Ik ben Xamantha, 40 jaar, en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


zondag 24 november 2013

Munchkin

Talloze keren heb ik al geprobeerd dit stuk te schrijven en elke keer weer word ik verstikt door tranen en valt er een sluier van mist over mijn bewustzijn als ik probeer te beschrijven wat er is gebeurd.

Mijn allerliefste katervriendje is op 14 september doodgereden. Hier in deze rustige straat vol drempels waar we ons veilig waanden.

Mijn god beestje, wat heb ik zielsveel van je gehouden, al vanaf het moment dat ik je alleen nog maar op een foto had gezien. Je zat namelijk nog in het asiel, waar je geboren was, en ik moest nog even wachten tot je groot genoeg was om te verhuizen.

Fuck, ik kan het niet. Ik wil je zo graag een mooi in memoriam geven en het lukt me maar niet.
Wat was je gelukkig en wat waren wij gek op jou.

Het is nu 2 maanden geleden en er is heel veel gebeurd en veranderd. Wat niet verandert, is het ashangertje om mijn nek en het kaarsje dat we elke dag opnieuw aansteken.

Ik ben ziek geworden na jouw dood, mentaal en fysiek. Mijn reserves waren op alle fronten op.
Uiteindelijk is er in mijn bloed iets gevonden waar ik nu behandeling voor krijg. Drie weken nu, herstel zou met een week of 5 moeten inzetten.

Dat is fysiek.
Op dat andere vlak is de zoektocht veel troebeler. Wat te doen om weer van overleven naar leven te gaan?
Ik ben gaan kijken naar mijn herstel van de afgelopen jaren. Wat was de belangrijkste factor?
Die heb ik best helder voor ogen: sinds ik als ervaringsdeskundige werk en mensen digitaal mag coachen heb ik veel stappen vooruit kunnen zetten. Talent inzetten en een verschil maken.

Maar hoe? Hoe nu? Mijn vrijwilligerswerk ligt stil omdat ik geen ruimte meer vrij kon maken voor de verhalen van anderen. Coachen als je zelf zo in de kreukels ligt is niet te doen: ik doe cliënten tekort en ik pleeg roofbouw op mezelf.

Het lichtpuntje diende zich aan in een oproep die ik op facebook zag: een op straat gevonden kitten met een immense angst voor mensen zocht een thuis waar hij zichzelf mocht zijn en over zijn angst heen kon groeien.

Mijn bezwaren waren groot, op rationeel vlak dan. Want in mijn hart wist ik het al: dit angstige diertje hoort bij mij, zórgen is wat ik nu wil. Onvoorwaardelijk.

Het is nu bijna een week geleden sinds het kleintje vanuit het asiel waar jij geboren bent, lieve Munchkin, met me mee reisde naar huis. Elke dag breng ik uren met hem door. En waar veel dingen om me heen me nog steeds koud laten, raakt elk stapje vooruit met deze angsthaas me in mijn hart. Tranen toen hij voor het eerst begon te spinnen, moederlijke trots bij elk plasje op de kattenbak en bij elke genuttigde maaltijd.
Het diertje leeft op en ik ook. We geven elkaar therapie.

Ik ben nog niet verder gegaan, Munchkin. Een deel van mij ligt nog verpletterd op straat.
Ik moet nog verwerken wat er gebeurd is, want in mijn dromen ben ik nog steeds degene die daar dood op het asfalt ligt.
Maar ik heb wel weer ja kunnen zeggen tegen verantwoordelijkheid. En dat doe ik met heel mijn hart.

zondag 2 juni 2013

Topspurt



"we get three good days
and then it's back to the barracks
it's back to the barracks
feeling anxious, feeling bad
we get three good days
and it's back to the barracks
wondering if there could be better things ahead"


Een vriendin verwoordde het laatst mooi: "ik doe eigenlijk alles in korte spurts".

Zo vergaat het mij ook, momenteel. Ik kan weer dingen, ik doe ook weer dingen, maar de spanningsboog is kort. Ik trek sprintjes waarin ik veel werk kan verzetten, actief ben en op pad kan; daarna is er pauze nodig.
Een patroon waar ik bekend mee ben, maar het verschil met 'eerst' is dat het herstellen van een sprint minder tijd in beslag neemt. Waar dat eerst weken kon duren, merk ik soms nu al na een nacht slaap (die zijn er wat meer, helaas nog niet elke nacht - ook nu zit ik weer middenin de nacht te tikken) dat ik mezelf bij elkaar kan rapen. Daarbij moet ik wel goed in de gaten houden dat ik ook echt pauzeer en niet stiekem nog wat extra stappen zet. En ook dat ik niet zó hard sprint dat de pauzes in (vechten tegen) crises ontaarden. 'Back to the barracks' vind ik een mooie metafoor.
 
Deze week heb ik mijn eerste trainingdag gehad van de cursus 'coach herstelverhaal'. Als ik de training met succes afgerond heb, mag ik mensen digitaal gaan begeleiden/coachen bij het schrijven van hun persoonlijke herstelverhaal.
Nog even heel kort: een herstelverhaal is een verhaal waarin iemand vertelt over de weg die zhij* gegaan is, met daarbij de focus op keerpunten die bij hebben gedragen aan herstel. Wat heeft mij geholpen, wat werkte? Het herstelverhaal is een persoonlijk document dat een afronding kan zijn van een behandeltraject, maar ook een naslagwerk voor de toekomst. Het zoekwerk dat je tijdens het schrijven doet is een proces op zich waarin nog veel geleerd kan worden.
*zhij = zij/hij

De trainingsdag was prikkelend, uitdagend en erg pittig. We zijn deze keer ingegaan op definities van herstel, hebben gediscussieerd over wat een verhaal tot herstelverhaal maakt. Ook hebben we het gehad over het grillige karakter van herstel, een punt dat iedereen uit ervaring kende. Mijn hersens knetterden soms om nieuwe termen te kunnen begrijpen. Ik houd wel van knetterende hersens.
De volgende cursusdag zal zich richten op coaching. Daar hoop ik veel van op te steken, want hoewel ik een hoop ervaring heb met luisteren naar/steunen van lotgenoten, ik heb nog nooit iemand officieel gecoacht.

Bij thuiskomst was ik uitgeput (lange dag, lange reis) maar bleef ik hangen in sprintmodus en ging nog 'even' werken aan een tekst over zelfbeschadiging. Op dat moment realiseerde ik me eigenlijk al dat het iets teveel van het goede was, maar van mezelf moest en zou die tekst die avond nog afgerond worden. Tja.

Een overzichtje van de fases van herstel: http://bloggers.nl/ervaringsdeskundig/295864/Fases+van+herstel.html
Een beetje verwarrend kan dit strikte overzicht wel zijn, je kunt je in meerdere fases tegelijk bevinden en ook soms weer een fase terug gaan. Ik zie mezelf terug in fase 3 en 4, maar worstel ook nog met zaken uit de eerste en tweede fase.

"I know there will be better days
so here's to all those better days ahead"


woensdag 22 mei 2013

Winst en verlies

En dan kom je op een punt waarop je grootste angst werkelijkheid wordt: het verliezen van vrienden, geliefden, familie.

Ik vermoed dat ik op het moment op een heel aantal mensen overkom als hard, egocentrisch, asociaal en zieker in mijn kop dan ik ooit was.
Ik vermoed ook dat mijn getuigenissen over herstel niet altijd even serieus genomen worden. Met dank aan stigma en zelfstigma, want ik ben razend goed geworden in het bevestigen van de vooroordelen over borderline. Wisselvallig? Check. Stress-gerelateerde paranoia? Check. Flippen als het allemaal teveel wordt? Check. Zwart-wit denken? Ja hoor, kan ik prima.

Wie ik ben naast mijn stoornis en ziektebeeld heb ik heel lang in het teken laten staan van compensatie van al het bovenstaande. Wetend dat je lastig bent, een moeilijk mens om mee om te gaan, dat je soms het uiterste vergt van je omgeving maakt je nederig. Althans, zo werkt het voor mij. Ik vond dat ik zo ontzettend veel vroeg van anderen dat ik buiten mijn gestoordheid vooral lief, steunend, dienstbaar en betrokken moest zijn. Ik had iets goed te maken.

Natuurlijk kun je je zo'n houding niet aanmeten als dat alleen maar vanuit een schuldgevoel komt. Het wel en wee van anderen gaat mij aan het hart. Ik ben oprecht geïnteresseerd en betrokken. Soms teveel ook, te grenzeloos.

Maar wat ik ontdek in mijn proces is dat ik mezelf heb aangepast aan een beeld dat ik nastreefde, het beeld van iemand die dan wel ziek en moeilijk, maar toch aardig genoeg is om van te houden.
Ik ga confrontaties uit de weg. Ik houd boosheid en verdriet binnen. Als mijn beste vriendin mijn verjaardag vergeet, dan glimlach ik en zeg dat het niet geeft. Ik luister naar ieders verhaal en probeer het oprecht te begrijpen, mijn eigen oordeel weg te vagen. In contact met anderen vlak ik mezelf uit.

Vorig jaar is er voor het eerst iemand openlijk boos geworden om mijn houding. Dat was een schok en het maakt me nog misselijk als ik eraan terugdenk.
Hoe ik het in mijn hoofd haalde om mijzelf zo klein te maken...dat ik stelselmatig niet alleen mijn lijf, maar ook mijn hele levenskracht ondermijnde...dat met de kracht om te getuigen van een strijd ook een verantwoordelijkheid gemoeid is.

Zelfstigmatisering. Pas nu ik er een artikel over moet schrijven dringt volledig tot mij door dat ik daar niet alleen in moeilijke tijden actief in ben, maar dat ik ervan doordrenkt ben. En het zo verdomd beu ben!

Ik denk dat ik de laatste tijd stappen heb gezet om uit die houding te komen.
Een van die stappen is er ronduit voor uitkomen dat ik ruimte nodig heb. Dat heb ik een paar blogpostjes geleden proberen uit te leggen. Ik hoopte op reacties. Ja, op begrip natuurlijk, maar ik had er wel degelijk rekening mee gehouden dat niet iedereen er blij mee zou zijn.
Iedereen bleef aardig en steunend tegen me doen. Heel langzaam begon ik te geloven dat ik mezelf iets in mijn hoofd had gehaald, dat ik anderen niet kwetste. Anders zou ik toch wel wat horen?

Intussen weet ik dat er mensen boos zijn en helemaal klaar zijn met mij. En nee, daar kan ik niet mee omgaan, daar raak ik volledig van in paniek. Precies de reden waarom ik helemaal geen feedback krijg waarschijnlijk; mensen hebben helemaal geen trek in die flippende borderliner. Of in schuldgevoelens.

Ik ga proberen het verlies van andermans welwillendheid om te zetten in winst. Winst voor mezelf, maar misschien ook wel voor mijn omgeving. Laat in godsnaam die fluwelen handschoenen achterwege. Houd alsjeblieft op met bang te zijn voor mij. Laat me niet raden naar wat je denkt en wat je voelt, maar probeer uit wat onze band kan hebben. We hebben iets te verliezen: harmonie. Er valt ook iets te winnen en dat is oprecht en gelijkwaardig contact. Zelfrespect misschien wel.

Ik wil boven mijn ziektebeeld uitgroeien. Ik wil stoppen met alsmaar proberen aardig en lief gevonden te worden. Ik wil eerlijk zijn en open. Ik wil bestand zijn tegen de pijn die daarmee gepaard kan gaan. Ik wil accepteren dat ik nog honderdduizend keer onderuit ga voordat het me lukt.

Ik wil weten hoe het voelt om van mezelf te houden. Ooit.



Het Fort


Uit mijn herstelverhaal, dat nog lang niet af is:

Ik ben Marijke en ik ben herstellende.
Herstellende van een kapotte jeugd, een gebroken puberteit en van vele jaren psychiatrie.

Herstellen, dat klinkt positief. De goede kant op gaan, nieuwe kracht aanboren, met de toekomst in het vizier stappen voorwaarts zetten. Breuken die helen, puzzelstukjes die op hun plek vallen, touwtjes die weer in eigen hand genomen kunnen worden: een prachtig proces. Wat fijn voor mij dat ik herstel!
Dat vond ik ook hartgrondig op het moment dat mijn herstel inzette: mogelijkheden, toekomst, vrijheid, geluk – ik was euforisch en stond te trappelen van ongeduld om alle kansen aan te grijpen.

De eerste stappen zijn gezet en daar heb ik volop van genoten. Ik herontdekte mezelf, hervond mijn zin in het leven, durfde weer te gaan dromen en straalde dat ook aan alle kanten uit. Herstellen, wat heerlijk, dat zou iedereen eens moeten doen. Ik kreeg er haast zendingsdrang van.

Tot de eerste crisis zich aandiende.
Oh, zeker had ik ingecalculeerd dat het ook wel weer eens minder zou gaan en dat mijn stappen heus niet altijd vrolijke huppelsprongen zouden zijn, maar ik had niet verwacht dat ik zo hard van mijn roze wolk zou donderen.

Daar zat ik dan, op de koude grond, huilend van de klap die ik had gemaakt. Overal pijn en, veel erger, nergens meer beschutting tegen de regen die inmiddels met bakken uit de hemel kwam. Het veilige fort van mijn bestaan als cliënt had ik met eigen handen en een sloophamer van optimisme aan stukken geslagen. Het was mijn levenswerk, dat fort, ik had er vele jaren aan gebouwd en elke steen had ik zelf gelegd. De muren ademden mijn geschiedenis, ik kende elke spelonk en iedere kamer. Steeds verder had ik het verfijnd tot het niet slechts een schuilplaats maar een thuis was geworden. Niet het beste fort ter wereld, mooi was het ook zeker niet, maar het was helemaal van mij. Ik wist op welke plekken ik telkens mijn hoofd zou stoten en welke traptreden me zouden doen struikelen. Heel comfortabel was het niet, maar het was wel helemaal van mij. Ik was er veilig.

Waarom dan slopen, wat had mij bezield?
Ik had de tralies voor de ramen ontdekt en merkte tegelijkertijd dat ik was gaan groeien, zoals Alice in Wonderland die dronk uit een flesje groeimiddel. Ik groeide en groeide en kwam knel te zitten tussen de gepantserde muren van mijn fort. Ik kreeg het benauwd, verlangde naar frisse lucht en de plek die eens mijn veilige haven was leek nu een gevangenis.

Niemand dwong mij om te gaan slopen. Sterker nog: als iemand mij had proberen te dwingen, had ik mijn fort met mijn leven beschermd. Afblijven, dit is van mij!
Het was ook niet zo dat ik geen keuze had. Ik wist immers dat in de nis bij een van de ramen een tweede flesje stond. Ik hoefde het maar leeg te drinken om weer te krimpen en alles zou weer worden zoals het was. Slechts één bijwerking had dat middel: als ik besloot om weer te krimpen en weer zonder moeite in mijn fort zou passen, dan zou dat voor langere tijd zijn. Ik zou voorlopig de kracht niet meer hebben om uit te breken en de groei waar ik zo blij van was geworden, zou ik weer in moeten leveren. Niet voorgoed, er zouden vast wel weer groeikansen komen, ooit. En ik hoefde heus niet alles in te leveren; ik wist tenslotte hoe ik de stappen tot groei had gezet, een volgende keer zou ik niet het wiel opnieuw uit hoeven te vinden.

Met andere woorden: de vooruitgang die ik had geboekt in mijn herstel hóefde ik niet door te zetten. Er waren voorzieningen waarop ik terug kon vallen, er was een kliniek waar ik altijd (nou ja, als er bedden vrij waren) terecht zou kunnen en mijn omgeving was compleet vertrouwd met het beeld van mij als cliënt. De verwachtingen waren niet zo hoog, het vertrouwen in mijn groeikracht en doorzettingsvermogen, zowel bij mijzelf als bij omstanders, was gematigd. Niemand zou het me kwalijk nemen als ik na deze opleving weer terug zou vallen in de rol waar ik zo goed in was, de rol van cliënt.
Nou ja, niemand...
Ik had geproefd van de toekomst, geproefd van herstel en ik wilde meer. Alsof ik als een soort Eva van de boom van wijsheid had gesnoept en opeens mijn eigen naaktheid, mijn kwetsbare en gekwetste positie zag. Voor het eerst voelde ik heel sterk: ik wil dit niet meer. Groeien doet pijn, maar groei betekent ook leven. Overleven had ik genoeg gedaan, léven wilde ik.

En zo kwam het dat ik mijn fort sloopte.
Weg met de lijdzaamheid, weg met de aangeleerde hulpeloosheid. Weg met het overgeleverd zijn aan de grillen van het behandelend team, weg met die stempel op mijn voorhoofd. Ik nam de regie terug.
Overigens geen, zoals het mensen met mijn stempeltje betaamt, impulsieve actie, dat slopen. Ik sloopte met beleid, richtte mijn sloophamer niet meteen op de fundamenten van het fort.

Er werd geapplaudisseerd. Er werd gejuicht. Ik werd aangemoedigd. De verwachtingen stegen, men vond mij sterk. Daar was ik het voor het eerst in mijn leven mee eens: ja, ik was sterk.

En toch gleed ik uit en zat ik beduusd te kijken naar de ruïnes van mijn fort.
Er was een storm opgekomen, een storm die steeds feller werd en grote hagelstenen met zich meebracht. Schuilen kon ik niet meer.
Doodsbang was ik. De hagelstenen deden zoveel pijn op mijn huid dat ik ze niet meer kon verdragen. Zoveel pijn dat ik me niet kon voorstellen dat ik daar ooit aan zou wennen. De verantwoordelijkheid die een leven buiten de psychiatrie met zich mee bracht, de verwachtingen die ik waar moest gaan maken, alle hagelstenen die nog zouden komen...het was te veel. Ook de aanblik van mijn verwoeste fort, waarvan ik nu in helder daglicht zag hoe vreselijk klein die veilige plek eigenlijk was geweest deed me huiveren.
In een gesneuvelde ruit zag ik mijzelf weerspiegeld. Grijze haren bij mijn slapen, een gezicht dat niet langer het gezicht van een meisje was. Littekens, ontelbaar. De klok had onverbiddelijk door getikt. Bittere tranen zag ik blinken, tranen vol besef van gemiste kansen en verstreken jaren.

Toen een verblindend heldere bliksemflits ook nog eens koud licht op mijn relatie wierp en ik me bewust werd dat mijn huwelijk totaal in het teken van mijn leven als cliënt was komen te staan stortte ik in.
Ik ben hard gaan rennen, wilde alleen nog maar weg van de chaos. Dit kon ik niet aan.
Ik deed een suïcidepoging, werd door de politie uit de handen van de dood getrokken en belandde op de gesloten afdeling van de kliniek.

Juist daar, op de meest vernederende plek die ik me kon voorstellen, vond ik wederom mijn vechtlust terug. Precies de plaats waar ik de laatste keer het roer had omgegooid en de eerste stappen naar herstel had gezet.
Juist op de plek waar ik niet meer mocht kiezen wat ik 's avonds at, waar ik mijn medicijnen onder toezicht moest innemen en waar ik niets meer te zeggen had over mijn eigen leven, dan wel mijn eigen dood, juist op die plek merkte ik dat ik veranderd was. Ik paste er niet meer, ook niet op de open afdeling waar ik na een paar dagen een kamer kreeg.

Daar begon mijn herstel.

woensdag 20 maart 2013

Herstelschrijverij


Toen er vorig jaar tijdens de cursus 'werken met eigen ervaring' verteld werd over een nieuw digitaal project waarin mensen onder begeleiding hun herstelverhaal op 'papier' konden zetten, was ik meteen enthousiast. En toen er vrijwilligers gezocht werden om mee te proefdraaien stond ik te trappelen.

Schrijven is zeg maar echt mijn ding en ik verwachtte dat ik dit wel even ging doen. Juist met autobiografisch schrijven heb ik aardig wat ervaring, dus laat maar komen!

Deze digitale cursus heeft een heldere stapsgewijze opbouw en bestaat uit 7 bouwstenen:
  • Het beschrijven van je psychische aandoening of kwetsbaarheid
  • je relatie met de hulpverlening
  • de rollen die je tijdens ziekte en herstel hebt aangenomen
  • bronnen van steun, zowel van buitenaf als van binnenuit
  • valkuilen en eigen oplossingen
  • stigma's en zelfstigmatisering
  • je visie op de toekomst
De bouwstenen mogen in willekeurige volgorde gebruikt worden, je hoeft ze ook niet perse allemaal te gebruiken in je verhaal.
Telkens als je een bouwsteen min of meer af hebt, mail je die tekst naar je begeleider. Dat is altijd een opgeleide ervaringsdeskundige. Die geeft feedback, stelt vragen als dat nodig is en helpt je je herstelverhaal naar volle tevredenheid op papier te krijgen. De functie van zo'n herstelverhaal is het verstevigen van je vertrouwen in je eigen herstel. Het kan een afronding zijn van een periode in je leven en uit onderzoek is gebleken dat het in eigen woorden vertellen over je proces echt iets toevoegt.
Ik las op Twitter een mooie formulering: "Terugzien op wat er met mij is gebeurd en daarover mijn eigen verhaal maken is een wezenlijk onderdeel van #herstel #GGZ". Woorden van Hans van Eeken, GGZ-ervaringsdeskundige, te volgen via @shakey3904

Ik werd aangemeld, kreeg een inlogcode voor de website waar de lesstof te vinden is en begon...heel hard te twijfelen.
Hoezo, ik een herstelverhaal schrijven? Ik ben pas net begonnen met herstellen! En hoe vat je in hemelsnaam een ziekteverloop samen dat al vijfendertig jaar in ontwikkeling is?

En zo liep ik al bij de eerste bouwsteen gruwelijk vast in mijn eigen verhaal. Een oplossing leek te liggen in het beeldend en abstract verwoorden van hoe ik tegen mijn herstel aan keek: ik heb een veilig fort gebouwd en daar groei ik uit, dus ik sloop mijn eigen fort.
Prima inleiding, het is een manier van schrijven die bij me past, maar hoe ga je dan verder?
Poging na poging om iets te vertellen over mijn levensloop en mijn scala aan diagnoses mislukte, tot ik er niet meer omheen kon: voordat ik kon gaan schrijven over mijn herstel, moest ik mijn levensverhaal op papier zetten.

Horten & stoten, verdriet, pijn en verwarring. Maanden ben ik er al aan bezig en er wilde maar geen tempo in komen. Ook al stelde ik mezelf tijdens het schrijven gerust dat ik dit document puur voor mezelf schreef, dat niemand het ooit zou hoeven lezen en dat het helemaal niet erg was als de chronologie niet klopte of als ik dingen onvermeld liet, toch liet ik me door mijn perfectionisme tegenhouden.

Tot ik afgelopen week een bijeenkomst van ervaringsdeskundigen bijwoonde. Want ja, ik doe inmiddels herstelondersteunend vrijwilligerswerk! Daarover in een ander bericht meer.
Of er belangstellenden waren om training te doorlopen met als doel zelf begeleider van de digitale cursus te worden? "Ikke ikke ikke!" schreeuwde ik en danste op de vergadertafel, al zwaaiend met mijn onderbroek. Gelukkig speelde dat tafereel zich alleen in mijn hoofd af en kon ik gewoon enthousiast ja zeggen.

Ik weet niet wanneer de training begint, ik weet alleen dat ik mijn verhaal op korte termijn af wil hebben.
Met dit mooie vooruitzicht ben ik de laatste dagen eindeloos aan het schrijven geweest, dwars door de pijnlijke momenten heen. Let wel, dit is nog steeds mijn levensverhaal, nog niet mijn herstelverhaal. Maar het is af!!!

Vol hernieuwd vertrouwen ben ik nu opnieuw aan de eerste bouwsteen begonnen en deze keer gaat het uitstekend. De vijftien pagina's levensgeschiedenis liggen naast me en vormen de basis voor het herstelverhaal. Al tijdens het schrijven van die geschiedenis merkte ik rode draden op en kwam ik herstelpunten tegen.
De rest van het herstelverhaal? Doe ik wel even ;)

Meer informatie over de digitale cursus vind je hier.

zondag 20 januari 2013

Herstelpuberen


Zelfgezocht, de titel klopt nog steeds. De thema's en de fases in mijn leven veranderen, maar de rode draad is nog steeds de zoektocht naar mezelf. Wat duurt dat lang en wat ben ik soms het zoeken moe.

Vanuit de opname begin vorig jaar en de cursus die daarop volgde belandde ik in een nieuwe fase: herstel. Een vreugdevolle ontwikkeling die ik met heel mijn wezen omhelsde. Ik had er zo lang naar verlangd en nu had ik opeens een nieuw begin in mijn handen. Wauw!


Dat herstellen hard werken is had ik wel verwacht, maar de impact is vele malen groter dan ik me ooit voor had kunnen stellen. Nu pas merk ik hoe verweven ik ben geraakt met mijn problemen en mijn ziektebeeld. Delen van mij zijn zelfs helemaal overgenomen door het ziekzijn, waardoor bij het uitroeien van de zieke stukjes slechts een leegte overblijft. Een angstaanjagende zwarte leegte, die grote onzekerheid oproept over het opnieuw invullen van de loze ruimte. Wie ben ik, wat wil ik? Het antwoord op die vragen moet ik schuldig blijven, verder dan vage ideeën kom ik nog steeds niet.

Schuldig is overigens een woord dat vaak door mijn kop raast. Terugkijkend op de puinhopen van 35 jaar Marijke zie ik hoeveel ruimte mijn ziekte altijd heeft ingenomen. In mijn eigen leven, dat bestond vanaf m'n 18e uit niet veel anders meer, maar ook in het leven van de mensen om me heen. Altijd die partner, vriendin, zus en dochter die niet helemaal mee kon komen en voor wie dingen aangepast moesten worden. Dat vind ik naar, maar de schuldgevoelens daarover zijn inmiddels wel verstomd: ik kon niet anders en ik had de liefdevolle steun gewoon keihard nodig.


Herstel van mijn gedaante als patiënt neemt net zoveel ruimte in als alle zieke jaren en misschien wel meer. Met mijn zieke ik was ik inmiddels in een fase van acceptatie beland en dat geeft rust. Het was nou eenmaal zo, mijn naasten en ik waren wel een beetje gewend geraakt aan de patronen. Voor mijn gevoel had ik nog jaren en jaren door kunnen blijven hobbelen op dat niveau, maar als ik zo mijn eigen blog terug lees, zie ik één grote worsteling om dat niveau te ontstijgen. Ik wilde er wel degelijk uit. De stilstand was slopend.

Slopend is ook mijn herstel. Heel oneerbiedig durf ik het zelfs te vergelijken met de bestraling van een tumor: niet alleen de zieke cellen sneuvelen, maar ook de gezonde krijgen een enorme optater. Het afgelopen jaar heb ik geregeld aan de afgrond van suïcide gestaan en de terugvallen in oude patronen zijn talloos. Nog steeds. En daar voel ik me intens schuldig over, want mijn worsteling treft niet alleen mijzelf.


Meer dan ooit ben ik weer aan het puberen. Ik haat dat woord, maar het is wel de meest passende vergelijking: ik zet me af tegen gevestigde waarden en patronen, ik probeer nieuwe dingen uit die af en toe rampzalig uitpakken, ik verken weer voorzichtig het terrein van vrouwelijkheid, ik zoek grenzen op, ik ben erg gefocust op mezelf en bovenal: ik maak ruzie. Niet de schreeuwende krijsruzies die ik maakte tijdens mijn eerste puberteit, waarin er met deuren werd gesmeten en met scheldwoorden werd gegooid, nee, deze vorm is subtieler en venijniger. Misschien is het niet eens echt ruzie, maar zo voelt het wel. Ik stoot af omdat ik ruimte nodig heb om te groeien. Geen excuus, wel een verklaring.


Mijn relatie, die inmiddels al 15 jaar duurt, heeft in mijn worsteling een behoorlijke deuk opgelopen. De liefde is er nog, maar het uitdeuken kost tijd en doet pijn.
Ik ben het contact met mijn beste vriendin al een paar maanden kwijt en ik tast in het duister over oplossingen en remedies. Ook een liefde die al lang in mijn leven is, een jaar of 17.
Ik raak vervreemd van mijn familie, deels omdat ik de energie niet heb om sociaal te zijn, deels omdat ik behoefte heb mezelf los van de rol als dochter, zus en tante opnieuw te vinden.

Drie heel grote, heel belangrijke factoren in mijn leven. Zo rond de feestdagen realiseerde ik me dat ik keuzes moest maken, dat ik niet op 3 vlakken tegelijk kan werken. Hoe pijnlijk ook voor mijn familie en mijn vriendin: mijn relatie gaat voor alles. Er lijkt geen ruimte over te zijn om met die andere zaken aan de slag te gaan. Ik zeg bewust 'lijkt', want ik ken mezelf: dit inzicht kan zomaar opeens weer veranderen en ik weet hoe blind ik kan zijn voor zaken buiten mijn blikveld.


Maar wat houdt dat herstel van mij, naast werken aan mijn relatie, nou eigenlijk in?
Concreet: nieuwe dingen ondernemen en dan het liefst zelfstandig. Vrijwilligerswerk voor het ervaringsdeskundigenteam, meedoen aan een schrijfcafé, gezonder en bewuster omgaan met mijn diabeteslijf.
En wat meer abstract maar heel wezenlijk: ontdekken waar nog pijnpunten zitten en of daar behandeling bij nodig is, dingen blijven ondernemen op momenten dat de moed me totaal in de schoenen is gezakt, meer uitkomen voor mijn mening en mijn grenzen aangeven, aangeleerde hulpeloosheid weer afleren.


Vaak denk ik dat ik terug wil naar hoe het was, of nog een stapje lager. De weg van de minste weerstand. Lijden is niet leuk, maar ik kan het wel goed. Ik kan ook hartstikke goed borderlinertje spelen, mezelf haten en depressief zijn.

Maar diep in mijn hart wil ik meer dan dat. Ik wil het overstijgen, ook al heb ik er op dit moment weer eens totaal geen vertrouwen in. Ik ga door op het ingeslagen pad, met excuses aan iedereen die ik daarmee kwets of over het hoofd zie. In mijn kern ben ik nog steeds de persoon die meeleeft, dingen voor anderen wil doen en attent kan zijn. Het is alleen even niet zo zichtbaar...