Ik ben Xamantha, 39 en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


zondag 14 september 2014

14-09-14



Vandaag is het een jaar geleden dat ik Munchkin moest terug geven aan het universum. De dag waarop het universum mij ook iets schonk.

Munchkin kreeg ik als sinterklaaskado in '00. Een zwart/witte kitten met een bijzondere blik in zijn oogjes. Oelig, zei mijn moeder, dat was precies het goede woord. Ik mocht hem zelf ophalen in het asiel en kreeg een bibberend beestje overhandigd. Hij was goed gesocialiseerd, maar dit was toch wel heel eng voor 'm. Op dat moment beloofde ik hem: “ik ga voor je zorgen en heel veel van je houden”.

Dat heb ik altijd gedaan en ook toen onze poezenschare groeide tot vijf, bleef hij mijn kleine jochie. Zelfs toen hij het formaat van een theemuts aan had genomen. Munchkin was zachtaardig en puur, zo'n dier dat bij je komt liggen als je verdrietig bent. Ultieme troost vond ik bij hem als hij spinnend tegen mijn hoofd aan op het kussen kwam liggen. Hij genoot van het leven, is altijd speels gebleven.

Een jaar geleden werd er hard op de voordeur en het raam gebonsd. Ik doe niet vaak de deur open als ik alleen thuis ben, maar hier klonk paniek in.
De buurvrouw. Dat er een dode poes op straat lag en dat ze dacht dat het er eentje van ons was.

Ik zag het meteen toen ik de deur uit stapte. Daar lag Munchkin, nog geen meter vanaf onze voortuin.
Ik voelde mijn knieën week worden en terwijl ik naar mijn kleintje liep voelde ik de bekende waas van een dissociatie razendsnel opkomen en ik wist dat ik out zou gaan. Voor het eerst in mijn leven stuurde ik de dissociatie weg. Munchkin had me nodig.

Dat hij dood was, was direct duidelijk. Ik ga niet op de details in.
Ben naast hem op de straat gaan zitten en heb hem een hele tijd gestreeld, luidkeels brullend.
Iemand vroeg of ik een dekentje in huis had om hem in te wikkelen. Of wilde ik dat door de dierenambulance laten doen?
Ik heb hem op het dekentje getild en hem het huis ingedragen. Zijn lijfje was nog warm en ik had het gevoel dat hij zelf nog aanwezig was. Ik heb hem gewiegd, hem bedankt voor ons leven samen, gezegd dat hij mocht gaan en heb toen een slaapliedje gezongen, net zolang tot ik hem weg voelde gaan.

Pas toen Albert een tijd later thuis kwam stond ik het mezelf toe in te storten. Hoe het die middag/avond verder is gegaan weet ik niet goed, maar op het moment dat ik alleen nog maar dood wilde en niet wist of ik daar wel tegen kon vechten heb ik me laten opnemen.
Ik heb mezelf namelijk een belofte gedaan: niet vanuit paniek de wereld verlaten, geen impulsieve pogingen meer.

In de kliniek merkte ik na wat uren slaap dat ik thuis wilde zijn, wilde rouwen. De volgende dag ben ik naar huis gegaan en zijn Albert en ik het verdriet samen aangegaan.
Ik voelde de noodzaak om te voelen. De pijn te verdragen in plaats van ervoor te vluchten.
Mijn vriend en vijand zelfbeschadiging diende zich aan, maar ook hem stuurde ik weg. Er had genoeg bloed gevloeid en bovendien voelde ik voor het eerst dat ik mezelf wilde koesteren.

Er is iets veranderd in mij. Ik laat mijn emoties tot een veel dieper niveau toe en focus me op het verdragen ervan. Daar was ik al langer mee bezig, maar sinds een jaar geloof ik ook echt dat ik de kracht heb om dat te doen.

Dit heeft me een emotioneel zwaar jaar opgeleverd, waarin ik mensen pijn heb gedaan. Door een zwaar beroep te doen op een ander met de vraag mij te helpen bij het verwerken van een stukje verleden. En door te begrenzen wie ik  moment binnen wilde laten komen.

Het heeft me ook opgeleverd dat ik deze week thuis heelhuids door een zware crisis aan het komen ben. Samen met Albert heb ik voor mezelf een opnamevervangende situatie gecreëerd waarin ik zelf de regie houd en hij me daarin ondersteunt. De crisis is nog niet voorbij, ik ben doodsbang dat hij weer oplaait, maar ik weet wel: dit kan ik zelf.

Vandaag mag ik me laven aan de onvoorwaardelijke liefde van de vrouwencirkel waar ik deel van ben geworden. Krachtvrouwen die stuk voor stuk hun kwetsbaarheden omarmen. Samen kwetsbaar zijn, dat geeft kracht!

ps: Albert en de vrouwencirkel zijn niet mijn enige bronnen van medemenselijke steun, dat wil ik graag gezegd hebben. Ik vertrouw erop dat die andere bronnen zelf heel goed weten dat ik ze waardeer...

maandag 28 april 2014

Is delen helen?


Komend weekend mag ik weer op reis. Ik ben eigenlijk niet eens nerveus, verheug me vooral.
Zeven lotgenoten ga ik ontmoeten en we komen samen om te delen. Het thema, hoe toepasselijk op dit punt in mijn leven, is Kwetsbaarheid en Kracht. Het is bedoeld voor vrouwen die net als ik een verleden hebben waarin seksueel geweld een rol heeft gespeeld.

Ik verheug me, klinkt dat gek?
In sommige oren vast wel. Maar wat andere oren horen probeer ik steeds meer naast mij neer te leggen. Ik vaar mijn eigen koers en vertrouw op mijn intuïtie. Stappen wil ik zetten, ook op paden die me nog niet zo vertrouwd zijn. Leren wil ik, leren leven misschien wel.

En hoewel er in mijn therapiegeschiedenis weinig ruimte is geweest voor het ingaan op wat mij getraumatiseerd heeft, is het delen van dit soort verhalen helemaal niet nieuw voor me. In elke opname, tijdens elke groepsgewijze therapie, pikken wij lotgenoten elkaar er feilloos uit. En praten we, delen we. Dat gaat haast vanzelf en hoewel we gewaarschuwd worden door 'professionals' om het toch vooral luchtig te houden, werkt het helend.

Dit zijn meestal geen slachtofferige zwelggesprekken. Oh, natuurlijk zijn er mensen die hun leed graag meten aan dat van een ander, maar dat is niet wat ik bedoel met delen.
Delen is een uitwisseling. Luisteren, vertellen, een oor & schouder bieden en je geborgen voelen. Met een paar woorden weten wat de ander bedoelt. Niet op je hoede hoeven zijn voor ongeloof en vragen als "waarom zei je dan niet nee?". Samen verontwaardigd kunnen zijn om wat voor hufters (m/v) er rondlopen, maar ook samen lachen om freudiaanse versprekingen en de vreemde opvattingen van (hulpverlenende) buitenstaanders. Je leert door te luisteren. Hoe gaat een ander om met haar/zijn kwetsing? Zou ik dat ook kunnen?
En bijna altijd komt er dan een moment waarop je mag uitspreken wat je zelf zou graag had willen horen, destijds: het was niet jouw schuld.

Ik kan mezelf zijn als ik niet hoef te zwijgen, als ik geen woorden hoef binnen te houden die een ander misschien wel schokkend vindt. Dan is het ook niet erg om pijn of verdriet te hebben. Verdriet dat even niet gereguleerd hoeft te worden, pijn die niet hoeft te worden verbloemd.

De energie die loskomt bij delen is vaak krachtig en positief. Je laat de schaamte achter je, realiseert je dat de overlevingskracht en -groei die je bij je lotgenoot ziet ook deel van jou is.
En ik vermoed dat als je die kracht in zo'n intieme, meerdaagse setting de ruimte geeft, er mooie dingen ontstaan. Ontspanning, inspiratie, de mogelijkheid liefde, plezier en groei toe te laten. Het kind in jezelf te koesteren, je vrouwelijkheid te vieren.
Ik ga op reis en neem mee: een open hart en mijn knuffel.
Ik verheug me.

vrijdag 4 april 2014

De kracht van kwetsbaarheid


Vanmiddag schreef ik op Facebook:
"Je moet niet zo vasthouden aan je verleden, meer in het hier en nu leven".
Is het 'vasthouden aan' als je nachtmerries, dissociaties en herbelevingen hebt? Het verleden ís mijn heden momenteel en het frustreert me diep dat ik alles toegedekt moet houden en bij de GGZ alleen maar aan de oppervlakte mag blijven.
Ik ben er zó aan toe om te helen van mijn trauma's, 's nachts ben ik al volop aan het verwerken volgens mij. Dat het zoveel aandacht vraagt op dit moment zegt iets over de fase waarin ik me bevind. Ik ben sterker dan ze denken en ik durf het gevecht met mijn demonen wel aan. Maar dan wel verantwoord, in een veilige setting.
De storthoop heeft gesproken, amen.

Dit vloeide voort uit het gesprek dat ik vandaag met mijn behandelaar had. Een gesprek geheel in lijn met de afspraken die gemaakt zijn: we richten ons op rehabilitatie. Een afspraak waar ik behoorlijk tegen mijn zin mee akkoord ben gegaan, omdat het de enige aangeboden route was waarbij ik in ieder geval individuele begeleiding zou krijgen. De andere route was groepstherapie. Waarom ik dat niet doe heb ik in eerdere blogposts beschreven.

Sinds september doe ik netjes wat van me verwacht wordt: ik vertel over kleine hindernissen en hoe ik die tackel. Mijn behandelaar vraagt me naar mijn dagstructuur en naar eerder gevonden oplossingen. En dan krijg ik complimenten. Dat ik de crisisvaardigheden zo goed beheers, dat ik zelfinzicht heb, dat ik veiligheid inbouw waar nodig. Goed zo Marijke! En wat goed dat je naar de supermarkt bent geweest en een maaltijd gekookt hebt voor je man!
Ik glimlach dan vriendelijk en denk bij mezelf dat zowel de behandelaar als ik tijd zitten te verspillen. Ik hoef niet naar een therapeut om dit soort dingen te bespreken. Ik bespreek ze al met mezelf, met mijn partner, met vrienden.

Wat ik ook in elk gesprek benoem is in welke mate ik last heb van traumagerelateerde klachten. Die fluctueren. Op het moment zijn ze erg sterk aanwezig: nachtmerries waaruit ik gillend wakker word, dissociaties als er ergens een trigger opduikt. Herbelevingen. Halve herinneringen die ik niet kan plaatsen.

Ook vandaag gaf ik dit aan, na eerst braaf over structuur gepraat te hebben. Goed, er kwam ook een ander onderwerp aan bod, daar kom ik misschien nog wel eens op terug.
De reactie kende ik al: "onze ervaring is dat het voor mensen met jouw diagnose niet goed is om in het verleden te graven. Het ontwricht en uiteindelijk ben je nog verder van huis."

Allereerst ben ik het hokjesdenken van deze instelling zo vreselijk beu. Er is een team voor persoonlijkheidsstoornissen, een team voor angstklachten, een team voor psychoses en ga zo maar door. Logistiek heel handig, maar mijn ervaring als cliënt is dat het tot tunnelvisie leidt.
De nieuwe slogan van de instelling is "[naam instelling], waar het om mensen gaat". Wat zou ik graag op al die posters het woordje 'mensen' willen vervangen door 'stempels'.
Vorig jaar ging de Week van de Psychiatrie over stigmatisering. Binnen het ervaringswerk ligt daar een sterke focus op, maar de instelling zelf doet er, vind ik, op deze manier niets mee.

Vroeger bestempelde ik mezelf als borderliner. Later werd dat 'iemand met een borderline persoonlijkheidsstoornis'. Op dit moment zou ik mezelf betitelen als iemand met een psychische kwetsbaarheid en een berg ervaring.

Goed, terug naar dat gesprek. Ik heb maar eens eerlijk gezegd dat ik niet zoveel uit deze gesprekken haal en dat het voelt of mijn trauma's taboe zijn om over te praten.
Behandelaar en ik werden het niet eens, wat ik ook benoemd heb. Met het zweet op m'n rug want oei, straks ben ik de goodwill kwijt.

Ik kwam nogal verslagen en gefrustreerd thuis en ben eerst maar eens een uurtje gaan slapen (Marijke, je dagstructuur!). Mijn man had boodschappen gedaan en kookte vandaag voor mij. Foei Albert, zo leert ze het nooit.

Na het eten las ik de reacties op Facebook en voelde ik me vol stromen met kracht. Ik zag ook dat mijn bericht geen slachtofferig bericht was, dat ik juist vechtlust toon.
Toen ik terug wilde reageren werd het zo'n epistel dat ik mijn blog maar weer eens opgezocht heb ;-)

Ik graaf niet. Ik zit op het deksel van een borrelende beerput die ik overdag uit alle macht gesloten probeer te houden. 's Nachts gaat ie open en soms krijg ik hem daarna ook niet meer goed dicht, sijpelt de shit mijn overdagleven in.
Mijn intuïtie zegt me dat het niet zomaar een ziektesymptoom is dat de shit zoveel aandacht opeist. Ik voel ook weerstand tegen het wegredeneren. Ik voel juist kracht. En hoe eng ook, ik wil nu onderhand het gevecht eens aangaan.

Ik ben niet meer het slachtoffer dat ik ooit was, van het misbruik noch mijn ziektebeeld. Ja, ik ben soms heel onzeker en ik ben hartstikke kwetsbaar, maar het hele proces van herstellen heeft me doen inzien hoe sterk ik daarnaast ook ben. Het is niet het een of het ander, kwetsbaarheid en kracht kunnen naast elkaar bestaan.

Een deel van mij kan dus groeien en leren te leven ipv te overleven. Dat deel krijgt de kans om te herstellen. Dat deel bouwt haar wereld stapje voor stapje uit.

Maar wat mijn groei telkens weer onderuit haalt, is het deel van mij dat nog steeds gevangen zit. Een jong kind dat nog altijd overgeleverd is aan cowboylaarzen, penetrerende vingers en de geur van aftershave. Aan manipulatie, aan bedreigingen. Aan niet gezien en gehoord worden, aan niet geloofd worden. Aan doodsangst.
Ook dit deel, juist dit deel, wil helen.

En nu ik dit zo schrijf, realiseer ik me dat het echt tijd geworden is, dat ik nu de kracht heb voor wat ik eerder niet durfde. En omdat ik zuinig ben geworden op mijn geestelijk welzijn, wil ik dat op een veilige en weloverwogen manier doen. Met goede begeleiding, die me allereerst helpt te onderzoeken of ik echt sterk genoeg ben.

Mijn hoop is gevestigd op een kleinere GGZ-instelling, waar ze zorg op maat hoog in het vaandel hebben staan. Tot nu toe heb ik telkens de stap niet durven zetten uit angst voor desillusie en afwijzing. Angst ook om het bekende, hoe beroerd ook, op te geven.

Ik luister nogmaals naar het bijgesloten liedje en voel het: ik kan het. Ik ben het waard om voor te vechten. Met alle power die ik bijeen kan rapen.