Ik ben Xamantha, 40 jaar, en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


zondag 14 september 2014

14-09-14



Vandaag is het een jaar geleden dat ik Munchkin moest terug geven aan het universum. De dag waarop het universum mij ook iets schonk.

Munchkin kreeg ik als sinterklaaskado in '00. Een zwart/witte kitten met een bijzondere blik in zijn oogjes. Oelig, zei mijn moeder, dat was precies het goede woord. Ik mocht hem zelf ophalen in het asiel en kreeg een bibberend beestje overhandigd. Hij was goed gesocialiseerd, maar dit was toch wel heel eng voor 'm. Op dat moment beloofde ik hem: “ik ga voor je zorgen en heel veel van je houden”.

Dat heb ik altijd gedaan en ook toen onze poezenschare groeide tot vijf, bleef hij mijn kleine jochie. Zelfs toen hij het formaat van een theemuts aan had genomen. Munchkin was zachtaardig en puur, zo'n dier dat bij je komt liggen als je verdrietig bent. Ultieme troost vond ik bij hem als hij spinnend tegen mijn hoofd aan op het kussen kwam liggen. Hij genoot van het leven, is altijd speels gebleven.

Een jaar geleden werd er hard op de voordeur en het raam gebonsd. Ik doe niet vaak de deur open als ik alleen thuis ben, maar hier klonk paniek in.
De buurvrouw. Dat er een dode poes op straat lag en dat ze dacht dat het er eentje van ons was.

Ik zag het meteen toen ik de deur uit stapte. Daar lag Munchkin, nog geen meter vanaf onze voortuin.
Ik voelde mijn knieën week worden en terwijl ik naar mijn kleintje liep voelde ik de bekende waas van een dissociatie razendsnel opkomen en ik wist dat ik out zou gaan. Voor het eerst in mijn leven stuurde ik de dissociatie weg. Munchkin had me nodig.

Dat hij dood was, was direct duidelijk. Ik ga niet op de details in.
Ben naast hem op de straat gaan zitten en heb hem een hele tijd gestreeld, luidkeels brullend.
Iemand vroeg of ik een dekentje in huis had om hem in te wikkelen. Of wilde ik dat door de dierenambulance laten doen?
Ik heb hem op het dekentje getild en hem het huis ingedragen. Zijn lijfje was nog warm en ik had het gevoel dat hij zelf nog aanwezig was. Ik heb hem gewiegd, hem bedankt voor ons leven samen, gezegd dat hij mocht gaan en heb toen een slaapliedje gezongen, net zolang tot ik hem weg voelde gaan.

Pas toen Albert een tijd later thuis kwam stond ik het mezelf toe in te storten. Hoe het die middag/avond verder is gegaan weet ik niet goed, maar op het moment dat ik alleen nog maar dood wilde en niet wist of ik daar wel tegen kon vechten heb ik me laten opnemen.
Ik heb mezelf namelijk een belofte gedaan: niet vanuit paniek de wereld verlaten, geen impulsieve pogingen meer.

In de kliniek merkte ik na wat uren slaap dat ik thuis wilde zijn, wilde rouwen. De volgende dag ben ik naar huis gegaan en zijn Albert en ik het verdriet samen aangegaan.
Ik voelde de noodzaak om te voelen. De pijn te verdragen in plaats van ervoor te vluchten.
Mijn vriend en vijand zelfbeschadiging diende zich aan, maar ook hem stuurde ik weg. Er had genoeg bloed gevloeid en bovendien voelde ik voor het eerst dat ik mezelf wilde koesteren.

Er is iets veranderd in mij. Ik laat mijn emoties tot een veel dieper niveau toe en focus me op het verdragen ervan. Daar was ik al langer mee bezig, maar sinds een jaar geloof ik ook echt dat ik de kracht heb om dat te doen.

Dit heeft me een emotioneel zwaar jaar opgeleverd, waarin ik mensen pijn heb gedaan. Door een zwaar beroep te doen op een ander met de vraag mij te helpen bij het verwerken van een stukje verleden. En door te begrenzen wie ik  moment binnen wilde laten komen.

Het heeft me ook opgeleverd dat ik deze week thuis heelhuids door een zware crisis aan het komen ben. Samen met Albert heb ik voor mezelf een opnamevervangende situatie gecreëerd waarin ik zelf de regie houd en hij me daarin ondersteunt. De crisis is nog niet voorbij, ik ben doodsbang dat hij weer oplaait, maar ik weet wel: dit kan ik zelf.

Vandaag mag ik me laven aan de onvoorwaardelijke liefde van de vrouwencirkel waar ik deel van ben geworden. Krachtvrouwen die stuk voor stuk hun kwetsbaarheden omarmen. Samen kwetsbaar zijn, dat geeft kracht!

ps: Albert en de vrouwencirkel zijn niet mijn enige bronnen van medemenselijke steun, dat wil ik graag gezegd hebben. Ik vertrouw erop dat die andere bronnen zelf heel goed weten dat ik ze waardeer...