Ik ben Xamantha, 39 en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


donderdag 17 december 2015

Dekens

Geen therapie vandaag
het lijf is zieker dan het hoofd
en ik blijf in bed vandaag
dat heb ik mijzelf beloofd

Maar onder de dekens
is er zweet en een gil
Als de tijd zich buigt naar toen
Als alles krimpt: mijn bed, mijn lijf
Als alles krampt en kempt en krijst
Als de tijd zich kromt naar hem
Hier onder de dekens
lig ik stiller dan stil

De wereld buiten voelt boos en onveilig
Mijn wereld binnen: zo broos, zo ontheiligd

Ik blijf in bed vandaag
dat heb ik mijzelf beloofd
Geen therapie vandaag
of toch?
In het lijf dat meer weet dan het hoofd.

Mv'15

woensdag 18 november 2015

Feiten en fictie

Het is november en dat betekent sinds 7 jaar dat ik de uitdaging aan ga om in 30 dagen een novelle van 50.000 woorden te schrijven. Zolang het nog november is zie je naast deze tekst een tellertje staan dat mijn voortgang bijhoudt, en dat ook laat zien op welke dagen ik genoeg (groen), een beetje (geel) of helemaal niet (rood) geschreven heb. En als het gaat zoals gepland, komt daar op 30 november "winner" bij te staan. Dat betekent alleen maar dat ik het doel van 50.000 woorden heb gehaald, niet dat ik de Nobelprijs voor de literatuur heb gewonnen ;)

Mocht je een korte samenvatting willen lezen, klik dan hier.
Ik schat de kansen op een bestseller niet erg hoog in, maar dat is m'n doel ook (nog) niet.

Dit jaar is het naast een goede oefening in schrijfvaardigheid en discipline ook een belangrijk houvast. Fictie schrijven biedt me de mogelijkheid even in een andere wereld te stappen waarin ik de spoken uit mijn verleden niet toe hoef te laten. Soms steken ze ook daar de kop op, maar de pen is machtiger dan het zwaard: ik hak hun koppen er genadeloos af.

Afgelopen vrijdag heb ik samen met mijn therapeut de deur geopend naar mijn gele meisjeskamer, naar wat zich daar twee jaar lang heeft afgespeeld. We zijn begonnen bij het moment dat het beginpunt van mijn grootste trauma markeert. Om niet in details te treden maar wel helder te zijn: ik ben van mijn tiende t/m mijn twaalfde seksueel misbruikt door de zoon van de oppas.

Ik ging vrijdag met een ander plan naar mijn sessie, maar dit onderwerp diende zich zo duidelijk en pijnlijk aan dat ik ja heb gezegd op het voorstel van de therapeut om aan deze kluif te beginnen.
Ik vond en vind het doodeng, maar voel wel de kracht om hier doorheen te gaan.

Ik geloof dat ik hier eerder over het verloop van zo'n EMDR-sessie heb verteld, dus misschien is dit overbodige info: ik vertel de therapeut in het kort over mijn trauma, en in dit geval vraagt hij me of ik wil beginnen bij "de eerste keer, de laatste keer of de naarste keer". Ik kies voor de eerste keer en hij vraagt me naar het beeld dat daarbij omhoog komt. Ik projecteer het beeld op de muur en kijk. Welk gevoel heb je hierbij en waar in je lichaam voel je dat? En hoe heftig voelt het, op een schaal van 1 tot 10?
Vervolgens vraagt hij me dat beeld even vast te houden en zet hij de lichtbalk aan. Zie plaatje. Het lampje in de balk gaat in rap tempo van links naar rechts en vice versa. Zonder mijn hoofd te bewegen volg ik het lampje. Voor de theorie hierachter mag je zelf even gaan kijken op www.emdr.nl
Na een aantal oogbewegingen vraagt de therapeut wat er in me opkomt. Kan van alles zijn: emotie, fysieke reactie, woorden, een ander beeld. Ik benoem het en het lampje gaat weer bewegen, waarna de therapeut opnieuw vraagt wat er in me opkomt.
Dit herhaalt zich een aantal keren en dan vraagt hij me terug te gaan naar het geprojecteerde beeld. Is er iets in veranderd? Hoe heftig voelt het nu nog?

In voorgaande sessies begon ik met een vrij hoog cijfer en was dat aan het eind van de sessie flink gedaald.
Nu niet. Ik begon met 10, voelde het halverwege nog hoger oplopen (huh, 11 op een schaal tot 10? Mijn ratio begon te protesteren, maar liet zich direct sussen door de therapeut die zei dat dat best kon) en eindigde op 10. In verhouding met de vorige sessies waren we lang bezig geweest en op een gegeven moment was het echt genoeg geweest.
Tijdje nagepraat. Ik was behoorlijk geschrokken dat de heftigheid niet gedaald was, maar toen de therapeut uitlegde waar hij wel degelijk beweging/schot in de zaak zag kon ik dat wel accepteren. Het voelt te kwetsbaar om dat helemaal uit de doeken te doen.

De dagen erna en ook nu nog zit het beeld me op de hielen, duikt telkens in verschillende vormen op, en af en toe kost het heel veel moeite me eruit los te rukken en mezelf te wijzen op het feit dat het 2015 is en dat ik thuis & veilig ben. Er komen vlagen van intense woede en diep verdriet op. Mijn hele systeem is actief aan het verwerken denk ik. Heb veel nachtmerries, weinig energie en een oerdrang om grenzen te trekken. Voel me ontzettend kwetsbaar en sensitiever dan gewoonlijk. Heb bijvoorbeeld snel last van de energie of emoties van anderen, iets wat ik normaal gesproken niet echt als last ervaar. En toch sluit ik me blijkbaar niet compleet af, want de nasleep van de aanslagen in Parijs voel ik wel degelijk, het raakt me zeker. Maar ook daarin begrens ik mezelf in wat ik binnen laat komen. Ik ben een actieve gebruiker van social media en kies daar nu bewust momenten voor. Minder doorlopend en achteloos dan normaliter. De NOS-app op mijn telefoon heb ik uitgezet. Ben ook wat terughoudender in contacten.
Enfin, de nasleep van het bewust aanboren van dit traumafragment is zwaar. Ik vind het lastig om hulp te vragen en te ontvangen, maar ik weet wel hoe ik aan de bel moet trekken. Ben naar binnen gekeerd en voel dat die neiging okay is.

Mijn novembernovelle is zo'n welkome afleiding nu. Het raamwerk van mijn verhaal wordt steeds duidelijker en dat is fijn: ik kan nu kiezen waar ik het verhaal in stap, welke scene ik in woorden wil gieten. Het is leuk om werelden te bouwen en personages tot leven te laten komen. Ik houd zo van het spelen met woorden, ze aaneen te rijgen en te zoeken naar manieren om een emotie te laten zien zonder die te benoemen. Ongeveer het tegenovergestelde van hoe ik blog.

Tot zover het inkijkje in mijn binnenwereld. Tijd voor koffie, voor mijn lief en voor de poezenbeesten.

vrijdag 13 november 2015

Vlinderslagkracht


'De vlinderclan vertegenwoordigt een ontwaken of het vrijmaken van bepaalde beperkingen in je leven. Je hebt een zware tijd achter de rug, maar ontpopt je nu en laat de duisternis achter je. Je geest heeft er voor gekozen om dat te volgen wat mooi is, net zoals de vlinder wordt aangetrokken tot de bloem.
Je maakt een grote transformatie door. Wees trots op jezelf dat je de moed hebt gehad uit te vliegen. Je emoties worden intenser en mooier terwijl je naar het licht vliegt. Je vindt schoonheid op onverwachte plaatsen en de patronen van het leven ontvouwen zich voor je.
De vlinderclan neemt je verwarring en onzekerheid weg en leidt je naar helder inzicht en een rustige geest.
Om schoonheid om ons heen te ontdekken, moeten we eerst de schoonheid in onszelf herkennen. Dit ontwaken is het geschenk van de vlinder aan jou.'

Deze tekst kreeg ik cadeau toen ik na een meditatie bij nieuwe maan een kaart voor mezelf trok. De vraag die ik gesteld had: waar sta ik nu en ben ik op de juiste weg?
En voordat je je afvraagt of ik mij compleet laat leiden door kaartleggingen: nee. Ze zijn een steuntje in de rug of iets om over na te denken. Ik houd ze ook meestal voor mezelf, maar deze trof me zo dat ik 'm graag even deel.

Ja, er is een transformatie gaande, dat is duidelijk. En zowel intuïtie als ratio vertellen me dat ik op de goede weg zit en dat er veel in beweging is gekomen het laatste jaar. Daar ben ik dankbaar voor, hoe zwaar ik dit pad soms ook vind.

Op het moment gaat het grootste deel van mijn energie naar de therapie waar ik aan begonnen ben. Vandaag een grote stap gezet, maar daarover meer in een volgend blog. Zoals het nu gaat heb ik na elke sessie een aantal dagen nodig om bij te komen, wat meestal ook gepaard gaat met verder verwerken, neutraliseren en het opnieuw opslaan van het behandelde traumafragment. Sowieso ben ik die eerste dagen uitgeput en moet ik mezelf begrenzen in de hoeveelheid prikkels die ik toelaat. En zodra het opgewaaide stof weer wat is gaan liggen, dienen zich nieuwe fragmenten aan. In dromen, in flashbacks, in triggers en in herbelevingen. Alsof je een ui af pelt. En ja, daar springen de tranen je soms best van in de ogen. Zo ben ik vaak een paar dagen voor een nieuwe sessie zoet met nieuwe fragmenten.

Dit alles laat heel weinig ruimte voor anderen. Ik ben selectief, moet het wel zijn. Gelukkig vind ik wel plek om aandacht te geven aan mijn inner circle. Die is niet groot op dit moment, wat een rechtstreeks verband houdt met de noodzaak me naar binnen te keren. Zo ben ik blij dat de vriendschap met mijn vriendin B. al voor deze fase hersteld was; op dit moment zou het gewoon niet haalbaar zijn om het contact opnieuw aan te gaan met alle pijn die er tussen ons in lag. En ik weet dat er iemand is die wacht op herstel van contact en die pijn heeft. Op sommige momenten voel ik me een onmens daardoor, maar het is me wel heel duidelijk dat ik mijn grenzen niet uit kwaadwilligheid aan blijf geven. Ik hoop dat de vorige en volgende stukjes op mijn blog daar wat licht op (hebben) laten schijnen.

Ik heb me in de afgelopen jaren vaak een rups in een cocon gevoeld die in het stadium tussen rups en vlinder bleef hangen en al zo lang aan het wachten was dat het ontbindingsproces al was begonnen. Een opgesloten rottend hoopje snot. Nu zie ik dat de cocon open is gegaan en dat ik wel degelijk vleugels heb ontwikkeld. Ze zijn rafelig en mottig, maar ze zijn wel van mij. Ik beloof mezelf ze te koesteren zodat ze op hun eigen tempo kunnen herstellen van de opgelopen schade. En ik bid tot de Grote Geest dat het licht aan het eind van de tunnel deze keer geen kunstlicht zal blijken. Ik vlieg en vertrouw, dat is de enige manier waarop ik Toekomst kan verwelkomen.

zaterdag 31 oktober 2015

Toeschouwer of slachtoffer?

***deze tekst kan triggers over geweld bevatten***


De laatste drie sessies EMDR gingen over een periode waarin ik veel geweld heb gezien en ik dacht aanvankelijk dat ik alleen daar mee af wilde rekenen: het leed waar ik toeschouwer van was. Tuurlijk, ik had zelf ook het een en ander ondergaan, maar daar heb ik geen last meer van...toch?

Het beeld waar ik vandaag mee aan de slag wilde was zo'n toeschouwer-beeld. Heel naar, heel heftig, maar ik kon de focus niet goed vasthouden. Een paar keer vroeg de therapeut na een reeks oogbewegingen wat er in me opkwam, wat ik voelde. Ik kon geen antwoord geven, er kwam niets op. Ja, dat het beeld zo akelig was, dat ik me schuldig voelde, maar er zat geen beweging in. Wel kwam er af en toe een ander beeld doorheen.

Uiteindelijk stelde de therapeut voor om even te pauzeren. Hij opperde dat het beeld wellicht geladen was met een andere emotie, dat schuld naar zijn idee niet zo goed paste bij wat ik beschreven had.
Er viel een stuiver. Een dubbeltje. En uiteindelijk een kwartje: bij dit beeld hoorde een schok van besef over de aard van mijn toenmalige partner. Een besef dat ik op dat moment een paar seconden gevoeld heb, maar direct wegmaakte: dit heb ik niet gezien, dit is niet waar, dit is nooit gebeurd.
Welk beeld paste daar beter bij?
Het diende zich direct aan: zijn gezicht, zijn felle ogen, de harde lijnen om zijn mond.

Met dat beeld gingen we verder. Daarin was ik geen toeschouwer. Het gezicht was dicht bij het mijne en mijn lijf herinnerde zich het beter dan mijn hoofd. Ik voelde handen die mijn keel dichtknepen en ademen werd steeds moeilijker. Trillen, huilen, overweldigende angst en de onuitgesproken wens om gedood te worden door die handen zodat alles op zou houden.
Het zal niet lang geduurd hebben, zowel dat moment in het verleden als dit fragment van mijn sessie, maar het leek oneindig. Nog meer emoties passeerden de revue en ik eindigde bij verdriet en het erkennen dat ik in die periode niet alleen toeschouwer ben geweest, maar ook slachtoffer. Die erkenning was de sleutel naar bevrijding. Het beeld vervaagde, ik kreeg weer lucht, voelde mijn lijf weer zachter worden.
Onverwacht verscheen een beeld van Albert met een ontspannen Rachie over zijn schouder. Een warm gevoel stroomde door mijn lijf. Veiligheid, vertrouwen. Ik was weer in het hier en nu. Het gevaar hoort bij het verleden, mijn leven nu is veilig. Hier mag ik zacht en kwetsbaar zijn, zelfs als de spoken van vroeger door mijn dromen dansen. Ik hoef niets meer weg te stoppen of te ontkennen om een illusie van liefde in stand te houden. De liefde die ik nu krijg, thuis en van mijn vrienden, is echt.

 
 
Ik voel nu zo helder waar een vriendin en lotgenote het onlangs over had: om te kunnen verwerken, moet het slachtofferschap ook doorvoeld en geaccepteerd worden. Daarmee plaats ik mezelf niet in een lijdende slachtofferrol, maar doe ik recht aan wie ik was en wie ik geworden ben. Mijn rol als bevroren toeschouwer had ik al erkend, ik heb al schuld bekend. Nu mag ik ook mijn eigen pijn verwerken.


zaterdag 24 oktober 2015

Schuldhulp

 
Gisteren ging ik 20 jaar terug in de tijd, naar het moment en de plek waar ik vorige week ook was tijdens EMDR.
Ik zag een jonge vrouw, een meisje nog, zittend op de koude vloer van een smerige badkamer. Verstijfd, verloren, bevroren. Ze had zich afgesloten van zijn stem die door de deur heen naar haar schreeuwde, maar zijn boodschap zat in elke vezel van haar wezen: schuldig was ze.

Terwijl mijn ogen in het heden snel heen en weer bewogen en ik focuste op haar
onwrikbare overtuiging van schuld, kwam er een barstje in de ijslaag om haar heen.
Een felle angst schoot door mijn lijf en ik voelde dat ik contact met haar maakte. Ik  zag haar van bovenaf en kon mezelf in die badkamer laten zakken.
 
"Wat zou je tegen haar willen zeggen?" vroeg mijn therapeut.
Dat het niet haar schuld was wat hij deed, antwoordde ik.

Na nog een reeks oogbewegingen voelde ik het verlangen om haar te ontdooien en terwijl ik dat verlangen uitsprak, stak ik mijn hand naar haar uit. We versmolten. Niet langer was zij een weggestopte, afgesplitste herinnering, een ander die het overkwam. Een ander op wie ik twintig jaar lang boos ben geweest omdat ze niet terug vocht. Ik nam haar in mij op en voelde compassie. Ik begreep haar en vergaf haar.

De therapeut vroeg me nogmaals terug te gaan naar het beeld van deze herinnering, waar we ook in de vorige sessie mee gewerkt hebben. Hoeveel spanning voelde ik hier nog bij?
Ik zuchtte diep, zag hoe verdrietig dit beeld was, maar voelde geen spanning meer. Ik kon het accepteren.

Twee korte sessies hebben we besteed aan deze herinnering, hooguit 40 minuten in totaal. Ik kwam wat beduusd de sessie uit.
Eenmaal thuis heb ik wat geslapen, wat gegeten, wat afleiding gezocht. En vervolgens bleef ik de hele nacht wakker. Het was onrustig in mijn volle hoofd, ik kon het maar moeilijk bevatten allemaal. Maar toen ik tegen de ochtend in slaap viel, sliep ik diep en haast droomloos.
De komende dagen doe ik het rustig aan en zoek ik niet teveel prikkels op. Vrijdag is de volgende sessie. Ik vermoed dat we nog even bij dat turbulente half jaar in mijn verleden blijven.

Twintig jaar geleden bevrijdde ik mezelf fysiek uit een zieke relatie. Nu bevrijd ik mezelf van de schade die ik daar heb opgelopen. De alien mag terug naar zijn eigen planeet. Ik mag helen.


donderdag 15 oktober 2015

What's another year?


Vandaag herinnerde Facebook me eraan dat het precies 1 jaar geleden is dat ik afscheid nam van de GGZ-instelling waar ik ruim 14 jaar cliënt ben geweest. Met de ontslagpapieren in mijn bezwete hand verliet ik het pand, me afvragend waar de terloopse opmerking van de psychiater op sloeg. Best gek als iemand uit het niets zegt "ik heb je nooit als moeilijke patiënt gezien". Las hij mijn gedachten, weersprak hij een stemmetje in zijn hoofd? Maar wat zo heerlijk was: het deerde me niet, ik liet het meteen weer los.

Ik had deze stap nooit durven zetten als ik geen alternatief achter de hand had gehad, want ik wist verdomd goed dat ik nog niet klaar was met mijn volle rugzak.

En zo begon mijn nieuwe behandeling: dit is mijn rugzak, dit is waar ik last van heb. Samen met mijn nieuwe behandelaar bekeek ik de inhoud van mijn rugzak. Ze nam de tijd en heel mijn levensverhaal kwam voorbij. Ze keek, ze luisterde, benoemde ook hoe ik op haar over kwam. We stelden doelen op die gebaseerd waren op mijn klachten, kracht en wensen, niet op de stempeltjes die ik in mijn dossier had staan. Ik wist dat ik een plek had gevonden die past bij hoe ik nu in het leven sta.

Daarna werd het best moeilijk, want ik ontdekte dat ik hulp ontvangen heel erg lastig vond. Heel graag willen, heel gemotiveerd zijn en dan niet door je eigen muren heen kunnen breken. Pijnlijk.

Een eerste crisis diende zich aan, eentje met orkaankracht. Ik vroeg er weinig hulp bij, maar de steun wás er wel. Bij de GGZ, maar ook bij partner en vrienden. Ik ging kapot, maar was me er elke dag van bewust dat een crisis als deze in het verleden tot een opname (op eigen verzoek) zou hebben geleid, en dat ik het nu zonder kliniek kon doorstaan. Benoemde elke dag die winst en dat hielp.
Ik heb mezelf in die periode 1 keer beschadigd en kon daar open over zijn. Zo telerugesteld als ik was in mezelf, zo rustig reageerde mijn behandelaar: kan gebeuren, dit betekent niet dat je terug bij af bent.

Later kwam het contact met de nieuwe arts. Ik vroeg om antidepressiva ter ondersteuning en merkte toen eigenlijk pas hoe depressief ik was. Haar begeleiding was in 1 woord geweldig. Ik durfde te uiten dat ik suïcidale gevoelens had en zij durfde mij genoeg te vertrouwen om de regie bij mij te laten. Ze leefde mee en was net zo gefrustreerd als ik dat het zo lang duurde voordat we een middel hadden gevonden dat aansloeg. Gesteund door haar vertrouwen vond ik manieren om mijn eigen kracht weer aan te boren.

Inmiddels ben ik niet meer depressief en nauwelijks nog suïcidaal. Ik kan accepteren dat een wens die zo lang deel van mijn identiteit uit heeft gemaakt tijd nodig heeft om uit te doven.

Ik ben begonnen aan traumaverwerking via EMDR. De eerste sessie had ik vorige week en morgen is de tweede. Ik voel niet de behoefte te delen waar de sessies precies over gaan. Misschien zal ik op een later tijdstip wel delen hoe ik die therapie ervaar. Belangrijker is het feit dat ik begonnen ben aan die reis en dat ik 'm zwaar vind, maar ook mijn eigen kracht voel.

So, what's another year? Heel wat!
En sorry als ik je nu een Johnny Logan oorwurm heb bezorgd ;)


vrijdag 9 oktober 2015

Post EMDR

Het is vrijdag. Ik ben emotioneel, kan weinig prikkels verdragen en ben te moe om echt te schrijven, maar dit moment wil ik vastleggen.
Ik ben in mijn eigen bed ontwaakt ipv in een kliniek, en de therapeut  luisterde vol aandacht naar me, moedigde me aan en heeft natuurlijk de sessie niet onderbroken om tegen me te schreeuwen. Gelukkig deed hij dat ook niet voor of na de sessie  ;)

Sommige angsten laten zich pas na proefondervindelijk bewijs wegsturen. Ik kan dit aan.

woensdag 7 oktober 2015

Pre EMDR 2

Naast de dromen over in een kliniek belanden kom ik nog iets anders tegen : de angst voor ongeloof en ontkenning. 3 dromen tot nu toe (ik ga zo de laatste 'night before' in) waarin de therapeut me tijdens de sessie onderbreekt en zegt "hier ga ik mijn tijd niet aan verspillen, je liegt" of woedend uit zijn stoel opstaat en schreeuwt dat het niet waar is wat ik vertel, "jij hangt aan elkaar van leugens!".

Het klopt, een deel van mijn verleden is een leugen. Namelijk het deel dat ik "gewoon een moeilijk en 'typisch' kind was".
Ik was niet moeilijk of typisch. Ik werd stelselmatig misbruikt en speelde toneel omdat ik bedreigd werd, omdat ik de opdracht had gekregen er met niemand over te praten. Dat moeilijke gedrag? Een schreeuw om hulp die niet werd gehoord.

Nogmaals: was het maar vrijdagochtend. In mijn eigen bed ontwaken ipv in het ziekenhuis en met de ervaring dat de therapeut begripvol en serieus met me om is gegaan.
Wat ik nu voel is weerstand en die mag er zijn.
Laat de spoken maar uit de kast komen, ik hoef ze niet meer te verbergen Ik ben niet vies, schuldig of een manipulerende trut; ik ben geschonden en daar heb ik op geen enkel moment en op geen enkele manier om gevraagd.

zondag 4 oktober 2015

Tussen hoop en vrees


Het wachten op de eerste sessie EMDR duurt lang. Hoe vierkant ik er ook achter sta, hoezeer ik ook geloof dat ik het aankan, de angst neemt het soms over.

Flashbacks naar het onderwerp dat we donderdag aan gaan pakken, herbelevingen. Maar ook badend in angstzweet ontwaken uit nachtmerries waarin precies gebeurd is wat me zoveel jaren is voorspeld: een gedwongen opname omdat ik het toch niet aan kon.

Op de lijst van mogelijke traumatische momenten stond gedwongen separatie vermeld. Ik heb een paar keer in een separeer geslapen, maar nooit onvrijwillig. Dat is geen trauma. De doctrine dat traumabehandeling levensgevaarlijk voor me zou zijn, komt wel aardig in de buurt. Ik heb er in ieder geval veel last van nu.
Laat het maar vrijdagochtend zijn, the day after. Wakker worden in mijn eigen bed, met het besef dat het zwaar was, maar dat ik het aankan. Dat ze ongelijk hadden.
Pfff.

donderdag 1 oktober 2015

Rijp

*trigger warning*

 
 
 
 
 
Rijp

Littekens jeuken
mijn huid zwelt op
en vertelt een verhaal

Vandaag heb ik woorden gegeven
aan de schade die huist in mijn hoofd
Godsgruwelijke beelden
vertaald in koude termen

betasten

penetratie

sadisme

daders

geslagen

geschopt

gedwongen

opgesloten

en vernederd

Het beest in mijn buik huilt
mijn hoofd loopt over

Het was er
geen ontkennen aan
Het is er nog steeds
Mijn huid getuigt:
de tijd is rijp
voor bevrijding

Mv'15

woensdag 30 september 2015

Op pad


De reis gaat verder, nu opeens heel vlot.
Morgen begin ik aan mijn traumabehandeling.
Het is gek, maar die behandeling is haast een symbool geworden voor de hulp die ik vroeg en steeds maar niet kreeg. Ik voelde de onmacht rondom dat thema en ik voelde hoe heel mijn doen en laten beïnvloed werd door mijn pakketje trauma's, maar ik voelde geen angst bij het idee daadwerkelijk die monsters aan te pakken. Het bleef tot vorige week abstract.

Sinds donderdag is het niet meer abstract en woont er in mijn buik een beestje dat beurtelings hoop en angst uitbraakt.
Hoop op een toekomst waarin het verleden een kleinere rol heeft en waarin ik niet constant het gevoel heb in gevaar te zijn. Waarin nachtmerries geen herbelevingen meer zijn en waarin ik pijn gewoon kan voelen zonder dat er een stortvloed aan oude emoties mee komt.
Angst om terug te kijken op gebeurtenissen en beelden die ik het liefst zou willen vergeten. Ze dringen zich momenteel aan me op, stuk voor stuk. Het zijn er zo veel. Hoe ga ik dat dragen?

De therapeut stelde me gerust: ja, het is heftig en nee, het is niet fijn, maar je zit er nu al middenin, je leeft nu al dagelijks met de gevolgen van je trauma's. Zwaarder dan je slechtste momenten in het heden zal het niet worden en dat overleef je elke keer weer. Misschien verwoordde hij het anders, maar dit is de essentie die ik oppikte. Er zal extra ondersteuning aanwezig zijn als dat nodig mocht blijken, maar ik zet 'm niet preventief in. Voornamelijk door het simpele feit dat in mijn eentje de deur uitgaan zo stressvol is dat eens per week het maximum is. Maar ik kan wel terecht bij mijn andere behandelaar, daar ter plekke of via de telefoon of zelfs WhatsApp als bellen niet lukt.

Ik ga het aan. Ik gun mezelf een beter leven. Ik gun Albert een partner om wie hij zich niet de hele tijd zorgen hoeft te maken, want de jaren zijn net zo zwaar geweest voor hem als voor mij.

En ik temper mijn verwachtingen, omdat ik niet geloof dat EMDR alles oplost. Het tegendeel zie ik graag bewezen, maar ik denk dat deze behandeling het begin is van mijn eigen helende reis.
Mijn persoonlijkheid is krom gegroeid en mijn zelfvertrouwen is laag. Als straks de scherpste stenen op mijn pad wat meer gepolijst of wat verlegd zijn, kan ik, denk ik, hoop ik, zelf verder met het opbouwen van een nieuwe toekomst. Werk aan de winkel.

Mijn laatste twee berichten gingen over antidepressiva. Bij het tweede middel was het raak. Een omslag als deze heb ik nooit eerder meegemaakt. Ik ben weer tot leven gekomen na een eindeloze winterslaap. Ik sta nog wat wankel en ongelovig op mijn benen, de balans is nog niet wat het moet zijn, maar het stroomt weer.

Mijn combat boots staan klaar. Ik ga op pad.

dinsdag 11 augustus 2015

Pillen, het vervolg

Ik zit in week 2 van mijn nieuwe medicatie. De nortrilen  is afgebouwd en gestopt,de amitriptyline  komt al redelijk in de richting van een goede dosering.
Vandaag was er weer een door-het-ijs-zak-moment. Ik weet niet wat er gaat komen,weet ook niet of de pillen nu wel aanslaan. Weet alleen dat ik godsgruwelijk bang ben voor wat er gaande is in mijn hoofd en dat ik twijfel of ik nogmaals heelhuids door zo'n zwarte fase heen kan komen. Pas nu ik blijkbaar niet meer kan dissociëren,  voel ik waarom ik dat mechanisme nodig had. Het voelt of ik naakt onder een douche met zoutzuur sta. Mijn huid sist en ik voel me wegsmelten.
Het leven doet pijn.

zaterdag 25 juli 2015

Pillen


In juni werd er een depressie bij me geconstateerd, eentje die al langer gaande is en die waarschijnlijk wel zal reageren op medicatie. De GGZ-arts nam ruim de tijd om met me te praten over mijn wensen en ervaringen hiermee en overlegde vervolgens nog eens met een collega.
Het advies: laten we TCA's inzetten, tricyclische antidepressiva. Ik schrok, want ik weet  dat het ouderwetse en relatief zware middelen zijn. Maar omdat ik door de jaren heen verschillende soorten moderne antidepressiva (SSRI) heb gebruikt en daar weinig baat bij had, leek het de artsen wijs om de depressie vanaf een andere kant te besluipen. Een TCA werkt lomper, heeft meer bijwerkingen en is risicovoller: een overdosis kan dodelijk zijn.
Ik heb ja gezegd, met daarbij de afspraak dat het weekdoseringen zijn ipv recepten voor een maand.

De eerste weken merkte ik er nog niet veel van, alleen wat gebruikelijke ongemakken. Droge mond, verstopping, een klein beetje ontremming.
En toen begonnen de nachtmerries. Dromen vol geweld en agressie waar ik compleet opgefokt en angstig uit ontwaakte. Daarnaast gingen m'n gebruikelijke traumagerelateerde nachtmerries ook vrolijk door.
In een gesprek met mijn therapeute zakte ik plotseling door het ijs en leek te verzuipen in mijn eigen duisternis. Momentopname, dacht ik, misschien ook wel goed om eindelijk eens iets te voelen tijdens een sessie.
Maar de duisternis bleef en voelde ondraaglijk. In mijn hoofd vormden zich té concrete gedachten over suïcide en ik moest hard vechten om daar vandaan te blijven.

Het is niet dat ik niet dood wil. Ik leef al jaren met een doodswens, die de ene keer wat prominenter aanwezig is dan de andere keer. Mocht de Grim Reaper morgen aanbellen, dan is hij welkom.
Maar nu ik goede hulp gevonden heb en daarmee de kans op een betere toekomst, wil ik die ook benutten. Ik wil er alles aan gedaan hebben.

Ik raakte in paniek en trok aan de bel. En kreeg uitleg. Deze duisternis is geen verergering van mijn depressie, het is de depressie zelf die ik nu zonder filter voel. Mijn vermogen om niets te voelen is platgelegd. In psychiatrische termen: ik dissocieer mijn echte gevoel niet meer weg.
Het wachten is op de positieve werking van de pillen.

We zijn nu bijna 5 weken verder. Er zit geen beweging in de duisternis en ik merk dat ik opgebrand begin te raken. Over anderhalve week kijken we verder: nog een verhoging of toch een ander middel. Met ook weer een inwerktijd van max 6 weken.

Intussen heb ik ook even mogen snuffelen aan een medicijn tegen nachtmerries. De opbouwfase daarvan heb ik afgebroken. Zoveel bijwerkingen trek ik momenteel echt niet. Misschien probeer ik het in de toekomst nog eens, al hoop ik dat ik in die toekomst sterk genoeg ben om met traumaverwerking te beginnen. Als die aanslaat, zullen de nachtmerries ook verminderen.

Hoe goed de hulp ook is, hoeveel steun ik ook ondervind van partner en vrienden...ik weet niet hoe lang ik dit nog volhoud. Ik ben het ook beu om krampachtig positief te blijven, anderen gerust te stellen dat het wel gaat. Het gaat niet, het valt niet mee en ik voel me geen vechter maar een enorme loser. Om een voormalig naaste te citeren: ik ben er klaar mee.

vrijdag 12 juni 2015

Zwijgplicht

Meer en meer kom ik erachter dat ik niet alleen beschadigd ben geraakt door het seksueel misbruik dat ik op jonge leeftijd mee heb gemaakt, maar dat de stilte die er op volgde ook verwoestende effecten heeft gehad.

Vandaag is de campagne van Project Speak Now online gegaan, een initiatief dat iedereen oproept zich uit te spreken tegen seksueel geweld. Het doel is awareness en het doorbreken van stilte.

Ik wil mij ook uitspreken door te vertellen over mijn stilte. Daarom deze blogpost.

Een fragment uit mijn verhaal:

Op een avond stond hij naast mijn bed. Ik werd wakker toen hij op de rand van mijn bed kwam zitten. Hij deed keurig zijn schoenen uit om mijn beddengoed niet te bevuilen en vervolgens bevuilde hij mij met zijn handen, zijn mond en zijn lichaam. Ik bleef beduusd achter, met zijn weinige woorden als echo in mijn hoofd. Zwijgen zou ik, want "dit was ons geheim" en "ik had hem zelf uitgedaagd".
Ik ben blijven zwijgen over zijn bezoekjes in mijn slaapkamer die een keer of twee per week plaats vonden, over de briefjes die hij verstopte tussen de plaatjes van mijn idool die hij voor me bewaarde, over hoe de ritjes achterop zijn brommer altijd eindigden op stille plekjes in het park.
Hij kwam bij ons over de vloer en ik ging op mijn elfde naar dezelfde middelbare school als hij. Ik kon niet om hem heen, voor mijn gevoel was hij overal aanwezig. Als ik 's middags op bed lag te lezen, dan sloeg mijn hart over als ik het geluid van zijn brommer hoorde. Als ik op school mijn boterhammen at, dan was ik alert op zijn stem en het geluid van de hakken van zijn cowboylaarzen. Ik rook zijn geur als hij in ons huis was. Soms rook ik dat hij in mijn slaapkamer was geweest en dan wist ik dat hij aan mijn kleding had gezeten, vond ik zijn sporen op mijn keurige stapeltje ondergoed.
Er was geen ontkomen aan en daarom deed ik wat van me verwacht werd: ik zweeg en deed 'normaal'. Zeker toen hij bij tegenwerking dreigde dat mijn jongere zusje ook al 'lekker groot' werd.
Ik werkte mee, zocht zelfs manieren om de deur te blokkeren als hij bij me was zodat niemand ons kon betrappen.

Ik was tien, hij was een jaar of vijftien. Het heeft twee jaar geduurd.
Toen ik er een paar jaar later eindelijk mee naar buiten kwam stuitte ik op ongeloof en ontkenning. Daarna werd er hulp voor me gezocht, maar de stilte bleef. Het was voor mijn ouders onmogelijk om er met me over te praten en ik sloot me af. De wond was te groot voor woorden.
Dit is geen aanklacht tegen hen, want ik begrijp de onmacht. Het is wel een onderwerp waar ik de laatste tijd intensief mee geworsteld heb.

Op mijn achttiende werd ik verkracht in een zwembad. En stuitte op ongeloof en stilte, behalve bij de vriendin aan wie ik het als eerste vertelde. Ik heb geen hulp gezocht, heb geen aangifte gedaan, heb het voor mezelf gebagatelliseerd. Geloofde het zelf niet eens, want wie wilde dat dikke lelijke meisje nou aanraken? De woorden van de eerste dader doken weer op: ik had het zelf uitgelokt.
Ik schaamde me voor wat anderen met mij gedaan hadden. Voelde me smerig.

Tijdens een crisisopname, een paar jaar later, ben ik aangerand door een medepatiënt, onder het genot van een laatste sigaretje voor het slapengaan. Ik heb het gewoon laten gebeuren en heb er nooit iemand over verteld. Dit is de eerste keer dat ik het benoem.

Vanaf mijn veertiende doolde ik rond in hulpverleningsland zonder ooit de hulp echt binnen te kunnen laten. Het zwijgen zat in elke vezel van mijn wezen en ik werd een wandelend overlevingsmechanisme. Ik ontwikkelde stoornissen die zo prominent aanwezig waren dat traumaverwerking geen haalbare kaart was. Mijn symptomen werden behandeld, mijn gedrag werd aangepakt en stabilisatie werd het enige behandeldoel. Over mijn trauma's mocht ik niet praten en de keren dat ik dat probeerde werd het in de kiem gesmoord.
Keer op keer belandde ik op de crisisafdeling. Soms na een suïcidepoging, soms juist omdat ik zo'n poging aan voelde komen en veiligheid zocht. En elke keer hield ik er nieuwe littekens aan over, want mezelf beschadigen was mijn enige medicijn tegen de pijn.

De laatste jaren heb ik gevochten voor diepgang in mijn behandeling. De mist van overleven trekt eindelijk op en ik ben tot de pijnlijke ontdekking gekomen dat mijn trauma nog fier overeind staat en me telkens weer mijn levenslust ontneemt.

Ik heb eindelijk goede hulp gevonden, op een plek waar ik mag zijn wie ik ben en waar ik meer ben dan een bundeltje diagnoses. Er wordt geluisterd, ik word gehoord. Er is uitzicht op traumaverwerking.
Eind goed, al goed? Nee, nog niet. Ik ben al een eindje op weg met mijn nieuwe behandelaar, maar ik kom nog niet door mijn eigen zwijgende pantser heen. Ik zwijg als ik zou willen vertellen en glimlach als ik zou willen huilen. Er zijn momentjes van echt contact, maar telkens klap ik dicht als een oester. Het zwijgen dat mij 27 jaar geleden werd opgelegd heb ik me zo eigen gemaakt werkt nog steeds door.
Gelukkig heb ik een geduldige behandelaar die me oprecht wil helpen. Afgelopen maandag had ik een gesprek met haar waarin ik aangaf hoeveel moeite het me kost om een veilige band met haar op te bouwen. We gaan het contact intensiveren, elkaar vaker zien in de hoop dat ik mijn muur stukje bij beetje af kan breken.

Ik wil mijn zwijgen overwinnen en daarom spreek ik me nu nogmaals uit over wat misbruik met je doet. Vulnerata, non victa: gewond maar niet verslagen. Ik wil willen leven!

maandag 23 maart 2015

Mevrouw Snijder


Trrringgg. Trrringgg. Tring-tring-tringggg.
Mijn lijf schiet overeind. Waar ben ik?
Mijn handen voelen dekens, een kussen. In bed, ik zit rechtop in bed. Hoe laat is het?
Ik kijk naar de wekker maar snap de getallen niet.

Tring-tring. De deurbel. Die gaat hier niet vaak, dit huis is een fort. En als ik alleen thuis ben, zoals nu, doe ik niet open.
Wie kan het zijn, verwacht ik een pakje? If so, dan kan het wachten. Bezoek wil ik niet en krijg ik niet. En de Jehova's Getuige die elke maand een keer probeert mijn zieltje te redden is deze week al geweest.
Ik sluit mijn ogen en zak terug in mijn kussen.
Trrringgggg. Tring-tring-trrrringggg. Geklop op het raam.

Mijn hart zit nu in mijn keel en mijn geest neemt een vlucht naar een moment van anderhalf jaar geleden. Toen stopte de deurbel niet met rinkelen en werd er steeds harder gebonkt. Toen bleek mijn liefste poezenvriendje dood op straat te liggen.
O god. Wie is er dood? Molotov? Pavlov?

Ik pak een vest van de stoel naast het bed en sluip de trap af. Misschien is Albert dood en staat er politie. Als ik nu niet open doe forceren ze de deur, net als die keer dat ze dachten dat...
Hoor ik glasgerinkel? Ja, en ik ruik een brandlucht. Of bedriegen mijn zintuigen me?
Halverwege de trap ga ik op een trede zitten. Bijblijven, ademhalen.
De deurbel is gestopt. Er is niets.

En dan gaat de telefoon.
Ik blijf verstijfd zitten en hoor voetstappen. Weer wordt er aangebeld.

In paniek doe ik de voordeur open. Er staat een keurige mevrouw in een mantelpakje. “Ik heb een afspraak met u.”
Een afspraak? Met mij? Ik kijk haar met grote ogen aan en snap er helemaal niets meer van.
“Dit is toch de ....straat, nummer ...? U bent toch mevrouw Snijder? Ik heb u net gebeld, want we hadden tien minuten geleden afgesproken om de belastingpapieren door te nemen...”
Hakkelend leg ik haar uit dat het adres klopt maar dat ik niet mevrouw Snijder ben en geen afspraak met haar heb. Ze kijkt me aan alsof ze me niet gelooft en ik realiseer me dat ik er ook wel vreemd bij sta, met mijn haar alle kanten uit en een bijeengeraapt rommeltje kleren aan. De paniek zal ook wel zichtbaar zijn.
Gelukkig gaat ze weg en is mijn huis weer veilig.

Even later zit ik gillend in mijn bed. Ik weet niet hoe ik daar gekomen ben en of ik nog geslapen heb. Ik weet alleen dat er koud zweet langs mijn rug loopt en dat ik steeds naar mijn handen kijk om te zien of er bloed aan zit. Ogen dicht, ogen weer open. Bloed. Ogen dicht, ogen open. Nee, er is geen bloed. Ik zit niet met een dode kat in mijn handen. Er staan ook geen mensen naast mijn bed. Mijn katten zijn binnen en ze leven. Albert is gewoon op zijn werk en leeft. Het huis staat niet in brand. Niemand heeft onze voordeursleutel, zeker de buren niet. Ik ben veilig.

Ik neem een douche, spoel de emoties van me af en probeer de waterstralen te voelen. Ben vergeten de lamp in de badkamer aan te doen. Heb ik mij eigenlijk wel uitgekleed?

De rest van de dag breng ik in verwarring door, wachtend tot Albert thuiskomt. Vertel hem van de vreemde vrouw aan de deur. Hij vraagt of ik gegeten heb. Geen idee. Ik check mijn suikerspiegel en zie dat die laag is. Glaasje fris, een boterham. Langzaam wordt de wereld weer gewoon, al wil mijn lijf niet stoppen met trillen.

Een paar uur later haal ik een van de katten aan. Hij geeft een kopje aan mijn hand en het voelt nat. Regent het? Nee, het bloedt. Hij bloedt. Ik durf niet naar hem te kijken want ik weet dat zijn kop in stukken is gespleten en dat zijn ene oog...
Nee! Zorgen, eerst zorgen, dan pas ruimte voor paniek.
Mijn hand krijgt nog een kopje en samen met Albert kijk ik onze Molotov grondig na. Een wondje op zijn wang, waarschijnlijk van de korte confrontatie die hij net met het andere katertje had.

“Schat, ben je er? Blijf je even bij?”
Ik kijk op en zie Albert, wazig. Zijn hand houdt de mijne vast. Mijn hand zweet, ik knijp. Telkens weer die vraag of ik er ben, telkens mijn naam. “Je raakt steeds weg liefje, zeg eens wat ik moet doen om je te helpen”.

Op de toppen van mijn kunnen graaf ik in mijn hoofd. Lang geleden, dit, en ik kan me niet herinneren hoe ik het kan stoppen. O ja, snijden, dat helpt! Ik veer op en zak meteen weer terug in mijn stoel. Nee, snijden mag ik niet meer van mezelf. Ik ben mevrouw Snijder toch niet?
Albert helpt, Albert helpt heel goed. Hij zegt dat hij weet dat ik A., mijn hulpverlener niet wil bellen, maar zou ik kunnen bedenken welke tips zij zou geven?
Ja, dat weet ik een klein beetje. En ik weet ook hoe ik iemand anders zou helpen die dissocieert. Richt je op fysieke prikkels. Voel je ademhaling en probeer naar je buik te ademen. Kijk om je heen en benoem wat je ziet, waar je bent, hoe laat het is, welke datum het is.

Ik pak mijn shag en probeer een shaggie te draaien. Ik kijk Albert aan en zeg: “ik zit in mijn stoel, ik zit te kloten met een vloeitje en als ik zo mijn peuk aangestoken heb ben ik vanzelf met mijn ademhaling bezig. Ik kan de klok niet zien dus ik weet niet hoe laat het is.”
Albert benoemt dat het kwart over zes is. “Weet je ook welke dag het is, welke datum is het?”
Ik lach, want ik weet nooit welke datum het is. “Dat zoek ik zo voor je op. Ik ga eerst roken. En ik ga niet automutileren, want ik ben mevrouw Snijder niet,” en als hij zijn wenkbrauwen optrekt: “leg ik straks wel uit. Waar is m'n aansteker?”

Die avond kruip ik vroeg onder de wol met een extra pammetje achter de kiezen. Ik aai de kat die bij me is gaan liggen en lees wat. De slaap laat lang op zich wachten, maar dat geeft niet. Ik ben weer in het heden en mijn huid is nog heel.

Ik ben mevrouw Snijder niet meer.

donderdag 26 februari 2015

Nieuwe ronde, nieuwe kansen


Het is al 10 maanden geleden sinds ik hier mijn laatste blogje schreef. Daarin vertelde ik dat ik niet meer verder wilde bij de instelling waar ik al 15 jaar in behandeling was. Dat ik me niet gehoord voelde, niet de behandeling kreeg die ik dacht nodig te hebben en mijn heil elders wilde gaan zoeken.
In die 10 maanden heb ik geknokt om betere hulp te krijgen.

Over de tegenwerking van de ‘oude’ instelling en de huisarts schrijf ik misschien nog eens een stukje (daar was ik dit blog eigenlijk mee begonnen, maar het roept zoveel nare gevoelens op dat ik het ff laat voor wat het is).

Ik maak een nieuwe start!!!
De kleine GGZ-instelling die ik in een eerder blog benoemde heeft me verwelkomd en na een reeks grondige intakegesprekken start de behandeling deze week. Er ligt een behandelplan met hoopgevende inhoud, helemaal toegespitst op mijn situatie, mijn wensen, klachten en kracht. Zorg op maat. De intakeprocedure heb ik doorlopen met de vrouw die nu mijn behandelaar is en als ik haar manier van werken in een term zou moeten vangen dan kom ik uit op ‘professionele nabijheid’. Ze luistert, vraagt door, zoekt met me mee als ik de woorden niet kan vinden, wil weten wie ik ben, is eerlijk en open, heeft ruimte voor menselijk contact.

We gaan, in samenwerking met de traumadeskundige, onderzoeken wat er mogelijk is qua traumabehandeling. Die hulpvraag wordt uiterst serieus genomen, zoals ook mijn andere hulpvragen gehoord worden.

Ik ben zo blij met deze overstap, voel voor het eerst in lange tijd weer hoop op vooruitgang.
Misschien klinkt het gek wat ik nu ga zeggen: het maakt me ook bang, ontregelt me zelfs een beetje. Ik heb heel lang in een soort sluimerstand geleefd, tenminste naar de buitenwereld toe. Innerlijk is er wel degelijk veel gebeurd, gevoeld en ontwikkeld, maar mijn ‘ik ben stabiel’-masker is een muur tussen mij en de wereld geworden, een muur waar ik zelf ook niet 1-2-3 overheen kan klimmen. Dat merkte ik vooral tijdens de intakegesprekken: ik kan vertellen, benoemen, maar zonder daar veel bij te voelen. Het voelen komt pas als ik weer thuis en alleen ben. Veel verdriet komt eruit, juist door de ervaring gehoord te worden voel ik nu wat ik heb gemist. Verdriet dat er overigens mag zijn van mezelf, ik kan het verdragen en doorleven zonder er een dempende factor bij te moeten halen.

Ik vervolg mijn weg op the yellow brick road, zal vast nog een reeks vliegende apen en wicked witches tegenkomen, maar stiekem weet ik al wel wat de personages uit The Wizard of Oz pas op het eind ontdekten: de kracht die ik nodig heb om weer heel te worden zit in mezelf.

Kwetsbaarheid, Kracht


(geschreven op 4-4-2014)

Vanmiddag schreef ik op Facebook:
"Je moet niet zo vasthouden aan je verleden, meer in het hier en nu leven".
Is het ‘vasthouden aan’ als je nachtmerries, dissociaties en herbelevingen hebt? Het verleden ís mijn heden momenteel en het frustreert me diep dat ik alles toegedekt moet houden en bij de GGZ alleen maar aan de oppervlakte mag blijven.
Ik ben er zó aan toe om te helen van mijn trauma’s, ‘s nachts ben ik al volop aan het verwerken volgens mij. Dat het zoveel aandacht vraagt op dit moment zegt iets over de fase waarin ik me bevind. Ik ben sterker dan ze denken en ik durf het gevecht met mijn demonen wel aan. Maar dan wel verantwoord, in een veilige setting.
De storthoop heeft gesproken, amen.”

Dit vloeide voort uit het gesprek dat ik vandaag met mijn behandelaar had. Een gesprek geheel in lijn met de afspraken die gemaakt zijn: we richten ons op rehabilitatie. Een afspraak waar ik behoorlijk tegen mijn zin mee akkoord ben gegaan, omdat het de enige aangeboden route was waarbij ik in ieder geval individuele begeleiding zou krijgen. De andere route was groepstherapie. Waarom ik dat niet doe heb ik in eerdere blogposts beschreven.

Sinds september doe ik netjes wat van me verwacht wordt: ik vertel over kleine hindernissen en hoe ik die tackel. Mijn behandelaar vraagt me naar mijn dagstructuur en naar eerder gevonden oplossingen. En dan krijg ik complimenten. Dat ik de crisisvaardigheden zo goed beheers, dat ik zelfinzicht heb, dat ik veiligheid inbouw waar nodig. Goed zo Marijke! En wat goed dat je naar de supermarkt bent geweest en een maaltijd gekookt hebt voor je man!
Ik glimlach dan vriendelijk en denk bij mezelf dat zowel de behandelaar als ik tijd zitten te verspillen. Ik hoef niet naar een therapeut om dit soort dingen te bespreken. Ik bespreek ze al met mezelf, met mijn partner, met vrienden.
Wat ik ook in elk gesprek benoem is in welke mate ik last heb van traumagerelateerde klachten. Die fluctueren. Op het moment zijn ze erg sterk aanwezig: nachtmerries waaruit ik gillend wakker word, dissociaties als er ergens een trigger opduikt. Herbelevingen. Halve herinneringen die ik niet kan plaatsen.

Ook vandaag gaf ik dit aan, na eerst braaf over structuur gepraat te hebben. Goed, er kwam ook een ander onderwerp aan bod, daar kom ik misschien nog wel eens op terug.
De reactie kende ik al: “onze ervaring is dat het voor mensen met jouw diagnose niet goed is om in het verleden te graven. Het ontwricht en uiteindelijk ben je nog verder van huis.”

Allereerst ben ik het hokjesdenken van deze instelling zo vreselijk beu. Er is een team voor persoonlijkheidsstoornissen, een team voor angstklachten, een team voor psychoses en ga zo maar door. Logistiek heel handig, maar mijn ervaring als cliënt is dat het tot tunnelvisie leidt.
De nieuwe slogan van de instelling is “[naam instelling], waar het om mensen gaat”. Wat zou ik graag op al die posters het woordje ‘mensen’ willen vervangen door ‘stempels’.
Vorig jaar ging de Week van de Psychiatrie over stigmatisering. Binnen het ervaringswerk ligt daar een sterke focus op, maar de instelling zelf doet er, vind ik, op deze manier niets mee.

Vroeger bestempelde ik mezelf als borderliner. Later werd dat ‘iemand met een borderline persoonlijkheidsstoornis’. Op dit moment zou ik mezelf betitelen als iemand met een psychische kwetsbaarheid en een berg ervaring.

Goed, terug naar dat gesprek. Ik heb maar eens eerlijk gezegd dat ik niet zoveel uit deze gesprekken haal en dat het voelt of mijn trauma’s taboe zijn om over te praten.
Behandelaar en ik werden het niet eens, wat ik ook benoemd heb. Met het zweet op m’n rug want oei, straks ben ik de goodwill kwijt.
Ik kwam nogal verslagen en gefrustreerd thuis en ben eerst maar eens een uurtje gaan slapen (Marijke, je dagstructuur!). Mijn man had boodschappen gedaan en kookte vandaag voor mij. Foei Albert, zo leert ze het nooit.

Na het eten las ik de reacties op Facebook en voelde ik me vol stromen met kracht. Ik zag ook dat mijn bericht geen slachtofferig bericht was, dat ik juist vechtlust toon.
Toen ik terug wilde reageren werd het zo’n epistel dat ik mijn blog maar weer eens opgezocht heb ;-)

Ik graaf niet. Ik zit op het deksel van een borrelende beerput die ik overdag uit alle macht gesloten probeer te houden. ‘s Nachts gaat ie open en soms krijg ik hem daarna ook niet meer goed dicht, sijpelt de shit mijn overdagleven in.
Mijn intuïtie zegt me dat het niet zomaar een ziektesymptoom is dat de shit zoveel aandacht opeist. Ik voel ook weerstand tegen het wegredeneren. Ik voel juist kracht. En hoe eng ook, ik wil nu onderhand het gevecht eens aangaan.

Ik ben niet meer het slachtoffer dat ik ooit was, van het misbruik noch mijn ziektebeeld. Ja, ik ben soms heel onzeker en ik ben hartstikke kwetsbaar, maar het hele proces van herstellen heeft me doen inzien hoe sterk ik daarnaast ook ben. Het is niet het een of het ander, kwetsbaarheid en kracht kunnen naast elkaar bestaan.

Een deel van mij kan dus groeien en leren te leven ipv te overleven. Dat deel krijgt de kans om te herstellen. Dat deel bouwt haar wereld stapje voor stapje uit.

Maar wat mijn groei telkens weer onderuit haalt, is het deel van mij dat nog steeds gevangen zit. Een jong kind dat nog altijd overgeleverd is aan cowboylaarzen, (tijdelijk weggehaalde trigger) en de geur van aftershave. Aan manipulatie, aan bedreigingen. Aan niet gezien en gehoord worden, aan niet geloofd worden. Aan doodsangst.
Ook dit deel, juist dit deel, wil helen.
En nu ik dit zo schrijf, realiseer ik me dat het echt tijd geworden is, dat ik nu de kracht heb voor wat ik eerder niet durfde. En omdat ik zuinig ben geworden op mijn geestelijk welzijn, wil ik dat op een veilige en weloverwogen manier doen. Met goede begeleiding, die me allereerst helpt te onderzoeken of ik echt sterk genoeg ben.

Mijn hoop is gevestigd op een kleinere GGZ-instelling, waar ze zorg op maat hoog in het vaandel hebben staan. Tot nu toe heb ik telkens de stap niet durven zetten uit angst voor desillusie en afwijzing. Angst ook om het bekende, hoe beroerd ook, op te geven.
Ik luister nogmaals naar het bijgesloten liedje en voel het: ik kan het. Ik ben het waard om voor te vechten. Met alle power die ik bijeen kan rapen.