Ik ben Xamantha, 39 en vanaf mijn 14e ben ik in therapie geweest, met tussendoor wat halve opleidingen.
Door de jaren heen is mijn ziektebeeld steeds meer op de voorgrond komen te staan
en raakte ik erg vertrouwd met het wereldje dat psychiatrie heet.
Een bizarre, bijzondere wereld die me gevormd heeft.
Ik heb er veel geleerd, maar ben mezelf ook behoorlijk kwijtgeraakt.
Wie was ik ook alweer? Wie zou ik willen zijn?
Over die zoektocht schrijf ik hier.
Wees welkom om mee te lezen en te reageren!

Samen met 1 echtgenoot en 3 katten woon ik in een Betuws dorpje.
Ik verslind belachelijk veel boeken en ben graag creatief bezig.


dinsdag 18 oktober 2016

Geen werk aan de winkel

Vorige week had ik een goede dag. Er was ’s ochtends iets tussen de afspraak bij de ggz gekomen, waar ik samen met Albert naartoe was gereisd. Vervelend, maar ik kon het loslaten. We dronken een kop koffie en gingen op huis aan. Terwijl we in de bus zaten bedacht ik me dat ik eigenlijk wat langer in de stad had willen zijn. Albert gaf aan naar huis te willen en ik voelde me sterk genoeg om in de bus te blijven zitten toen hij uitstapte. Even in m’n uppie naar Tiel.

Ging goed! Ik was wat ontremd omdat ik die nacht niet had geslapen, maar het was fijn om wat winkeltjes af te struinen en op m’n dooie gemakje koffie te drinken.
Al heel lang niet meer in de winkel met tweedehands boeken geweest. Terwijl ik de schappen af ging en twee mooie boeken vond, hoorde ik op de achtergrond de twee dames op leeftijd die de winkel runnen stuntelen met de computer.

Goh, dacht ik, daar zou ik ze wel mee willen helpen. Ik zou hier als vrijwilliger goed passen, ook als klanten helpen een drempel voor me zou zijn. Er komen daar veel boeken binnen en ik zou er plezier in hebben om te helpen sorteren, inruimen, computerwerk doen en meedenken over acties. Ik heb wel wat te bieden en het zou voor mij een nieuwe uitdaging zijn.
Impulsief vroeg ik de mevrouw achter de kassa of ze nog vrijwilligers konden gebruiken. Moest ze even overleggen.

Even later was ik in gesprek met de dame die volgens mij de ‘baas’ is daar. In plaats van een kort praatje werd het een sollicitatiegesprek midden in de winkel. Ik klapte compleet dicht maar zette door. Haar vragen waren kort en onvriendelijk, althans in mijn beleving. Ja, ik kon zeker een dagdeel in de week aanwezig zijn en ja, ik wist wel iets van boeken. Ik gaf aan dat ik ze het liefst achter de schermen wilde helpen, althans de eerste tijd om te wennen.

Ze bekeek me van top tot teen, wilde mijn opleiding weten en schreef die op: sociaal pedagogische hulpverlening. Ze tikte met haar pen op die woorden. “Dat is een zware baan, of niet? Hoe lang doe je dat werk al?”. Tja, liegen leek me niet verstandig. Het schaamrood stond me op de kaken toen ik zei dat ik op dit moment niet werkte, terwijl ik me daar doorgaans niet echt voor schaam. Ik vond het gesprek inmiddels zo vervelend worden dat ik alleen nog maar weg wilde.
Ze vroeg of ik dan een thuisblijfmoeder was. Nee, geen kinderen. Waarom ik dan thuis zat?
Ik vond dat ze daar helemaal niets mee te maken had, maar ik hoorde mezelf toch zeggen dat ik arbeidsongeschikt ben. Aha, een ziekte? Wat dan?
En weer ging ik over mijn eigen grens door te benoemen dat ik psychische klachten heb,
Hmm, zei ze. Ik voelde me verschrompelen toen ze nogmaals van top tot teen bekeek. Het had me niet verbaasd als de woorden ‘verward persoon’ op mijn voorhoofd opgloeiden.
“We laten je wel weten wanneer we je hulp kunnen gebruiken”

Struikelend verliet ik de winkel en slikte mijn tranen weg. Drukte de teleurstelling en de schaamte heel diep naar binnen, zodat ik de illusie van een leuke ochtend hebben nog even vast kon houden. Ik was in de stad, ik deed het helemaal alleen en daar mocht ik trots op zijn. En precies zo zette ik het later op facebook.

Pas ’s avonds kwam het weer omhoog. Eerst de schaamte en het gevoel een waardeloos persoon te zijn, daarna een gezonde portie boosheid. Ze had een afspraak met me kunnen maken om er eens rustig over te praten, en sowieso had ze dit niet midden in de winkel hoeven te doen. Ze had, voordat we dat gesprek hadden, kunnen zeggen dat het leuk of fijn was dat ik mijn hulp aanbood. Ze had vriendelijk kunnen zijn.
Aan haar oordeel kon ze waarschijnlijk weinig doen, kwestie van beeldvorming. Voor mij een reden om me nog wat harder in te zetten voor stigmabestrijding.
Ik denk niet dat ik nog iets van ze zal horen, maar mocht ze bellen en me uitnodigen, dan sla ik dat vriendelijk af. No way dat ik in zo’n sfeer wil werken.

En toch is deze ervaring niet 100% negatief. Blijkbaar wil ik graag de stap naar vrijwilligerswerk gaan zetten en weet ik nu dat ik me beter moet voorbereiden als ik ergens aanklop. En nu weet ik ook dat ik wel degelijk een voorwaarde heb: ik wil me welkom voelen en ik wil dat er rekening gehouden wordt met mijn kwetsbaarheid. En voor dat laatste zal ik ook zelf echt mijn best moeten doen.

woensdag 12 oktober 2016

Koek en zopi(clon)

Ik heb een nieuwe vriendin. Gisteren nam ik haar mee naar huis en ze blijft hier een tijdje logeren.
Ze is geen opvallende verschijning. Ze is een stuk kleiner dan ik en ze oogt erg bleek. Ik zal eerlijk zijn: normaal gesproken zou ik haar voorbij zijn gelopen. Zou haar hooguit vriendelijk gegroet hebben om haar vervolgens meteen weer te vergeten.

Toch liep het anders gisteren. Ik was wanhopig en toen ik haar aankeek hield ze mijn blik vast. Neem me mee, zeiden haar ogen, neem me mee naar je slaapkamer. Geloof me, zei ze, ik ben goed in bed. Beter dan alle anderen. Slaap met me.
Ik keek haar nog eens aan en besloot dat ze mee mocht. Ze leek me het proberen waard en ach, een one-night-stand meer of minder...

's Avonds laat liet ik haar de slaapkamer zien. Ze knikte goedkeurend en vroeg of mijn man het niet erg zou vinden. Nee hoor, stelde ik haar gerust, hij gunt het me en slaapt toch overal doorheen.
Ze nam me in haar armen. Ze voelde zacht aan en hield me steviger vast dan ik verwacht had. Daar gaan we, dacht ik, kom maar op.
Uren hebben we het samen geprobeerd. Het lukte niet.
Vanavond geef ik haar nog een kans. Misschien helpt het als ik wat minder van haar verwacht. We zullen zien.
Haar naam is trouwens prachtig: Imovane.


Imovane, ook wel zopiclon, is een slaapmiddel dat wordt voorgeschreven bij ernstige slapeloosheid.
Ergens in mijn vroege tienerjaren begon het: grote moeite om in slaap te komen. Ik pieker, krijg mijn gedachten niet stil, maar de grootste factor is angst om me over te geven aan de slaap. Slapen betekent nachtmerries, gillend wakker worden, herbelevingen, controleverlies. En ergens in mijn bewustzijn heeft zich een overtuiging verankerd: slapen is gevaarlijk. Er kan iemand je slaapkamer betreden om dingen met je te doen die je niet wil. Dat gebeurde immers toen je klein was.
Het wisselt. Er zijn periodes dat ik best redelijk slaap en uitgerust wakker word, maar op het moment is het, zoals al zo vaak gebeurd is, ronduit knudde.

Ik heb al heel veel geprobeerd. Ontspanningsoefeningen, warme melk met anijs of honing, 's avonds geen tv/computer/cafeïne/voedsel/zware kost/boeken etc etc, een wandeling, frisse lucht in de kamer, het bed alleen nog maar voor slapen gebruiken en ga zo maar door. Kalmerende middelen, melatonine, inslapers, doorslapers, versuffende antidepressiva. Het enige wat ik onder geen geding wil proberen is antipsychotica, hoe mild ook.
Soms werkt iets een tijdje. Heerlijk. Bijtanken.

Toen ik jonger was sloeg ik gerust af en toe een nacht over om de volgende avond goed moe te zijn, een reset. En kon ik na een slapeloze nacht redelijk functioneren. Lukt me helaas niet meer. Wat ik nog wel prima kan: wakker blijven met een driedubbele dagdosering achter de kiezen. Geeft eigenlijk alleen maar heel vervelende ontremming.
Ik denk niet dat er fysiek iets mis is. Ik voel 's avonds dat ik moe word, dat mijn lijf zich opmaakt voor de nacht.

Doe gerust een middagdutje, zei de ggz-arts gisteren. Huh, dat mag toch juist niet? Ze zei dat het in mijn geval best zou kunnen helpen, omdat ik de opgedane prikkels van die dag dan al deels verwerk en iets meer ontspannen de avond in ga. En daarnaast schreef ze me imovane voor. Tijdelijk, om bij te tanken.

De echte oplossing hoop ik via traumaverwerking te vinden. En ik vermoed dat ik nog iets anders zal moeten proberen om die vastgeroeste barrière weg te krijgen. Voor nu probeer ik te accepteren dat ik slecht slaap en heel weinig energie heb. En vind ik het fijn dat ik overdag even mag gaan liggen. Dat deed ik namelijk al.