

Ik probeerde nog tussen de regels door te lezen dat die eigen typemachine er echt aan zat te komen en dat ik hun beste schrijver zou worden, maar de teleurstelling was te groot. Het verhaal, dat de Querido-meneer me retour had gestuurd, verdween onderin een la van mijn gele bureau.

Pas 's avonds in bed bedacht ik me dat hij het gedicht niet teruggestuurd had. Hoop vlamde op en vol verwachting viel ik in slaap. Ik zou dichter worden...




Het pukkie op de foto ben ik en de typemachine is ongetwijfeld die van m'n vader. Geen idee of het dezelfde is waarop ik mijn verhaaltjes uittikte, een jaar of acht á negen later.
Een tijd geleden kwam ik deze foto tegen in m'n (rommelige) archieven en toen ik aan het NaNo-project begon, kon ik me geen betere schermafbeelding voorstellen. Ergens ben ik nog steeds dat kleine meisje, dat droomt van een leven als schrijver. Een eigen typemachine heb ik gelukkig al, nu nog even al die boeken schrijven voor in de bieb ;)

dinsdag 3 november 2009

Dat voelt lekker!


Even schrijven over schrijven


Een stukje over schrijven schrijven terwijl je nog niet aan je schrijfdagquotum zit, daar heb ik even zin in. Even wat contact maken met de buitenwereld en toch in de flow blijven.

De tellertjes van de NaNo-site doen het (nog?) niet, dus ik heb er zelf maar eentje gemaakt. Het konijntje is een plotbunny, een raadselachtig diertje dat geadopteerd is door WriMo's (deelnemers aan NaNoWriMo) wereldwijd. Ik ben te lui om het uit te leggen, klik maar op de link ;)
Anyway, ik heb inmiddels kennisgemaakt met deze beestjes (m'n verhaal gaat alle kanten uit, behalve de kant die ik als doel had), dus krijgen ze een plaatsje op mijn tellertje.

Ik schreef het al eerder: ik ben een schrappende schrijver (is daar al een Suske & Wiske over), zoek graag lang naar de juiste woorden en ben ontzettend kritisch op eigen werk. Wellicht is dat ook de reden dat dingen vaak onafgemaakt blijven liggen bij mij: er zit niet veel schemergebied tussen perfect en mislukt. De dood of de gladiolen zou mijn liefje zeggen (steekt tong uit naar liefje). Als ik van mijn zelfopgelegde beperkingen af wil, zal ik dat schemergebied moeten verkennen en dat is precies wat NaNo voor mij doet!
Het tempo is laag, zo'n 500 woorden per uur, maar ik heb alle tijd. Geestelijk gek zijn in het hoofd heeft in mijn geval een groot voordeel: de overheid erkent het als fulltime baan en betaalt me ervoor. Belachelijk eigenlijk dat ik al dat overwerk en de onregelmatige uren niet uitbetaald krijg...;)

Wat ik zeggen wilde: ik heb erg veel plezier in dit schrijfproject!
Ik begon met een plot dat nog vol gaten zat, maar ik merk dat het verhaal een andere kant opgaat, een kant waar ik veel meer van mezelf kwijt kan. Het wordt een mix van autobio en fictie en ik vermoed dat er nog een sausje thriller overheen gaat. Of misschien wel drama.
De psychose die ik anderhalf jaar geleden beleefde is een prima beginscene en het is grappig om daar andere karakters aan toe te voegen, met ze te spelen. Soort van De Sims, maar dan in tekst :)

En nu zit ik uit te stellen, merk ik. Ik heb allang gezegd wat ik wilde zeggen, maar mijn vingers willen niet stoppen met typen.
Ik ga mezelf wat Butthurt  toebrengen en dan op naar de 5000-grens die ik vandaag wil halen!

Ps: de voortgang is wat uitgebreider te volgen op mijn NaNo-pagina (<-klik). Het tabblad NaNo Stats is de moeite waard als je van statistiekjes houdt (steekt weer tong uit naar lief)...

maandag 2 november 2009

Nederland is inderdaad vol...


...stampvol met vooroordelen, gemakkelijke generaliseringen en ontzettend domme & kortzichtige mensen.
Hoe kun je in hemelsnaam zó praten over mensen, hoe kun je met droge ogen beweren dat "ze" allemaal hetzelfde zijn, dat "ze" jouw fijne landje verpesten en dat "ze" alles overnemen? Hoe kun je zo kortzichtig zijn? Zie je dan niet dat je zelf niet bepaald bijdraagt aan de maatschappij als je zo vol haat praat over anderen? Anderen die je niet eens kent, maar over wie je wel een mening hebt op grond van hun afkomst, hun geloof en hun huidskleur. Hoe kún je?! Snap je dan niet dat je deze haat overdraagt op bijv je onschuldige kleinkinderen, die het vervolgens weer verder verspreiden?

Ik schrik ervan, elke keer weer. Zoveel haat, zoveel onverdraagzaamheid. En vooral: het lijkt zo normaal geworden. Je kunt gewoon tijdens de koffie roepen dat alle Marokkanen het land uit moeten en niemand kijkt er vreemd van op.
Ik klap dicht op zo'n moment.
Vanmorgen heel hard geprobeerd rustig te blijven en met argumenten tegen de stroom in te zwemmen. Het helpt niet, boven zulk geschreeuw kom je gewoon niet uit.
Ben ff weggelopen in de hoop dat het gesprek een andere wending zou nemen, maar toen ik terugkwam was het alleen maar erger geworden. Nogmaals geprobeerd er iets tegenin te brengen, maar ik kan er niet tegenop als iemand zegt dat "ze" altijd, overal en elke dag hetzelfde zijn. Tja, wat kun je daar nog tegenin brengen, dan is er toch geen gesprek meer mogelijk?

Misschien heel raar, maar mijn normen zijn dit niet en ik ga de schijn niet ophouden dat ik dit normaal vind. Het maakt me razend en kotsmisselijk. De wens om te emigreren wordt groter en groter en ik kan maar niet begrijpen dat zoveel haat zomaar getolereerd wordt.
Als ik je praatjes zou herhalen en het woord 'Marokkanen' zou vervangen door 'christenen' of 'joden' zou je woest zijn, zou iedereen stilvallen en geschokt zijn.

Ik doe verdomd hard mijn best om andermans manier van leven te begrijpen en te accepteren en soms is dat moeilijk, bijvoorbeeld met de gereformeerde cultuur in dit gebied. Daar snap ik weinig van, maar ik zal je niet links laten liggen om zo'n onbenullige reden. Sowieso ben ik het oneens met de meeste christenen, maar dat hoef ik toch niet van de daken te schreeuwen en ik hoef toch ook niet elke christen te overtuigen van mijn idee dat er geen god is? Ik vind het prima dat jij je geloof hebt, vind het fijn dat je er iets aan hebt, zolang ik zelf mijn eigen visie mag hebben. Ieder z'n keuze, toch?

Voor sommige dingen kies je echter niet. Je kiest er niet voor om geboren te worden als homo en evenmin kies je de kleur van je huid of het moederland van je ouders. Je kiest er niet voor om schizofreen te zijn of een angststoornis te hebben. Maar je kunt wel kiezen om te leven vanuit je hart, mensen als individu te zien en verschillen te accepteren in plaats van er bang voor te zijn. Want daar komt jouw haat vandaan: angst, pure angst.
En weet je, ik ben ook bang.
Bang voor welke kant deze maatschappij opgaat, bang voor al die angstige mensen die achter hun geblondeerde leider aanrennen. Als ik mij door die angst laat overnemen, sta ik straks net zo te schreeuwen als jij. Ga ik roepen dat jullie kortzichtigen allemaal het land uit moeten, want jullie nemen mijn landje over.

Dikke lul, drie bier.
Ik ga niet mee in jouw angst en ik schaam me er niet voor dat ik jankend op de bus sta te wachten na zo'n gezellige koffiepauze. Ik trek m'n eigen plan en ik weiger het nog langer voor me te houden.

Zo, en nu ben ik m'n woede weer even kwijt.
Misschien nog steeds niet het juiste moment om een functie bij Art.1 of soortgelijke organisaties te ambiëren ;)


ps: zoiets doet dan wel weer heel erg goed:



vrijdag 30 oktober 2009

November Novelle


Het is bijna zo ver: ik ga een novelle schrijven in november. 175 pagina's oftewel 50.000 woorden. Werkelijk geen flauw idee of dat een haalbaar doel is voor mij, maar ik wil het toch een keer geprobeerd hebben.
Nou had ik al een soort van plot, maar plotten gedragen zich vreemd: opeens borrelen allerlei nieuwe ideeën op die niets meer met het oorspronkelijke idee van doen hebben. Ga ik erin mee of volhard ik in m'n 1e plan? Nogmaals: geen flauw idee.

Ik heb rechtsboven een tellertje geplakt, als het goed is gaat dat lopen zodra november begint. Kwantiteit boven kwaliteit, wat een bizarre manier van schrijven. Ik ben een perfectionist en een schrapper. Schrijven is tenslotte schrappen. Maar nu even niet. Ik ga, zoals ik het ergens mooi omschreven zag, mezelf toestaan rond te wroeten in de modder. Misschien vind ik juweeltjes, misschien niet. Het wroeten is het doel, niet de juweeltjes. Die kan ik er later altijd nog uitvissen.

Toen ik klein was, wilde ik 'tekenares' worden, en schrijfster. Later wilde ik ook wel juf worden, en schrijfster. Ik wilde in de hulpverlening werken en daarnaast schrijven.
Nu mag ik er een maandje aan snuffelen.
Misschien wordt het nog wel wat met mij ;)

woensdag 28 oktober 2009

Groot Leed!



Bah bah, de kapper heeft m'n haar verkloot.
"Is dit wat je in gedachten had?" vroeg de kapster toen ik m'n bril weer opzette en in de spiegel keek.
Slik. Nee, niet echt. Het zit (pas op, vies woord in aantocht) nétjes. Oei.
Heel assertief antwoord ik dat het prima is zo.
Op de fiets naar huis vraag ik me af waar de tondeuse ook alweer ligt. De mensen die ik passeer, zeggen niets. Heel correct van ze om hun lachbui binnen te houden, ze hebben het vast héél erg met me te doen. Waarschijnlijk wordt er op dit moment al druk gecollecteerd voor een mooie pruik en ga ik vanaf volgende week met lang blond haar door het leven.

Mopperend kom ik thuis, meteen door naar de spiegel.
Ik zie een kapsel dat inderdaad niet mijn smaak is (hoef het alleen maar rood te verven en een gezellig klein rugzakje te kopen om een vlotte middelbare dame -met pit!- te worden) en een gezicht dat op onweer staat.
Het gezicht kan het niet helpen, de mondhoeken trekken omhoog en voor ik het in de gaten heb, sta ik te grinniken. Dit is toch wel Leed met een hoofdletter, wat een Drama! Daar zou je zo een boek over kunnen schrijven, wat een tearjerker zou dat worden!

Wat fijn dat ik me weer druk kan maken over dit soort onbenullige zaken. Natuurlijk zit er nog heel veel oud zeer dat nog niet verwerkt is, natuurlijk zal ik dit onweergezicht nog zien met echte pijn in de ogen, maar het zegt heel veel over deze fase in m'n leven dat een stom kapsel de boventoon kan voeren.

Zometeen nog maar eens in de spiegel kijken. Ik vermoed dat het heel erg meevalt ;)

woensdag 21 oktober 2009

Schrijven zegt meer


Terugkijkend weet ik eigenlijk niet goed wanneer en met wie het begonnen is, mijn plezier in het schrijven & ontvangen van brieven. Al halverwege de basisschool in elk geval, ik herinner me hoe leuk het was om briefjes te schrijven aan klasgenootjes en die in een enveloppe met zelfgetekende postzegel te steken.
Een vriendinnetje verhuisde naar Duitsland en van een middelmatige vriendschap groeide ons contact uit tot een jarenlang penvriendinnenverbond. Via haar kwam ik ook in contact met een ander Nederlands meisje in Duitsland.

Van mijn allereerste vriendje, Dennis uit Friesland, heb ik de brieven nog liggen. Tijdens onze vakantieverkering hadden we een dode egel gevonden en een heuse uitvaart voor het beestje georganiseerd. Veel meer stof dan "kusjes" en "weet je nog van de egel?" hadden we geloof ik niet. Een jaar of 8 waren we denk ik.

Fanatiek werd ik toen ik de oproepjes in het magazine van de jeugdafdeling van de Dierenbescherming zag. Eerst reageerde ik alleen op de oproepjes, later zette ik ze zelf ook. Wat was het spannend om brieven te ontvangen van mensen die je helemaal niet kende! Een makke was wel dat ik tegen niemand nee wilde zeggen, dus iedereen die reageerde werd mijn penvriend(in). Gelukkig hoefde ik zelf de postzegels nog niet te betalen.

Met de eerste woorden Engels die ik leerde werd de wereld nog veel groter. Ik had ergens een mevrouw opgeduikeld die kinderen uit Nederland koppelde aan penvrienden in het buitenland. Je moest een vragenlijstje invullen en een envelop met postzegel bijvoegen. Toen ik die postzegel een keer vergat, belde ze me heel boos op. Daarna heb ik het nooit meer geprobeerd via haar. Niet erg, want via haar had ik al een paar leuke penvrienden leren kennen: een jongen uit Hongarije, een jongen in Senegal, een meisje in Rusland en een meisje in Israel. Met het Israelische meisje heb ik tot m'n 15e geschreven, ben nog altijd benieuwd wat er van haar geworden is.

Alle brieven heb ik bewaard, een beetje op aandringen van mijn moeder. Wat ben ik daar nu blij mee! Af en toe duik ik de archieven in (een rij multomappen die een hele plank in een boekenkast vult plus 2 koffers onder het logeerbed) en weet ik weer hoe ik toen was, hoe ik me voelde, hoe ik in het leven stond. Een dierbaar archief dat misschien wel meer over mijzelf zegt dan over de vele penvrienden.

Niet alleen leerde ik nieuwe vrienden kennen op die manier, ook bestaande vriendschappen verdiepten zich. Op papier zeg je dingen soms veel gemakkelijker tegen elkaar, kun je waardering uitdrukken en irritaties uitpraten.

Een jeugdvriendin die zo ongeveer altijd huisarrest had hield op die manier contact. Omdat haar vader alle post openmaakte en ik tot verboden vriendin was verklaard, stuurde ze me enveloppen mee van haar oude penvriendin, zodat ik mijn brieven daarin kon versturen. Die liet haar vader namelijk met rust. Het had iets gevaarlijks, net als de bezoekjes aan haar huis op momenten dat haar ouders weg waren. Doodsbenauwd was ik voor die mensen!

Grappige kaartjes over en weer tussen mij en de vriend van een vriendin leidden tot brieven die wat dieper gingen en waarin we elkaar beiden om raad vroegen inzake die vriendin. Erg op het randje van fatsoen, die brieven, maar dat maakte ze juist zo leuk, denk ik.

Een mooi voorbeeld van een zich verdiepende vriendschap via de post was het schrijfcontact dat mijn beste vriendin B. en ik onderhielden toen zij een jaar in Australië verbleef. Een periode waarin er heel veel gebeurde in onze beide levens en ondanks de enorme afstand voelde het heel dichtbij. Ik leerde dingen over haar die ik nog niet wist, leerde haar nog beter kennen. Kon vertellen over dingen in mijn leven die te moeilijk waren om face to face te vertellen en dieper ingaan op zaken die we al wel eens aangeroerd hadden. Onze vriendschap was nog pril toen ze vertrok (maar al wel heel sterk) en werd gaandeweg een contact waarvan ik wist dat ik het nooit meer kwijt zou willen. Wel kostte het enorm veel geduld, dat schrijven! Mijn brieven gingen telkens naar een ander Australisch postkantoor waar zij ze op kon halen. Ze beantwoordde ze vaak meteen (andersom ook), maar het kon weken

duren voordat onze post elkaar bereikte. De brieven liepen dan ook totaal niet synchroon, maar dat was geen probleem.
We schrijven elkaar trouwens nog steeds geregeld, maar hebben nu een heel scala aan media tot onze beschikking.

Heeft internet mijn brievenschrijverij veranderd? Ja en nee.
Toen ik net internet had, ben ik via de mail gaan schrijven met een Amerikaans meisje, de eerste lotgenoot die ik leerde kennen. Lange, lange e-mails, heerlijk!
Toen ik de handgeschreven enveloppen op de deurmat begon te missen, ben ik via internet op zoek gegaan naar 'snail mail' contacten. Ik vond er twee, die beiden heel veel voor me betekend hebben. De eerste was een oudere man uit Hilversum, die vooral benieuwd was of ik het meende met mijn opmerking "ben je tussen de 22 en 88?". Hij was nog geen 88, maar naderde al wel de 70. Wat een fantastische brieven schreef die man en wat wakkerde hij de brievenschrijver in mij aan! Op een gegeven moment waren 10 kantjes getypt geen bijzonderheid meer, met daarbovenop nog de verhalen die hij schreef en de essays die ik hem stuurde. We waren beiden zo nieuwsgierig naar elkaars leven en ervaringen, die mijlenver uiteen leken te liggen. Geweldig om alles te kunnen vragen en de moeilijkste vragen te mogen beantwoorden. Dit contact heeft jaren geduurd. Het is op een gegeven moment vanzelf doodgebloed, maar met kerst is er toch altijd een kaartje.


Het tweede contact dat ik aan die zoektocht overhield heeft tot een ontmoeting en een heel erg leuke vriendschap geleid: mijn penvriendin, een Zweedse politiefotografe, kwam in 2006 naar Nederland om onze trouwdag vast te leggen en momenteel zijn we een nieuwe ontmoeting aan het plannen.

Ik kan hier niet alle schrijfcontacten in m'n leven noemen, het zijn er echt heel veel. Nog een paar bijzondere die ik graag uit wil lichten: tijdens mijn eerste lange opname (11 maanden adolescentenkliniek) onstond een correspondentie tussen mij en mijn vader. Met elkaar praten hebben we altijd moeilijk gevonden, maar in het schrijven viel alle stroefheid weg. Na jaren van ruzies en moeizaam contact hebben we elkaar toen echt weer hervonden en leerden we elkaar ook als persoon beter kennen.

Oh, en de liefdesbrieven! Ik heb ze in alle soorten en maten, gelukkig heb ik mijn eigen brieven ook vaak gekopieerd voordat ik ze verzond. Vooral de dramatische brieven aan het vriendje dat ik op m'n 14e had zijn nu een bron van vermaak. Over hoe hij mij aankeek tijdens scheikunde en hoe mijn smeltpunt dan veranderde terwijl een chemische verbinding de vlinders tot leven bracht...

Een bijzondere periode was ook mijn "prison pen pals" tijd. Die begon met een kaartje aan een ter dood veroordeelde, via Amnesty International en liep uit op een koffer vol brieven in het Engels van een stuk of 15 verschillende gevangenen. Bijna allemaal uit de VS, eentje uit Thailand. Het was bijzonder en heftig om mensen te leren kennen die zware misdaden op hun strafblad hebben staan. Ik wilde weten hoe dat voelde en hoe het leven achter tralies was. Ik wilde weten hoe ze tot hun daad waren gekomen en hoe ze op hun terugkeer naar de maatschappij keken. Soms ontmoette ik het monster in de mens, maar vaker leerde ik de mens achter het monster kennen. Van slechts één persoon van die 15 weet ik dat hij onterecht vastzit. Z'n doodstraf is inmiddels omgezet naar levenslang onder druk van verschillende organisaties. Ik heb hem wat gezelschap kunnen houden, deze bijzondere verstandelijk gehandicapte man, en dat is me heel veel waard.
Na een aantal jaren was het een beetje over met de prison pen pals. Ik voel me daar nog wel eens schuldig over, maar ik had de ruimte die zij innamen in mijn leven nodig voor mezelf en anderen...

Deze week kreeg ik een heerlijk lange e-mail van een vrouw die volgens mij ook jaren ervaring heeft met penvriendschappen. Ik laat de mail expres even liggen, bijna alsof het een handgeschreven brief is, me verheugend op het terugschrijven...

Ja, schrijven zegt echt méér en ik denk niet dat ik er ooit mee zal stoppen...

ps: realiseer me net dat zelf mijn huwelijk is begonnen met een briefwisseling!


Escapisme


Qua gezondheid wil het allemaal niet zo momenteel. Na het uitstapje in Arnhem wat griepklachten, die pas na een week echt door wilden zetten. Aantal dagen flink ziek geweest en de hoest is nog lang niet weg. Heb de pest aan huisartsbezoekjes, maar het moet maar even deze week.

De eerste dagen baalde ik van het thuiszitten, maar merk dat ik behoorlijk gemakkelijk weer afglijd naar gordijnen-dicht, deur-niet-open-doen en laat-die-buitenwereld-maar-voor-wat-ie-is. Zo wordt het lastig om de draad straks weer op te pakken.
Nu eens niet in die valkuil donderen!
Dus: weer normaal gaan eten (leef al tijden op rijstwafels en fruit), gezondheid serieuzer nemen (naar de huisarts), slaapritme rechttrekken en bezigheden weer oppakken. Vanaf morgen ga ik weer schrijven, post beantwoorden, boeken doorsturen die liggen te wachten (want gelezen zijn ze inmiddels al, da's een voordeel van ziekig zijn) en, belangrijk, ff de deur uit. Gewoon even op de fiets, merken dat ik nog steeds niet gek ben op het dorp waar ik woon maar dat de mensen niet bijten. En anders gewoon terugbijten!
Weer even aarden, weer even m'n voeten stevig op de grond zetten.
Het leven van de pauze-stand afhalen en doorgaan.
Ik kan het best.
Denk ik.