Ik ben Xamantha, 40 jaar, en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


donderdag 16 december 2010

Angsttandartsangst

Vandaag voor het eerst in m'n leven bij een angsttandarts geweest. Een stap die ik al jaren wil en intussen ook echt moet zetten, maar die ik telkens voor me uitgeschoven heb.
Ik had inmiddels al wel veel opgezocht over de klinieken waar ze gespecialiseerd zijn in zeer angstige patiënten, wist ook dat áls ik zou gaan, ik voor Beuningen zou kiezen. Hun website en de info daarop voelde gewoon heel goed.

Heel kort wil ik wel even vertellen dat mijn angst niet zozeer te maken heeft met slechte ervaringen met tandartsen, wel een klein beetje met angst voor pijn, maar het komt voornamelijk uit trauma's met betrekking op gedwongen orale seks. Zo. Dat is eruit.
Het niet baas in je eigen mond zijn op zo'n moment, de herbelevingen die het oproept en de schaamte van steeds langer niet gaan en weten dat je gebit ondertussen grondig naar de kloten is: dat maakt het zo heftig.

Een paar dagen geleden brak een van mijn voortanden af. Zelden zo in paniek geweest, want ik wist dat ik nu wel móést. Twee andere mogelijke scenario's gingen door m'n hoofd: voor altijd binnen blijven of de hele shitzooi per direct te beëindigen door te kiezen voor de dood. Ja, ik weet hoe dramatisch dat klinkt, maar het waren reële opties voor mij, geen loze kreten.
Na een dissociatie van meer dan een uur is Albert aan het bellen gegaan met Beuningen. Het traject gebitssanering en vermindering van de angst heeft een wachtlijst, ik kan in januari terecht voor een intake. We konden wel de volgende dag komen voor een noodoplossing.

Er zat weinig anders op, ook omdat de pijn steeds erger werd, dus vanmiddag maakte ik kennis met een tandarts van dat centrum. Ongelooflijk hoeveel geduld de arts en assistentes hadden, elke keer opnieuw geruststellen en heel gedetailleerd vertellen wat ze gingen doen en wat ik daarvan zou merken.
Het was een flink gevecht om 'bij' te blijven, er schoof steeds een ander angstaanjagend gezicht over dat van de vrouwelijke tandarts heen, moest me heel erg focussen op waar ik was. Daar werd ik enorm bij geholpen door de mensen van de kliniek en door mijn eigen lief, die dicht bij me bleef en z'n hand vrijwillig liet fijnknijpen.
Toen het bijna klaar was en ik blijkbaar mijn afweer wat liet zakken, raakte ik toch nog even weg omdat de beelden zich in volle hevigheid aan me opdrongen.

Al met al heb ik 40 minuten in die stoel gezeten, heb ik een wortelkanaalbehandeling gehad en zit er nu een tijdelijk hompje vulling in de vorm van een tand.

Thuis, toen de verdoving uitgewerkt was, wat gegeten en in bed gekropen. Heel even geslapen, maar meteen dromen, dromen, dromen. Even beneden geweest, wat tv gekeken, weer terug naar bed. Kon mezelf goed afleiden met een luchtig boek, maar elke keer als ik besloot te gaan slapen en mijn ogen sloot, gingen er weer beelden door m'n hoofd en hoorde ik vies gefluister in m'n oren.

Vandaar dat ik nu een andere tactiek probeer: de gebeurtenissen van me afschrijven en al typend tegen mezelf zeggen dat ik sterker ben dan die beelden, sterker ben dan degene die me kapot gemaakt heeft.
Ik ga in januari het officiële traject bij de angsttandarts beginnen, ik vermoed dat het start met een behandeling onder algehele narcose om de grootste schade te herstellen en daarna verschillende behandelingen om mijn gebit weer helemaal goed te maken. Doel van die nabehandelingen is niet alleen praktisch: ze zijn erin gespecialiseerd om die angst ook echt weg te kunnen krijgen, zodat ik daarna zonder al te veel angst naar de jaarlijkse controle kan komen.
2011, kom maar op! Ik ben er klaar voor om de integriteit van mijn mond terug te veroveren, om weer een stukje van het trauma achter me te laten...

zaterdag 11 december 2010

Paniek

Een van de glazen panelen van de abri is weg, vernield waarschijnlijk.

Het moment dat je het bushokje via die opening betreedt lijk je opeens wakker te worden en voel je dat het mis is. Gillend gek mis.
Wat is het koud, wat ben je moe na weer zo'n doorgehaalde nacht.
De bus is net geweest, zegt je man, die naar de vertrektijden kijkt. Op dit vroege uur geldt een andere dienstregeling. We moeten nog twintig minuten wachten.
Je voelt iets ontsporen in je hoofd, een trein wellicht. Twintig minuten. Nee, dat kan niet, over twintig minuten ben je allang dood.

Je probeert de paniek te onderdrukken met een lang geleden geleerde techniek: kijk om je heen, wat zie je, wat hoor je? Ga al je zintuigen na om in je lijf te blijven.
Je ziet. Auto's, veel auto's die vlak langs het bushokje razen. Je ziet. Mensen in die auto's, ze zien jou niet. Je ziet. Dat het daglicht oprukt en jou veel te veel van de wereld om je heen laat zien.
Je hoort. Zoef, zoef, twee auto's vlak na elkaar. In de verte het geluid van meeuwen, ze gillen vandaag.
Je voelt. De kou die bij elke ademhaling via je neus naar binnen gaat, omlaag, je longen in. De scherpte is niet onprettig. Let op je adem. In, uit. Je valt uit het ritme en ademt er maar wat op los.
Je proeft. De smaak van het shaggie dat je rookte vlak voordat je de deur uitging kleeft in je mondholte. Bloed, je proeft ook bloed.
Je ruikt. Geuren die er niet kunnen zijn. Foute, foute geuren.
Je ziet. Je omgeving verscherpt en vervaagt, komt dichterbij en trekt zich dan weer zo ver terug dat jij een reus in zevenmijlslaarzen lijkt. Je ziet jezelf voor elke auto springen, je ziet je hoofd splijten als je het asfalt raakt
Je ziet. Niets meer. Het beeld gaat op zwart.

Een oerinstinct komt bovendrijven en maant je jezelf in veiligheid te brengen. Naar huis, naar huis.
Ik ga, zeg je tegen je man, ik moet hier weg.
Hij zegt iets. Je verstaat het niet, maar je weet dat het over wachten op de volgende bus gaat.
Ik ga, zeg je. Je richt je ogen op hem in een poging te laten zien dat je zo meteen dood zal gaan. Zie me. Zie mijn angst. Ik heb geen woorden. Help me.

Ik ga, zeg je, en je gaat. Het kost veel te veel inspanning om in te schatten wanneer je de weg over kunt steken, je waagt de gok maar gewoon.
Je man loopt naast je en probeert je hand te pakken. Blijf van me af! Alles staat op springen en als er nog één prikkel bij komt zal ik ontploffen. Letterlijk. Het monster in je buikholte zal zich met vernietigende kracht bevrijden van het omhulsel dat jij bent. Een explosie zonder geluid, het enige dat hoorbaar zal zijn is het neerploffen van kleine stukjes versplinterd lijf. Onherkenbare brokjes bloederig vlees, hoopjes drab van wat ik was.
Of misschien implodeer ik wel. Stroomt er een giftig groen straaltje levenssap de goot in, sissend en dampend. Weg.

Snel nu, snel, de bom tikt steeds harder. Je volgt het tempo. Je benen zijn veel te kort, het duurt allemaal veel te lang. Je voeten stampen, marcheren zonder aarzeling over het bevroren wegdek waar je op de heenweg voetje voor voetje liep, bang om te vallen.
Voetstappen vlak achter je. Beschermende achtervolging, dat weet je, maar toch verwacht je elk moment een slag in je nek of een kogel door je hoofd. Vluchten kan niet, zijn benen zijn zoveel langer dan de jouwe.

De wind striemt in je gezicht, er trekt een kramp door je lijf. Je benen willen stoppen. Je gaat te hard, het is te glad, je houdt jezelf niet meer bij.
Blik op oneindig nu, doorgaan, doorgaan, doorgaan!
Je man zegt iets, maar je snapt zijn woorden niet. Er is geen ruimte voor, je focust je met heel je wezen op lopen, lopen, lopen.
Stap, stap. In je hoofd klinkt enkel nog het dreunen van je schoenen op het asfalt.

Pijn in je bovenbenen, in je kuiten. Bloed ruist bonkend door je kop.
Je lijf wil niet meer. Je lijf wil zich laten vallen, gewoon daar op straat. Je lijf wil opgeven.
Nog even, nog even, de straat waarin je woont is al in zicht.
Je struikelt half, grijpt je vast aan de arm van je man. Sterk, stabiel. Je voelt hoe hij zijn stappen aanpast op jouw tempo: nog steeds snel, maar met kleinere passen. Hem loslaten is nu geen optie meer.

Daar is je straat. Stoepje op, stoepje af, oversteken. Vanuit elk huis priemen glurende ogen door de ruiten. Je trekt je verder terug in je jas en sjaal en je drukt je wat dichter tegen je man aan. Bijna, bijna, het is bijna over.
Het hobbelige pad met de losliggende tegels, je voordeur. Je voeten lopen nog even door en je botst tegen de deur.
Hij steekt de sleutel in het slot en je stormt naar binnen.

Thuis. Veilig? Nee, nog niet. Veiligheid is boven, onder je dikke dekbed.
Schoenen uit, jas uit, dan de trap op. Her en der verlies je kleren.
Daar is het, je bed. Je veilige haven.
Je laat je vallen, trekt de dekens ver over je hoofd en krult je op. Het bonken in je hoofd overstemt alles, het ritme voert je weg. Eerst tranen, dan pas slaap.

vrijdag 3 december 2010

Ischias deel zoveel

Vorige week ver over m'n grenzen gegaan en m'n rug fluit me terug nu: zitten en staan gaat haast niet, het is een stuk heftiger dan de aanval begin vorige maand.
Tramadol (=pittige pijnstillers), een kruikje en liggen afwisselen met lopen was tot nu toe wat hielp, maar vandaag bracht Albert deze patches mee. De kruik mag de kast in, dit helpt op precies de juiste plek en de warmte is constant. Opluchting!

Ik hoop dat als ik het net zoals vorige keer aanpak, het niet verder door gaat zetten.
Zo, moest ik ff kwijt, nu gauw weer offline ;)

vrijdag 26 november 2010

Thuis


Zwerfboek, achtergelaten bij de dierenarts


"Sterkte" kaartje van de dierenarts

Vandaag zijn we Puschkin op gaan halen bij het crematorium.

Pootafdruk & plukje haar kregen we mee.



Puschkin heeft z'n eigen plekje gekregen in de woonkamer. De boomstronk dient als urn.





De Puschkin-collectie



Pronkstuk uit de collectie, ik ga er eerst een mooie lijst voor zoeken.


Ja, het is veel en het is uitgebreid, de manier waarop wij afscheid nemen van ons beestje. Ja, dat heeft gedeeltelijk te maken met een onvervulde kinderwens, maar het is ook gewoon de manier die goed voelt voor ons beiden. Albert en ik zijn sentimentele mutsen en daar schamen we ons geen moment voor ;)

And remember: there's no such thing as 'just a cat'!

Hoera!

Zojuist de finish gepasseerd: 50553 woorden in 26 dagen. Wat een kick!
Hierbij het voorlopig laatste stukje van mijn novel:
vrijdag 26 november, 6: 27

Latte Macchiato, JPS, TSO Nightcastle


De laatste loodjes, de laatste woorden. Mijn novel is nog niet af, maar ik denk dat dit voorlopig de laatste pagina is die ik schrijf. Nou ja, officieel dan. Vrees dat ik de komende dagen echt de verleiding niet kan weerstaan om als ik iets geschreven heb dat betrekking heeft op al het voorgaande, het toe te voegen aan mijn 50K. Die oplopende cijfertjes en groene vlakjes in het schema zijn verslavend.
(toevallig steek ik nu ook mijn 1 na laatste sigaret op, de laatste mag straks aan, als ik dit document sluit.)


Was het wat ik had verwacht, gehoopt?
Ja en nee. Wat ik hoopte, dat het bevrijdend zou zijn, dat is helemaal waargemaakt. Ik heb er flink wat shit uit kunnen gooien en onbekommerd kunnen schrijven. Denk dat ik met name het stuk (gecensureerd) achter me kan laten en daar ben ik ontzettend blij mee. Ook heb ik wat schuldgevoelens weg kunnen analyseren.


En wat ik verwacht had? Ik had verwacht meer onderwerpen aan te kunnen pakken. Ja, dat was weer zo'n hooggespannen verwachting, ik weet het. Maar het geeft niet. Ik heb nu gemerkt dat ik dit kan en niets weerhoudt me ervan om na een poosje rust met andere thema's aan de slag te gaan. Eens in de paar maanden 2 a 3 weken schrijven wellicht? Want ook al kan ik het nu hierbij laten en tevreden zijn met wat ik heb bereikt, ik zou het ook graag nog afronden. Laat ik maar eens kijken wat er de komende tijd gaat spelen, wat er nog uit moet. Denk dat ik het verbranden ook uitstel tot ik een meer 'klaar' gevoel heb. Maar wel met de limiet van 11 maanden, volgend jaar nano wil ik ruimte hebben voor andere zaken. Voor fictie!
Ik ben er, zie ik net, ik ben er.


Ik ben trots! Niet zozeer op het halen van de eindstreep, ik wist al heel snel dat ik die ging halen, maar op het feit dat ik al een paar heel pijnlijke stukken aan heb durven pakken en de controle heb kunnen houden. Slechts 1 crisis en twee keer geautomutileerd, dat is echt heel netjes. Ik sta, ik sta sterk. Ik durf het met Brigiet eens te zijn: ik ben een sterke vrouw.


Ik heb mijn wapen in mijn strijd hervonden: woorden. Met mijn woorden kan ik alles overwinnen. Ze bieden me troost, ze geven me duidelijkheid en inzicht, ze bieden plaats aan mijn woede, mijn walging en ze zijn nooit ver weg.
Ik ben een schrijver.


Of ik nou mee kan komen met de broodschrijvers op fora of niet, of ik ooit zal debuteren: het doet er niet toe, ik ben een schrijvend mens.


Ik voel me sterker en gelouterd na deze maand. Niet radicaal en compleet, daar is een maand te kort voor, maar ik heb een begin gemaakt met de grote opruiming van alles wat ik meesleep. Vanaf nu gaat het minder worden, ga ik meer zicht krijgen op de horizon van de toekomst. Er is nog veel werk te verzetten, maar ik kan het. Zelf!

Ik ben de mensen om me heen zo dankbaar dat ze me mijn gang hebben laten gaan. Ik heb jullie angst gevoeld, jullie aarzeling tussen de regels door gelezen als ik vertelde over mijn plannen en mijn voortgang. Logisch, net als jullie zag ik zelf ook echt wel dat ik op een randje balanceerde. Eerlijk gezegd hield ik er ook een heel klein beetje rekening mee dat dit wel eens teveel van het goede zou kunnen zijn en dan was het uitgedraaid op een opname. Soms moet je risico's nemen, ik had het er wel voor over gehad.
Maar mijn intuïtie klopte, ik overschatte mezelf blijkbaar niet toen ik koos om aan dit waagstuk te beginnen. En dat voelt heel, heel goed.


Dit was het, voor nu.
Jiiiiiiiiiihaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa!

dinsdag 23 november 2010

Tot bij de Regenboogbrug


 
Een paar keer vannacht werd ik wakker en realiseerde me dat ik de kruik die bij me lag aan het aaien was. Elke keer een kleine steek in m'n borst: oh ja, hij is er niet meer.


De laatste dagen zijn zo verschrikkelijk intensief geweest, het afscheid heeft het hele weekend geduurd.
Vrijdag twijfelden we: is het tijd om naar de dierenarts te gaan en Puschkin zijn rust te gunnen? We zagen hem verzwakken en het was pijnlijk om te zien hoeveel moeite hij had om op z'n pootjes te blijven staan. Maar nee, de vier voorwaarden die we gesteld hadden waren nog aanwezig: hij at, hij dronk, kon nog zelf naar de kattenbak en kon rondlopen, hoe wankel ook.

Zaterdag ging het opeens veel slechter. Vanaf dat moment hebben we hem niet meer alleen gelaten. De nacht van zaterdag op zondag heb ik doorgehaald om bij hem te zijn.

Zondag had Albert een slaapdienst, we hebben heel erg getwijfeld of we Puschkins leven nog wel een hele nacht moesten rekken. Gebeld met de dienstdoende dierenarts, overlegd. We konden langs komen, maar dan zou het vlug-vlug tussendoor moeten. Zolang het beestje niet in paniek was, zei de arts, kon het nog wel even wachten.

Wat een nacht. Ik had na de vorige doorgehaalde nacht slechts een uurtje of drie geslapen, maar ik was vastberaden wakker te blijven, te waken. Het grootste deel van de nacht heb ik 'm in een dekentje gewikkeld tegen m'n borst gehouden, iets waar hij de laatste maanden erg van kon genieten. Ook nu werd hij er kalm van.

Hij zakte steeds verder weg, steeds meer comateus weten we achteraf. Een soort slapen met een heel trage ademhaling, een lage hartslag en de oogjes open. Hij kwam er ook elke keer even uit en liet dan merken dat hij iets wilde. Dan zette ik hem op een dekentje vlak voor z'n mand. Af en toe lukte het hem om een stukje te lopen: even onder een stoel kruipen, even naar de voordeur (met een blik van 'ik mag toch zeker wel naar buiten?!', even naar de keuken. Ik heb hem geholpen met eten en daarna ook met de kattenbak. Zo bizar, dan ben je meer dood dan levend en dan hou je het nog steeds op totdat iemand je op de kattenbak zet. Daar kunnen verschillende anderen hier nog wat van leren.

Ik heb een film gekeken, Into the Wild, maar heb er geen seconde van meegekregen. Gewoon wat geluid en beelden op de achtergrond en heerlijke muziek. Heel veel gehuild.
De laatste uren tot Albert thuis kwam waren lang, heel erg lang.

We bleken pas laat bij de dierenarts terecht te kunnen, dus ik ben even gaan slapen en Albert heeft de overige uren met Puschkin tegen z'n borst gezeten, pratend, huilend, afscheid nemend.

En toen stond de taxi voor de deur.
Een stil ritje naar Dodewaard. Ik zat achterin, met Puschkin in z'n dekentje. De reismand hebben we thuis gelaten.

Bij de dierenarts mochten we al snel in een kamertje plaatsnemen om wat privacy te hebben. We kregen koffie, een glaasje water en de assistente kwam Puschkin over zijn kopje aaien en gaf Albert de gelegenheid om zijn hart even te luchten. Zelf was ik stil.
Het duurde even voor de arts er was, we waren ook veel te vroeg voor onze afspraak. Eigenlijk was dat wel fijn, zo konden we ons voorbereiden op wat komen ging. Om de beurt hielden we Puschkin een tijdje in onze armen, heel dicht bij elkaar.

Na een tijdje kwam Amanda, de arts, binnen. Ze luisterde naar Alberts verslag van de laatste weken en dagen en constateerde dat Puschkin al half in coma was. Ze had zijn dossier zorgvuldig gelezen en was het met ons eens dat dit het juiste moment voor euthanasie was.
Ze maakte de spuit met narcosemiddel klaar, legde ons nog eens heel helder uit dat Puschkin langzaam weg zou glijden en dat zijn hartje uiteindelijk zou stoppen.
Toen Puschkin de naald in z'n buikje kreeg, keek hij even heel boos, met een blik naar Amanda van 'als ik het nog kon, had je nu een mep gekregen'.
Daarna liet ze ons alleen, ze zou straks terugkomen om te luisteren of er nog hartslag was.

We hebben samen zachtjes tegen ons beestje zitten praten, hem verzekerend dat hij mocht gaan slapen. Hem bedankt voor alle mooie jaren, gezegd hoeveel we hem zouden gaan missen, een aantal mooie momenten van de afgelopen 16 jaar genoemd. Af en toe keken we even naar zijn buikje, dat nog heel zachtjes op en neer ging.

Amanda kwam weer binnen, zei dat ze aan zijn grote pupillen zag dat hij waarschijnlijk al sliep. Ze luisterde met de stethoscoop op verschillende plekken en zei hardop “hij is overleden”.
Albert brak. Ik zag een moment van ongeloof over zijn gezicht trekken en vervolgens was er alleen nog maar verdriet. Mijn grote stoere kerel met dat knokige lijfje in z'n armen, het snikken, al die tranen. Dat beeld zal ik nooit meer vergeten en dat wil ik ook niet. Ik wist niet dat het mogelijk was, maar ik voelde mijn liefde voor hem nóg een stukje groeien. Mijn zielsmaatje. We liepen in elkaar over op dat moment.
En zelf liep ik ook over, vooral toen ik Puschkin van Albert overnam en voelde hoe slap dat kleine lijfje was.

Amanda was inmiddels de kamer uit gegaan, nadat ze ons op het hart had gedrukt dat we zo lang mochten blijven zitten als we wilden en dat als we er klaar voor waren, we Puschkin op de behandeltafel achter mochten laten.

Ik heb hem met dekentje en al neergelegd, samen sloten we zijn oogjes en schikten we deken en lijfje tot Puschkin erbij lag alsof hij heerlijk lag te slapen. Een vertrouwd gezicht.

We hebben nog lang bij die tafel gestaan. Zo moeilijk om hem achter te laten, zo definitief.

Bij de balie voor de derde keer doorgesproken wat onze wensen zijn: Puschkin wordt individueel gecremeerd bij de Grebbehof en wij halen daar later zijn as op.
Op een of andere manier stond begraven in de tuin ons erg tegen, hoewel we dat met ons eerder ontvallen dieren wel hebben gedaan. Zal er ook wel mee te maken hebben dat we hier weg willen en hem niet achter willen laten. Maar ook: Puschkin was onze nestor. De kat die een constante factor in ons leven samen was, die mij verwelkomde toen ik bij Albert kwam wonen.

Buiten hebben we nog even op een bankje gezeten, dicht tegen elkaar aan, tot de taxi arriveerde om ons thuis te brengen.

Het is leeg en stil in huis. We hebben Puschkins mand op zolder gezet en een paar mooie foto's uitgezocht om een kaarsje bij te branden.
Het is goed zo, het was tijd.

Slaap lekker, lieve Foes, wauwauw.

maandag 22 november 2010

I.M. Puschkin

Puschkin
+/- 1989 ~ 22-11-2010

zondag 21 november 2010

Laatste uurtjes

Al zestien jaar woont hij bij Albert, ik heb er bijna dertien van mee mogen maken. Toen hij aan kwam lopen, na de bijna-dijkdoorbraak en evacuatie hier in de Betuwe, was hij al ruim volwassen. Twintigplus nu, zegt ook de dierenarts. Een intens kattenleven, een bijzonder en eigenzinnig dier. Vorig jaar hebben we zijn foto op de kerstkaarten laten drukken omdat we verbaasd en dankbaar waren dat hij nog steeds bij ons was. En kijk nu eens, het is al bijna weer tijd om aan kerstkaarten te denken.

Er zal een naam minder op onze kaarten staan dit jaar. Puschkin is de laatste weken en vooral de laatste dagen hard achteruit gegaan. Vier voorwaarden hadden we onszelf gesteld om 'het aan te kijken': eten, drinken, kattenbak en nobiel blijven, zodat hij op elk moment de keuze heeft om precies te doen wat hij wil. Zo heeft hij dat ons in de loop van de jaren geleerd: een kat heeft geen baasjes maar dienaren. In zijn geval onderdanen, want zijn bijnaam is Prins Puschkin.

Sinds vrijdag ging het lopen moeizamer, maar doordat hij telkens weer opleefde en naar de keuken waggelde zodra er een blikje open getrokken werd, dachten we nog niet te hoeven besluiten. Na het weekend kijken we wel verder, dachten we.
Tja, en daar zit je dan op zondag: manlief kan met geen mogelijkheid onder z'n nachtdienst (zondag/ maandag) uit komen en je eigen vertrouwde dierenarts heeft geen weekenddienst. De factor 'mobiel' is weg, beestje kan haast niet meer overeind blijven. We zouden metéén voor euthanasie gaan, hadden we elkaar en de poes beloofd, zodra één van de factoren weg zou vallen.
Die belofte komen we niet na. We willen alletwee bij hem zijn als hij inslaapt en dat kan pas morgen als Albert thuiskomt uit z'n werk.
Morgen gaan we, morgen gaat hij.

Rest ons een lange, lange nacht. Albert gefrustreerd en verdrietig op z'n werk, ik hier bij de poezen. Ik blijf wakker tot ons vriendje z'n oogjes voorgoed sluit. Met heel m'n hart hoop ik dat dat moment er eerder is dan de spuit.

Vriendje, vriendje, in een zacht dekentje lig je bij me. Het is stil in huis, ook de andere katten zijn zeldzaam rustig. Er branden een paar kaarsjes. Alles is kalm. Slaap maar, vriendje, slaap maar. Ik waak over jou.

zaterdag 20 november 2010

Dun ijs

dinsdag 16 november, 7:35


Gister een best wel goed gesprek gehad met mijn best wel jonge behandelaar (ik weet het, ik benoem het elke keer weer, moet er nog heel erg aan wennen na de reeks oudere en soms wijze mannen en de vrouwelijke therapeuten met wie ik zo weinig kon).

Ik gaf aan het gevoel te hebben op heel dun ijs te lopen, bang er elk moment door te kunnen zakken en dan te verzuipen, terug bij af in de drek op de bodem te zijn. Dat ik momenteel (of eigenlijk al een poosje) bang ben om hulp aan te nemen, dat ik veel droom over terugvallen en dat ik in die dromen telkens weer opgenomen blijk te zijn. Wat ooit zo gewoon was, bijna bij het dagelijks leven hoorde, gewoon af en toe een opname als het niet meer ging thuis, is in mijn hoofd iets heel groots en engs geworden, een symbool voor controle verliezen, voor falen. De gelatenheid is weg en daarmee ook een stuk van mijn slachtofferschap. Ik ben niet langer de speelbal van een onvoorspelbare stoornis, ik heb er wat over te zeggen tegenwoordig. En dat is heel erg wennen. Ik doe dan ook verrekte lang over het wennen, vind ik, maar als je het afzet tegen alle jaren die zijn gaan zitten in accepteren dát er iets is en dat ik nou eenmaal een flinke gebruiksaanwijzing heb... ach, dan valt het wel mee.

Nu dus een twilight zone, zoals mijn peut zei (ja, ik zei al dat hij jong is :p), een schemergebied tussen GGZ en maatschappij. In beide voel ik me niet thuis.

De GGZ: grote weerzin om überhaupt een afspraak te maken en een misselijk, angstig gevoel als ik het gebouw binnenga. Ieks, ik wil hier niet zijn, ik wil de weg hier niet meer weten. Maar er is geen ontkomen aan: elke keer kom ik bekenden tegen en word ik herkend. Mensen met wie ik heel veel gedeeld heb, wier strijd ik van dichtbij heb gezien. Dit was mijn wereld en ik hoorde er thuis. Op elke afdeling heb ik geslapen, in elk rookhok heb ik mijn shaggies gerookt. De etenskarren die in de hal staan te wachten worden herkend door mijn smaakpapillen: flauwe doorgekookte happen, de eerste 10 dagen standaard met een ranzig stuk vlees of vis over de kleffe aardappelpuree gedrapeerd. Ruilhandel rond de etenstafel: wil jij mijn vis en mag ik dan jouw groente? En erwtjes. Mijn persoonlijke record staat op 5 dagen achtereen erwtjes op m'n bord. Erwtjes zijn niet bestand tegen dit opwarmsysteem: ze verschrompelen en het schilletje wordt taai als dat van tuinbonen.

De Intensive Care Unit, die je absoluut geen veredelde separeer mag noemen, waar ik bij gebrek aan beter met een advocaat heb gezeten toen me een In Bewaring Stelling boven het hoofd hing. Een oudere, heel keurige meneer die me een beetje schichtig aankeek toen ik ter begroeting mijn hand uitstak. Bijt ze?

Beertjes zagen, heel veel beertjes zagen. Mijn vaders beschrijving van activiteitentherapie, best een treffende. Ik ben het altijd zo blijven noemen, maar ondanks mijn woordkeuze vond ik het fijn om elke dag met mijn handen te werken. Zelfs mijn huidige haakverslaving is daar ontkiemd (na heel veel weerstand, want het zou maar eens tuttig over kunnen komen!).

Mijn peut attendeerde me erop dat het lijntje tussen hulp aanvaarden en opgenomen zijn heel erg kort is bij mij, het is een directe associatie. Je zou toch zeggen dat je na al die jaren carrière als cliënt wat meer nuances zou moeten zien. Tja, wat kan ik zeggen? Ik ben en blijf een borderliner die over sommige zaken erg zwart wit denkt. Blame it on the borderline! :p
Veel verschillende vormen van hulp gehad daar, van praktische gesprekken met SPV'ers over het dagelijk leven tot mindfulness en van nachtelijke bezoeken aan de crisisdienst tot jarenlange psychotherapie met analytische inslag. En toch is de associatie hulp = falen. Dit mens zit vreemd in elkaar.

Een andere hulpverlener benoemde het vorig jaar zo mooi: meid, je bent gewoon aan het puberen! Je zet je af tegen hetgeen waar je los van wilt komen, je experimenteert met je gedrag en je hebt je lange haar vaarwel gezegd. Oef, de vorige hulpverlener die het woord puberteit in de mond nam, een jaar of veertien geleden, heb ik de huid vol gescholden. Fuck you, ik ben geen puber! Vernederd en gekleineerd voelde ik me toen. Maar toen de term vorig jaar naar boven kwam, kon ik alleen maar beamend knikken en grinniken. Ja, inderdaad, ik puber. Benieuwd hoeveel puberteiten ik verzameld zal hebben aan het eind van m'n leven. Wie weet laat ik als tandeloos oud vrouwtje nog eens een piercing door de gerimpelde vellen van m'n buik jagen, of ga ik voor een hanenkam in plaats van een watergolfje.

Afijn, afzetten tegen de GGZ dus, me losmaken. Ik ben al een heel eind op weg.
Maar dan? De Maatschappij is een wereld die ik alleen zijdelings ken. Ik zie dat anderen erin functioneren, begrijp meestal ook wel hoe en waarom, maar wat heb ik er te zoeken? Wat is mijn plek?
Ook dit onderwerp weet ik weer razendsnel te associëren met falen en volgens mij is dat zelfgecreëerde beeld hetgeen wat me weerhoudt om stappen vooruit te zetten. Al zo vaak geschreven, gedacht en gepraat over bijvoorbeeld bureau Arbeid, maar ik ben er nog steeds niet op gesprek geweest. Ben als de dood dat ik verdwaal en dat alle vooruitgang slecht schijn blijkt te zijn.

Terug naar de ijs-metafoor: als je zo in de ban bent van je angsten, zei peut, dan verkramp je tijdens je wandeling over het ijs. Kijk eens om je heen, kijk eens naar het ijs. Is het echt zo dun? Wie weet is het hartstikke sterk! Van krampachtig lopen wordt het in elk geval niet dunner of dikker.
Hmm. Ja. En voordat je erdoor zakt, zul je ook wel wat gekraak horen, misschien net lang genoeg om een andere richting te kiezen of even stil te staan.
Je hoeft er ook niet helemaal doorheen te zakken, het kan toch ook dat je er met één been doorzakt? Dan zijn er handen om te grijpen, je hoeft dit niet alleen te doen. Mocht je nou toch in het water vallen en kopje onder gaan, dan is dat toch ook bekend gebied? Je hebt voor hetere vuren (of kouder ijs) gestaan en elke keer heb je het overleefd.
En wie weet, bracht ik in, is het water eronder ook niet zo diep als ik vrees. Misschien sta ik hier wel te bibberen op een slootje van niks.

Schaatsen heb ik nooit echt goed geleerd en met skiën hoef je bij mij al helemaal niet aan te komen. Ik denk dat ik maar gewoon een paar stevige kisten aantrek, de stoute schoenen zeg maar.
Blub?

zaterdag 13 november 2010

Grens

En toen knalde ik tegen een grens op. En ging er overheen.


Ik dacht dat ik inmiddels genoeg afstand van mijn periode met R had om erover te schrijven. Op zich heb ik dat ook en ga ik dat ook nog wel doen, maar schrijven over de grootste pijn binnen die relatie moet ik maar even achterwege laten. Heel kort: hoe hij onze katten alle hoeken van de kamer liet zien als hij boos was op mij. En vooral: dat ik toen niet weg ben gegaan. Daar zit een dodelijke lading schuldgevoel, want hoe ver heen en psychotisch ik toen ook was, ik heb ze niet kunnen redden.
De woorden die ik erover heb geschreven, heb ik wel in m'n manuscript gezet, maar heb de kleur van de letters veranderd in wit, zodat ik ze niet meer hoef te zien.

Flinke crisis vannacht en wat is dat klote als je geliefde er niet is die nacht. Waarschuwing van binnenuit dus: niet denken dat je álles aankunt en die grenzen serieus nemen. Zucht. Weer wat geleerd.
Ik laat de word count even voor wat hij is, misschien dat ik ook een paar dagen vrij neem van het schrijven. Even bijkomen en dan verder. Ik loop voor op schema, dus het kan makkelijk.

Pfew.

dinsdag 9 november 2010

Overgave

Gisterenavond laat zat ik zo enorm in de knoop met mezelf dat geen enkele afleiding iets voor me deed. Wellicht een beetje wraak van mijn spoken omdat ik gisteren aan de telefoon heb gezegd dat het me allemaal wel goed afging, dat de dingen daarna niet meer bleven ronddolen.
Pfff, zo werkte het gisteren dus niet. Ik had 's avonds nog een klein stukje geschreven en ging daarna vroeg naar bed, maar mijn hoofd was één groot spookhuis.
Uiteindelijk ben ik maar gaan schrijven. En schrijven en schrijven, de hele nacht door. Zat geen rem meer op en ik heb het maar gewoon laten gebeuren.
Resultaat: gebroken vandaag, maar tot m'n opluchting kan ik nog wel lopen. Kan die rug toch meer hebben dan ik dacht? Ander resultaat: opeens zit ik over de helft van het streven naar 50.000 woorden, op dag negen. Stiekem ben ik daar wel ontzettend trots op en ook deze keer heeft het schrijven opgelucht. De lucht is geklaard, wat er uit moest, wilde blijkbaar niet in stukjes gedeeld worden. Nou ja, het zij zo. Ik geef me over.

zondag 7 november 2010

Ischias, deel 2,5

Rugpijn dus. Of eigenlijk meer beenpijn, waarvan ik weet dat het uit mijn rug komt. Er zit daar een zwakke plek, een verzakking, die tegen een zenuw aanschuurt. En dat voel je.
Ik weet hoe erg het kan worden dus ben alert. Niet weer die niet te stillen pijn, niet weer die complete machteloosheid.
Beetje maatregelen genomen: vanaf vrijdagmiddag ben ik plat gegaan en tussendoor steeds wat ontspannende oefeningen die ik destijds mee heb gekregen van de fysio. Er heel alert op geweest om niet te zitten (dacht eerst: andere zithouding, dan komt 't wel goed, maar ook in andere houding bleek ik m'n rug te belasten).

Maar er moet ook geschreven worden. Ik heb Pandora's Box open gezet en dat is te merken. Ik zou kunnen proberen het deksel weer terug te plaatsen, maar dat voelt zo ontzettend fout.
Door het stempeltje borderline in mijn psychiatrisch paspoort heb ik nooit echt toegang gekregen tot inzichtgevende, trauma-verwerkende therapie. Toedekken is het beleid, toedekken en werken aan wat zichtbaar is voor de buitenwereld. Ik snap die theorie en de voorzichtigheid wel hoor, maar er is bij mij altijd een verlangen geweest naar één op één gevechten met de spoken in mijn rugzak. De laatste tijd merkte ik dat ik eigenlijk klaar was om stappen vooruit te zetten, maar het gewicht van de rugzak maakte dat ik middenin elke stap weer achteruit getrokken werd, terug naar af.
Dit geschrijf is mijn vorm van zelfhulp. Nee, ik heb het niet overlegd met de professionals bij wie ik in behandeling ben, weet maar al te goed wat hun standpunt is.
Tot nu toe gaat het me goed af: ik pak een thema, een netvliesmoment, en zet de sluizen open. De woorden komen vanzelf. De emoties komen mee en ik laat ze er zijn totdat ik een grens voel: zodra ik gedachten krijg over 'beter dood kunnen zijn' sluit ik af, schrijf ik nog een stukje over iets luchtigs of doe ik een stompzinnig computerspelletje. En omdat ik heel vroeg in de ochtend begin met schrijven (de wekker gaat om 5:30), heb ik de rest van de dag de tijd om bij te komen, mijn gedachten te verzetten.

Natuurlijk heb ik de laatste dagen wel geschreven, maar dan op papier. Dat voelde helemaal niet goed, veel te tastbaar en kwetsbaar. Zojuist alles overgetypt en de dagboekbladzijden in snippers in de wc-pot gedumpt. Weg.
NaNoWriMo geeft alle deelnemers de kans hun novelle te laten drukken, 1 exemplaar, gratis, voor jezelf. Ik ga er dit jaar gebruik van maken denk ik, en dan gaat de fik erin. Want ook al ontdek ik tijdens het schrijven dat schuld en fout zijn ook vanuit andere perspectieven te bekijken zijn, de woorden die ik toevertrouw aan het scherm wil ik voor mezelf houden en zelfs aan dat houden zit een limiet.

Nou ja, voorzichtig aan ben ik dus weer begonnen met schrijven na een korte pauze, de achterstand is ingehaald. Zaak nu om heel streng te zijn voor mezelf: pas morgenochtend gaat de computer weer aan, ik ga me niet laten verleiden door internet, fijne muziekjes en leuke spelletjes.
Ciao, see ya!

vrijdag 5 november 2010

NaNoWriMo peptalk

(schaamteloos geknipt & geplakt vanuit m'n mailbox, het geeft zo mooi de sfeer weer, zelfs al ben ik dit jaar een Rebel (non-fictie hoort eigenlijk niet thuis bij NaNo, maar er zijn heel veel mensen die bewust van de regels afwijken en zij worden Rebellen genoemd, die evengoed gewoon mee mogen doen)


Hallo medeschrijvers,


Het begin van NaNoWriMo is als een hele groep lemmingen die zich van een hoge rots afstort terwijl ze zingen: “We'll all swim together! Who wants to live forever, anyway?”


Pompende adrenaline, onzin, volledige waanzin.


We schrijven allemaal een boek. We willen allemaal naar die 50.000 sterren, ehm, woorden toe. We hebben allemaal een gelijke kans om het te halen. Geloof me, maak je niet druk over hoeveel je voorbereid hwebt, hoe veel of weinig ook (veel is net zo eng als weinig, al die dingen die je moet onthouden!). Hou het NaNomotto in gedachten: No Plot? No Problem!
Nu zeg je misschien, maar ik kan niet de hele tijd blijven zwemmen hier! Wat nou als ik kramp krijg? En mijn spieren houden het echt niet zo lang vol!


Da's waar. Maar in de verte, kijk, daar is een eiland, en nog één, daarachter! Er ligt een hele verzameling eilanden. We zwemmen niet in een lege oceaan, we zwemmen van warme tropische eilanden naar schitterende hoge kliffen naar gezellige kanootjes die thee en bananen verkopen naar grote cruise schepen waar we lekker bij het zwembad kunnen zonnen.


Terug naar de boodschap. Het is NaNoWriMo. We vinden het geweldig mee te doen, en we houden van je omdat je meedoet (we vinden je ook gewoon leuk, maar samenschrijven is zo gezellig!).


Een paar tips om die 50.000 woorden te halen:


1. Verzin gecompliceerde aanroeprituelen met meerdere liederen
2. Trek geen woorden samen in je proza (mensen die in het Nederlands schrijven, laat de spaties tussen alle woorden die je normaal samenvoegt).

3. Steek speeches af.
4. En als deze email het niet voldoende illustreert: laat dat losse zand de vrije loop. Zijsporen worden ook aangemoedigd.
5. Beschrijf alles, letterlijk. Of laat personages een kilometer per minuut over theelepeltjes praten.
6. Stop er iets onverwachts in.
7. Schrijf in comités, deze peptalk, bijvoorbeeld, is gemaakt door drie mensen, nou ja, door één persoon die de meest vreemde ideeën opschrijft van de anderen (het is al die geheime bijeenkomsten (niet dat we die nodig hadden om vreemd over te komen)).
8. Gebruik clichés. Ze bestaan niet voor niets.
9. Adopteer een zeldzame taal. Ik ga hier een uitdaging van maken. De helft van de talen op deze wereld wordt bedreigd. Zorg voor ze. Bescherm ze. Omarm ze en verwelkom ze in je roman. Geef ze warme chocola en de creatieve motivatie om te blijven bestaan.
10. Laat je personages je huiswerk maken (of dat verslag dat je je baas vorige week beloofd had).

Een paar van bovenstaande dingen zal je in je boek terugvinden aan het eind van de maand. Daartussenin, daar geschiedt het goede. Je zult juweeltjes van wendingen schrijven. Een zinsnede om bij te lekkerbekken. Een detail die uitmondt in een briljant netwerk aan ideeën die je zintuigen streelt. Die heerlijke verbinding tussen het verzinsel en de realiteit die fictie de waarheid laat spreken op een manier die geen gelijke heeft.
Een gedeelte komt spontaan, soms had je dingen gepland (en in beide gevallen kunnen dingen flink mislopen – loop gewoon mee).

Wij lemmingen worden verwend deze maand, als we in deze oceaan zwemmen.
Onthou dit: laat het gebeuren. Je staat hier op een sprinkplank, onzekere grond, je weet niet zeker of je hier goed aan doet. Fouten maken is verzekerd.


Je hoeft niet goed te zijn in boeken schrijven om een boek te schrijven. Je moet alleen een boek te schrijven. De kwaliteit komt later, als het boek bestaat. Niet-bestaande boeken zijn zelden goed. Daarom doen we die van ons bestaan.

Ik kan je niet vertellen welke kant je opmoet. Zoals je kan zijn er heel veel lemmingen, en ze splitsen zich allemaal op in groepjes om naar het eiland te gaan dat hun wel wat lijkt. Ga met ze mee, of zoek je eigen eilandje op.
Veel schrijfplezier!

donderdag 4 november 2010

Geloof, Hoop en Liefde

Bám! In de roos!


Bám, in de roos!

Dit is de vierde dag dat ik aan het schrijven ben en waar het pad naar fictie op 333 woorden blijft steken, blijven de woorden over netvliesmomenten maar komen. Het idee dat nooit iemand hoeft te lezen wat ik schrijf en dat ik dus helemaal niets hoef te censureren, werkt zoals ik gehoopt had: bevrijdend. Ik schrijf alleen maar 's ochtends, liefst zo vroeg mogelijk.
Het plan om 's middags fictie te schrijven laat ik even voor wat het is. Enerzijds omdat de inspiratie een beetje ontbreekt, anderzijds omdat mijn rug hevig protesteert tegen het vele zitten. Uitstralende pijn in het been, een tintelende voet: als ik nu mezelf niet in acht neem, mag ik straks voor de derde keer het genot van ischias beleven.

Een voordeel van op deze manier schrijven is dat je ook de lelijke kanten van jezelf onder ogen kunt zien, schuld & boete is inmiddels een prominent thema. Ik zie het terug als ik schrijf over de vele vele momenten dat spinnenvingers met veel te lange nagels mijn meisjeslijf onteerden, maar het komt ook telkens naar boven bij het opschrijven van recentere momenten. Hoe het idee dat jij medeplichtig bent aan wat gebeurd is zet zich steeds vaster in je hoofd en maakt blijkbaar de drempel naar verdere misstappen erg laag. Als je toch al levenslang hebt gekregen, wat maakt het dan nog uit of je een snoepje jat uit de winkel? Of een bank overvalt.
I'm no angel.

Dit geschrijf over schuld komt misschien slachtofferig over. Manipulerend medelijden op willen wekken door mezelf in een slecht daglicht te stellen of zo.
Geloof het of niet, het schuldgevoel is levensecht voor mij en het zit diep. En ik denk dat iedereen met een soortgelijk verleden dat wel herkent. Het maakt dat je herinneringen bagatelliseert, want hoe oh zo zielig het ook is dat het kind van toen een slachtoffer werd, de bijsmaak is wranger dan wrang. Je had nee kunnen zeggen. Je had hulp kunnen vragen. En je lijf reageerde, er waren ook momenten dat er geen mes op je keel werd gezet en je toch deed wat gevraagd werd.

Enfin, het krijgt een destructieve functie in je verdere leven: het gevoel dat je in de basis heel erg fout bent, dat het kwaad van binnenuit komt. Elke fout die daarbij opgeteld wordt maakt het gevoel sterker, geeft het meer macht. Fout in je eigen oorlog.

Er is jaren en jaren ruimte geweest voor mijn slachtoffer-kant, maar pas nu durf ik ook die andere kant toe te laten. Ik geloof dat mijn hoofd tijdens het typen af en toe 360 graden draait, mijn ogen oplichten en de zwavel uit al mijn poriën stroomt, want wat is die kant lelijk.
Zit ik mezelf nou de grond in te schrijven? Nee. Want juist door die dingen onder ogen te zien en ze zonder terughoudendheid onder woorden te brengen, krijg ik eindelijk de kans om te zien wat ervan klopt. Hoe ziet al die schuld eruit, wat was mijn rol en van welke dingen moet ik spijt hebben?
Niet alles lost op in rook, dat zou te mooi zijn. Ik ben geen engel. Gott weiss ich will kein Engel sein.

De muziek dit jaar is voornamelijk Trans-siberian Orchestra. Hun nieuwste album heb ik bewaard tot dit moment, het is fijn om vertrouwde klanken te horen die je nog niet mee kunt zingen.
Middenin een erg heftig stuk schrijfwerk merkte ik net dat ik tegen een grens aan begon te lopen. Jaja, deze grenzeloze dame herkent ze heus wel, die grenzen. Wil ik dit project de hele maand volhouden en de crisisdienst buiten de deur houden, dan moet ik ze streng bewaken. Stoppen met schrijven als de gedachten richting dood gaan.
En opeens klonk een mij heel bekend lied uit de koptelefoon: Believe. Prachtig nummer van Savatage, maar altijd gedacht 'zonde van die christelijke verwijzing'.
Nu ik iemand anders de tekst hoorde zingen kwam het lied weer volop binnen en ik realiseerde me dat de tekst ook van een geliefde zou kunnen komen.

Albert heeft me ooit Savatage kado gedaan (nou ja, hun muziek) en nu hoorde ik opeens zijn stem doorklinken. En begreep ik de song.
Er ís iemand die heel veel van mijn duistere kant gezien heeft, die ik tot het bot gekwetst heb en aan wie ik dingen heb verteld die geen mens van me weet. En die persoon houdt ondanks alles van mij.
En zo brengt zelfs de grootste ranzigheid me weer waar ik hoor: bij hem. De man die mijn wereld is.

Zo, ik laat het schrijven even voor wat het is en kruip nog even bij hem in bed :)



So after all these one night stands
You've ended up with heart in hand
A child alone
On your own
Retreating
Regretful for the things you're not
And all dreams you haven't got
Without a home
A heart of stone
Lies bleeding

And for all the roads you followed
And for all you did not find
And for all the things you had to leave behind

I am the way
I am the light
I am the dark inside the night
I hear your hopes
I feel your dreams
And in the dark
I hear your screams
Don't turn away
Just take my hand
And when you make your final stand
I'll be right there
I'll never leave
All I ask of you
Believe
Your childhood eyes were so intense
While bartering your innocence
For bits of string
Grown-up wings
You needed

But when you had to add them up
You found that they were not enough
To get you in
Pay for sins repeated

And for all the years you borrowed
And for all the tears you cried
And for all the fears you had to keep inside

I am the way
I am the light
I am the dark inside the night
I hear your hopes
I feel your dreams
And in the dark
I hear your screams
Don't turn away
Just take my hand
And when you make your final stand
I'll be right there
I'll never leave
And all I ask of you is
Believe

zaterdag 30 oktober 2010

Bijna...

Jemig, zo vlak voor de start is het één grote chaos in m'n hoofd. Ik heb me de laatste paar dagen meerdere keren afgevraagd waar ik aan ga beginnen, waarom ik niet gewoon lekker fictie ga schrijven. Maar elke keer kom ik weer terug op datzelfde punt: ik denk dat het nodig is en dat deze schrijfmaand de perfecte gelegenheid is om wat demonen te lozen.

Vandaag waren we in het bos, Albert en ik. Na zonsondergang (foei, stout), om op de vooravond van Halloween een stel duistere boeken los te laten. Tjonge, demonen en helse toestanden genoeg in m'n boekenkast. Een vreemde, fijne gewaarwording, zo in de schemering zoeken naar zo eng mogelijke plekjes en daar titels als Bezeten en De Duisternis Voorbij neer te planten. We hebben zelfs nog een eng plekje gecreëerd. Wederom: foei, stout.


Ik heb de spoken uit mijn kast gejaagd, nu is het hoofd aan de beurt. Ik heb de zenuwen, ben bang. Maar ik heb de regie in handen: als het niet gaat, dan gaat het niet. Ik ga in elk geval een dikke vette poging doen.

Maandagochtend zal mijn wekker achterlijk vroeg afgaan, ik zal een stevig ontbijt nuttigen en een grote pot koffie zetten. En dan ga ik dus gewoon beginnen!



zaterdag 23 oktober 2010

Splinters jr.

Splinters, zo heet de bundel teksten die mijn vader een aantal jaren geleden geschreven heeft. Ik heb de bundel in mijn handen gehouden, heb de inhoudsopgave bekeken en heb de twee stukken gelezen die hij voor mij geselecteerd had. Daarna ging de bundel terug in de kluis.
Die geheimzinnigheid was niet voor niets, de stukken zijn haast persoonlijker dan een dagboek. Dat is althans wat ik begrepen heb, want ik heb slechts twee stukken gelezen. Het ene stuk ging over een filosofie die mijn vader tijdens de bange, verdiepende momenten in ziekenhuizen en kliniek ontwikkelde. De mensen die op mijn bruiloft waren, hebben daar een fragment van mogen horen.
Het andere stuk ging over mij, hoewel ik er zelf niet in zat. Over het moment waarop mijn vader zich ten volle realiseerde dat het leven van zijn achttienjarige dochter te zeer ontwricht was om met een paar pleisters te herstellen.
Meer dan dit wil ik er niet over kwijt, ik denk dat ik hiermee mijn vaders grenzen respecteer. Maar ik wilde wel iets over dit document vertellen, om te duiden waarmee ik zelf aan de slag ga.

Papa heeft zich in een hutje op de hei teruggetrokken om deze woorden op papier te krijgen, ver van waar hij woont en wie hem lief is. Een beetje zoals je een seance niet in je huiskamer houdt, uit angst dat de opgeroepen demonen blijven hangen.
Ik heb er hier al eerder over geschreven: dat hutje-op-de-hei concept spreekt mij heel erg aan, ik ben ook op zoek geweest naar een passende locatie op een passend moment. Kon het niet vinden, het voelde allemaal net niet goed genoeg.

Maar de tijd is rijp nu.
Over tien dagen begint NaNoWriMo, het project waarin talloze deelnemers uit heel de wereld in 30 dagen 50.000 woorden fictie op papier knallen. Kijk maar eens een jaar terug in dit blog, dan zie je hoe bijzonder die ervaring vorig jaar voor mij was. En hoe lekker het was om deels af te wijken van de regels (want mijn verhaal was dan wel fictief, de onderliggende betekenissen waren dat zeker niet).
NaNoWriMo wordt mijn hutje op de hei. Een abstracter hutje, maar wel met net zoveel thee, koffie (en in mijn geval shaggies), muziek en afzondering.

Waarover ik ga schrijven?
Ik ga proberen woorden te vinden voor momenten in mijn leven die op mijn netvlies gebrand staan en waarvan ik de laatste tijd steeds meer het gevoel krijg dat ze me tegenhouden in mijn herstel. Elke keer als ik een stap vooruit zet, gaat er een luikje in mijn geheugen open en stromen de beelden van pijn, onmacht, mislukking en schuld over me heen. Beelden waar uitgebreid over gesproken is in therapieën, maar ook beelden die ik met niemand of slechts met een enkeling gedeeld heb. Overigens niet allemaal traumatisch, er zijn ook andere momenten die indruk hebben gemaakt en die steeds terug blijven keren.
En schrijven is voor mij een uiterst effectief middel om dingen te verwerken.

Splinters. Pas nu wordt me duidelijk wat die titel impliceert. Ik had het opgeval als snippers, flarden, scherven, maar het beeld van wat een splinter letterlijk is, is blijkbaar langs me heen gegaan. Een scherp, venijnig klein dingetje dat doordringt in je vlees en bij elke stap opnieuw pijn doet, dat ontstekingen op kan leveren en je op den duur kan gaan belemmeren om door te lopen. Ze verwijderen is een lastig en pijnlijk klusje, maar wel effectief.

Ik hoop dat het voor mij net zo bevrijdend zal werken als voor mijn vader. Ik zie het wel, ga het gewoon proberen. Ik ga mijn eigen demonen oproepen om ze in het gezicht te kijken en ze daarna de vrijheid te geven.
Er begint zich ook een plannetje te vormen om een ritueel te bedenken ter afronding. Mijn beste vriendin is in de leer om sjamaan te worden, dit is een mooie gelegenheid om daar samen eens onze gedachten over te laten gaan.

Ik ga het gestructureerd aanpakken, want ik zie heus wel dat het geen risicoloze onderneming is. Ik maak tevoren een planning en waarschijnlijk een lijstje thema's. 's Ochtends ga ik daarmee aan de slag.
De middagen wil ik gebruiken om al schrijvend tot ontspanning te komen: naast mijn 'splinters' (die ongetwijfeld vanzelf wel een titel krijgen) ga ik me uitleven in fictie. Zonder plot, zonder grenzen. Het enige wat ik nu weet, is dat mijn verhaal begint met een man die een donker huis binnengaat en daar iets vindt. Klinkt duister, maar het zou zomaar eens luchtige chicklit of fantasy kunnen worden. Ik zie wel en verheug me enorm op de komst van de plotbunnies, de creaturen die normaal gesproken je plot aanvreten en met je verhaallijn op de loop gaan. Benieuwd wat er gebeurt als ik ze hun gang laat gaan.
Over leesbaarheid en kwaliteit ga ik me tijdens deze editie nog minder zorgen maken dan vorig jaar.

November, kom maar op, ik ben er klaar voor!

maandag 11 oktober 2010

Schade. Schande?

Opgelucht was ik deze zomer. Trots ook. Ik ging over straat zonder mijn armen te bedekken en ging me daar steeds vrijer bij voelen. Ik had mijn armen al een tijdje 'met rust gelaten', al zo lang dat alle littekens wit waren geworden. Tuurlijk, het is evengoed zichtbaar en als ik bij een kassa iets afrekende zag ik de mensen heus wel kijken, maar de drang om vrij te zijn van kleffe knellende armbedekkers in de hete zon was groter dan de schaamte.

Of ik gestopt was met zelfbeschadiging? Nee. Dat overlevingsmechanisme heb ik nog steeds nodig. Het is alleen verplaatst naar minder zichtbare plekken. Een stap vooruit voor mij, want minder getekend valt het minder op dat er 'iets' met je is.

Maanden en maanden is het goed gegaan. Ik beloofde mezelf een tattoo als ik die armen een heel jaar met rust had kunnen laten. Een tekst, mijn lijfspreuk: vulnerata, non victa. Gewond maar niet verslagen. In kleine letters op de binnenkant van mijn pols, netjes over het meest zichtbare stuk slagader heen, symbolisch de deur naar suïcide sluitend. Daarbij ook de erkenning van de littekens en de strijd waar ze uit voortgekomen zijn, én een constante reminder voor mezelf: wat er ook gebeurt, ik overleef.

Nog steeds ben ik niet verslagen en de deur naar suïcide is aardig aan het vastroesten, maar mijn arm is weer een puinzooi. Best wel kut. Afijn, het tellen kan weer opnieuw beginnen: ik heb mijn armen nu 4 dagen met rust gelaten. Nog 361 te gaan voor m'n tattoo.
AlternaTickers - Cool, free Web tickers

Veilig Ravijn

Aan de rand van de afgrond
een veilig ravijn
ik wankel en twijfel:
waar wil ik zijn?

Met mijn rug naar de wereld
de toekomst, geluk
al wat je opbouwt
kan zomaar weer stuk

Ik staar in de diepte
zo duister, zo koud
maar ik weet de weg daar
ben duizend jaren oud

Slechts één stap naar voren
ik val zonder angst
de wereld beneden
die ken ik het langst

Mv

donderdag 7 oktober 2010

vrijdag 1 oktober 2010

"Vrijheid"


http://www.youtube.com/watch?v=kIRpHJm7Cpw

"domestic refugees
sink in the same boat as me"

"idiots authority promising equality
so where is the land of the free?
stop it you're killing me"

Hoe kan ik mezelf nog in de spiegel aankijken als ik machteloos aan de zijlijn blijf staan, bevend en hopend dat de ratten mijn huisje voorbij gaan? Hoe kan ik accepteren dat mensen wiens leven in gevaar is simpelweg de toegang tot dit land wordt ontzegd omdat 'we' vol zitten? Hoe kan ik aanvaarden dat er overal stemmen opgaan die beweren dat mensen met een andere cultuur een bedreiging zijn voor de 'onze', dat het normaal is om bang & boos te zijn jegens alles wat 'we' niet kennen? Hoe kan ik mijn mond houden als ik zie dat er een tijd van armoede voor de deur staat voor wie niet kan werken? Hoe kan ik gvd negeren dat ontwikkelingshulp een hobby wordt genoemd?

Hoe kan ik werken aan mijn eigen herstel als herstel betekent dat ik alle zekerheid op moet geven?

Noem me maar zwak, noem me labiel, noem me een doemdenker; ik ben een mens met een hart en dat hart bloedt nog veel harder dan mijn armen.

zaterdag 18 september 2010

Ruïnes en Spoken

Gisteren waren we bij een voorstelling van Stef Bos, "Een ander licht". Een voorstelling over een reeks bijbelse figuren, dichtbij gehaald en vertaald in prachtige kleine liedjes.
Het "Lied van Lot" gaf me kippenvel en zette me aan het denken: in november is het een jaar geleden dat ik aan NaNoWriMo begon, een periode waarin ik eindelijk de knop omgezet kreeg om het verleden af te sluiten. Dat thema is gebleven en ik blijf er behoorlijk vast in zitten.
Voornemen: in november begin ik aan een nieuwe novelle en ga ik proberen de thema's die nu spelen op papier te krijgen. Schrijven is voor mij een methode die werkt en met zo'n kader van 50.000 woorden in 1 maand kan ik mezelf over grenzen & beperkingen heen trekken. Laat maar komen en laat het zich maar uitkristalliseren!



Ik sta op de grens
Van vroeger en later
Voor mij een ruimte
Die ik nog niet ken

Achter mij alles
Wat ik achter moet laten
Ik sta hier met niets meer
Dan alleen wie ik ben

Ik maak van wat was
Een veilige haven
Al heb ik die stad daar
Al tijden vervloekt

Toch lukt het me niet
Het verleden te laten
Voor dat wat het is
Een gesloten boek

Maar als ik nu omkijk
Ben ik verloren
Maar iets houdt me tegen
Om verder te gaan
Als ik nu omkijk
Dan blijf ik voor altijd
Gevangen in alles
Wat niet meer bestaat

En al zou ik ook teruggaan
Er is niets meer over
Ik weet het en toch
Ligt de twijfel nog dwars
Al vind ik niet meer
Dan ruines en spoken
Het laat me niet los

Ik kan nog niet breken
Met dat wat voorbij is
Ik woon in mijn dromen
Nog steeds waar ik was
Ik sta op de grens
Van vroeger en later
En achter mij ligt daar
Een brandende stad

En als ik nu omkijk
Ben ik verloren
Maar iets houdt me tegen
Om verder te gaan

Als ik nu omkijk
Dan blijf ik voor altijd
Gevangen in alles
Wat niet meer bestaat

Al zou ik ook teruggaan
Er is niets meer over
Ik weet het en toch
Ligt de twijfel nog dwars
Al vind ik niet meer
Dan ruines en spoken
Het laat me niet los
Het houdt mij nog vast

Als ik nu omkijk
Blijf ik hier stilstaan

donderdag 2 september 2010

Ontslagen cliënte

De storm is gaan liggen, m'n meest recente crisis is weg aan het ebben. Het was een stevige, van het niveau waarvoor ik eerder een crisisopname zou hebben overwogen. A dacht ook dat het die kant op zou gaan, vertelde hij vanavond.
Ik weet het, het is geen schande om hulp te vragen, vaak is het juist een goede stap. Ik ga ook niet beweren dat opnames en professionele hulp slecht zijn, helemaal niet. Maar op dit moment, in deze fase van m'n leven, geeft het me een goed gevoel dat ik de storm thuis uit heb kunnen zitten  Dat A en ik er met ons eigen crisiszorgplan (dat niet op papier staat, maar waarvan we beiden dezelfde versie in ons hoofd hebben zitten) en wat kleine maatregeltjes zomaar zelf uitkomen. Ben ik best trots op.

Het voelt onwennig nu. Ik ben gesloopt en kan nog weinig hebben, maar voorheen was dat voor de buitenwereld duidelijk te zien: dan zat ik in een kliniek of was ik net thuis uit de kliniek. Dan weet je: die heeft even tijd nodig om weer op adem te komen.
Maar hoe maak je zoiets duidelijk als er niet zo'n helder symbool als een klinische opname zichtbaar is geweest? Tuurlijk heb ik wel aan een paar mensen verteld hoe het met me ging en via telefoontjes met m'n moeder zal die info ook wel bij familie zijn beland (nee, is geen verwijt, in dit soort situaties vind ik het juist fijn om niet elke keer opnieuw m'n verhaal te hoeven doen, daar is vaak geen puf meer voor), maar nu is er dus geen moment waarop je kunt laten weten "ik mag weer naar huis". Kijk, en dan is een blog toch ook wel handig ;)

De komende weken hebben we vakantie. Nou ja, A heeft vakantie en ik vind het fijn om die weken ook zo te noemen. We hebben wat plannetjes, maar leggen nog niet teveel vast zodat we optimaal gebruik kunnen maken van de 'goede' dagen. Kalmpjes aan verder, van dag tot dag.
De afspraak met Bureau Arbeid in goed overleg verplaatst naar het eind van de maand en dan begint A ook aan zijn studie. Voor beiden een mooie stap in de goede richting.

Lijden

We liggen naast elkaar in bed, een zwarte kat spinnend tussen ons in. Ik bekijk mijn nagels en zucht. "Er zit een scheur in." Mijn duim voelt aan het randje, dat meebeweegt. "Verdomme, zo wordt het nooit wat. Nou ja, welterusten liefje, ik ga nog even lezen."
Een kus en ik draai me op mijn zij, sla het boek open waar ik gisteren in begonnen ben. Mijn ogen vreten de letters en in een onbewaakt ogenblik dwaalt die vinger naar mijn mond.
"Fuck, hij is eraf!"
Gegrinnik achter me. "Weet je wat ik zou willen? Dat dit jouw probleem was. Dat jij je echt druk zou maken om een gescheurde nagel."

Grijns. Hij heeft gelijk. Morgen knip ik al m'n nagels kort, dan kan ik me weer volledig toeleggen op Lijden met een grote L. Hoewel, moest mijn haar niet dringend geverfd worden?

donderdag 19 augustus 2010

Sociale zwakbegaafdheid

*VLOEK!*

Ik ben boos, boos, boos. Woest op mezelf dat ik me door zo'n kloterig kutkaartje over de zeik laat helpen, dat er altijd die verdomde schuldgevoelens zijn en ik me door de zoveelste persoon laat aanpraten dat ik fout ben, dat ik het niet gewoon naast me neer kan leggen en m'n schouders ophalen.
Dat ik na al die fucking lange jaren therapie nog steeds niet durf te vertrouwen op wat mijn verstand zegt, dat er altijd die stem doorheen loopt te bleren dat dit precies is wat me toekomt.
Misschien ook angst: ben ik ook zo? Zuig ik mensen leeg tot ze niet meer kunnen en ze wel afstand moeten nemen?

Ik ben het zo zat om zo te zijn, zo te reageren. Ik wil evenwicht en niet elke keer omvallen als bij wijze van spreken de postbode met pensioen gaat, er een contact wegvalt. Ik weet heel goed dat hier een zwakke plek zit die ik nog steeds niet voldoende gestut heb om overeind te blijven als de zandkorrels aan het rollen gaan.
De laatste tijd zijn er nieuwe contacten bijgekomen, contacten die waardevol en leuk zijn en waar ik blij mee ben. En het is gewoon gezond om dan te voelen dat andere, oudere, contacten niet meer bij me passen. Te voelen dat een ander over mijn grenzen gaat door zo op mijn schuldgevoel in te spelen en letterlijk schrijft niet meer te willen leven. Het is normaal om grenzen aan te geven. Het is gezond.
Waarom voelt het dan zo verdomd fout?

dinsdag 17 augustus 2010

hard tegen hart

Mijn verstand is er helder over: nee.
Mijn gevoel is niet zozeer helder alswel sterk, intens en zwiept tussen verdrietig en boos op en neer.
Ik weet het even niet meer.



Eigenlijk weet ik het al lang even niet meer.
Mijn verstand volgen heeft me de rust en ruimte gegeven om een tijdlang op te bloeien en aan mezelf te werken. Daar ben ik mezelf best dankbaar voor, als ik het zo mag zeggen.

Maar het lijkt of ik nu op een punt kom waarop ik moet kiezen of ik nou verder moet rouwen of dat ik door de kiertjes van die niet-helemaal-gesloten deur moet kijken. En in beide gevallen: hoe dan?
Merk dat ik ontzettend veel behoefte heb aan een goed gesprek hierover met iemand die niet dichtbij me staat maar wel weet waarover ik het heb. De reguliere GGZ heeft me hierin niets te bieden, dat is me al op vrij harde manier duidelijk gemaakt.
Er is een energetisch therapeute in Wageningen. Gespecialiseerd in creatieve therapie en rouwverwerking. Telkens beland ik weer op haar site. Misschien wordt het tijd de stap maar eens te zetten en een afspraak te maken. Ik ben veel en veel te wankel momenteel, dit voelt echt niet goed.

zondag 15 augustus 2010

Oud Nieuws

Iemand vroeg me een stukje te schrijven over mijn ervaringen met borderline & relaties. Daar heb ik inmiddels al heel veel over geschreven, maar toch moet ik altijd even naar de juiste woorden zoeken. Wat vertel je, wat laat je weg? En welke woorden heb ik er eerder voor gebruikt?

In het geheugen van m'n computer vond ik de serie nieuwsbrieven van Stichting Borderline waaraan ik heb meegewerkt. Redactie, illustraties en natuurlijk ook eigen schrijfsels.
(wat een bijzondere tijd was dat eigenlijk. Hoe zou het met Ellen zijn?)
In het themanummer over relaties kwam ik onderstaande tekst tegen. Het is wat kort door de bocht qua "ik heb mijn hart op een kiertje gezet". Het komt heel wat 'wijzer' over dan de dolende naar liefde snakkende junk die ik was tussen Jaap en Albert in ;) Ik ben niet zo van kiertjes, nog steeds niet. Al probeer ik het nog steeds, want het zou een hoop schelen als er nuance zat tussen wagenwijd open en potdicht.

Afijn. Ik wil dit verhaaltje uit de oude doos graag delen.

…en ze leefden nog lang en gelukkig
door Marijke

Sunny huiverde. “Ik ben blij dat we hier binnenkort vertrekken. Ik heb hier zoveel slechte herinneringen.”
“Vergeet de fijne momenten niet. Was het bijvoorbeeld niet hier, dat we elkaar voor het eerst kusten?” Innig drukte Sebastian zijn lippen op de hare.
Onder de stortvloed van zijn kussen vergat ze alle duistere herinneringen. Het enige waar ze aan kon denken was de wonderschone en veelbelovende toekomst die voor hen lag.
Einde.

Ik was dertien en nog nooit zo verliefd geweest. Jaap heette hij en hij zat achter me bij natuurkunde. Hij leek in de verste verten niet op de jongens in mijn schoolagenda, maar in elk flutromannetje kwam ik hem tegen. Hij was mijn prins op het witte paard en als hij mij maar eenmaal in zijn armen zou nemen, zou alles goed zijn. We zouden trouwen en terwijl ik thuis boeken schreef, zou hij aan zijn carrière als ingenieur werken. Op een gegeven moment zouden er wel kindertjes komen, een jongen en een meisje. Op dat punt hielden de romannetjes meestal op, als het niet al eerder was. Vond ik altijd zo jammer, want hoe ging het nou verder?

Na een jaar verliefdheid kwam het er dan eindelijk van: prins Jaap knielde voor me neer en gaf me zijn hart. Nou ja, eigenlijk was het meer een zenuwachtige zoen in een struikje tijdens een nachtelijke dropping, maar fantasie was er destijds ook al genoeg. Of het sprookje toen uit was? Nee hoor, sommige gedeeltes zijn wel degelijk werkelijkheid geworden: ik zit thuis en schrijf me rot (nog net geen boeken) en Jaap heeft het druk met zijn carrière als ingenieur. Een groot verschil is dat Jaap niet meer mijn prins op het witte paard is en dat ik (wat) minder in sprookjes geloof.

Dat is wel eens anders geweest; toen Jaap zijn functie als vriendje neerlegde, ging ik hevig op zoek naar de volgende prins. Hoe meer ik gefixeerd raakte op het vinden van de Ware, des te korter en heviger werden de relaties. Ik ontdekte dat een prins voor mij alle kleurtjes en achtergronden kon hebben en dat hij zelfs ook wel een prinses mocht zijn. Tasten in het duister dus, maar steeds weer leek het of ik voelde dat de nieuwe liefde de Enige Ware Sleutel tot mijn hart had en dan gooide ik de deuren wijd open. De ene keer liep dat uit op huisvredebreuk, de andere keer op situaties waarin ik de ander gijzelde, maar nooit bracht het dat speciale gevoel waar ik zo naar smachtte. Dat leidde ertoe dat ik niets anders meer kon doen dan mijn hart  onbewoonbaar te verklaren en de deuren op slot te doen. En vanaf dat moment veranderde er iets. Er kwamen nog verschillende optionele prinsen en prinsessen langs, maar ik opende de deur nog slechts op vriendschappelijke kiertjes en nam de tijd mijn gasten te leren kennen voordat ik ze koffie aanbood. Niet dat dat altijd goed ging hoor, maar ik kreeg wel steeds meer zelfvertrouwen en kon mensen binnenlaten zonder ze meteen alles te geven.
Eén van de gasten die al vrij snel naar binnen mocht, kwam vaker langs en werd verliefd op mij. Dat leek een probleem te worden, tot ik ontdekte dat ik minstens zo gek op hem was! Toen was er voor mij geen houden meer aan; binnen 3 weken woonden we samen. Een grote snelle stap die gemakkelijk fout had kunnen gaan, maar ik wilde het erop wagen.

Inmiddels zijn we zo’n 4 ½ jaar samen, jaren met heel veel pieken en dalen. Hij heeft mij laten zien dat prinsen niet op witte paarden langs komen draven om je te schaken; ze nemen je liever mee naar de film en bestellen een pilsje voor je. Ik heb in alle opzichten laten zien dat ik zeker geen prinses ben, maar dat mijn hart nog steeds van vlees en bloed is en ruimte biedt aan Hen Van Wie Ik Wil Houden.
De moraal van dit verhaal is dat Ware Prinsen en Prinsessen vanbinnen zitten en zich pas laten zien als je het niet meer verwacht. Dat maakt mijn verhaal toch nog een beetje een sprookje.

Mv

donderdag 12 augustus 2010

Snakken naar sedatie

Op de tafel ligt een stripje pillen. Niet eens een heel stripje.
Heel hard negerend loop ik er langs, sta mezelf niet toe gedachten over dat kleine zilverkleurige vodje te hebben. Ik ga naar de keuken, smeer een broodje en ga weer naar boven. Er wacht een boek op me dat bijna uit is.
Ik lees en eet het broodje, maar proef niets terwijl mijn kaken malen en mijn ogen gaan vergeefs over de letters op het papier. Er blijft niets hangen.

Ik weet dat A. zijn dagelijkse portie anti-jichtpillen wel eens op tafel legt om ze niet te vergeten en probeer mezelf voor te houden dat die klein, wit en rond zijn. Ik weet niet eens hoe zijn pillen eruit zien, dus het zou heel goed kunnen.
Maar ik heb ze allang herkend. Op het moment levert de apotheek ze in schattig babyroze (zodat ze mooi matchen met mijn babyblauwe slaappillen), maar ik herken elke uitvoering. Xanax. Kalmerend. Ik hoor hoe ze hun beloften fluisterend langs de trap omhoog zenden.

Ik volg de lokroep. Pak ze van de tafel, draai het stripje op. Alprazolam. De stofnaam.
Het zijn er maar zes. Zes keer een halve milligram. Drie dagdoseringen. De junk vanbinnen lacht me uit. Zo weinig, moet je je daar zo druk over maken? Je valt er waarschijnlijk niet eens van in slaap.
En toch wil ik ze hebben. Ze bieden een piepklein vluchtmoment en als er iets is waar ik nu behoefte aan heb dan is het wel een vluchtmoment.

Ja. Nee.
Ik ben op weg naar de keuken, stripje in m'n hand. Eén slokje water heb ik nodig, dan kunnen ze hun werk doen. En kan ik me weer lekker schuldig voelen omdat ik de verleiding weer eens niet kon weerstaan.
Nee.

Ik ga naar boven, stripje inmiddels stevig omklemd. Een scherpe punt snijdt in m'n handpalm.
A. ligt te slapen. Ik maak hem wakker.
"Hier. Wil je deze even bij je houden?"

Zucht.
Even wordt het rustig in m'n hoofd en ik grijp de gelegenheid aan om de laatste pagina's van m'n boek te lezen. Het broodje heeft weer smaak.
Ik klamp me vast aan de laatste bladzijden, lees zelfs de dankbetuigingen om het eind maar even uit te stellen.

Boek is uit.
A. slaapt weer. Kan ik over hem heen reiken om dat stripje te pakken?
Nee. Nee!

Naar beneden. Koffie zetten.
Een fragment uit een song klinkt in m'n kop: "temptations, temptations, temptations".
Ik zoek het betreffende liedje en zet het op. Savatage. Heerlijk.
En nu schrijven. Schrijf maar over die pillen, doe wat nodig is om de drang wat uit te stellen. Van uitstel komt soms afstel en wellicht kan ik zo de tijd overbruggen tot A. weer wakker is en die pilletjes achter slot en grendel legt.
Ik reik naar de vergeten peuk in de asbak en stoot daarbij de koffie om. Probeer het kopje op te vangen, maar juist daardoor landt het in mijn schoot. Hete koffie over mijn benen. Mijn arm druipt van karamelkleur. Ik doe niets. Zit hier alleen maar te zitten terwijl ik voel hoe de vloeistof zich verspreidt. Eerst brandend en pijnlijk. Goed zo, bespaart mij de moeite om de onrust straks weg te moeten snijden.
Snel koelt het af en het voelt of ik in mijn broek heb geplast. Toepasselijk want ik heb de discipline van een onzindelijk kind.

Schijt aan de nattigheid, dat komt straks wel. Ik wil eerst schrijven. Mijn vingers vliegen hier, nu, over de toetsen en typen wat jij nu leest.
Savatage speelt door.
Ik ontdek dat de tekst verschilt van die in m'n hoofd. Geen 'temptations' maar 'cantations'. Maar het liedje heet wel Morphine Child. Grijns.

Zometeen nog maar eens diep zuchten, de gespilde koffie opvegen en mijn natte kleren in de wasmand gooien. En nog maar een keertje douchen.

Weet je wat nou zo lullig is? Dat ik weet dat A. dit zal lezen en bij zichzelf zal denken dat hij dat stripje op had moeten bergen.
Nee, schat, nee. Degene die dit typt is prima bij haar verstand en herkent haar destructieve zelf maar al te goed. Ze wil geen patiënt meer zijn en daar hoort verantwoordelijkheid bij. Discipline om niet op elke impuls af te hoeven gaan. Al doende leert ze. Met vallen en opstaan.

Ga ik dit posten?
Ja, ik ga dit posten. Dit is een verdomd helder moment en ik kan iets hebben aan dit geschrijf. Een vleugje inzicht.

Here nothing enters

Nothing departs
Here nothing's ended
If nothing starts

zondag 8 augustus 2010

Labyrinth

Mijn geest dwaalt rond in mijn hersenlabyrinth, botsend tegen de wanden, schrikkend van de neuronen die paniekerig pulserend ontwaken uit hun schemertoestand. Kalm maar, geest, kalm. Met één hand de binnenste muur volgend kom je hier vanzelf weer uit. Je kent het hier, je bent hier al zo vaak geweest. Sta even stil, haal diep adem, voel de grond onder je voeten en vervolg je pad. Je bent je eigen rode draad.

Ja, ik schrik als ik merk dat de logica in mijn denken soms niet klopt, als ik merk dat ik weer sneller in paniek raak dan anders, als ik wankel op mijn benen sta. De kunst is om niet met die schrik op de loop te gaan, om 'gewoon' te accepteren dat het even niet lekker gaat en mezelf te herinneren aan de golfbeweging die er nou eenmaal is. Zen en de Kunst van het Geestesonderhoud. Of zo.

Ik weet dat de mantra die zich heeft vastgezet in mijn hoofd niet zaligmakend is, maar op het moment heb ik 'm nodig: "voorkom een opname, voorkom een opname". En zolang ik alles nog vanaf een afstandje kan bekijken en analyseren weet ik dat ik de regie nog niet uit handen hoef te geven.

Maar 't zou niet gek zijn om tijdens deze zoektocht tegen mr. Labyrinth aan te lopen ;)