Ik ben Xamantha, 39 en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


vrijdag 15 juli 2011

Society

"Society, you're a crazy breed, hope you're not lonely without me" (Eddie Vedder)
Zoals het me altijd tijd kost om te antwoorden op de vraag 'waar kom je vandaan' (geboren in Brabant, opgegroeid bij Arnhem, nu in de Betuwe, maar een thuisstad heb ik niet), zo verloren begin ik me nu ook te voelen als het aankomt op mijn plaats in de maatschappij.
Op een gegeven moment was het me wel duidelijk: ik sta erbuiten. Ik ben er ook echt uitgestapt, heb alle pogingen tot een regulier bestaan aan de wilgen gehangen en werd fulltime GGZ-cliënt. Ziektewinst was het misschien wel, want ik vond een plek waar ik me thuis voelde: tussen de andere cliënten, bij de outsiders. Een kader, zo breed dat de meest bizarre gedachten en gedragingen nog tussen de lijntjes pasten.

"Nee, niemand gaat weg, dit is míjn feest.
En als ik wil vloeken, dan vloek ik,
dan vloek ik, dan vloek ik,
en iedereen vloekt. Dit is míjn feest.
Nee, niemand gaat weg. Dit is míjn feest.
En als ik wil vloeken, dan vloek ik
dan vloek ik, dan godverdomme "
(I.L. Pfeijffer voor Ellen ten Damme)

Er was een naam voor wat ik had, voor wat ik was. En met wat afkortingen in mijn dossier kon ik me ongeschikt laten verklaren. Ongeschikt om te werken, officieel, maar het was zoveel meer. Het gaf me ontslag van de verplichting te voldoen aan de verwachtingen die De Maatschappij van een jonge vrouw heeft. Het stond zwart op wit: iemand had aan de bedrading van mijn basis lopen knoeien en ik was kapot gegaan. Ik had mijn handen vol aan mijn kapotte zelf, zwieberde heen en weer tussen uit mogen flippen en hard moeten werken.

Want therapie, ontdekte ik, helaas, al gauw, is iets wat je zelf moet doen. En helemaal niet zo duidelijk als men het in behandelprotocollen omschrijft. Je rommelt maar wat. Volgt de ene raad op om vervolgens weer een compleet andere richting in te slaan, maar net wat de trend voorschrijft aan mensen met jouw labeltje. Je leert hier een beetje, pikt daar een tactiek op, komt op ideeën en gaat vervolgens weer eens keihard op je bek. Live & learn, trial & error. Veel error. En soms, als het echt niet meer ging: Ctrl+Alt+Delete. In medische termen "een TS". Tentamen Suïcide. Zo'n prachtwoord, maar zo verneukeratief. Ik haalde er steeds betere cijfers voor maar slaagde nooit.

Ik had een kader, een wereld. Met een betonnen plafond. Ja, wel wat beloften over reïntegreren, ooit, misschien. Maar daar geloofde ik geen zak van, er was immers niets om naar terug te keren - hoe kun je reïntegreren als je überhaupt nooit geïntegreerd bent geweest?
In deze wereld was ik tenminste een van de beter functionerende elementen, met de vrijheid om soms af te dalen tot hersenschorsniveau. Of op te stijgen, het is maar net hoe je het bekijkt. Heb er vaak naar verlangd om alleen nog maar primair te zijn, om alle inzicht overboord te kunnen gooien en te schreeuwen naar de schaduwen die niemand anders zag. De controle los te laten, vol gas te geven en hardop te leven. Altijd zo fucking bewust van hoe ik overkwam op anderen, wat er wel niet gedacht zou worden en hoe ik gezien, gehoord of genegeerd wilde worden. Dus nee, zo goed was ik nou ook weer niet in gestoord zijn.

"Ik ben niet gek, ben helemaal niet gek, ik ben een nagemaakte gek" (Spinvis)

En nu? Ik heb het beton boven mijn hoofd gebroken en staar naar de wolken in de open lucht. Het regent en ik heb het koud. Ik zou in elkaar willen duiken, schuilen in een hoekje, terug naar wat ik was. De ultieme vrijheid van complete gekte bereiken en verzuipen in waanzin. Doe maar een dikke vette IBS met daarna een oneindig lange RM. Laat me maar eens terecht in de ICU slapen.

Het kan niet meer. Terug is geen optie.
Ik ga vooruit, voorwaarts, denk ik. De grond is hard en ik loop nog steeds in mijn psychiatrische pyjama. Ik zie hoe slecht ik pas in de wereld waarnaar ik op weg ben. Draai telkens een beetje mee, met telkens weer die conclusie: het gaat me allemaal te snel, ik heb zoveel gemist, ben zo slecht op de hoogte. Voel me dom, lomp en onhandig. Zeg de verkeerde dingen en blijf daar vervolgens weken over piekeren. Mijn hoofd loopt over en ik kan de middenweg nergens meer vinden. Ben inmiddels de draad van dit verhaal ook compleet kwijt.


"And when you think more than you want, your thoughts begin to bleed"