Ik ben Xamantha, 39 en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


vrijdag 12 juni 2015

Zwijgplicht

Meer en meer kom ik erachter dat ik niet alleen beschadigd ben geraakt door het seksueel misbruik dat ik op jonge leeftijd mee heb gemaakt, maar dat de stilte die er op volgde ook verwoestende effecten heeft gehad.

Vandaag is de campagne van Project Speak Now online gegaan, een initiatief dat iedereen oproept zich uit te spreken tegen seksueel geweld. Het doel is awareness en het doorbreken van stilte.

Ik wil mij ook uitspreken door te vertellen over mijn stilte. Daarom deze blogpost.

Een fragment uit mijn verhaal:

Op een avond stond hij naast mijn bed. Ik werd wakker toen hij op de rand van mijn bed kwam zitten. Hij deed keurig zijn schoenen uit om mijn beddengoed niet te bevuilen en vervolgens bevuilde hij mij met zijn handen, zijn mond en zijn lichaam. Ik bleef beduusd achter, met zijn weinige woorden als echo in mijn hoofd. Zwijgen zou ik, want "dit was ons geheim" en "ik had hem zelf uitgedaagd".
Ik ben blijven zwijgen over zijn bezoekjes in mijn slaapkamer die een keer of twee per week plaats vonden, over de briefjes die hij verstopte tussen de plaatjes van mijn idool die hij voor me bewaarde, over hoe de ritjes achterop zijn brommer altijd eindigden op stille plekjes in het park.
Hij kwam bij ons over de vloer en ik ging op mijn elfde naar dezelfde middelbare school als hij. Ik kon niet om hem heen, voor mijn gevoel was hij overal aanwezig. Als ik 's middags op bed lag te lezen, dan sloeg mijn hart over als ik het geluid van zijn brommer hoorde. Als ik op school mijn boterhammen at, dan was ik alert op zijn stem en het geluid van de hakken van zijn cowboylaarzen. Ik rook zijn geur als hij in ons huis was. Soms rook ik dat hij in mijn slaapkamer was geweest en dan wist ik dat hij aan mijn kleding had gezeten, vond ik zijn sporen op mijn keurige stapeltje ondergoed.
Er was geen ontkomen aan en daarom deed ik wat van me verwacht werd: ik zweeg en deed 'normaal'. Zeker toen hij bij tegenwerking dreigde dat mijn jongere zusje ook al 'lekker groot' werd.
Ik werkte mee, zocht zelfs manieren om de deur te blokkeren als hij bij me was zodat niemand ons kon betrappen.

Ik was tien, hij was een jaar of vijftien. Het heeft twee jaar geduurd.
Toen ik er een paar jaar later eindelijk mee naar buiten kwam stuitte ik op ongeloof en ontkenning. Daarna werd er hulp voor me gezocht, maar de stilte bleef. Het was voor mijn ouders onmogelijk om er met me over te praten en ik sloot me af. De wond was te groot voor woorden.
Dit is geen aanklacht tegen hen, want ik begrijp de onmacht. Het is wel een onderwerp waar ik de laatste tijd intensief mee geworsteld heb.

Op mijn achttiende werd ik verkracht in een zwembad. En stuitte op ongeloof en stilte, behalve bij de vriendin aan wie ik het als eerste vertelde. Ik heb geen hulp gezocht, heb geen aangifte gedaan, heb het voor mezelf gebagatelliseerd. Geloofde het zelf niet eens, want wie wilde dat dikke lelijke meisje nou aanraken? De woorden van de eerste dader doken weer op: ik had het zelf uitgelokt.
Ik schaamde me voor wat anderen met mij gedaan hadden. Voelde me smerig.

Tijdens een crisisopname, een paar jaar later, ben ik aangerand door een medepati├źnt, onder het genot van een laatste sigaretje voor het slapengaan. Ik heb het gewoon laten gebeuren en heb er nooit iemand over verteld. Dit is de eerste keer dat ik het benoem.

Vanaf mijn veertiende doolde ik rond in hulpverleningsland zonder ooit de hulp echt binnen te kunnen laten. Het zwijgen zat in elke vezel van mijn wezen en ik werd een wandelend overlevingsmechanisme. Ik ontwikkelde stoornissen die zo prominent aanwezig waren dat traumaverwerking geen haalbare kaart was. Mijn symptomen werden behandeld, mijn gedrag werd aangepakt en stabilisatie werd het enige behandeldoel. Over mijn trauma's mocht ik niet praten en de keren dat ik dat probeerde werd het in de kiem gesmoord.
Keer op keer belandde ik op de crisisafdeling. Soms na een suïcidepoging, soms juist omdat ik zo'n poging aan voelde komen en veiligheid zocht. En elke keer hield ik er nieuwe littekens aan over, want mezelf beschadigen was mijn enige medicijn tegen de pijn.

De laatste jaren heb ik gevochten voor diepgang in mijn behandeling. De mist van overleven trekt eindelijk op en ik ben tot de pijnlijke ontdekking gekomen dat mijn trauma nog fier overeind staat en me telkens weer mijn levenslust ontneemt.

Ik heb eindelijk goede hulp gevonden, op een plek waar ik mag zijn wie ik ben en waar ik meer ben dan een bundeltje diagnoses. Er wordt geluisterd, ik word gehoord. Er is uitzicht op traumaverwerking.
Eind goed, al goed? Nee, nog niet. Ik ben al een eindje op weg met mijn nieuwe behandelaar, maar ik kom nog niet door mijn eigen zwijgende pantser heen. Ik zwijg als ik zou willen vertellen en glimlach als ik zou willen huilen. Er zijn momentjes van echt contact, maar telkens klap ik dicht als een oester. Het zwijgen dat mij 27 jaar geleden werd opgelegd heb ik me zo eigen gemaakt werkt nog steeds door.
Gelukkig heb ik een geduldige behandelaar die me oprecht wil helpen. Afgelopen maandag had ik een gesprek met haar waarin ik aangaf hoeveel moeite het me kost om een veilige band met haar op te bouwen. We gaan het contact intensiveren, elkaar vaker zien in de hoop dat ik mijn muur stukje bij beetje af kan breken.

Ik wil mijn zwijgen overwinnen en daarom spreek ik me nu nogmaals uit over wat misbruik met je doet. Vulnerata, non victa: gewond maar niet verslagen. Ik wil willen leven!