Ik ben Xamantha, 40 jaar, en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


maandag 28 februari 2011

Intieme Vreemden

 Ja, ik heb er veel gehad. Mannen en vrouwen van zo ongeveer alle leeftijden, in allerlei posities. Ik heb veel met ze gedeeld, ze alles over mezelf verteld en vaak heb ik ook veel over hun levens geleerd.
Ze waren niet allemaal aardig en/of aantrekkelijk, maar ach, je doet met wat je krijgen kunt en op den duur scheiden de wegen altijd weer. Wat maakt het dan uit of zij jou op je minst voordelige momenten hebben gezien, dat ze zomaar jouw geheimen weten? Het is hun werk om intiem te zijn met jou.

Hoewel beide seksen voldeden, had ik toch de voorkeur voor mannen, het liefst met veel ervaring. Toch lastig dat er dan elke keer weer vrouwen aangeboden worden, mijn voorkeur schijnt niet doorsnee te zijn.
Verliefd? Nee, nooit. Ook niet als ik heel kwetsbaar was, zelfs niet als ik ze volledig vertrouwde en me fijn bij ze voelde. Daar ben ik blij mee, want het zou helemaal niet zo raar zijn als het toch een keertje gebeurd zou zijn.

Hun kamertjes, kleine ruimtes waaraan ze hun eigen draai probeerden te geven, maar die toch altijd herkenbaar zijn: hier werkt er een. Soms ontbraken zelfs de nachtkastjes niet. Mijn god, wat heb ik veel beleefd in die kamertjes. En wat was het fijn toen er nog gerookt mocht worden, na of tijdens het zwoegen kan een shaggie zoveel bevrediging bieden.

Nou ja, hulpverleners dus. Ik zou ze voor de grap eens moeten tellen, dat zou echt een lange lijst zijn. Wellicht zou mijn dossier wat helderheid kunnen verschaffen, maar die fout heb ik reeds twee keer gemaakt. Je dossier inkijken is niet zo heel erg leuk.

Afijn, ik heb afgelopen week een officieel gesprek gehad waarin ik het voorstel heb gedaan me uit te laten schrijven bij de GGZ. Niet omdat ik genezen ben en ook niet omdat ik boos ben. Superstabiel ben ik niet en ik wil graag een stuk zelfstandiger worden dan ik nu ben, maar ik heb evenwicht en veerkracht. Ik denk dat de zijwieltjes aan mijn fiets al een hele poos omhoog geklapt staan en ze beginnen me in de weg te zitten. Praktisch, maar vooral ook symbolisch: elke keer als je ze ziet, dan weet je weer waarom je ze nodig had. En ook dat je ze met een kleine handeling weer uitklapt, een escape.
Ik wil weten hoe het zonder is, ik wil weten of ik kan wat ik denk dat ik kan. En ik wil ook weten of ik zelf weer op kan krabbelen als ik val en of de schade dan beperkt blijft.

Ik vond het heel, heel eng om dit gesprek aan te gaan. Heb het ooit eerder gevraagd en dat draaide uit op een IBS want "onverantwoord, impulsief, gevaar voor jezelf". Drie keer raden waar mijn dromen de dagen vóór dat gesprek over gingen ;)

Tijdens het wachten in het GGZ-gebouw zag ik veel bekende gezichten, inclusief de twee artsen waar ik de meeste strijd mee heb gehad. Stel je eens voor, bedacht ik me, dat je nooit meer bang hoeft te zijn één van die twee waardeloze figuren in een machtspositie aan te treffen. En K. kwam langs, de hulpverlener voor wie ik ooit thuis spaghetti heb gekookt. Wat zou het gaaf zijn om hem alleen nog maar buiten de kliniek tegen te komen! En ook de hulpverlener die ik tijdens mijn allereerste klinische opname leerde kennen en met wie ik zeldzaam intensieve gesprekken heb gevoerd tijdens die zomer in Bennekom was er. Hij wees ons de weg naar een andere afdeling. Herkende mij niet. Auw.
Maar echt heel moeilijk vond ik de confrontatie met een man die ik al zo vaak in de kliniek tijdens het lijf ben gelopen en die zo goed op weg was de laatste keer dat ik hem zag. Een wezenloze blik, een traagheid die een hoge dosering antipsychotica deed vermoeden, blote voeten in plastic slippers, een blad zelfgebakken koekjes in z'n handen, klaar om uit te delen op de afdeling. Ik zag mezelf. En keek weg. Als een buitenstaander.

Dit vangnet hangt sinds een poos in het trappenhuis. Je kon
namelijk van de 2e verdieping tot in de kelder springen.


Het gesprek ging goed. Mijn, wederom nieuwe, behandelaar reageerde net zo positief als de psychiater die ik hier een paar weken geleden telefonisch over heb gesproken. Ik hoefde niet te zoeken naar woorden, wist zo duidelijk wat ik wilde zeggen en de boodschap kwam over. Ze kon het zich voorstellen, vond het een natuurlijke en gezonde reactie en zag ook in mijn dossier dat ik al een hele poos geen hulp meer heb gevraagd en schijnbaar een stuk beter om kan gaan met m'n beperkingen.
Het wordt "in het team gegooid". Ik verwacht dat men akkoord gaat. Wil er nog eens goed voor gaan zitten om te overleggen hoe mijn medicatie dan geregeld wordt en welke stappen ik moet zetten als ik toch weer behoefte krijg aan zijwieltjes, maar ik denk dat ik heel binnenkort geen officiële GGZ-cliënt meer zal zijn. Na bijna 20 jaar voelt dat als een grote, spannende en vooral bevrijdende stap!

dinsdag 1 februari 2011

It giet oan!

Voor zover je blij kunt zijn met iets waar je enorm tegenop ziet: hoera, in april krijg ik een narcosebehandeling als start van het angstverminderingstraject bij de angsttandarts! Twee uur onder zeil, waarin ze een hoop werk kunnen verrichten. Voor de rest van het traject kan ik terecht bij de vrouwelijke arts die me vlak voor de kerst geholpen heeft.

Vorige week had ik de officiële intake. Stelde veel minder voor dan ik verwacht had, maar misschien is dat omdat ik intakes associeer met lange gesprekken waarbij doorgezaagd wordt over je hulpvraag. Hier was de hulpvraag duidelijk: ik heb pijn, ik ben bang en ik wil daarvan af!
Omdat ik op dat moment ook erg veel last had, stelde de arts voor om daar meteen iets aan te doen, het zou trekken worden. Op een of andere manier had ik in m'n hoofd dat trekken minder eng was dan boren. Ehm...think again. Die klotekies liet zich niet zomaar trekken en ook al was ik goed verdoofd, het ging me niet in de koude kleren zitten. Nu, zes dagen later, nog steeds niet. Ik balanceer tussen de pijn van een ontsteking enerzijds en de horror van flashbacks anderszijds.

Gisteren zijn we terug gegaan. Het kijken was zo klaar: inderdaad, ontstoken. Antibioticakuurtje. Ik hoop dat het snel gaat werken, krijg de boel niet meer verdoofd met pijnstillers.

Nou ja, de eerste stappen zijn gezet en we weten dat we straks de narcose kunnen betalen. Ook best belangrijk ;)
Maar wat zal ik blij zijn als dit straks allemaal achter de rug is!

Een van de lastigste dingen vind ik nog dat ik merk dat het verleden zo slecht verwerkt is. Het is toegedekt met een heleboel gedragstherapie, maar de beerput zit er nog en ik haat het om met deze bom in m'n geest rond te lopen. Misschien dat ik het ooit nog doe, die bom onschadelijk maken. Ik denk dat het kan en ik denk dat ik er de kracht voor heb.
Maar eerst maar eens stabiel zien te worden en met losse handen leren fietsen. Het verleden komt later.