Ik ben Xamantha, 40 jaar, en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


donderdag 26 februari 2015

Nieuwe ronde, nieuwe kansen


Het is al 10 maanden geleden sinds ik hier mijn laatste blogje schreef. Daarin vertelde ik dat ik niet meer verder wilde bij de instelling waar ik al 15 jaar in behandeling was. Dat ik me niet gehoord voelde, niet de behandeling kreeg die ik dacht nodig te hebben en mijn heil elders wilde gaan zoeken.
In die 10 maanden heb ik geknokt om betere hulp te krijgen.

Over de tegenwerking van de ‘oude’ instelling en de huisarts schrijf ik misschien nog eens een stukje (daar was ik dit blog eigenlijk mee begonnen, maar het roept zoveel nare gevoelens op dat ik het ff laat voor wat het is).

Ik maak een nieuwe start!!!
De kleine GGZ-instelling die ik in een eerder blog benoemde heeft me verwelkomd en na een reeks grondige intakegesprekken start de behandeling deze week. Er ligt een behandelplan met hoopgevende inhoud, helemaal toegespitst op mijn situatie, mijn wensen, klachten en kracht. Zorg op maat. De intakeprocedure heb ik doorlopen met de vrouw die nu mijn behandelaar is en als ik haar manier van werken in een term zou moeten vangen dan kom ik uit op ‘professionele nabijheid’. Ze luistert, vraagt door, zoekt met me mee als ik de woorden niet kan vinden, wil weten wie ik ben, is eerlijk en open, heeft ruimte voor menselijk contact.

We gaan, in samenwerking met de traumadeskundige, onderzoeken wat er mogelijk is qua traumabehandeling. Die hulpvraag wordt uiterst serieus genomen, zoals ook mijn andere hulpvragen gehoord worden.

Ik ben zo blij met deze overstap, voel voor het eerst in lange tijd weer hoop op vooruitgang.
Misschien klinkt het gek wat ik nu ga zeggen: het maakt me ook bang, ontregelt me zelfs een beetje. Ik heb heel lang in een soort sluimerstand geleefd, tenminste naar de buitenwereld toe. Innerlijk is er wel degelijk veel gebeurd, gevoeld en ontwikkeld, maar mijn ‘ik ben stabiel’-masker is een muur tussen mij en de wereld geworden, een muur waar ik zelf ook niet 1-2-3 overheen kan klimmen. Dat merkte ik vooral tijdens de intakegesprekken: ik kan vertellen, benoemen, maar zonder daar veel bij te voelen. Het voelen komt pas als ik weer thuis en alleen ben. Veel verdriet komt eruit, juist door de ervaring gehoord te worden voel ik nu wat ik heb gemist. Verdriet dat er overigens mag zijn van mezelf, ik kan het verdragen en doorleven zonder er een dempende factor bij te moeten halen.

Ik vervolg mijn weg op the yellow brick road, zal vast nog een reeks vliegende apen en wicked witches tegenkomen, maar stiekem weet ik al wel wat de personages uit The Wizard of Oz pas op het eind ontdekten: de kracht die ik nodig heb om weer heel te worden zit in mezelf.

Kwetsbaarheid, Kracht


(geschreven op 4-4-2014)

Vanmiddag schreef ik op Facebook:
"Je moet niet zo vasthouden aan je verleden, meer in het hier en nu leven".
Is het ‘vasthouden aan’ als je nachtmerries, dissociaties en herbelevingen hebt? Het verleden ís mijn heden momenteel en het frustreert me diep dat ik alles toegedekt moet houden en bij de GGZ alleen maar aan de oppervlakte mag blijven.
Ik ben er zó aan toe om te helen van mijn trauma’s, ‘s nachts ben ik al volop aan het verwerken volgens mij. Dat het zoveel aandacht vraagt op dit moment zegt iets over de fase waarin ik me bevind. Ik ben sterker dan ze denken en ik durf het gevecht met mijn demonen wel aan. Maar dan wel verantwoord, in een veilige setting.
De storthoop heeft gesproken, amen.”

Dit vloeide voort uit het gesprek dat ik vandaag met mijn behandelaar had. Een gesprek geheel in lijn met de afspraken die gemaakt zijn: we richten ons op rehabilitatie. Een afspraak waar ik behoorlijk tegen mijn zin mee akkoord ben gegaan, omdat het de enige aangeboden route was waarbij ik in ieder geval individuele begeleiding zou krijgen. De andere route was groepstherapie. Waarom ik dat niet doe heb ik in eerdere blogposts beschreven.

Sinds september doe ik netjes wat van me verwacht wordt: ik vertel over kleine hindernissen en hoe ik die tackel. Mijn behandelaar vraagt me naar mijn dagstructuur en naar eerder gevonden oplossingen. En dan krijg ik complimenten. Dat ik de crisisvaardigheden zo goed beheers, dat ik zelfinzicht heb, dat ik veiligheid inbouw waar nodig. Goed zo Marijke! En wat goed dat je naar de supermarkt bent geweest en een maaltijd gekookt hebt voor je man!
Ik glimlach dan vriendelijk en denk bij mezelf dat zowel de behandelaar als ik tijd zitten te verspillen. Ik hoef niet naar een therapeut om dit soort dingen te bespreken. Ik bespreek ze al met mezelf, met mijn partner, met vrienden.
Wat ik ook in elk gesprek benoem is in welke mate ik last heb van traumagerelateerde klachten. Die fluctueren. Op het moment zijn ze erg sterk aanwezig: nachtmerries waaruit ik gillend wakker word, dissociaties als er ergens een trigger opduikt. Herbelevingen. Halve herinneringen die ik niet kan plaatsen.

Ook vandaag gaf ik dit aan, na eerst braaf over structuur gepraat te hebben. Goed, er kwam ook een ander onderwerp aan bod, daar kom ik misschien nog wel eens op terug.
De reactie kende ik al: “onze ervaring is dat het voor mensen met jouw diagnose niet goed is om in het verleden te graven. Het ontwricht en uiteindelijk ben je nog verder van huis.”

Allereerst ben ik het hokjesdenken van deze instelling zo vreselijk beu. Er is een team voor persoonlijkheidsstoornissen, een team voor angstklachten, een team voor psychoses en ga zo maar door. Logistiek heel handig, maar mijn ervaring als cliënt is dat het tot tunnelvisie leidt.
De nieuwe slogan van de instelling is “[naam instelling], waar het om mensen gaat”. Wat zou ik graag op al die posters het woordje ‘mensen’ willen vervangen door ‘stempels’.
Vorig jaar ging de Week van de Psychiatrie over stigmatisering. Binnen het ervaringswerk ligt daar een sterke focus op, maar de instelling zelf doet er, vind ik, op deze manier niets mee.

Vroeger bestempelde ik mezelf als borderliner. Later werd dat ‘iemand met een borderline persoonlijkheidsstoornis’. Op dit moment zou ik mezelf betitelen als iemand met een psychische kwetsbaarheid en een berg ervaring.

Goed, terug naar dat gesprek. Ik heb maar eens eerlijk gezegd dat ik niet zoveel uit deze gesprekken haal en dat het voelt of mijn trauma’s taboe zijn om over te praten.
Behandelaar en ik werden het niet eens, wat ik ook benoemd heb. Met het zweet op m’n rug want oei, straks ben ik de goodwill kwijt.
Ik kwam nogal verslagen en gefrustreerd thuis en ben eerst maar eens een uurtje gaan slapen (Marijke, je dagstructuur!). Mijn man had boodschappen gedaan en kookte vandaag voor mij. Foei Albert, zo leert ze het nooit.

Na het eten las ik de reacties op Facebook en voelde ik me vol stromen met kracht. Ik zag ook dat mijn bericht geen slachtofferig bericht was, dat ik juist vechtlust toon.
Toen ik terug wilde reageren werd het zo’n epistel dat ik mijn blog maar weer eens opgezocht heb ;-)

Ik graaf niet. Ik zit op het deksel van een borrelende beerput die ik overdag uit alle macht gesloten probeer te houden. ‘s Nachts gaat ie open en soms krijg ik hem daarna ook niet meer goed dicht, sijpelt de shit mijn overdagleven in.
Mijn intuïtie zegt me dat het niet zomaar een ziektesymptoom is dat de shit zoveel aandacht opeist. Ik voel ook weerstand tegen het wegredeneren. Ik voel juist kracht. En hoe eng ook, ik wil nu onderhand het gevecht eens aangaan.

Ik ben niet meer het slachtoffer dat ik ooit was, van het misbruik noch mijn ziektebeeld. Ja, ik ben soms heel onzeker en ik ben hartstikke kwetsbaar, maar het hele proces van herstellen heeft me doen inzien hoe sterk ik daarnaast ook ben. Het is niet het een of het ander, kwetsbaarheid en kracht kunnen naast elkaar bestaan.

Een deel van mij kan dus groeien en leren te leven ipv te overleven. Dat deel krijgt de kans om te herstellen. Dat deel bouwt haar wereld stapje voor stapje uit.

Maar wat mijn groei telkens weer onderuit haalt, is het deel van mij dat nog steeds gevangen zit. Een jong kind dat nog altijd overgeleverd is aan cowboylaarzen, (tijdelijk weggehaalde trigger) en de geur van aftershave. Aan manipulatie, aan bedreigingen. Aan niet gezien en gehoord worden, aan niet geloofd worden. Aan doodsangst.
Ook dit deel, juist dit deel, wil helen.
En nu ik dit zo schrijf, realiseer ik me dat het echt tijd geworden is, dat ik nu de kracht heb voor wat ik eerder niet durfde. En omdat ik zuinig ben geworden op mijn geestelijk welzijn, wil ik dat op een veilige en weloverwogen manier doen. Met goede begeleiding, die me allereerst helpt te onderzoeken of ik echt sterk genoeg ben.

Mijn hoop is gevestigd op een kleinere GGZ-instelling, waar ze zorg op maat hoog in het vaandel hebben staan. Tot nu toe heb ik telkens de stap niet durven zetten uit angst voor desillusie en afwijzing. Angst ook om het bekende, hoe beroerd ook, op te geven.
Ik luister nogmaals naar het bijgesloten liedje en voel het: ik kan het. Ik ben het waard om voor te vechten. Met alle power die ik bijeen kan rapen.