Ik ben Xamantha, 39 en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


vrijdag 26 november 2010

Thuis


Zwerfboek, achtergelaten bij de dierenarts


"Sterkte" kaartje van de dierenarts

Vandaag zijn we Puschkin op gaan halen bij het crematorium.

Pootafdruk & plukje haar kregen we mee.



Puschkin heeft z'n eigen plekje gekregen in de woonkamer. De boomstronk dient als urn.





De Puschkin-collectie



Pronkstuk uit de collectie, ik ga er eerst een mooie lijst voor zoeken.


Ja, het is veel en het is uitgebreid, de manier waarop wij afscheid nemen van ons beestje. Ja, dat heeft gedeeltelijk te maken met een onvervulde kinderwens, maar het is ook gewoon de manier die goed voelt voor ons beiden. Albert en ik zijn sentimentele mutsen en daar schamen we ons geen moment voor ;)

And remember: there's no such thing as 'just a cat'!

Hoera!

Zojuist de finish gepasseerd: 50553 woorden in 26 dagen. Wat een kick!
Hierbij het voorlopig laatste stukje van mijn novel:
vrijdag 26 november, 6: 27

Latte Macchiato, JPS, TSO Nightcastle


De laatste loodjes, de laatste woorden. Mijn novel is nog niet af, maar ik denk dat dit voorlopig de laatste pagina is die ik schrijf. Nou ja, officieel dan. Vrees dat ik de komende dagen echt de verleiding niet kan weerstaan om als ik iets geschreven heb dat betrekking heeft op al het voorgaande, het toe te voegen aan mijn 50K. Die oplopende cijfertjes en groene vlakjes in het schema zijn verslavend.
(toevallig steek ik nu ook mijn 1 na laatste sigaret op, de laatste mag straks aan, als ik dit document sluit.)


Was het wat ik had verwacht, gehoopt?
Ja en nee. Wat ik hoopte, dat het bevrijdend zou zijn, dat is helemaal waargemaakt. Ik heb er flink wat shit uit kunnen gooien en onbekommerd kunnen schrijven. Denk dat ik met name het stuk (gecensureerd) achter me kan laten en daar ben ik ontzettend blij mee. Ook heb ik wat schuldgevoelens weg kunnen analyseren.


En wat ik verwacht had? Ik had verwacht meer onderwerpen aan te kunnen pakken. Ja, dat was weer zo'n hooggespannen verwachting, ik weet het. Maar het geeft niet. Ik heb nu gemerkt dat ik dit kan en niets weerhoudt me ervan om na een poosje rust met andere thema's aan de slag te gaan. Eens in de paar maanden 2 a 3 weken schrijven wellicht? Want ook al kan ik het nu hierbij laten en tevreden zijn met wat ik heb bereikt, ik zou het ook graag nog afronden. Laat ik maar eens kijken wat er de komende tijd gaat spelen, wat er nog uit moet. Denk dat ik het verbranden ook uitstel tot ik een meer 'klaar' gevoel heb. Maar wel met de limiet van 11 maanden, volgend jaar nano wil ik ruimte hebben voor andere zaken. Voor fictie!
Ik ben er, zie ik net, ik ben er.


Ik ben trots! Niet zozeer op het halen van de eindstreep, ik wist al heel snel dat ik die ging halen, maar op het feit dat ik al een paar heel pijnlijke stukken aan heb durven pakken en de controle heb kunnen houden. Slechts 1 crisis en twee keer geautomutileerd, dat is echt heel netjes. Ik sta, ik sta sterk. Ik durf het met Brigiet eens te zijn: ik ben een sterke vrouw.


Ik heb mijn wapen in mijn strijd hervonden: woorden. Met mijn woorden kan ik alles overwinnen. Ze bieden me troost, ze geven me duidelijkheid en inzicht, ze bieden plaats aan mijn woede, mijn walging en ze zijn nooit ver weg.
Ik ben een schrijver.


Of ik nou mee kan komen met de broodschrijvers op fora of niet, of ik ooit zal debuteren: het doet er niet toe, ik ben een schrijvend mens.


Ik voel me sterker en gelouterd na deze maand. Niet radicaal en compleet, daar is een maand te kort voor, maar ik heb een begin gemaakt met de grote opruiming van alles wat ik meesleep. Vanaf nu gaat het minder worden, ga ik meer zicht krijgen op de horizon van de toekomst. Er is nog veel werk te verzetten, maar ik kan het. Zelf!

Ik ben de mensen om me heen zo dankbaar dat ze me mijn gang hebben laten gaan. Ik heb jullie angst gevoeld, jullie aarzeling tussen de regels door gelezen als ik vertelde over mijn plannen en mijn voortgang. Logisch, net als jullie zag ik zelf ook echt wel dat ik op een randje balanceerde. Eerlijk gezegd hield ik er ook een heel klein beetje rekening mee dat dit wel eens teveel van het goede zou kunnen zijn en dan was het uitgedraaid op een opname. Soms moet je risico's nemen, ik had het er wel voor over gehad.
Maar mijn intuïtie klopte, ik overschatte mezelf blijkbaar niet toen ik koos om aan dit waagstuk te beginnen. En dat voelt heel, heel goed.


Dit was het, voor nu.
Jiiiiiiiiiihaaaaaaaaaaaaaaaaaaaaa!

dinsdag 23 november 2010

Tot bij de Regenboogbrug


 
Een paar keer vannacht werd ik wakker en realiseerde me dat ik de kruik die bij me lag aan het aaien was. Elke keer een kleine steek in m'n borst: oh ja, hij is er niet meer.


De laatste dagen zijn zo verschrikkelijk intensief geweest, het afscheid heeft het hele weekend geduurd.
Vrijdag twijfelden we: is het tijd om naar de dierenarts te gaan en Puschkin zijn rust te gunnen? We zagen hem verzwakken en het was pijnlijk om te zien hoeveel moeite hij had om op z'n pootjes te blijven staan. Maar nee, de vier voorwaarden die we gesteld hadden waren nog aanwezig: hij at, hij dronk, kon nog zelf naar de kattenbak en kon rondlopen, hoe wankel ook.

Zaterdag ging het opeens veel slechter. Vanaf dat moment hebben we hem niet meer alleen gelaten. De nacht van zaterdag op zondag heb ik doorgehaald om bij hem te zijn.

Zondag had Albert een slaapdienst, we hebben heel erg getwijfeld of we Puschkins leven nog wel een hele nacht moesten rekken. Gebeld met de dienstdoende dierenarts, overlegd. We konden langs komen, maar dan zou het vlug-vlug tussendoor moeten. Zolang het beestje niet in paniek was, zei de arts, kon het nog wel even wachten.

Wat een nacht. Ik had na de vorige doorgehaalde nacht slechts een uurtje of drie geslapen, maar ik was vastberaden wakker te blijven, te waken. Het grootste deel van de nacht heb ik 'm in een dekentje gewikkeld tegen m'n borst gehouden, iets waar hij de laatste maanden erg van kon genieten. Ook nu werd hij er kalm van.

Hij zakte steeds verder weg, steeds meer comateus weten we achteraf. Een soort slapen met een heel trage ademhaling, een lage hartslag en de oogjes open. Hij kwam er ook elke keer even uit en liet dan merken dat hij iets wilde. Dan zette ik hem op een dekentje vlak voor z'n mand. Af en toe lukte het hem om een stukje te lopen: even onder een stoel kruipen, even naar de voordeur (met een blik van 'ik mag toch zeker wel naar buiten?!', even naar de keuken. Ik heb hem geholpen met eten en daarna ook met de kattenbak. Zo bizar, dan ben je meer dood dan levend en dan hou je het nog steeds op totdat iemand je op de kattenbak zet. Daar kunnen verschillende anderen hier nog wat van leren.

Ik heb een film gekeken, Into the Wild, maar heb er geen seconde van meegekregen. Gewoon wat geluid en beelden op de achtergrond en heerlijke muziek. Heel veel gehuild.
De laatste uren tot Albert thuis kwam waren lang, heel erg lang.

We bleken pas laat bij de dierenarts terecht te kunnen, dus ik ben even gaan slapen en Albert heeft de overige uren met Puschkin tegen z'n borst gezeten, pratend, huilend, afscheid nemend.

En toen stond de taxi voor de deur.
Een stil ritje naar Dodewaard. Ik zat achterin, met Puschkin in z'n dekentje. De reismand hebben we thuis gelaten.

Bij de dierenarts mochten we al snel in een kamertje plaatsnemen om wat privacy te hebben. We kregen koffie, een glaasje water en de assistente kwam Puschkin over zijn kopje aaien en gaf Albert de gelegenheid om zijn hart even te luchten. Zelf was ik stil.
Het duurde even voor de arts er was, we waren ook veel te vroeg voor onze afspraak. Eigenlijk was dat wel fijn, zo konden we ons voorbereiden op wat komen ging. Om de beurt hielden we Puschkin een tijdje in onze armen, heel dicht bij elkaar.

Na een tijdje kwam Amanda, de arts, binnen. Ze luisterde naar Alberts verslag van de laatste weken en dagen en constateerde dat Puschkin al half in coma was. Ze had zijn dossier zorgvuldig gelezen en was het met ons eens dat dit het juiste moment voor euthanasie was.
Ze maakte de spuit met narcosemiddel klaar, legde ons nog eens heel helder uit dat Puschkin langzaam weg zou glijden en dat zijn hartje uiteindelijk zou stoppen.
Toen Puschkin de naald in z'n buikje kreeg, keek hij even heel boos, met een blik naar Amanda van 'als ik het nog kon, had je nu een mep gekregen'.
Daarna liet ze ons alleen, ze zou straks terugkomen om te luisteren of er nog hartslag was.

We hebben samen zachtjes tegen ons beestje zitten praten, hem verzekerend dat hij mocht gaan slapen. Hem bedankt voor alle mooie jaren, gezegd hoeveel we hem zouden gaan missen, een aantal mooie momenten van de afgelopen 16 jaar genoemd. Af en toe keken we even naar zijn buikje, dat nog heel zachtjes op en neer ging.

Amanda kwam weer binnen, zei dat ze aan zijn grote pupillen zag dat hij waarschijnlijk al sliep. Ze luisterde met de stethoscoop op verschillende plekken en zei hardop “hij is overleden”.
Albert brak. Ik zag een moment van ongeloof over zijn gezicht trekken en vervolgens was er alleen nog maar verdriet. Mijn grote stoere kerel met dat knokige lijfje in z'n armen, het snikken, al die tranen. Dat beeld zal ik nooit meer vergeten en dat wil ik ook niet. Ik wist niet dat het mogelijk was, maar ik voelde mijn liefde voor hem nóg een stukje groeien. Mijn zielsmaatje. We liepen in elkaar over op dat moment.
En zelf liep ik ook over, vooral toen ik Puschkin van Albert overnam en voelde hoe slap dat kleine lijfje was.

Amanda was inmiddels de kamer uit gegaan, nadat ze ons op het hart had gedrukt dat we zo lang mochten blijven zitten als we wilden en dat als we er klaar voor waren, we Puschkin op de behandeltafel achter mochten laten.

Ik heb hem met dekentje en al neergelegd, samen sloten we zijn oogjes en schikten we deken en lijfje tot Puschkin erbij lag alsof hij heerlijk lag te slapen. Een vertrouwd gezicht.

We hebben nog lang bij die tafel gestaan. Zo moeilijk om hem achter te laten, zo definitief.

Bij de balie voor de derde keer doorgesproken wat onze wensen zijn: Puschkin wordt individueel gecremeerd bij de Grebbehof en wij halen daar later zijn as op.
Op een of andere manier stond begraven in de tuin ons erg tegen, hoewel we dat met ons eerder ontvallen dieren wel hebben gedaan. Zal er ook wel mee te maken hebben dat we hier weg willen en hem niet achter willen laten. Maar ook: Puschkin was onze nestor. De kat die een constante factor in ons leven samen was, die mij verwelkomde toen ik bij Albert kwam wonen.

Buiten hebben we nog even op een bankje gezeten, dicht tegen elkaar aan, tot de taxi arriveerde om ons thuis te brengen.

Het is leeg en stil in huis. We hebben Puschkins mand op zolder gezet en een paar mooie foto's uitgezocht om een kaarsje bij te branden.
Het is goed zo, het was tijd.

Slaap lekker, lieve Foes, wauwauw.

maandag 22 november 2010

I.M. Puschkin

Puschkin
+/- 1989 ~ 22-11-2010

zondag 21 november 2010

Laatste uurtjes

Al zestien jaar woont hij bij Albert, ik heb er bijna dertien van mee mogen maken. Toen hij aan kwam lopen, na de bijna-dijkdoorbraak en evacuatie hier in de Betuwe, was hij al ruim volwassen. Twintigplus nu, zegt ook de dierenarts. Een intens kattenleven, een bijzonder en eigenzinnig dier. Vorig jaar hebben we zijn foto op de kerstkaarten laten drukken omdat we verbaasd en dankbaar waren dat hij nog steeds bij ons was. En kijk nu eens, het is al bijna weer tijd om aan kerstkaarten te denken.

Er zal een naam minder op onze kaarten staan dit jaar. Puschkin is de laatste weken en vooral de laatste dagen hard achteruit gegaan. Vier voorwaarden hadden we onszelf gesteld om 'het aan te kijken': eten, drinken, kattenbak en nobiel blijven, zodat hij op elk moment de keuze heeft om precies te doen wat hij wil. Zo heeft hij dat ons in de loop van de jaren geleerd: een kat heeft geen baasjes maar dienaren. In zijn geval onderdanen, want zijn bijnaam is Prins Puschkin.

Sinds vrijdag ging het lopen moeizamer, maar doordat hij telkens weer opleefde en naar de keuken waggelde zodra er een blikje open getrokken werd, dachten we nog niet te hoeven besluiten. Na het weekend kijken we wel verder, dachten we.
Tja, en daar zit je dan op zondag: manlief kan met geen mogelijkheid onder z'n nachtdienst (zondag/ maandag) uit komen en je eigen vertrouwde dierenarts heeft geen weekenddienst. De factor 'mobiel' is weg, beestje kan haast niet meer overeind blijven. We zouden metéén voor euthanasie gaan, hadden we elkaar en de poes beloofd, zodra één van de factoren weg zou vallen.
Die belofte komen we niet na. We willen alletwee bij hem zijn als hij inslaapt en dat kan pas morgen als Albert thuiskomt uit z'n werk.
Morgen gaan we, morgen gaat hij.

Rest ons een lange, lange nacht. Albert gefrustreerd en verdrietig op z'n werk, ik hier bij de poezen. Ik blijf wakker tot ons vriendje z'n oogjes voorgoed sluit. Met heel m'n hart hoop ik dat dat moment er eerder is dan de spuit.

Vriendje, vriendje, in een zacht dekentje lig je bij me. Het is stil in huis, ook de andere katten zijn zeldzaam rustig. Er branden een paar kaarsjes. Alles is kalm. Slaap maar, vriendje, slaap maar. Ik waak over jou.

zaterdag 20 november 2010

Dun ijs

dinsdag 16 november, 7:35


Gister een best wel goed gesprek gehad met mijn best wel jonge behandelaar (ik weet het, ik benoem het elke keer weer, moet er nog heel erg aan wennen na de reeks oudere en soms wijze mannen en de vrouwelijke therapeuten met wie ik zo weinig kon).

Ik gaf aan het gevoel te hebben op heel dun ijs te lopen, bang er elk moment door te kunnen zakken en dan te verzuipen, terug bij af in de drek op de bodem te zijn. Dat ik momenteel (of eigenlijk al een poosje) bang ben om hulp aan te nemen, dat ik veel droom over terugvallen en dat ik in die dromen telkens weer opgenomen blijk te zijn. Wat ooit zo gewoon was, bijna bij het dagelijks leven hoorde, gewoon af en toe een opname als het niet meer ging thuis, is in mijn hoofd iets heel groots en engs geworden, een symbool voor controle verliezen, voor falen. De gelatenheid is weg en daarmee ook een stuk van mijn slachtofferschap. Ik ben niet langer de speelbal van een onvoorspelbare stoornis, ik heb er wat over te zeggen tegenwoordig. En dat is heel erg wennen. Ik doe dan ook verrekte lang over het wennen, vind ik, maar als je het afzet tegen alle jaren die zijn gaan zitten in accepteren dát er iets is en dat ik nou eenmaal een flinke gebruiksaanwijzing heb... ach, dan valt het wel mee.

Nu dus een twilight zone, zoals mijn peut zei (ja, ik zei al dat hij jong is :p), een schemergebied tussen GGZ en maatschappij. In beide voel ik me niet thuis.

De GGZ: grote weerzin om überhaupt een afspraak te maken en een misselijk, angstig gevoel als ik het gebouw binnenga. Ieks, ik wil hier niet zijn, ik wil de weg hier niet meer weten. Maar er is geen ontkomen aan: elke keer kom ik bekenden tegen en word ik herkend. Mensen met wie ik heel veel gedeeld heb, wier strijd ik van dichtbij heb gezien. Dit was mijn wereld en ik hoorde er thuis. Op elke afdeling heb ik geslapen, in elk rookhok heb ik mijn shaggies gerookt. De etenskarren die in de hal staan te wachten worden herkend door mijn smaakpapillen: flauwe doorgekookte happen, de eerste 10 dagen standaard met een ranzig stuk vlees of vis over de kleffe aardappelpuree gedrapeerd. Ruilhandel rond de etenstafel: wil jij mijn vis en mag ik dan jouw groente? En erwtjes. Mijn persoonlijke record staat op 5 dagen achtereen erwtjes op m'n bord. Erwtjes zijn niet bestand tegen dit opwarmsysteem: ze verschrompelen en het schilletje wordt taai als dat van tuinbonen.

De Intensive Care Unit, die je absoluut geen veredelde separeer mag noemen, waar ik bij gebrek aan beter met een advocaat heb gezeten toen me een In Bewaring Stelling boven het hoofd hing. Een oudere, heel keurige meneer die me een beetje schichtig aankeek toen ik ter begroeting mijn hand uitstak. Bijt ze?

Beertjes zagen, heel veel beertjes zagen. Mijn vaders beschrijving van activiteitentherapie, best een treffende. Ik ben het altijd zo blijven noemen, maar ondanks mijn woordkeuze vond ik het fijn om elke dag met mijn handen te werken. Zelfs mijn huidige haakverslaving is daar ontkiemd (na heel veel weerstand, want het zou maar eens tuttig over kunnen komen!).

Mijn peut attendeerde me erop dat het lijntje tussen hulp aanvaarden en opgenomen zijn heel erg kort is bij mij, het is een directe associatie. Je zou toch zeggen dat je na al die jaren carrière als cliënt wat meer nuances zou moeten zien. Tja, wat kan ik zeggen? Ik ben en blijf een borderliner die over sommige zaken erg zwart wit denkt. Blame it on the borderline! :p
Veel verschillende vormen van hulp gehad daar, van praktische gesprekken met SPV'ers over het dagelijk leven tot mindfulness en van nachtelijke bezoeken aan de crisisdienst tot jarenlange psychotherapie met analytische inslag. En toch is de associatie hulp = falen. Dit mens zit vreemd in elkaar.

Een andere hulpverlener benoemde het vorig jaar zo mooi: meid, je bent gewoon aan het puberen! Je zet je af tegen hetgeen waar je los van wilt komen, je experimenteert met je gedrag en je hebt je lange haar vaarwel gezegd. Oef, de vorige hulpverlener die het woord puberteit in de mond nam, een jaar of veertien geleden, heb ik de huid vol gescholden. Fuck you, ik ben geen puber! Vernederd en gekleineerd voelde ik me toen. Maar toen de term vorig jaar naar boven kwam, kon ik alleen maar beamend knikken en grinniken. Ja, inderdaad, ik puber. Benieuwd hoeveel puberteiten ik verzameld zal hebben aan het eind van m'n leven. Wie weet laat ik als tandeloos oud vrouwtje nog eens een piercing door de gerimpelde vellen van m'n buik jagen, of ga ik voor een hanenkam in plaats van een watergolfje.

Afijn, afzetten tegen de GGZ dus, me losmaken. Ik ben al een heel eind op weg.
Maar dan? De Maatschappij is een wereld die ik alleen zijdelings ken. Ik zie dat anderen erin functioneren, begrijp meestal ook wel hoe en waarom, maar wat heb ik er te zoeken? Wat is mijn plek?
Ook dit onderwerp weet ik weer razendsnel te associëren met falen en volgens mij is dat zelfgecreëerde beeld hetgeen wat me weerhoudt om stappen vooruit te zetten. Al zo vaak geschreven, gedacht en gepraat over bijvoorbeeld bureau Arbeid, maar ik ben er nog steeds niet op gesprek geweest. Ben als de dood dat ik verdwaal en dat alle vooruitgang slecht schijn blijkt te zijn.

Terug naar de ijs-metafoor: als je zo in de ban bent van je angsten, zei peut, dan verkramp je tijdens je wandeling over het ijs. Kijk eens om je heen, kijk eens naar het ijs. Is het echt zo dun? Wie weet is het hartstikke sterk! Van krampachtig lopen wordt het in elk geval niet dunner of dikker.
Hmm. Ja. En voordat je erdoor zakt, zul je ook wel wat gekraak horen, misschien net lang genoeg om een andere richting te kiezen of even stil te staan.
Je hoeft er ook niet helemaal doorheen te zakken, het kan toch ook dat je er met één been doorzakt? Dan zijn er handen om te grijpen, je hoeft dit niet alleen te doen. Mocht je nou toch in het water vallen en kopje onder gaan, dan is dat toch ook bekend gebied? Je hebt voor hetere vuren (of kouder ijs) gestaan en elke keer heb je het overleefd.
En wie weet, bracht ik in, is het water eronder ook niet zo diep als ik vrees. Misschien sta ik hier wel te bibberen op een slootje van niks.

Schaatsen heb ik nooit echt goed geleerd en met skiën hoef je bij mij al helemaal niet aan te komen. Ik denk dat ik maar gewoon een paar stevige kisten aantrek, de stoute schoenen zeg maar.
Blub?

zaterdag 13 november 2010

Grens

En toen knalde ik tegen een grens op. En ging er overheen.


Ik dacht dat ik inmiddels genoeg afstand van mijn periode met R had om erover te schrijven. Op zich heb ik dat ook en ga ik dat ook nog wel doen, maar schrijven over de grootste pijn binnen die relatie moet ik maar even achterwege laten. Heel kort: hoe hij onze katten alle hoeken van de kamer liet zien als hij boos was op mij. En vooral: dat ik toen niet weg ben gegaan. Daar zit een dodelijke lading schuldgevoel, want hoe ver heen en psychotisch ik toen ook was, ik heb ze niet kunnen redden.
De woorden die ik erover heb geschreven, heb ik wel in m'n manuscript gezet, maar heb de kleur van de letters veranderd in wit, zodat ik ze niet meer hoef te zien.

Flinke crisis vannacht en wat is dat klote als je geliefde er niet is die nacht. Waarschuwing van binnenuit dus: niet denken dat je álles aankunt en die grenzen serieus nemen. Zucht. Weer wat geleerd.
Ik laat de word count even voor wat hij is, misschien dat ik ook een paar dagen vrij neem van het schrijven. Even bijkomen en dan verder. Ik loop voor op schema, dus het kan makkelijk.

Pfew.

dinsdag 9 november 2010

Overgave

Gisterenavond laat zat ik zo enorm in de knoop met mezelf dat geen enkele afleiding iets voor me deed. Wellicht een beetje wraak van mijn spoken omdat ik gisteren aan de telefoon heb gezegd dat het me allemaal wel goed afging, dat de dingen daarna niet meer bleven ronddolen.
Pfff, zo werkte het gisteren dus niet. Ik had 's avonds nog een klein stukje geschreven en ging daarna vroeg naar bed, maar mijn hoofd was één groot spookhuis.
Uiteindelijk ben ik maar gaan schrijven. En schrijven en schrijven, de hele nacht door. Zat geen rem meer op en ik heb het maar gewoon laten gebeuren.
Resultaat: gebroken vandaag, maar tot m'n opluchting kan ik nog wel lopen. Kan die rug toch meer hebben dan ik dacht? Ander resultaat: opeens zit ik over de helft van het streven naar 50.000 woorden, op dag negen. Stiekem ben ik daar wel ontzettend trots op en ook deze keer heeft het schrijven opgelucht. De lucht is geklaard, wat er uit moest, wilde blijkbaar niet in stukjes gedeeld worden. Nou ja, het zij zo. Ik geef me over.

zondag 7 november 2010

Ischias, deel 2,5

Rugpijn dus. Of eigenlijk meer beenpijn, waarvan ik weet dat het uit mijn rug komt. Er zit daar een zwakke plek, een verzakking, die tegen een zenuw aanschuurt. En dat voel je.
Ik weet hoe erg het kan worden dus ben alert. Niet weer die niet te stillen pijn, niet weer die complete machteloosheid.
Beetje maatregelen genomen: vanaf vrijdagmiddag ben ik plat gegaan en tussendoor steeds wat ontspannende oefeningen die ik destijds mee heb gekregen van de fysio. Er heel alert op geweest om niet te zitten (dacht eerst: andere zithouding, dan komt 't wel goed, maar ook in andere houding bleek ik m'n rug te belasten).

Maar er moet ook geschreven worden. Ik heb Pandora's Box open gezet en dat is te merken. Ik zou kunnen proberen het deksel weer terug te plaatsen, maar dat voelt zo ontzettend fout.
Door het stempeltje borderline in mijn psychiatrisch paspoort heb ik nooit echt toegang gekregen tot inzichtgevende, trauma-verwerkende therapie. Toedekken is het beleid, toedekken en werken aan wat zichtbaar is voor de buitenwereld. Ik snap die theorie en de voorzichtigheid wel hoor, maar er is bij mij altijd een verlangen geweest naar één op één gevechten met de spoken in mijn rugzak. De laatste tijd merkte ik dat ik eigenlijk klaar was om stappen vooruit te zetten, maar het gewicht van de rugzak maakte dat ik middenin elke stap weer achteruit getrokken werd, terug naar af.
Dit geschrijf is mijn vorm van zelfhulp. Nee, ik heb het niet overlegd met de professionals bij wie ik in behandeling ben, weet maar al te goed wat hun standpunt is.
Tot nu toe gaat het me goed af: ik pak een thema, een netvliesmoment, en zet de sluizen open. De woorden komen vanzelf. De emoties komen mee en ik laat ze er zijn totdat ik een grens voel: zodra ik gedachten krijg over 'beter dood kunnen zijn' sluit ik af, schrijf ik nog een stukje over iets luchtigs of doe ik een stompzinnig computerspelletje. En omdat ik heel vroeg in de ochtend begin met schrijven (de wekker gaat om 5:30), heb ik de rest van de dag de tijd om bij te komen, mijn gedachten te verzetten.

Natuurlijk heb ik de laatste dagen wel geschreven, maar dan op papier. Dat voelde helemaal niet goed, veel te tastbaar en kwetsbaar. Zojuist alles overgetypt en de dagboekbladzijden in snippers in de wc-pot gedumpt. Weg.
NaNoWriMo geeft alle deelnemers de kans hun novelle te laten drukken, 1 exemplaar, gratis, voor jezelf. Ik ga er dit jaar gebruik van maken denk ik, en dan gaat de fik erin. Want ook al ontdek ik tijdens het schrijven dat schuld en fout zijn ook vanuit andere perspectieven te bekijken zijn, de woorden die ik toevertrouw aan het scherm wil ik voor mezelf houden en zelfs aan dat houden zit een limiet.

Nou ja, voorzichtig aan ben ik dus weer begonnen met schrijven na een korte pauze, de achterstand is ingehaald. Zaak nu om heel streng te zijn voor mezelf: pas morgenochtend gaat de computer weer aan, ik ga me niet laten verleiden door internet, fijne muziekjes en leuke spelletjes.
Ciao, see ya!

vrijdag 5 november 2010

NaNoWriMo peptalk

(schaamteloos geknipt & geplakt vanuit m'n mailbox, het geeft zo mooi de sfeer weer, zelfs al ben ik dit jaar een Rebel (non-fictie hoort eigenlijk niet thuis bij NaNo, maar er zijn heel veel mensen die bewust van de regels afwijken en zij worden Rebellen genoemd, die evengoed gewoon mee mogen doen)


Hallo medeschrijvers,


Het begin van NaNoWriMo is als een hele groep lemmingen die zich van een hoge rots afstort terwijl ze zingen: “We'll all swim together! Who wants to live forever, anyway?”


Pompende adrenaline, onzin, volledige waanzin.


We schrijven allemaal een boek. We willen allemaal naar die 50.000 sterren, ehm, woorden toe. We hebben allemaal een gelijke kans om het te halen. Geloof me, maak je niet druk over hoeveel je voorbereid hwebt, hoe veel of weinig ook (veel is net zo eng als weinig, al die dingen die je moet onthouden!). Hou het NaNomotto in gedachten: No Plot? No Problem!
Nu zeg je misschien, maar ik kan niet de hele tijd blijven zwemmen hier! Wat nou als ik kramp krijg? En mijn spieren houden het echt niet zo lang vol!


Da's waar. Maar in de verte, kijk, daar is een eiland, en nog één, daarachter! Er ligt een hele verzameling eilanden. We zwemmen niet in een lege oceaan, we zwemmen van warme tropische eilanden naar schitterende hoge kliffen naar gezellige kanootjes die thee en bananen verkopen naar grote cruise schepen waar we lekker bij het zwembad kunnen zonnen.


Terug naar de boodschap. Het is NaNoWriMo. We vinden het geweldig mee te doen, en we houden van je omdat je meedoet (we vinden je ook gewoon leuk, maar samenschrijven is zo gezellig!).


Een paar tips om die 50.000 woorden te halen:


1. Verzin gecompliceerde aanroeprituelen met meerdere liederen
2. Trek geen woorden samen in je proza (mensen die in het Nederlands schrijven, laat de spaties tussen alle woorden die je normaal samenvoegt).

3. Steek speeches af.
4. En als deze email het niet voldoende illustreert: laat dat losse zand de vrije loop. Zijsporen worden ook aangemoedigd.
5. Beschrijf alles, letterlijk. Of laat personages een kilometer per minuut over theelepeltjes praten.
6. Stop er iets onverwachts in.
7. Schrijf in comités, deze peptalk, bijvoorbeeld, is gemaakt door drie mensen, nou ja, door één persoon die de meest vreemde ideeën opschrijft van de anderen (het is al die geheime bijeenkomsten (niet dat we die nodig hadden om vreemd over te komen)).
8. Gebruik clichés. Ze bestaan niet voor niets.
9. Adopteer een zeldzame taal. Ik ga hier een uitdaging van maken. De helft van de talen op deze wereld wordt bedreigd. Zorg voor ze. Bescherm ze. Omarm ze en verwelkom ze in je roman. Geef ze warme chocola en de creatieve motivatie om te blijven bestaan.
10. Laat je personages je huiswerk maken (of dat verslag dat je je baas vorige week beloofd had).

Een paar van bovenstaande dingen zal je in je boek terugvinden aan het eind van de maand. Daartussenin, daar geschiedt het goede. Je zult juweeltjes van wendingen schrijven. Een zinsnede om bij te lekkerbekken. Een detail die uitmondt in een briljant netwerk aan ideeën die je zintuigen streelt. Die heerlijke verbinding tussen het verzinsel en de realiteit die fictie de waarheid laat spreken op een manier die geen gelijke heeft.
Een gedeelte komt spontaan, soms had je dingen gepland (en in beide gevallen kunnen dingen flink mislopen – loop gewoon mee).

Wij lemmingen worden verwend deze maand, als we in deze oceaan zwemmen.
Onthou dit: laat het gebeuren. Je staat hier op een sprinkplank, onzekere grond, je weet niet zeker of je hier goed aan doet. Fouten maken is verzekerd.


Je hoeft niet goed te zijn in boeken schrijven om een boek te schrijven. Je moet alleen een boek te schrijven. De kwaliteit komt later, als het boek bestaat. Niet-bestaande boeken zijn zelden goed. Daarom doen we die van ons bestaan.

Ik kan je niet vertellen welke kant je opmoet. Zoals je kan zijn er heel veel lemmingen, en ze splitsen zich allemaal op in groepjes om naar het eiland te gaan dat hun wel wat lijkt. Ga met ze mee, of zoek je eigen eilandje op.
Veel schrijfplezier!

donderdag 4 november 2010

Geloof, Hoop en Liefde

Bám! In de roos!


Bám, in de roos!

Dit is de vierde dag dat ik aan het schrijven ben en waar het pad naar fictie op 333 woorden blijft steken, blijven de woorden over netvliesmomenten maar komen. Het idee dat nooit iemand hoeft te lezen wat ik schrijf en dat ik dus helemaal niets hoef te censureren, werkt zoals ik gehoopt had: bevrijdend. Ik schrijf alleen maar 's ochtends, liefst zo vroeg mogelijk.
Het plan om 's middags fictie te schrijven laat ik even voor wat het is. Enerzijds omdat de inspiratie een beetje ontbreekt, anderzijds omdat mijn rug hevig protesteert tegen het vele zitten. Uitstralende pijn in het been, een tintelende voet: als ik nu mezelf niet in acht neem, mag ik straks voor de derde keer het genot van ischias beleven.

Een voordeel van op deze manier schrijven is dat je ook de lelijke kanten van jezelf onder ogen kunt zien, schuld & boete is inmiddels een prominent thema. Ik zie het terug als ik schrijf over de vele vele momenten dat spinnenvingers met veel te lange nagels mijn meisjeslijf onteerden, maar het komt ook telkens naar boven bij het opschrijven van recentere momenten. Hoe het idee dat jij medeplichtig bent aan wat gebeurd is zet zich steeds vaster in je hoofd en maakt blijkbaar de drempel naar verdere misstappen erg laag. Als je toch al levenslang hebt gekregen, wat maakt het dan nog uit of je een snoepje jat uit de winkel? Of een bank overvalt.
I'm no angel.

Dit geschrijf over schuld komt misschien slachtofferig over. Manipulerend medelijden op willen wekken door mezelf in een slecht daglicht te stellen of zo.
Geloof het of niet, het schuldgevoel is levensecht voor mij en het zit diep. En ik denk dat iedereen met een soortgelijk verleden dat wel herkent. Het maakt dat je herinneringen bagatelliseert, want hoe oh zo zielig het ook is dat het kind van toen een slachtoffer werd, de bijsmaak is wranger dan wrang. Je had nee kunnen zeggen. Je had hulp kunnen vragen. En je lijf reageerde, er waren ook momenten dat er geen mes op je keel werd gezet en je toch deed wat gevraagd werd.

Enfin, het krijgt een destructieve functie in je verdere leven: het gevoel dat je in de basis heel erg fout bent, dat het kwaad van binnenuit komt. Elke fout die daarbij opgeteld wordt maakt het gevoel sterker, geeft het meer macht. Fout in je eigen oorlog.

Er is jaren en jaren ruimte geweest voor mijn slachtoffer-kant, maar pas nu durf ik ook die andere kant toe te laten. Ik geloof dat mijn hoofd tijdens het typen af en toe 360 graden draait, mijn ogen oplichten en de zwavel uit al mijn poriën stroomt, want wat is die kant lelijk.
Zit ik mezelf nou de grond in te schrijven? Nee. Want juist door die dingen onder ogen te zien en ze zonder terughoudendheid onder woorden te brengen, krijg ik eindelijk de kans om te zien wat ervan klopt. Hoe ziet al die schuld eruit, wat was mijn rol en van welke dingen moet ik spijt hebben?
Niet alles lost op in rook, dat zou te mooi zijn. Ik ben geen engel. Gott weiss ich will kein Engel sein.

De muziek dit jaar is voornamelijk Trans-siberian Orchestra. Hun nieuwste album heb ik bewaard tot dit moment, het is fijn om vertrouwde klanken te horen die je nog niet mee kunt zingen.
Middenin een erg heftig stuk schrijfwerk merkte ik net dat ik tegen een grens aan begon te lopen. Jaja, deze grenzeloze dame herkent ze heus wel, die grenzen. Wil ik dit project de hele maand volhouden en de crisisdienst buiten de deur houden, dan moet ik ze streng bewaken. Stoppen met schrijven als de gedachten richting dood gaan.
En opeens klonk een mij heel bekend lied uit de koptelefoon: Believe. Prachtig nummer van Savatage, maar altijd gedacht 'zonde van die christelijke verwijzing'.
Nu ik iemand anders de tekst hoorde zingen kwam het lied weer volop binnen en ik realiseerde me dat de tekst ook van een geliefde zou kunnen komen.

Albert heeft me ooit Savatage kado gedaan (nou ja, hun muziek) en nu hoorde ik opeens zijn stem doorklinken. En begreep ik de song.
Er ís iemand die heel veel van mijn duistere kant gezien heeft, die ik tot het bot gekwetst heb en aan wie ik dingen heb verteld die geen mens van me weet. En die persoon houdt ondanks alles van mij.
En zo brengt zelfs de grootste ranzigheid me weer waar ik hoor: bij hem. De man die mijn wereld is.

Zo, ik laat het schrijven even voor wat het is en kruip nog even bij hem in bed :)



So after all these one night stands
You've ended up with heart in hand
A child alone
On your own
Retreating
Regretful for the things you're not
And all dreams you haven't got
Without a home
A heart of stone
Lies bleeding

And for all the roads you followed
And for all you did not find
And for all the things you had to leave behind

I am the way
I am the light
I am the dark inside the night
I hear your hopes
I feel your dreams
And in the dark
I hear your screams
Don't turn away
Just take my hand
And when you make your final stand
I'll be right there
I'll never leave
All I ask of you
Believe
Your childhood eyes were so intense
While bartering your innocence
For bits of string
Grown-up wings
You needed

But when you had to add them up
You found that they were not enough
To get you in
Pay for sins repeated

And for all the years you borrowed
And for all the tears you cried
And for all the fears you had to keep inside

I am the way
I am the light
I am the dark inside the night
I hear your hopes
I feel your dreams
And in the dark
I hear your screams
Don't turn away
Just take my hand
And when you make your final stand
I'll be right there
I'll never leave
And all I ask of you is
Believe