Ik ben Xamantha, 39 en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


donderdag 28 april 2016

Anti antidepressiva


HPIM0431
De laatste tijd zie ik in de media veel discussies over antidepressiva. Een (redelijk) inhoudelijke vond ik die in Buitenhof. Ik was het niet per se eens met de meningen, maar het ging in elk geval iets meer in op het ‘waarom’ van de discussie.

Ik ben het ermee eens dat terughoudendheid met voorschrijven een goede zaak is en ik zou ook liever zien dat een huisarts verwijst of overlegt met een psychiater. Nu gebleken is dat antidepressiva weinig doen bij milde tot matige depressies lijkt het me zinnig om goed te kijken naar de aard van iemands depressieve klachten en naar alternatieven te kijken. Sowieso denk ik dat naast pillen (herstelondersteunende) gesprekken echt nodig zijn.

De discussies die ik tegenkom, met name op social media, zijn overwegend negatief van aard. Voor mijn gevoel wordt er voorbij gegaan aan de positieve en zelfs levensreddende kwaliteiten van psychofarmaca in het algemeen en antidepressiva in het bijzonder. Ik was blij met het stuk dat Menno Oosterhof erover schreef.

Als gebruiker van antidepressiva voel ik mij soms weggezet als een mak schaap dat zich vol laat gooien met pillen en zich niet verdiept in wat er nog meer helpt bij depressieve klachten.
Ik ben schaap noch mak. Het opnieuw starten met antidepressiva heb ik in nauw overleg met een GGZ-arts gedaan, die ook de moeite heeft genomen mijn dossier goed te lezen. Zij heeft daarover ook overlegd met een ervaren psychiater.
Mijn vraag was of ik venlafaxine mocht proberen, omdat ik sinds mijn 18e bijna alle SSRI’s (de ‘moderne’ antidepressiva, venlafaxine valt daar ook onder) heb geprobeerd zonder er echt veel baat bij te hebben. Ik gaf ook aan liever geen MAO-remmers of andere zwaardere antidepressiva te willen gebruiken.

De arts overlegde en kwam met het voorstel toch te starten met tricyclische antidepressiva (oudere middelen die al vanaf de jaren ’60 op de markt zijn en vaak niet de eerste keuze zijn vanwege bijwerkingen en giftigheid). Dat was even slikken en ik heb er dan ook even over nagedacht. Een van de bijwerkingen is gewichtstoename en die kan fors zijn. Kijk bijvoorbeeld naar Mike Boddé, die zijn huidige postuur voor een groot deel te ‘danken’ heeft aan medicijnen. Ik heb zelf al overgewicht en heb dat in de afgelopen 10-12jr weten terug te brengen van ‘bijna morbide obesitas’ naar ‘net geen obesitas’.
De argumenten om te kiezen voor dit oudere middel: het werkt op een andere manier en deze twee artsen schatten in dat de kans op verbetering groter was dan met een middel dat erg lijkt op wat ik al geprobeerd heb.

Ik werd niet voor het blok gezet. Zou ook kunnen kiezen uit 2 moderne antidepressiva óf met ondersteuning kunnen wachten op de effecten van de EMDR-behandeling waar ik mee zou starten. Maar ik wilde, nee, kón niet meer wachten. Ik was suïcidaal, wanhopig en wilde, nu ik na jaren ‘stabiliseren’ eindelijk goede hulp had gevonden, mijzelf een laatste kans op verbetering geven. Whatever it takes.
Over een tricyclisch antidepressivum zou ik overigens wel goede afspraken moeten maken. Een overdosis kan leiden tot een langzame en pijnlijke dood (precies de tekst die op mijn pakje shag staat, maar het is me nog niet gelukt om suïcide te plegen met tabak ;) ).

Ik koos voor een tricyclisch middel. En ging in de weken die erop volgden keihard onderuit. Van opgesloten zitten in mezelf ging ik naar jankend wrak. Na 6 weken was de koek op voor mij, en ook voor de arts. Ik kreeg een ander middel uit hetzelfde spectrum. Had niet veel hoop meer, maar ‘whatever it takes’.

Na een week of 4 begon de zware zwarte deken van mijn schouders te glijden. De suïcidaliteit verdween helemaal, ik had weer wat levenslust en merkte dat ik weer belangstelling begon te krijgen in hobby’s en passies. Wel voelde ik me wat ontremd, impulsiever. Maar ook dat verdween geleidelijk. En met deze nieuwe grond onder mijn voeten durfde ik ook te starten met EMDR. Dat had eerder gekund en gemogen, maar ik durfde niet.

Ik heb de afgelopen twintig jaar op en af antidepressiva gebruikt, maar zo’n duidelijk effect heb ik nooit eerder ervaren. Hoopvol toch?

Dat is nu een maand of 10 geleden. De laatste tijd, ik kan niet goed inschatten of ik het dan over maanden of weken heb, voelde ik me zwaarmoediger worden. De gedachten aan zelfdoding kwamen terug en ik heb mezelf een paar keer beschadigd. Nou is er veel gebeurd in mijn leven in die 10 maanden, maar ik wilde dit in ieder geval bespreken met de arts. Ze stelde voor mijn bloed te laten testen om te kijken of de spiegel van mijn antidepressivum goed genoeg was. Dat vond ik fijn, want het is best moeilijk om zelf aan te voelen hoe goed een middel werkt.
De bloedspiegel was laag. We hebben gekozen voor verhoging. Ik zeg hier nadrukkelijk ‘we’. Het contact met deze arts voelt als samenwerking waarin ik de uiteindelijke regie blijf hebben.

Tien dagen geleden gestart met verhogen. In plaats van tabletten nu capsules met een vertraagde afgifte. Dat zou de kans op bijwerkingen door de verhoging moeten verminderen.
Wat heb ik me beroerd gevoeld de afgelopen week! Eerst veranderde mijn smaakbeleving, vond opeens heel veel dingen vies. Ook weinig eetlust. Maar goed, als dat tijdelijk was dan beet ik me er letterlijk wel doorheen. Daarna begon ik me grieperig te voelen, met lichte koorts en een beetje keelpijn. Vanaf dat moment ook steeds angstiger en sinds de paniekaanval die ik gisteren vroeg in de ochtend had gaat mijn hart als een bezetene tekeer. Okay, dacht ik, hier ligt m’n grens.

Vamorgen overlegd met de arts en ze was het met me eens. Vanaf vanavond laten we de ‘gewone’ variant van de pillen er langzaam insluipen. Hoe snel ik daar een positief effect van mag verwachten is niet erg duidelijk. Ergens tussen de 1-6 weken. Ik heb geduld. En mijn gedachten over dood willen, die heb ik op dit moment goed in de hand. Ik laat ze er zijn en spreek ze ook uit. Zodra ze sterker worden en echte impulsen worden trek ik aan de bel.

Ik wil geen zelfmoordpogingen meer doen. Mocht ik ooit besluiten dat ik klaar ben met leven, dan wil ik dat het een weloverwogen keuze is, met respect naar de mensen die ik dan achterlaat. Op dit moment zie ik deze gedachten als een symptoom van mijn depressie.

Ik heb hoop en ben dankbaar dat er antidepressiva bestaan.
En daarnaast zal ik mezelf een flinke schop onder de kont moeten geven om de ondersteunende gesprekken weer aan te gaan.

zaterdag 9 april 2016

Kleine vriendjes


Knuffels, ze zijn er altijd geweest in mijn leven. Vertrouwde kleine vriendjes om mee te spelen, om van te houden, om houvast bij te vinden. De foto hierboven is uit mijn Monchichi-tijdperk, de aapjes die je misschien nog wel kent uit de jaren ’80. Elke avond wenste ik ze welterusten en sloot ik ze allemaal in mijn armen om samen met ze in slaap te vallen. Allemaal behalve eentje: dat was een opa-aapje met een pijp. Die was niet zo van het knuffelen.

Mijn tante schreef in mijn poesiealbum een versje waarvan ik me nog 1 regel herinner: “voor knuffels groot en klein / moet je bij Marijke zijn”. (inderdaad, Xamantha is een alias)
Ik heb zelfs ooit een asiel opgezet voor zielige knuffels, eigenlijk met het doel een nieuw huisje voor ze te zoeken, maar ze bleven allemaal bij mij wonen. Een knuffel-hoarder was ik. Ben ik. Nog steeds. Als er in een winkel knuffels zijn dan ga ik ze altijd even begroeten. Mijn partner kijkt er allang niet meer van op.

Je vraagt je misschien af waarom ik hier een blog over schrijf?
Omdat knuffels ook in mijn volwassen leven een belangrijke rol hebben, vooral ’s nachts als er dromen en demonen op de loer liggen. Slapen is voor mij niet vanzelfsprekend en het helpt een klein beetje om dan iets zachts in mijn armen te hebben. Nou is mijn partner ook heel zacht door zijn lange haar, maar hij beweegt teveel. En onze katten zijn er ook niet van gediend om een hele nacht in liefdevolle wurggreep gehouden te worden.

Ik wil je voorstellen aan de knuffels die op dit moment een rol spelen in mijn leven en helingsproces.



knufgoliath
Dit is Goliath. Ik kreeg hem op mijn 17e (of 16e?) verjaardag van mijn toenmalige vriend. Hij draagt een herinnering aan een brief van die vriend. Ik had hem met pijn en moeite in een brief verteld over mijn misbruikverleden en de nachtmerries die ik had. Tekening erbij van een slapend meisje met grote zwarte vogels cirkelend boven haar hoofd.
Hij schreef me terug dat hij de ziel van een kat had en me altijd zou beschermen tegen de vogels.
Goliath verhuisde mee naar elk tijdelijk adres waar ik daarna verbleef en was mijn constante factor in de jaren van gillende gekte, crisisopnames, huiselijk geweld en heel veel onveiligheid. Wat niemand ooit opgemerkt heeft is dat hij in zijn buik een geheime bergplaats voor scheermesjes, hechtpleisters en pillen had – mijn andere houvast. Nu zit er een krachtsteen in zijn buik, een carneool.





knufdemon
Dit monstertje heeft geen naam, maar des te meer betekenis: hij staat symbool voor de demonen waar ik tegen vecht. Hij zit in mijn tas als ik een EMDR-sessie heb. Zijn aaibare verschijning (hij is echt superzacht) herinnert me eraan dat de monsters lang niet zo eng zijn als ik vaak denk. Misschien is dat ook wel mijn doel, dat de demonen krimpen tot herinneringen die me niet meer de stuipen op het lijf jagen.
Hij heeft trouwens een broertje dat groen en vrolijk is. Die woont bij een dierbare vriend.


knufdraak
Dit draakje heet gewoon Draakje. Ik heb hem gekocht na een bezoek aan de angsttandarts (daarover spoedig ook een blogpost) en ook hij is een tasbewoner, speciaal voor die heftige dagen dat ik een buitenstaander moet toelaten in de kwetsbaarheid van mijn mond. Op alle andere dagen staat hij, net als het monstertje, dicht bij mijn ‘altaartje’ in de huiskamer. Om kracht op te doen.
Zijn blik is nu nog heel triest, maar zijn camouflagevacht verraadt zijn vechtlust. Eens gaat hij zijn vleugels uitslaan en misschien zit er dan ook een ooglidcorrectie voor hem in…


knufpeter
Dit vosje heb ik gisteren gekocht toen ik op weg was naar een gesprek met de GGZ-arts. Pas toen hij in m’n tas zat kwam de associatie met dhr de Vos in me op, de arts die het gezicht is geworden van vele jaren waardeloze ‘zorg’ in de instelling waar ik eindelijk bij weg ben. Riep een gevoel van triomf op, want ook al gaat het momenteel bepaald niet goed met me – ik heb nu wél betrokken en betrouwbare hulpverleners om me heen. En met dat gevoel vind ik het prima om deze vos Peter te noemen.
Peter heeft een kruikje in zijn buik, met kersenpitten en lavendel. Het leek me troostend en kalmerend, misschien zelfs slaapbevorderend. Vannacht sliep hij in mijn armen. Ik sliep niet, maar vond het wel een heerlijk gevoel om zo’n warm diertje tegen mijn borst te voelen.
En daar kwam het meisje van de eerste foto weer bij naar boven: ik vond het zielig voor mijn vaste slaapmaatje. Past prima hoor, twee knuffels in bed. Partner past er nog net bij ;)