Ik ben Xamantha, 39 en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


donderdag 19 augustus 2010

Sociale zwakbegaafdheid

*VLOEK!*

Ik ben boos, boos, boos. Woest op mezelf dat ik me door zo'n kloterig kutkaartje over de zeik laat helpen, dat er altijd die verdomde schuldgevoelens zijn en ik me door de zoveelste persoon laat aanpraten dat ik fout ben, dat ik het niet gewoon naast me neer kan leggen en m'n schouders ophalen.
Dat ik na al die fucking lange jaren therapie nog steeds niet durf te vertrouwen op wat mijn verstand zegt, dat er altijd die stem doorheen loopt te bleren dat dit precies is wat me toekomt.
Misschien ook angst: ben ik ook zo? Zuig ik mensen leeg tot ze niet meer kunnen en ze wel afstand moeten nemen?

Ik ben het zo zat om zo te zijn, zo te reageren. Ik wil evenwicht en niet elke keer omvallen als bij wijze van spreken de postbode met pensioen gaat, er een contact wegvalt. Ik weet heel goed dat hier een zwakke plek zit die ik nog steeds niet voldoende gestut heb om overeind te blijven als de zandkorrels aan het rollen gaan.
De laatste tijd zijn er nieuwe contacten bijgekomen, contacten die waardevol en leuk zijn en waar ik blij mee ben. En het is gewoon gezond om dan te voelen dat andere, oudere, contacten niet meer bij me passen. Te voelen dat een ander over mijn grenzen gaat door zo op mijn schuldgevoel in te spelen en letterlijk schrijft niet meer te willen leven. Het is normaal om grenzen aan te geven. Het is gezond.
Waarom voelt het dan zo verdomd fout?

dinsdag 17 augustus 2010

hard tegen hart

Mijn verstand is er helder over: nee.
Mijn gevoel is niet zozeer helder alswel sterk, intens en zwiept tussen verdrietig en boos op en neer.
Ik weet het even niet meer.



Eigenlijk weet ik het al lang even niet meer.
Mijn verstand volgen heeft me de rust en ruimte gegeven om een tijdlang op te bloeien en aan mezelf te werken. Daar ben ik mezelf best dankbaar voor, als ik het zo mag zeggen.

Maar het lijkt of ik nu op een punt kom waarop ik moet kiezen of ik nou verder moet rouwen of dat ik door de kiertjes van die niet-helemaal-gesloten deur moet kijken. En in beide gevallen: hoe dan?
Merk dat ik ontzettend veel behoefte heb aan een goed gesprek hierover met iemand die niet dichtbij me staat maar wel weet waarover ik het heb. De reguliere GGZ heeft me hierin niets te bieden, dat is me al op vrij harde manier duidelijk gemaakt.
Er is een energetisch therapeute in Wageningen. Gespecialiseerd in creatieve therapie en rouwverwerking. Telkens beland ik weer op haar site. Misschien wordt het tijd de stap maar eens te zetten en een afspraak te maken. Ik ben veel en veel te wankel momenteel, dit voelt echt niet goed.

zondag 15 augustus 2010

Oud Nieuws

Iemand vroeg me een stukje te schrijven over mijn ervaringen met borderline & relaties. Daar heb ik inmiddels al heel veel over geschreven, maar toch moet ik altijd even naar de juiste woorden zoeken. Wat vertel je, wat laat je weg? En welke woorden heb ik er eerder voor gebruikt?

In het geheugen van m'n computer vond ik de serie nieuwsbrieven van Stichting Borderline waaraan ik heb meegewerkt. Redactie, illustraties en natuurlijk ook eigen schrijfsels.
(wat een bijzondere tijd was dat eigenlijk. Hoe zou het met Ellen zijn?)
In het themanummer over relaties kwam ik onderstaande tekst tegen. Het is wat kort door de bocht qua "ik heb mijn hart op een kiertje gezet". Het komt heel wat 'wijzer' over dan de dolende naar liefde snakkende junk die ik was tussen Jaap en Albert in ;) Ik ben niet zo van kiertjes, nog steeds niet. Al probeer ik het nog steeds, want het zou een hoop schelen als er nuance zat tussen wagenwijd open en potdicht.

Afijn. Ik wil dit verhaaltje uit de oude doos graag delen.

…en ze leefden nog lang en gelukkig
door Marijke

Sunny huiverde. “Ik ben blij dat we hier binnenkort vertrekken. Ik heb hier zoveel slechte herinneringen.”
“Vergeet de fijne momenten niet. Was het bijvoorbeeld niet hier, dat we elkaar voor het eerst kusten?” Innig drukte Sebastian zijn lippen op de hare.
Onder de stortvloed van zijn kussen vergat ze alle duistere herinneringen. Het enige waar ze aan kon denken was de wonderschone en veelbelovende toekomst die voor hen lag.
Einde.

Ik was dertien en nog nooit zo verliefd geweest. Jaap heette hij en hij zat achter me bij natuurkunde. Hij leek in de verste verten niet op de jongens in mijn schoolagenda, maar in elk flutromannetje kwam ik hem tegen. Hij was mijn prins op het witte paard en als hij mij maar eenmaal in zijn armen zou nemen, zou alles goed zijn. We zouden trouwen en terwijl ik thuis boeken schreef, zou hij aan zijn carrière als ingenieur werken. Op een gegeven moment zouden er wel kindertjes komen, een jongen en een meisje. Op dat punt hielden de romannetjes meestal op, als het niet al eerder was. Vond ik altijd zo jammer, want hoe ging het nou verder?

Na een jaar verliefdheid kwam het er dan eindelijk van: prins Jaap knielde voor me neer en gaf me zijn hart. Nou ja, eigenlijk was het meer een zenuwachtige zoen in een struikje tijdens een nachtelijke dropping, maar fantasie was er destijds ook al genoeg. Of het sprookje toen uit was? Nee hoor, sommige gedeeltes zijn wel degelijk werkelijkheid geworden: ik zit thuis en schrijf me rot (nog net geen boeken) en Jaap heeft het druk met zijn carrière als ingenieur. Een groot verschil is dat Jaap niet meer mijn prins op het witte paard is en dat ik (wat) minder in sprookjes geloof.

Dat is wel eens anders geweest; toen Jaap zijn functie als vriendje neerlegde, ging ik hevig op zoek naar de volgende prins. Hoe meer ik gefixeerd raakte op het vinden van de Ware, des te korter en heviger werden de relaties. Ik ontdekte dat een prins voor mij alle kleurtjes en achtergronden kon hebben en dat hij zelfs ook wel een prinses mocht zijn. Tasten in het duister dus, maar steeds weer leek het of ik voelde dat de nieuwe liefde de Enige Ware Sleutel tot mijn hart had en dan gooide ik de deuren wijd open. De ene keer liep dat uit op huisvredebreuk, de andere keer op situaties waarin ik de ander gijzelde, maar nooit bracht het dat speciale gevoel waar ik zo naar smachtte. Dat leidde ertoe dat ik niets anders meer kon doen dan mijn hart  onbewoonbaar te verklaren en de deuren op slot te doen. En vanaf dat moment veranderde er iets. Er kwamen nog verschillende optionele prinsen en prinsessen langs, maar ik opende de deur nog slechts op vriendschappelijke kiertjes en nam de tijd mijn gasten te leren kennen voordat ik ze koffie aanbood. Niet dat dat altijd goed ging hoor, maar ik kreeg wel steeds meer zelfvertrouwen en kon mensen binnenlaten zonder ze meteen alles te geven.
Eén van de gasten die al vrij snel naar binnen mocht, kwam vaker langs en werd verliefd op mij. Dat leek een probleem te worden, tot ik ontdekte dat ik minstens zo gek op hem was! Toen was er voor mij geen houden meer aan; binnen 3 weken woonden we samen. Een grote snelle stap die gemakkelijk fout had kunnen gaan, maar ik wilde het erop wagen.

Inmiddels zijn we zo’n 4 ½ jaar samen, jaren met heel veel pieken en dalen. Hij heeft mij laten zien dat prinsen niet op witte paarden langs komen draven om je te schaken; ze nemen je liever mee naar de film en bestellen een pilsje voor je. Ik heb in alle opzichten laten zien dat ik zeker geen prinses ben, maar dat mijn hart nog steeds van vlees en bloed is en ruimte biedt aan Hen Van Wie Ik Wil Houden.
De moraal van dit verhaal is dat Ware Prinsen en Prinsessen vanbinnen zitten en zich pas laten zien als je het niet meer verwacht. Dat maakt mijn verhaal toch nog een beetje een sprookje.

Mv

donderdag 12 augustus 2010

Snakken naar sedatie

Op de tafel ligt een stripje pillen. Niet eens een heel stripje.
Heel hard negerend loop ik er langs, sta mezelf niet toe gedachten over dat kleine zilverkleurige vodje te hebben. Ik ga naar de keuken, smeer een broodje en ga weer naar boven. Er wacht een boek op me dat bijna uit is.
Ik lees en eet het broodje, maar proef niets terwijl mijn kaken malen en mijn ogen gaan vergeefs over de letters op het papier. Er blijft niets hangen.

Ik weet dat A. zijn dagelijkse portie anti-jichtpillen wel eens op tafel legt om ze niet te vergeten en probeer mezelf voor te houden dat die klein, wit en rond zijn. Ik weet niet eens hoe zijn pillen eruit zien, dus het zou heel goed kunnen.
Maar ik heb ze allang herkend. Op het moment levert de apotheek ze in schattig babyroze (zodat ze mooi matchen met mijn babyblauwe slaappillen), maar ik herken elke uitvoering. Xanax. Kalmerend. Ik hoor hoe ze hun beloften fluisterend langs de trap omhoog zenden.

Ik volg de lokroep. Pak ze van de tafel, draai het stripje op. Alprazolam. De stofnaam.
Het zijn er maar zes. Zes keer een halve milligram. Drie dagdoseringen. De junk vanbinnen lacht me uit. Zo weinig, moet je je daar zo druk over maken? Je valt er waarschijnlijk niet eens van in slaap.
En toch wil ik ze hebben. Ze bieden een piepklein vluchtmoment en als er iets is waar ik nu behoefte aan heb dan is het wel een vluchtmoment.

Ja. Nee.
Ik ben op weg naar de keuken, stripje in m'n hand. Eén slokje water heb ik nodig, dan kunnen ze hun werk doen. En kan ik me weer lekker schuldig voelen omdat ik de verleiding weer eens niet kon weerstaan.
Nee.

Ik ga naar boven, stripje inmiddels stevig omklemd. Een scherpe punt snijdt in m'n handpalm.
A. ligt te slapen. Ik maak hem wakker.
"Hier. Wil je deze even bij je houden?"

Zucht.
Even wordt het rustig in m'n hoofd en ik grijp de gelegenheid aan om de laatste pagina's van m'n boek te lezen. Het broodje heeft weer smaak.
Ik klamp me vast aan de laatste bladzijden, lees zelfs de dankbetuigingen om het eind maar even uit te stellen.

Boek is uit.
A. slaapt weer. Kan ik over hem heen reiken om dat stripje te pakken?
Nee. Nee!

Naar beneden. Koffie zetten.
Een fragment uit een song klinkt in m'n kop: "temptations, temptations, temptations".
Ik zoek het betreffende liedje en zet het op. Savatage. Heerlijk.
En nu schrijven. Schrijf maar over die pillen, doe wat nodig is om de drang wat uit te stellen. Van uitstel komt soms afstel en wellicht kan ik zo de tijd overbruggen tot A. weer wakker is en die pilletjes achter slot en grendel legt.
Ik reik naar de vergeten peuk in de asbak en stoot daarbij de koffie om. Probeer het kopje op te vangen, maar juist daardoor landt het in mijn schoot. Hete koffie over mijn benen. Mijn arm druipt van karamelkleur. Ik doe niets. Zit hier alleen maar te zitten terwijl ik voel hoe de vloeistof zich verspreidt. Eerst brandend en pijnlijk. Goed zo, bespaart mij de moeite om de onrust straks weg te moeten snijden.
Snel koelt het af en het voelt of ik in mijn broek heb geplast. Toepasselijk want ik heb de discipline van een onzindelijk kind.

Schijt aan de nattigheid, dat komt straks wel. Ik wil eerst schrijven. Mijn vingers vliegen hier, nu, over de toetsen en typen wat jij nu leest.
Savatage speelt door.
Ik ontdek dat de tekst verschilt van die in m'n hoofd. Geen 'temptations' maar 'cantations'. Maar het liedje heet wel Morphine Child. Grijns.

Zometeen nog maar eens diep zuchten, de gespilde koffie opvegen en mijn natte kleren in de wasmand gooien. En nog maar een keertje douchen.

Weet je wat nou zo lullig is? Dat ik weet dat A. dit zal lezen en bij zichzelf zal denken dat hij dat stripje op had moeten bergen.
Nee, schat, nee. Degene die dit typt is prima bij haar verstand en herkent haar destructieve zelf maar al te goed. Ze wil geen patiënt meer zijn en daar hoort verantwoordelijkheid bij. Discipline om niet op elke impuls af te hoeven gaan. Al doende leert ze. Met vallen en opstaan.

Ga ik dit posten?
Ja, ik ga dit posten. Dit is een verdomd helder moment en ik kan iets hebben aan dit geschrijf. Een vleugje inzicht.

Here nothing enters

Nothing departs
Here nothing's ended
If nothing starts

zondag 8 augustus 2010

Labyrinth

Mijn geest dwaalt rond in mijn hersenlabyrinth, botsend tegen de wanden, schrikkend van de neuronen die paniekerig pulserend ontwaken uit hun schemertoestand. Kalm maar, geest, kalm. Met één hand de binnenste muur volgend kom je hier vanzelf weer uit. Je kent het hier, je bent hier al zo vaak geweest. Sta even stil, haal diep adem, voel de grond onder je voeten en vervolg je pad. Je bent je eigen rode draad.

Ja, ik schrik als ik merk dat de logica in mijn denken soms niet klopt, als ik merk dat ik weer sneller in paniek raak dan anders, als ik wankel op mijn benen sta. De kunst is om niet met die schrik op de loop te gaan, om 'gewoon' te accepteren dat het even niet lekker gaat en mezelf te herinneren aan de golfbeweging die er nou eenmaal is. Zen en de Kunst van het Geestesonderhoud. Of zo.

Ik weet dat de mantra die zich heeft vastgezet in mijn hoofd niet zaligmakend is, maar op het moment heb ik 'm nodig: "voorkom een opname, voorkom een opname". En zolang ik alles nog vanaf een afstandje kan bekijken en analyseren weet ik dat ik de regie nog niet uit handen hoef te geven.

Maar 't zou niet gek zijn om tijdens deze zoektocht tegen mr. Labyrinth aan te lopen ;)