Ik ben Xamantha, 39 en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


zaterdag 30 oktober 2010

Bijna...

Jemig, zo vlak voor de start is het één grote chaos in m'n hoofd. Ik heb me de laatste paar dagen meerdere keren afgevraagd waar ik aan ga beginnen, waarom ik niet gewoon lekker fictie ga schrijven. Maar elke keer kom ik weer terug op datzelfde punt: ik denk dat het nodig is en dat deze schrijfmaand de perfecte gelegenheid is om wat demonen te lozen.

Vandaag waren we in het bos, Albert en ik. Na zonsondergang (foei, stout), om op de vooravond van Halloween een stel duistere boeken los te laten. Tjonge, demonen en helse toestanden genoeg in m'n boekenkast. Een vreemde, fijne gewaarwording, zo in de schemering zoeken naar zo eng mogelijke plekjes en daar titels als Bezeten en De Duisternis Voorbij neer te planten. We hebben zelfs nog een eng plekje gecreëerd. Wederom: foei, stout.


Ik heb de spoken uit mijn kast gejaagd, nu is het hoofd aan de beurt. Ik heb de zenuwen, ben bang. Maar ik heb de regie in handen: als het niet gaat, dan gaat het niet. Ik ga in elk geval een dikke vette poging doen.

Maandagochtend zal mijn wekker achterlijk vroeg afgaan, ik zal een stevig ontbijt nuttigen en een grote pot koffie zetten. En dan ga ik dus gewoon beginnen!



zaterdag 23 oktober 2010

Splinters jr.

Splinters, zo heet de bundel teksten die mijn vader een aantal jaren geleden geschreven heeft. Ik heb de bundel in mijn handen gehouden, heb de inhoudsopgave bekeken en heb de twee stukken gelezen die hij voor mij geselecteerd had. Daarna ging de bundel terug in de kluis.
Die geheimzinnigheid was niet voor niets, de stukken zijn haast persoonlijker dan een dagboek. Dat is althans wat ik begrepen heb, want ik heb slechts twee stukken gelezen. Het ene stuk ging over een filosofie die mijn vader tijdens de bange, verdiepende momenten in ziekenhuizen en kliniek ontwikkelde. De mensen die op mijn bruiloft waren, hebben daar een fragment van mogen horen.
Het andere stuk ging over mij, hoewel ik er zelf niet in zat. Over het moment waarop mijn vader zich ten volle realiseerde dat het leven van zijn achttienjarige dochter te zeer ontwricht was om met een paar pleisters te herstellen.
Meer dan dit wil ik er niet over kwijt, ik denk dat ik hiermee mijn vaders grenzen respecteer. Maar ik wilde wel iets over dit document vertellen, om te duiden waarmee ik zelf aan de slag ga.

Papa heeft zich in een hutje op de hei teruggetrokken om deze woorden op papier te krijgen, ver van waar hij woont en wie hem lief is. Een beetje zoals je een seance niet in je huiskamer houdt, uit angst dat de opgeroepen demonen blijven hangen.
Ik heb er hier al eerder over geschreven: dat hutje-op-de-hei concept spreekt mij heel erg aan, ik ben ook op zoek geweest naar een passende locatie op een passend moment. Kon het niet vinden, het voelde allemaal net niet goed genoeg.

Maar de tijd is rijp nu.
Over tien dagen begint NaNoWriMo, het project waarin talloze deelnemers uit heel de wereld in 30 dagen 50.000 woorden fictie op papier knallen. Kijk maar eens een jaar terug in dit blog, dan zie je hoe bijzonder die ervaring vorig jaar voor mij was. En hoe lekker het was om deels af te wijken van de regels (want mijn verhaal was dan wel fictief, de onderliggende betekenissen waren dat zeker niet).
NaNoWriMo wordt mijn hutje op de hei. Een abstracter hutje, maar wel met net zoveel thee, koffie (en in mijn geval shaggies), muziek en afzondering.

Waarover ik ga schrijven?
Ik ga proberen woorden te vinden voor momenten in mijn leven die op mijn netvlies gebrand staan en waarvan ik de laatste tijd steeds meer het gevoel krijg dat ze me tegenhouden in mijn herstel. Elke keer als ik een stap vooruit zet, gaat er een luikje in mijn geheugen open en stromen de beelden van pijn, onmacht, mislukking en schuld over me heen. Beelden waar uitgebreid over gesproken is in therapieën, maar ook beelden die ik met niemand of slechts met een enkeling gedeeld heb. Overigens niet allemaal traumatisch, er zijn ook andere momenten die indruk hebben gemaakt en die steeds terug blijven keren.
En schrijven is voor mij een uiterst effectief middel om dingen te verwerken.

Splinters. Pas nu wordt me duidelijk wat die titel impliceert. Ik had het opgeval als snippers, flarden, scherven, maar het beeld van wat een splinter letterlijk is, is blijkbaar langs me heen gegaan. Een scherp, venijnig klein dingetje dat doordringt in je vlees en bij elke stap opnieuw pijn doet, dat ontstekingen op kan leveren en je op den duur kan gaan belemmeren om door te lopen. Ze verwijderen is een lastig en pijnlijk klusje, maar wel effectief.

Ik hoop dat het voor mij net zo bevrijdend zal werken als voor mijn vader. Ik zie het wel, ga het gewoon proberen. Ik ga mijn eigen demonen oproepen om ze in het gezicht te kijken en ze daarna de vrijheid te geven.
Er begint zich ook een plannetje te vormen om een ritueel te bedenken ter afronding. Mijn beste vriendin is in de leer om sjamaan te worden, dit is een mooie gelegenheid om daar samen eens onze gedachten over te laten gaan.

Ik ga het gestructureerd aanpakken, want ik zie heus wel dat het geen risicoloze onderneming is. Ik maak tevoren een planning en waarschijnlijk een lijstje thema's. 's Ochtends ga ik daarmee aan de slag.
De middagen wil ik gebruiken om al schrijvend tot ontspanning te komen: naast mijn 'splinters' (die ongetwijfeld vanzelf wel een titel krijgen) ga ik me uitleven in fictie. Zonder plot, zonder grenzen. Het enige wat ik nu weet, is dat mijn verhaal begint met een man die een donker huis binnengaat en daar iets vindt. Klinkt duister, maar het zou zomaar eens luchtige chicklit of fantasy kunnen worden. Ik zie wel en verheug me enorm op de komst van de plotbunnies, de creaturen die normaal gesproken je plot aanvreten en met je verhaallijn op de loop gaan. Benieuwd wat er gebeurt als ik ze hun gang laat gaan.
Over leesbaarheid en kwaliteit ga ik me tijdens deze editie nog minder zorgen maken dan vorig jaar.

November, kom maar op, ik ben er klaar voor!

maandag 11 oktober 2010

Schade. Schande?

Opgelucht was ik deze zomer. Trots ook. Ik ging over straat zonder mijn armen te bedekken en ging me daar steeds vrijer bij voelen. Ik had mijn armen al een tijdje 'met rust gelaten', al zo lang dat alle littekens wit waren geworden. Tuurlijk, het is evengoed zichtbaar en als ik bij een kassa iets afrekende zag ik de mensen heus wel kijken, maar de drang om vrij te zijn van kleffe knellende armbedekkers in de hete zon was groter dan de schaamte.

Of ik gestopt was met zelfbeschadiging? Nee. Dat overlevingsmechanisme heb ik nog steeds nodig. Het is alleen verplaatst naar minder zichtbare plekken. Een stap vooruit voor mij, want minder getekend valt het minder op dat er 'iets' met je is.

Maanden en maanden is het goed gegaan. Ik beloofde mezelf een tattoo als ik die armen een heel jaar met rust had kunnen laten. Een tekst, mijn lijfspreuk: vulnerata, non victa. Gewond maar niet verslagen. In kleine letters op de binnenkant van mijn pols, netjes over het meest zichtbare stuk slagader heen, symbolisch de deur naar suïcide sluitend. Daarbij ook de erkenning van de littekens en de strijd waar ze uit voortgekomen zijn, én een constante reminder voor mezelf: wat er ook gebeurt, ik overleef.

Nog steeds ben ik niet verslagen en de deur naar suïcide is aardig aan het vastroesten, maar mijn arm is weer een puinzooi. Best wel kut. Afijn, het tellen kan weer opnieuw beginnen: ik heb mijn armen nu 4 dagen met rust gelaten. Nog 361 te gaan voor m'n tattoo.
AlternaTickers - Cool, free Web tickers

Veilig Ravijn

Aan de rand van de afgrond
een veilig ravijn
ik wankel en twijfel:
waar wil ik zijn?

Met mijn rug naar de wereld
de toekomst, geluk
al wat je opbouwt
kan zomaar weer stuk

Ik staar in de diepte
zo duister, zo koud
maar ik weet de weg daar
ben duizend jaren oud

Slechts één stap naar voren
ik val zonder angst
de wereld beneden
die ken ik het langst

Mv

donderdag 7 oktober 2010

vrijdag 1 oktober 2010

"Vrijheid"


http://www.youtube.com/watch?v=kIRpHJm7Cpw

"domestic refugees
sink in the same boat as me"

"idiots authority promising equality
so where is the land of the free?
stop it you're killing me"

Hoe kan ik mezelf nog in de spiegel aankijken als ik machteloos aan de zijlijn blijf staan, bevend en hopend dat de ratten mijn huisje voorbij gaan? Hoe kan ik accepteren dat mensen wiens leven in gevaar is simpelweg de toegang tot dit land wordt ontzegd omdat 'we' vol zitten? Hoe kan ik aanvaarden dat er overal stemmen opgaan die beweren dat mensen met een andere cultuur een bedreiging zijn voor de 'onze', dat het normaal is om bang & boos te zijn jegens alles wat 'we' niet kennen? Hoe kan ik mijn mond houden als ik zie dat er een tijd van armoede voor de deur staat voor wie niet kan werken? Hoe kan ik gvd negeren dat ontwikkelingshulp een hobby wordt genoemd?

Hoe kan ik werken aan mijn eigen herstel als herstel betekent dat ik alle zekerheid op moet geven?

Noem me maar zwak, noem me labiel, noem me een doemdenker; ik ben een mens met een hart en dat hart bloedt nog veel harder dan mijn armen.